De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In het opschrift wordt na «milieucriminaliteit» ingevoegd «en uitbreiding van de strafbaarheid
voor ecocide».
II
Aan het slot van artikel IV wordt voor de punt ingevoegd «en uitbreiding van de strafbaarheid
voor ecocide».
Toelichting
Dit amendement wenst te regelen dat bij het aanhalen van deze implementatiewet expliciet
wordt genoemd dat de strafbaarheid van milieucriminaliteit is uitgebreid met het adequater
sanctioneren van ecocide. In Richtlijn (EU) 2024/1203 richtlijn wordt namelijk geregeld
in artikel 3, derde lid, dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat strafrechtelijke delicten
die verband houden met de in artikel 3, tweede lid, genoemde gedragingen gekwalificeerde
strafrechtelijke delicten vormen indien dergelijke gedragingen: a) de vernietiging
veroorzaken van, of wijdverbreide en aanzienlijke schade die onomkeerbaar of langdurig
is, veroorzaken aan een ecosysteem van aanzienlijke omvang of milieuwaarde of een
beschermde habitat, of b) wijdverbreide en aanzienlijke schade die onomkeerbaar of
langdurig is, veroorzaken aan de kwaliteit van lucht, bodem of water.
Het grootste deel van de wijzigingen in de Nederlandse wet ter implementatie van Richtlijn
(EU) 2024/1203 zijn het gevolg van Artikel 3, derde lid, uit de EU-richtlijn.
In overweging 21 van Richtlijn (EU) 2024/1203 staat het volgende: «De in deze richtlijn
opgenomen strafrechtelijke delicten die verband houden met opzettelijke gedragingen
kunnen rampzalige gevolgen hebben, zoals wijdverspreide verontreiniging, industriële
ongevallen met ernstige effecten op het milieu of grootschalige bosbranden. Wanneer
zij de vernietiging veroorzaken van, of wijdverspreide en aanzienlijke schade die
onomkeerbaar of langdurig is toebrengen aan, een ecosysteem van aanzienlijke omvang
of milieuwaarde of een beschermde habitat dan wel wijdverspreide en aanzienlijke schade
die onomkeerbaar of langdurig is toebrengen aan de kwaliteit van lucht, bodem of water,
moeten dergelijke delicten, die zulke rampzalige gevolgen hebben, gekwalificeerde
strafrechtelijke delicten vormen en bijgevolg worden bestraft met zwaardere sancties
dan die welke van toepassing zijn in het geval van andere in deze richtlijn gedefinieerde
strafrechtelijke delicten. Die gekwalificeerde strafrechtelijke delicten kunnen gedragingen
omvatten die vergelijkbaar zijn met «ecocide», een begrip dat reeds is opgenomen in
het recht van bepaalde lidstaten en het voorwerp is van besprekingen in internationale
fora.»
Ter bevordering van de begrijpelijkheid van wetgeving en ter markering van het historische
resultaat dat met deze richtlijn is bereikt voor het paal en perk stellen aan ecocide,
wenst de indiener dit expliciet op te nemen in de beschrijving van de implementatiewet.
Teunissen