36 899 Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete

Nr. 12 GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS TER VERVANGING VAN DIE GEDRUKT ONDER NR. 10

Voorgesteld 13 oktober 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat drie gespecialiseerde familiebedrijven voor 2026–2028 over een winningsquotum beschikken, maar door onzekerheid over de benodigde vergunningen feitelijk geen schelpen kunnen winnen;

overwegende dat uitwijken naar verder op de open Noordzee gelegen winningsgebieden voor kleinschalige schelpenzuigers veiligheidsrisico's oplevert, omdat schepen daar niet op gemaakt zijn;

overwegende dat schelpen uit oogpunt van de natuur en economisch oogpunt het efficiëntste gewonnen kunnen worden daar waar zij gecumuleerd liggen, namelijk in de hoogdynamische delen in de Noordzeekustzone/Waddenzee;

overwegende dat de sector heeft voorgesteld kwetsbare wingebieden grotendeels te ontzien en slechts circa 75% van het vergunde quotum te benutten;

verzoekt de regering samen met Rijkswaterstaat, de provincie Fryslân en de sector te onderzoeken hoe de schelpenwinning binnen de wettelijke, ecologische en maritieme veiligheidskaders kan worden voortgezet, en daarbij het voorstel van de sector te betrekken;

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Plas

Naar boven