Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 september 2026
Uw Kamer heeft het voorstel van wet tot wijziging van de Mediawet 2008 in verband
met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
ontvangen, nadat de Tweede Kamer daar op 2 juli 2026 mee heeft ingestemd.
Het wetsvoorstel voorziet in een nieuw stelsel voor lokale publieke omroepen, waarmee
zij in staat worden gesteld professioneler te opereren en hun democratische en maatschappelijke
rol te vervullen.1
Streven is dat deze stelselwijziging van start gaat op 1 januari 2028. In verband
met de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden, waaronder het doorlopen van de
procedures voor de aanwijzing van de nieuwe lokale publieke omroepen, is het wenselijk
dat de nieuwe wet (het huidige wetsvoorstel) uiterlijk op 1 november 2026 in werking
treedt. Bij latere inwerkingtreding wordt de start van het nieuwe stelsel per 1 januari
2028 onzeker, omdat zorgvuldige aanwijzingsprocedures dan niet gegarandeerd kunnen
worden. Ik acht dat onwenselijk. Het stelsel zou, in geval van inwerkingtreding na
1 november 2026, pas in 2029 kunnen aanvangen.
Dit alles is krap, dat realiseer ik mij terdege. Maar de start van het nieuwe stelsel
op 1 januari 2028 is waar het veld – omroepen, gemeenten, de NLPO en het Commissariaat
voor de Media – naartoe werkt. Het nieuwe stelsel is een product van een lange samenwerking
met deze partijen en wordt al lang verwacht. Ook zijn partijen al bezig met de voorbereidingen
op de aanvragen voor het nieuwe stelsel en richten zij hun bedrijfsprocessen in op
de verwachte nieuwe situatie. Dit alles vergroot de behoefte aan duidelijkheid bij
partijen in het veld.
In deze belangrijke fase naar het nieuwe stelsel speelt uw Kamer een cruciale rol.
Vanuit dat oogpunt bezien zou ik u willen vragen of u de behandeling van het wetsvoorstel
met prioriteit ter hand zou willen nemen. Behandeling door uw Kamer uiterlijk medio
oktober zou zeer wenselijk zijn, zodat de beoogde inwerkingtreding per 1 november
2026 nog mogelijk is. Ik zou uw Kamer zeer erkentelijk zijn als deze datum gehaald
wordt en zal het verslag, waarvan de inbrengdatum nu gepland staat op 22 september
a.s., met grote voortvarendheid beantwoorden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert