37 003 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – AccelerateEU – Energie-unie Betaalbare en veilige energie door versnelde actie

A VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 september 2026

De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Klimaat en Groene Groei over de commissiemededeling AccelerateEU. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 1 juli 2026.

  • • De antwoordbrief van 1 september 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei

Den Haag, 1 juli 2026

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van de mededeling van de Europese Commissie betreffende AccelerateEU van 22 april 2026.2 De leden van de fracties van de BBB, D66 en Fractie-Visseren-Hamakers hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de BBB

U ziet net zoals de Europese Commissie een strategische rol weggelegd voor projecten met biomethaan op landbouwbedrijven om onze afhankelijkheid van fossiel gas te verminderen.3 De fractieleden van de BBB vragen hoe u dit gaat faciliteren.

De EU eist een massale en versnelde elektrificatie van de economie en u heeft eerder gemeld dit streven te steunen.4 Is dit haalbaar en realistisch ondanks de problematiek met betrekking tot netcongestie? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De Europese Commissie heeft het crisissteunmechanisme geactiveerd omdat de visserijsector kampt met hoge brandstofprijzen door de situatie in het Midden-Oosten.5 Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze financiële compensatie zo snel mogelijk bij de vissers terechtkomt?

De Europese Commissie wil dat we vrachtwagens snel elektrificeren en emissievrije zones inrichten.6 Hoe verwacht u dat transportbedrijven de overstap naar elektrisch maken als er een groot tekort is aan laadinfrastructuur en netcapaciteit voor zware bedrijfsvoertuigen?

Hoe garandeert u dat de glastuinbouw niet te zwaar wordt belast, bijvoorbeeld door hogere energiebelastingen of door het schrappen van bestaande uitzonderingen, voordat er daadwerkelijk betaalbare alternatieven mogelijk zijn? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

De bijlage stelt allerlei subsidies voor openbaar vervoer, fietsdelen en micromobiliteit in (voor)stedelijke gebieden voor.7 Realiseert u zich dat de burger in de buitengebieden, waar de bus al lang is wegbezuinigd, volledig afhankelijk is van de auto, en dat deze Europese mobiliteitsplannen de kloof tussen de Randstad en de regio verder zullen vergroten? Zo ja, wat doet u om dit te voorkomen?

De EU stelt voor om met 400 miljoen emissierechten een nieuwe «Investment Booster» op te richten die lidstaten met een lager BBP moet gaan steunen. U plaatst daar zelf al vraagtekens bij.8 Welke aanpak staat u hierbij voor ogen?

De EU biedt ruimte voor lagere energiebelastingen, maar u stelt dat het hanteren van verlaagde tarieven voor kwetsbare huishoudens «niet uitvoerbaar» is.9 Wat maakt dat dit in de ogen van Europa wel en in uw ogen niet uitvoerbaar is?

Terwijl u aangeeft dat kerosine voor de luchtvaart momenteel «de hoogste prioriteit» heeft in de crisisaanpak10, staat er in de Europese plannen slechts ten dele iets over «vraag gestuurd» vervoer in plattelandsgebieden.11 Waarom kiest u de luchtvaart als hoogste prioriteit en niet de inwoners en ondernemers in de plattelandsregio’s die veel last hebben van de hoge energieprijzen?

U pleit voor verruiming van de staatssteunregels om specifiek de energie-intensieve sectoren te compenseren voor hoge brandstof- en netkosten.12 Komt een deel van deze compensatie ook terecht bij het mkb, de glastuinbouw, de maakindustrie en de regionale voedselverwerkende industrie? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van de D66

De fractieleden van D66 benadrukken het belang van een gezamenlijke Europese aanpak, zeker gezien de actuele geopolitieke ontwikkelingen en de energie-uitdagingen die daaruit voortvloeien. Juist door op EU-niveau samen te werken, wordt volgens deze leden de afhankelijkheid van afzonderlijke lidstaten beperkt en krijgen we vaart in de energietransitie.

Tegelijk vinden deze leden het essentieel dat de gekozen route niet alleen ambitieus is, maar ook aantoonbaar werkt en praktisch haalbaar is. Daarom willen zij verder ingaan op kwesties als de verhouding tussen Europese coördinatie en de uitvoering binnen lidstaten, de balans tussen tijdelijke maatregelen in crisistijd en structurele keuzes, en de vraag of de voorgestelde instrumenten daadwerkelijk bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige energievoorziening. Voor die reflectie staan de volgende punten centraal:

Kunt u aangeven op basis van welke maatstaven de effectiviteit van Europese coördinatiestructuren wordt gemeten, zoals gezamenlijke gasinkoop en monitoring? Op welke wijze gebeurt deze beoordeling structureel, en draagt dit bij aan het versterken van de energie-unie?

