Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4404 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4404 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2026
Wij hebben uw Kamer eerder per brief geïnformeerd over het voornemen van het Cypriotische voorzitterschap om tijdens Coreper II van 26 juni jl. de Raad van de Europese Unie (hierna: de Raad) om een mandaat te vragen voor de trilogen op de Omnibus Digitaal1. Middels deze brief informeren wij uw Kamer, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over de ontwikkelingen in de onderhandelingen over de Omnibus Digitaal. Daarnaast informeren wij uw Kamer nader over bepaalde aspecten van online tracking, zoals toegezegd tijdens het Commissiedebat over de bescherming van persoonsgegevens en grote datalekken van 25 juni jl.
Uiteindelijk heeft het voorzitterschap besloten de Raad niet te vragen om het mandaat om met het Europees Parlement te onderhandelen over de Omnibus Digitaal. In de dagen voorafgaand aan Coreper werd duidelijk dat een blokkerende minderheid van lidstaten was. Een deel van deze lidstaten was van mening was dat het voorgelegde compromis onvoldoende «ambitie» toonde ten aanzien van simplificatie, met name waar het de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) betreft. Het terugdringen van onnodige regeldruk is ook voor het kabinet een belangrijke prioriteit en het kabinet zet zich er voor in dat deze omnibus digitale wetgeving versimpelt, verduidelijkt en stroomlijnt. Voor het kabinet is daarbij wel een belangrijke voorwaarde dat de doelen en ambities van de digitale wetgeving overeind blijven, zeker als het gaat om de bescherming van grondrechten. Het kabinet was van mening dat het voorgelegde compromis voldoende in lijn was met deze inzet en voldeed als onderhandelingsmandaat voor de trilogen.
Zoals wij uw Kamer eerder hebben geïnformeerd2 leek er gedurende de onderhandelingen voldoende steun onder lidstaten om de Omnibus Digitaal op veel onderdelen in lijn te brengen met de kabinetsinzet. Met betrekking tot de Platform-to-Business(P2B)-verordening, meldpunten voor incidentmeldingen en datawetgeving lijkt die steun er nog steeds te zijn. In de laatste weken en dagen groeide echter de groep lidstaten met de ambitie tot verdergaande wijzigingen van de AVG. De precieze wijzigingen die deze lidstaten beogen zijn op dit moment nog onbekend. Deze zullen mogelijk wel lastig te verenigen zijn met de kabinetsinzet dat de omnibus geen afbreuk mag doen aan het niveau van gegevensbescherming dat de AVG biedt. Het is daardoor onzeker of er voldoende steun is in de Raad om de AVG-onderdelen van de Omnibus Digitaal in lijn te brengen met de kabinetsinzet.
De Raadsonderhandelingen zullen nu worden voortgezet onder het Ierse voorzitterschap. Het is nog niet duidelijk wat de beoogde planning is. Wij zullen ons in het vervolg van de Raadsonderhandelingen ervoor blijven inspannen het compromis zoveel mogelijk in lijn te brengen met de kabinetsinzet zoals onder andere beschreven in het BNC-fiche3. Over het vervolg van de onderhandelingen zullen wij uw Kamer conform de gemaakte informatie-afspraken informeren.
Rathenau onderzoek en online tracking
Tijdens het Commissiedebat over de bescherming van persoonsgegevens en grote datalekken op 25 juni jl. zijn door de leden Kathmann (PRO) en Swinkels (CDA) vragen gesteld over online tracking naar aanleiding van het onderzoek van het Rathenau Instituut «De prijs van gratis internet»4, meer specifiek over minderjarigen, contextuele advertenties en de mogelijkheid om – naast de Europese inzet – nationale maatregelen te treffen.
Met betrekking tot minderjarigen geldt dat zij op grond van Europese wetgeving al specifieke bescherming genieten tegen online tracking en advertentiepersonalisatie.5 De door Rathenau voorgestelde beleidsoptie richting contextueel adverteren behelst in feite een volledig verbod op advertentiepersonalisatie. Dit zou potentieel verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de financiering van onder meer vrij toegankelijke online diensten en onafhankelijke journalistiek, en (mkb-)bedrijven die personalisatie inzetten om hun doelgroep te bereiken. De inzet van het kabinet is daarom om de Europese regelgeving rondom online tracking te stroomlijnen, en het voor gebruikers makkelijker te maken om hun rechten uit te oefenen zonder consentmoeheid en dark patterns. Ook bij de onderhandelingen over de Omnibus Digitaal zet het kabinet zich hiervoor in.
De mogelijkheden tot het treffen van nationale maatregelen op dit gebied zijn zeer beperkt, zoals ook geconstateerd door Rathenau. Het toepasselijke juridisch kader volgt namelijk uit Europese regelgeving. Het kabinet zet zich daarom nationaal vooral in voor het toezicht op dit terrein. Zoals weergegeven in de kabinetsreactie op het Rathenau-onderzoek is momenteel een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee het toezicht op cookies en online tracking geconcentreerd ondergebracht wordt bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Er zijn sinds 2024 structureel middelen vrijgemaakt voor toezicht op dit terrein.6
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-4404.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.