36 899 Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete

Nr. 10 MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS

Voorgesteld 9 september 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat drie gespecialiseerde familiebedrijven voor 2026–2028 over een winningsquotum beschikken, maar door onzekerheid over de benodigde vergunningen feitelijk geen schelpen kunnen winnen;

overwegende dat uitwijken naar verder op de open Noordzee gelegen winningsgebieden voor kleinschalige schelpenzuigers veiligheidsrisico's oplevert, omdat schepen daar niet op gemaakt zijn;

overwegende dat de sector heeft voorgesteld kwetsbare wingebieden grotendeels te ontzien en slechts circa 25% van het vergunde quotum te benutten;

verzoekt de regering samen met Rijkswaterstaat, de provincie Fryslân en de sector met spoed te onderzoeken hoe de schelpenwinning binnen de wettelijke, ecologische en maritieme veiligheidskaders gedurende de vergunningsperiode 2026–2028 kan worden voortgezet, en daarbij het voorstel van de sector te betrekken;

verzoekt de regering de Kamer te informeren over de mogelijke oplossing, het tijdpad en het toekomstperspectief voor de schelpenvisserij,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van der Plas

Naar boven