In hoeverre sluiten de voorgestelde coördinatiemaatregelen aan bij de beperkte mogelijkheden van de overheid om marktpartijen te sturen? Hoe blijft het evenwicht tussen marktwerking en publieke doelen, bijvoorbeeld betaalbaarheid en leveringszekerheid, gewaarborgd?

Op welke wijze wordt geborgd dat tijdelijke crisismaatregelen, zoals steunregelingen of fiscale aanpassingen, daadwerkelijk tijdelijk zijn én passen binnen de lange termijndoelen van verduurzaming en een goed functionerende interne energiemarkt?

Hoe wordt voorkomen dat Europese ambities rond elektrificatie en versnelling van de energietransitie onvoldoende aansluiten bij de uitvoeringscapaciteit op nationaal niveau, zeker gezien de huidige knelpunten rond netcongestie?

Op welke manier zorgen de voorstellen voor een effectief en rechtvaardig stelsel van energiebelastingen dat daadwerkelijk bijdraagt aan de transitie richting duurzame energie?

Deze leden zien graag een toelichting op deze punten tegemoet, zodat helder wordt hoe het beleid in de praktijk uitpakt en de Europese samenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan een toekomstbestendig energiesysteem.

Vragen en opmerkingen van het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers

De Commissie is bereid de lidstaten bij te staan bij het vaststellen van financiële stimulansen, zoals gerichte belastingkredieten, voor de snelle uitrol van schone energietechnologie.13

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers vraagt welke mogelijkheden u ziet om met de aangekondigde ondersteuning voor het vaststellen van stimulansen de energietransitie in Nederland te versnellen?

Hoe gaat u gebruik maken van deze aangekondigde ondersteuning en de ondersteuning die de commissie later in de mededeling aankondigt?14 Dit lid ontvangt graag een uiteenzetting voor de verschillende schone energietechnologieën.

De Commissie kondigt aan op meerdere terreinen direct actie te ondernemen. Zo worden maatregelen genoemd om de capaciteit van olieraffinaderijen beter te benutten en de aanvoer van olie en gas uit niet-EU-landen te vergroten.15 Deze maatregelen lijken het gebruik van fossiele brandstoffen te stimuleren. Tegelijkertijd bevat de mededeling maatregelen die juist gericht zijn op het versnellen van de energietransitie.16

Bent u het met dit lid eens dat maatregelen die het gebruik van olie en gas ondersteunen moeilijk te rijmen zijn met maatregelen zoals de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen?

Hoe gaat u ervoor zorgen dat de aangekondigde acties van de Commissie de energietransitie in Nederland versnellen?

Bij welke aangekondigde maatregelen ziet u risico’s dat deze de energietransitie vertragen en hoe gaat u deze risico’s tegen?

De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk op 1 september 2026, zodat deze in de eerste commissievergadering na het zomerreces behandeld kan worden.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, S.M. Kluit

BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 september 2026

Hierbij stuurt het kabinet u de antwoorden op de vragen van de fracties BBB, D66 en Visseren-Hamakers over AccelerateEU.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

BBB

Vraag 1:

U ziet net zoals de Europese Commissie een strategische rol weggelegd voor projecten met biomethaan op landbouwbedrijven om onze afhankelijkheid van fossiel gas te verminderen. De fractieleden van de BBB vragen hoe u dit gaat faciliteren.

Antwoord:

Het kabinet ziet inderdaad voor groen gas een belangrijke rol weggelegd in de Nederlandse energiemix. Opschaling van groen gas is essentieel om de afhankelijkheid van geïmporteerd fossiel gas te verminderen en sectoren te helpen in de verduurzamingstransitie waar elektrificatie niet mogelijk is. Het kabinet faciliteert de opschaling van groen gas, onder andere bij landbouwbedrijven, via de bijmengverplichting groen gas. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. De bijmengverplichting zal een betere afzetmarkt voor groen gas opleveren, net zoals het bestaande subsidie-instrumentarium zoals de SDE++ en de DEI+ voor vergassing. Daarnaast zet het kabinet in op flankerend beleid voor (potentiële) groen gasproducenten, zoals het verbeteren van de beschikbaarheid van duurzame grondstoffen, het faciliteren van een interne Europese markt voor groen gas en het verbeteren van informatievoorziening voor vergunningaanvragen en -verlening.

Vraag 2:

De EU eist een massale en versnelde elektrificatie van de economie en u heeft eerder gemeld dit streven te steunen. Is dit haalbaar en realistisch ondanks de problematiek met betrekking tot netcongestie? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord:

Het kabinet ziet elektrificatie als een belangrijke route naar een weerbaar en duurzaam energiesysteem, en als één van de routes binnen de bredere verduurzaming. Een indicatief Europees elektrificatiedoel kan dit streven ondersteunen. Het kabinet heeft echter nog geen positie ingenomen over de gewenste hoogte van een Europees elektrificatiedoel. Het voorgestelde doel van 46% is ambitieus, aangezien de huidige elektrificatiegraad van de EU al 10 jaar constant op circa 23% ligt en dit dus een verdubbeling vergt. Daarom vindt het kabinet het positief dat de Commissie eerst in een impact assessment gaat kijken naar de mogelijke effecten van een Europees doel van 46%.

Een belangrijk aandachtspunt van het kabinet is dat een doelstelling op basis van het totale finale energieverbruik voldoende rekening houdt met sectoren waarvoor elektrificatie geen realistische decarbonisatie-route is. Ook is het cruciaal om voldoende rekening te houden met knelpunten in de energietransitie, zoals netcongestie. Het belang hiervan heeft het kabinet benadrukt in het non-paper «EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands».17

Voldoende toegang tot transportcapaciteit voor elektriciteit is een essentiële randvoorwaarde voor verduurzaming van de economie en versterking van onze energieonafhankelijkheid. Het is dan ook goed dat de Europese Commissie kijkt hoe Europese regelgeving bij kan dragen aan het verminderen van netcongestie waardoor verdere elektrificatie mogelijk wordt gemaakt. De op 17 juli voorgestelde Verordening Netwerktarieven en Energiebelasting is daar een recent voorbeeld van. De Nederlandse inzet zal zoals gebruikelijk worden opgenomen in een BNC-fiche dat voor eind september met uw Kamer zal worden gedeeld.

Daarnaast bevat bijvoorbeeld ook het Grids Package verschillende maatregelen voor het versnellen van vergunningverlening voor elektriciteitsinfrastructuur. Het kabinet wil deze maatregelen zo snel mogelijk implementeren, maar vanwege de nog lopende onderhandelingen is nog niet exact te zeggen wat nodig is om het Grids package om te zetten naar landelijke wetgeving. Via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) zal het kabinet onverminderd in blijven zetten op het verminderen van netcongestie.

Vraag 3:

De Europese Commissie heeft het crisissteunmechanisme geactiveerd omdat de visserijsector kampt met hoge brandstofprijzen door de situatie in het Midden-Oosten. Hoe gaat u ervoor zorgen dat deze financiële compensatie zo snel mogelijk bij de vissers terechtkomt?

Antwoord:

Op donderdag 9 juli jl. heeft de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de regeling «Steun voor hogere bedrijfskosten visserij» gepubliceerd in de Staatscourant.1 De subsidieregeling is opengesteld onder het European Maritime, Fisheries and Aquaculture Fund-crisismechanisme (EMFAF) en ziet op steun voor gestegen bedrijfskosten van visserijondernemers als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. Deze regeling is op 20 augustus opengesteld en sluit op 3 september. Hierna zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zich buigen over de aanvragen en zo snel mogelijk overgaan tot betaling.

Vraag 4:

De Europese Commissie wil dat we vrachtwagens snel elektrificeren en emissievrije zones inrichten. Hoe verwacht u dat transportbedrijven de overstap naar elektrisch maken als er een groot tekort is aan laadinfrastructuur en netcapaciteit voor zware bedrijfsvoertuigen?

Antwoord:

De voorstellen van de Europese Commissie komen overeen met de nationale inzet op elektrificatie van het wegverkeer. Om te voorkomen dat bedrijven vastlopen vanwege netcapaciteit wordt beleid in nauw overleg met de sector opgesteld. Samen met de sector werken we aan elektrificatie van het wegverkeer en de uitrol van laadinfrastructuur. Op 22 juni 2026 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) de Tweede Kamer geïnformeerd over de concrete uitwerking hiervan.18

Vraag 5:

Hoe garandeert u dat de glastuinbouw niet te zwaar wordt belast, bijvoorbeeld door hogere energiebelastingen of door het schrappen van bestaande uitzonderingen, voordat er daadwerkelijk betaalbare alternatieven mogelijk zijn? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord:

Bij het overwegen van aanpassingen in de energiebelasting (EB) heeft het kabinet oog voor de gevolgen voor de lasten van belastingplichtigen. Dat geldt voor huishoudens, bedrijven en dus ook voor bedrijven in specifieke sectoren zoals de glastuinbouw. Op vrijdag 17 juli jl. heeft de Europese Commissie de Verordening Netwerktarieven en Energiebelasting gepresenteerd dat voortvloeit uit AccelerateEU. In deze fase van dat wetsvoorstel is nog geen sprake van een voorstel voor nationale EB-aanpassingen. Het kabinet zal zich eerst richten op de onderhandelingen over het Europese voorstel. De Nederlandse inzet in die onderhandelingen zal zoals gebruikelijk worden opgenomen in een BNC-fiche dat voor eind september met uw Kamer zal worden gedeeld.

Vraag 6:

De bijlage stelt allerlei subsidies voor openbaar vervoer, fietsdelen en micromobiliteit in (voor)stedelijke gebieden voor. Realiseert u zich dat de burger in de buitengebieden, waar de bus al lang is wegbezuinigd, volledig afhankelijk is van de auto, en dat deze Europese mobiliteitsplannen de kloof tussen de Randstad en de regio verder zullen vergroten? Zo ja, wat doet u om dit te voorkomen?

Antwoord:

De Europese Commissie refereert aan alternatieven voor de auto in stedelijke en (voor)stedelijke gebieden en noemt bijvoorbeeld maatregelen voor het stimuleren van de fiets. In Nederland geldt de inzet van het stimuleren van de fiets ook buiten de steden. Het kabinet vindt het belangrijk dat essentiële voorzieningen in de regio goed bereikbaar zijn. Er wordt bekeken in hoeverre publieke mobiliteit, een koppeling van regionaal OV met doelgroepenvervoer, kan helpen. Hiervoor ondersteunt de Staatssecretaris van IenW zeven regionale projecten met een totale bijdrage van € 11 miljoen. In 2025 is het project in Zeeland als eerste begonnen. Dat project laat al zien dat door de inzet van vraagafhankelijk vervoer (van ’s ochtends 6 uur tot ’s avonds 11 uur) de bereikbaarheid van voorzieningen toeneemt. Reizigers waarderen de dienst met een 4,7 op een schaal van 5.

Vraag 7:

De EU stelt voor om met 400 miljoen emissierechten een nieuwe «Investment Booster» op te richten die lidstaten met een lager BBP moet gaan steunen. U plaatst daar zelf al vraagtekens bij. Welke aanpak staat u hierbij voor ogen?

Antwoord:

De Investment Booster is onderdeel van de herziening van de ETS Richtlijn, gepresenteerd door de Commissie op 17 juli jl. In het voorstel van de Commissie zal de Investment Booster in de periode 2028–2031 fungeren als voorloper op de Industrial Decarbonisation Bank. Op dit moment wordt gewerkt aan een BNC-fiche ter appreciatie van het voorstel. Uw Kamer wordt via dit fiche geïnformeerd over de Nederlandse inzet bij de voorgestelde ETS-herziening, inclusief de verschillende elementen van de Investment Booster.

Vraag 8:

De EU biedt ruimte voor lagere energiebelastingen, maar u stelt dat het hanteren van verlaagde tarieven voor kwetsbare huishoudens «niet uitvoerbaar» is. Wat maakt dat dit in de ogen van Europa wel en in uw ogen niet uitvoerbaar is?

Antwoord:

De Europese Commissie toetst hun voorstellen niet op uitvoerbaarheid in de energiebelastingsystemen van alle lidstaten. Het feit dat in een richtlijn de ruimte wordt geboden om een regeling te hanteren voor een specifieke groep wil daarmee niet automatisch betekenen dat een dergelijke regeling in elke lidstaat uitvoerbaar is. Het is binnen de huidige Nederlandse EB-systematiek niet mogelijk kwetsbare huishoudens tegemoet te komen. Voor het identificeren van kwetsbare huishoudens is het namelijk nodig om over de inkomensgegevens van het huishouden te beschikken. Het werken met inkomensgegevens in de EB zou leiden tot een grote toename van complexiteit en onzekerheid. De privacygevoelige inkomensgegevens zouden terecht moeten komen bij energieleveranciers. Dat is onwenselijk. Dat vinden ook de leveranciers. Tot slot zouden huishoudens achter een blokaansluiting niet worden bereikt met deze maatregel. Daarom kiest het kabinet ervoor deze huishoudens waar nodig via het noodfonds energie te ondersteunen. In maart zijn daarvoor door het Kabinet middelen gereserveerd.

Vraag 9:

Terwijl u aangeeft dat kerosine voor de luchtvaart momenteel «de hoogste prioriteit» heeft in de crisisaanpak, staat er in de Europese plannen slechts ten dele iets over «vraag gestuurd» vervoer in plattelandsgebieden. Waarom kiest u de luchtvaart als hoogste prioriteit en niet de inwoners en ondernemers in de plattelandsregio’s die veel last hebben van de hoge energieprijzen?

Antwoord:

Het kabinet heeft aandacht voor kerosine én voor de hoge energieprijzen voor burgers en bedrijven. De verstoringen in de aanvoer van kerosine zijn groter dan van andere type brandstoffen en daar houdt het kabinet rekening mee in de crisisaanpak. Daarnaast heeft het kabinet oog voor de begrijpelijke zorgen over de hogere energieprijzen. Het kabinet heeft in het maatregelenpakket van 20 april 202619 maatregelen genomen om huishoudens en bedrijven te ondersteunen voor welke het lastig is om deze kosten op te vangen. Daarbij is geen onderscheid gemaakt in regio’s of mate van stedelijkheid.

Vraag 10:

U pleit voor verruiming van de staatssteunregels om specifiek de energie-intensieve sectoren te compenseren voor hoge brandstof- en netkosten. Komt een deel van deze compensatie ook terecht bij het mkb, de glastuinbouw, de maakindustrie en de regionale voedselverwerkende industrie? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.

Antwoord:

Het kabinet ziet op dit moment dat met name de energie-intensieve industrie, waar veel elektriciteit wordt gebruikt, gebukt gaat onder hoge elektriciteitskosten. Dit wordt in belangrijke mate gedreven door hoge netkosten. Daarom heeft het kabinet in het coalitieakkoord middelen gereserveerd om deze kosten te verlagen. Deze middelen zijn in principe niet bestemd voor het mkb, de glastuinbouw of de maakindustrie. Op dit moment zijn er beperkte mogelijkheden binnen het Europese staatssteunkader om de energie-intensieve industrie gericht te compenseren. Daarom pleit het kabinet voor een gerichte verruiming van de kaders om deze steun mogelijk te maken. Voor overige bedrijven zijn er andere regelingen beschikbaar, zoals de EIA, MIA en SDE++. Zie ook het antwoord op vraag 17.

D66

De fractieleden van D66 benadrukken het belang van een gezamenlijke Europese aanpak, zeker gezien de actuele geopolitieke ontwikkelingen en de energie-uitdagingen die daaruit voortvloeien. Juist door op EU-niveau samen te werken, wordt volgens deze leden de afhankelijkheid van afzonderlijke lidstaten beperkt en krijgen we vaart in de energietransitie.

Tegelijk vinden deze leden het essentieel dat de gekozen route niet alleen ambitieus is, maar ook aantoonbaar werkt en praktisch haalbaar is. Daarom willen zij verder ingaan op kwesties als de verhouding tussen Europese coördinatie en de uitvoering binnen lidstaten, de balans tussen tijdelijke maatregelen in crisistijd en structurele keuzes, en de vraag of de voorgestelde instrumenten daad werkelijk bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige energievoorziening. Voor die reflectie staan de volgende punten centraal:

Deze leden zien graag een toelichting op deze punten tegemoet, zodat helder wordt hoe het beleid in de praktijk uitpakt en de Europese samenwerking daadwerkelijk bijdraagt aan een toekomstbestendig energiesysteem.

Vraag 11:

Kunt u aangeven op basis van welke maatstaven de effectiviteit van Europese coördinatiestructuren wordt gemeten, zoals gezamenlijke gasinkoop en monitoring? Op welke wijze gebeurt deze beoordeling structureel, en draagt dit bij aan het versterken van de energie-unie?

Antwoord:

In het algemeen draagt Europese coördinatie bij aan een beter functionerende interne energiemarkt en het versterken van de Europese leveringszekerheid.

Zoals aangegeven in het antwoord op vragen van het lid Dassen over de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten voor de Europese energiezekerheid en de Nederlandse gasvoorziening20 is de effectiviteit van het Europees gezamenlijke inkoopplatform voor wat betreft gasinkoop moeilijk vast te stellen, mede omdat partijen niet verplicht waren te melden of er daadwerkelijk contracten zijn gesloten. De effectiviteit viel alleen te meten aan hoeveel partijen meededen aan de rondes van het gezamenlijk inkoopplatform en vervolgens aan elkaar gekoppeld werden.

