Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 36702 nr. A |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2026-2027 | 36702 nr. A |
6 oktober 2026
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om regels te stellen over het veilig digitaal kunnen raadplegen van informatie door zorgaanbieders, zorgmedewerkers, indicatieorganen, zorgverzekeraars, jeugdhulpaanbieders en medewerkers van jeugdhulpaanbieders, met behulp van registers en door middel van inlogmiddelen die voldoen aan het betrouwbaarheidsniveau hoog;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1 worden onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma, drie onderdelen [waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het laatste onderdeel] toegevoegd, luidende:
elektronisch middel voor identificatie en authenticatie ten behoeve van onder meer elektronische gegevensuitwisseling in de zorg;
betrouwbaarheidsniveau hoog als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder c, van Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PbEU 2014, L 257) en de krachtens deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen;
a. zorgverlener als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg; of
b. eenieder die werkzaamheden verricht of gaat verrichten voor een zorgaanbieder, indicatieorgaan of zorgverzekeraar en daarbij cliëntgegevens verwerkt.
B
Hoofdstuk 3 komt te luiden:
1. Er is een register van zorgaanbieders, zorgmedewerkers, indicatieorganen en zorgverzekeraars, ten behoeve van:
a. het verlenen van toegang tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; en
b. de identificatie en authenticatie van zorgaanbieders of zorgmedewerkers in verband met onder meer het gebruik van elektronische uitwisselingssystemen of zorginformatiesystemen.
2. Het register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister.
3. Onze Minister kan voor het in stand houden en beheren van het register:
a. bij een aanvraag tot registratie in het register van zorgmedewerkers de betaling van een eenmalige vergoeding verlangen;
b. van zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars de betaling van een jaarlijkse vergoeding verlangen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de inschrijving van een zorgaanbieder, zorgmedewerker, indicatieorgaan of zorgverzekeraar in het register;
b. de procedure en gronden voor weigering, schorsing of intrekking van een inschrijving in het register;
c. het verwerken van gegevens van of door zorgaanbieders, zorgmedewerkers, indicatieorganen of zorgverzekeraars in of ten behoeve van het register, waaronder het verwerken van persoonsgegevens waaronder het burgerservicenummer;
d. de hoogte van de jaarlijkse of eenmalige vergoeding.
5. In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een bericht op grond van dit artikel uitsluitend elektronisch verzonden.
1. Onze Minister verleent goedkeuring aan een inlogmiddel of categorieën van inlogmiddelen als dit middel en indien van toepassing, de koppeling van dit middel aan een geregistreerde, voldoet aan het betrouwbaarheidsniveau hoog.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. een bewijsmiddel waarmee aangetoond kan worden of een inlogmiddel of de koppeling van dit middel aan een geregistreerde voldoet aan het betrouwbaarheidsniveau hoog;
b. het indienen van een aanvraag voor goedkeuring en de gegevens die hierbij worden verstrekt;
c. het verlenen, weigeren, schorsen of intrekken van goedkeuring;
d. het aan Onze Minister of de Inspectie verstrekken van gegevens die nodig zijn om te beoordelen of het betreffende goedgekeurde inlogmiddel op dat moment voldoet aan het betrouwbaarheidsniveau hoog, door:
1°. een geregistreerde;
2°. diegene van wie het inlogmiddel is goedgekeurd;
3°. de verstrekker van een bewijsmiddel als bedoeld in onderdeel a.
e. de verwerking van welke persoonsgegevens noodzakelijk is voor de uitvoering van dit artikel.
3. In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt een bericht op grond van dit artikel uitsluitend elektronisch verzonden.
1. Wanneer een voorziening of systeem, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a en b, gebruikt wordt met een goedgekeurd inlogmiddel, stelt de beheerder van deze voorziening of dit systeem een zorgaanbieder, zorgmedewerker, indicatieorgaan of zorgverzekeraar in staat om ook gebruik te maken van een ander goedgekeurd inlogmiddel.
2. Een zorgaanbieder, zorgmedewerker, zorgverzekeraar of indicatieorgaan kan andere elektronische uitwisselingssystemen of zorginformatiesystemen geheel of gedeeltelijk gebruiken of laten gebruiken met ieder goedgekeurd inlogmiddel door een in het register ingeschreven zorgaanbieder, zorgmedewerker, zorgverzekeraar, of indicatieorgaan.
3. Ten behoeve van de koppeling van een inlogmiddel aan een geregistreerde kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, waaronder het burgerservicenummer.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
a. de toegang tot en het gebruik van een voorziening of systeem, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a en b, met een goedgekeurd inlogmiddel;
b. het aanwijzen van en de wijze waarop voorzieningen en systemen enkel gebruikt kunnen worden met een goedgekeurd inlogmiddel;
c. de koppeling van een inlogmiddel aan een geregistreerde en de benodigde gegevensverwerking.
C
1. In artikel 15k, eerste lid, wordt na «artikelen 4 tot en met 12,» ingevoegd «14a, 15, tweede lid, 15, vierde lid, onderdeel a».
