31 936 Luchtvaartbeleid

CO MOTIE VAN HET LID VAN KESTEREN

Voorgesteld 29 september 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de algehele wijziging van het LVB onder andere toeziet op het maximumaantal vliegtuigbewegingen en de verdeling tussen etmaal- en nachtvluchten met als doel een reductie van geluidshinder;

constaterende dat de regering met het gewijzigde LVB Schiphol een reële balans wil bereiken tussen het economische belang van de internationale luchthaven Schiphol en de kwaliteit van de leefomgeving voor omwonenden;

constaterende dat het zowel voor Schiphol als voor het Rijk niet mogelijk is om luchtvaartmaatschappijen te dwingen om vluchten over te plaatsen naar regionale luchthavens, maar dat Schiphol wel in overleg met de luchtvaartmaatschappijen kan bekijken of er vluchten op andere regionale luchthavens kunnen worden uitgevoerd, waaronder Maastricht Aachen Airport (MAA), Lelystad Airport en Groningen Airport Eelde (GAE);

overwegende dat de hoge vliegbelasting als gevolg van nationale regelgeving een groot nadeel betekent voor de concurrentiepositie tegenover regionale luchthavens in de aangrenzende buurlanden;

verzoekt de regering om beleidsopties in kaart te brengen om het negatieve (financiële) effect van de vliegbelasting voor met name de regionale luchthavens te neutraliseren en aan te geven welke budgettaire impact harmonisatie met de grenslanden heeft, opdat een eventuele overloopfunctie van regionale luchthavens voor Schiphol een reële optie wordt;

verzoekt de regering om er goed op te letten dat de belangrijke infrastructuur van, met name, de regionale luchthavens voor de Nederlandse defensie behouden blijft;

verzoekt de regering om deze Kamer driejaarlijks inzicht te geven in de daadwerkelijke effecten en consequenties van de genomen maatregelen van zowel het kabinet als van Schiphol,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Kesteren

Naar boven