Dit amendement regelt een specifieke bewaartermijn voor persoonsgegevens die zijn
opgenomen in het verslag van de toepassing van de bevoegdheid om onder fictieve identiteit
en hoedanigheid producten met digitale elementen te verkrijgen.
Het gebruik van een fictieve identiteit is een ingrijpende toezichtbevoegdheid. Artikel
3.4, tweede lid, verplicht de toezichthouder daarom tot het opstellen van een schriftelijk
verslag van de toepassing van deze bevoegdheid. Het verslag heeft onder meer tot doel
de toepassing van de bevoegdheid achteraf toetsbaar te maken.
Het wetsvoorstel bevat echter geen specifieke regeling voor de vraag hoe lang dit
verslag, en in het bijzonder de daarin opgenomen persoonsgegevens, mogen worden bewaard
wanneer uit het onderzoek geen overtreding blijkt.
De indiener acht het vanuit het oogpunt van proportionaliteit, rechtszekerheid en
privacy wenselijk dat hiervoor een concreet wettelijk kader wordt vastgesteld. Het
enkele feit dat informatie in het kader van toezicht is verkregen, rechtvaardigt niet
zonder meer dat deze informatie gedurende langere tijd beschikbaar blijft voor mogelijk
toekomstig toezicht.
Het amendement bepaalt daarom dat persoonsgegevens die zijn opgenomen in het verslag
in beginsel uiterlijk één jaar na het opstellen daarvan worden verwijderd. Indien
de bevindingen aanleiding hebben gegeven tot een daadwerkelijke handhavingsprocedure,
kan bewaring noodzakelijk zijn voor de behandeling, uitvoering en rechtsbescherming
in verband met die procedure. In dat geval wordt de bewaring beperkt tot hetgeen daarvoor
noodzakelijk is en geldt bovendien een uiterste termijn van vijf jaar na het onherroepelijk
worden van de desbetreffende handhavingsbeslissing.
De voorgestelde regeling beoogt daarmee het beginsel van opslagbeperking uit artikel
5, eerste lid, onderdeel e, van de Algemene verordening gegevensbescherming nader
te concretiseren voor deze specifieke toezichtbevoegdheid. De regeling strekt er niet
toe een langere bewaartermijn mogelijk te maken dan op grond van de Algemene verordening
gegevensbescherming is toegestaan.
Met deze regeling wordt voorkomen dat persoonsgegevens die uitsluitend zijn verzameld
in het kader van een mysteryshoppingonderzoek waarin geen overtreding is vastgesteld,
zonder duidelijke en concrete aanleiding langdurig onderdeel blijven van toezichtsdossiers.