2. Aan artikel 15k wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. De bevoegdheid van de ambtenaren van de inspectie met betrekking tot het toezicht op de naleving van de artikelen 15, tweede lid en 15, vierde lid, onderdeel a, ziet uitsluitend op zorgaanbieders en zorgmedewerkers.
D
In artikel 15l wordt na «artikelen 4 tot en met 12,» ingevoegd «14a, 15, tweede lid, 15, vierde lid, onderdeel a».
E
Aan artikel 15m wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De bevoegdheid van Onze Minister met betrekking tot de artikelen 15, tweede lid en 15, vierde lid, onderdeel a, ziet uitsluitend op zorgaanbieders en zorgmedewerkers.
F
Na artikel 17b wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk 3 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van [datum] tot wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg (Stb. ....) blijft gelden voor de onder dat hoofdstuk door een beheerder uitgegeven en nog uit te geven middelen tot een bij een koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
De Jeugdwet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 7.2.7 en 7.2.8 komen te luiden:
1. Er is een register van jeugdhulpaanbieders, jeugdhulpverleners en medewerkers die werkzaamheden verrichten of gaan verrichten voor jeugdhulpaanbieders, ten behoeve van:
a. het verlenen van toegang tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; en
b. de identificatie en authenticatie van jeugdhulpaanbieders, jeugdhulpverleners of medewerkers in verband met onder meer het gebruik van elektronische systemen waarin gegevens van jeugdigen worden verwerkt.
2. Het register wordt ingesteld en beheerd door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
3. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan voor het in stand houden en beheren van het register:
a. bij een aanvraag tot registratie in het register van jeugdhulpverleners en medewerkers die werkzaamheden verrichten of gaan verrichten voor jeugdhulpaanbieders de betaling van een eenmalige vergoeding verlangen;
b. van jeugdhulpaanbieders de betaling van een jaarlijkse vergoeding verlangen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de inschrijving van een jeugdhulpaanbieder, jeugdhulpverlener of medewerker in het register;
b. de procedure en gronden voor weigering, schorsing of intrekking van een inschrijving in het register;
c. het verwerken van persoonsgegevens van of door jeugdhulpaanbieders, jeugdhulpverleners of medewerkers in of ten behoeve van het register, waaronder het burgerservicenummer;
d. de hoogte van de jaarlijkse of eenmalige vergoeding.
5. In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een bericht op grond van dit artikel uitsluitend elektronisch verzonden.
1. Wanneer een voorziening of systeem, bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid, gebruikt wordt met een overeenkomstig artikel 14a, eerste lid, van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg goedgekeurd inlogmiddel, stelt de beheerder van deze voorziening of dit systeem een jeugdhulpaanbieder, jeugdhulpverlener of medewerker die werkzaamheden verricht of gaat verrichten voor een jeugdhulpaanbieder in staat om ook gebruik te maken van een ander goedgekeurd inlogmiddel.
2. Een jeugdhulpaanbieder kan onder door hem te stellen voorwaarden zijn systemen als bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid, onder b, geheel of gedeeltelijk gebruiken of laten gebruiken met ieder goedgekeurd inlogmiddel door een in het register ingeschreven jeugdhulpaanbieder, jeugdhulpverlener of een medewerker.
3. Ten behoeve van de koppeling van het inlogmiddel aan een geregistreerde jeugdhulpaanbieder, jeugdhulpverlener of medewerker, kunnen persoonsgegevens worden verwerkt, waaronder het burgerservicenummer.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over:
a. de toegang tot en het gebruik van voorzieningen en systemen;
b. de koppeling van een inlogmiddel aan een geregistreerde en de benodigde gegevensverwerking.
5. In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, en 2:8, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een bericht op grond van dit artikel uitsluitend elektronisch verzonden.
6. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
B
Aan artikel 10.2 wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De artikelen 7.2.7 en 7.2.8 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel A, van de Wet van [datum] tot wijziging van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg en de Jeugdwet in verband met digitale identificatie en authenticatie in de zorg (Stb.….) blijft gelden op de onder dat hoofdstuk door een beheerder uitgegeven en nog uit te geven middelen tot een bij een koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 15, tweede lid, van de Wet aanvullende bepalingen verwerking persoonsgegevens in de zorg komt te luiden:
2. Zorgaanbieders, zorgmedewerkers, indicatieorganen en zorgverzekeraars maken uitsluitend gebruik van goedgekeurde inlogmiddelen bij gebruik van elektronische uitwisselingssystemen of zorginformatiesystemen.
Artikel 7.2.8, tweede lid, van de Jeugdwet komt te luiden:
2. Jeugdhulpaanbieders, jeugdhulpverleners en medewerkers die werkzaamheden verrichten of gaan verrichten voor jeugdhulpaanbieders maken uitsluitend gebruik van goedgekeurde inlogmiddelen bij gebruik van systemen als bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36702-A.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.