Vraag 12:

In hoeverre sluiten de voorgestelde coördinatiemaatregelen aan bij de beperkte mogelijkheden van de overheid om marktpartijen te sturen? Hoe blijft het evenwicht tussen marktwerking en publieke doelen, bijvoorbeeld betaalbaarheid en leveringszekerheid, gewaarborgd?

Antwoord:

Het kabinet steunt de coördinerende rol van de Europese Commissie op nationale maatregelen voor het vullen van de gasopslagen. Het zijn echter, zoals terecht wordt opgemerkt, eerst en vooral marktpartijen die normaal gesproken gas in de zomer in gasopslagen opslaan om dat vervolgens in te zetten om te voorzien in de wintervraag van hun afnemers. Normaliter geldt dat de prijs waartegen dit gas in de zomer wordt gekocht lager ligt dan de prijs waartegen het in de winter kan worden verkocht. Dit is echter dit jaar niet het geval. Het kabinet heeft EBN voor het opslagjaar 2026/2027 de taak gegeven om tot maximaal 80 TWh de opslagen te vullen indien marktpartijen dit onvoldoende doen.

In de Gas Coordination Group zijn lidstaten en de Europese Commissie in april van dit jaar reeds tot de conclusie gekomen dat het vullen van de gasopslagen niet koste wat kost moet gebeuren als dit de betaalbaarheid van energie ondermijnt, maar dat leveringszekerheid en betaalbaarheid beter tegen elkaar moeten worden afgewogen. De dialoog hierover vindt doorlopend plaats in de Gas Coordination Group. Daarnaast wordt eind dit jaar een het voorstel van de Europese Commissie verwacht voor de herziening van het EU-wetgevend voor energie leveringszekerheid (gas, olie en elektriciteit). Deze discussie zal naar verwachting onderdeel worden van de onderhandelingen over dit voorstel.

Vraag 13:

Op welke wijze wordt geborgd dat tijdelijke crisismaatregelen, zoals steunregelingen of fiscale aanpassingen, daadwerkelijk tijdelijk zijn én passen binnen de lange termijndoelen van verduurzaming en een goed functionerende interne energiemarkt?

Antwoord:

Het kabinet heeft in april een pakket aan maatregelen gepresenteerd waarmee huishoudens en bedrijven worden ondersteund die door de situatie in het Midden-Oosten acuut in de problemen zijn gekomen. Tegelijkertijd wordt de weerbaarheid van Nederland vergroot door de afhankelijkheid van fossiele energie af te bouwen21.

Bij de besluitvorming is per maatregel beoordeeld of deze op korte termijn uitvoerbaar en effectief is, hoe het tijdelijke karakter wordt geborgd en in hoeverre de maatregel past binnen de langetermijndoelen voor verduurzaming en betaalbaarheid van het energiesysteem. Daarmee staat de tijdelijke ondersteuning niet op zichzelf, maar maakt deze deel uit van een breder pakket dat ook is gericht op het verminderen van de fossiele afhankelijkheid en het versterken van de weerbaarheid van het energiesysteem. De volledige inhoudelijke toets kunt u per maatregelen terugvinden in bijlage 2 bij de Kamerbrief.22

In AccelerateEU heeft de Commissie aangegeven dat nationale maatregelen gericht, tijdig en tijdelijk moeten zijn en rekening moet houden met oplossingen die op langere termijn bijdragen aan het vergroten van de weerbaarheid. Eventuele verstoring van de interne markt en verduurzaming zijn belangrijke voorwaarden die genoemd zijn in AccelerateEU en ook door de Europese Raad zijn bevestigd. Zoals aangegeven in de kabinetsappreciatie van AccelerateEU, onderschrijft het kabinet deze uitgangspunten en verwacht het kabinet ook van de Commissie dat deze zal toetsen bij andere lidstaten of nationale maatregelen beperkte marktverstorende effecten hebben op de interne markt.

Vraag 14:

Hoe wordt voorkomen dat Europese ambities rond elektrificatie en versnelling van de energietransitie onvoldoende aansluiten bij de uitvoeringscapaciteit op nationaal niveau, zeker gezien de huidige knelpunten rond netcongestie?

Antwoord:

In steeds meer landen bestaan er tekorten aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet waardoor de elektrificatie wordt vertraagd. Het is dan ook goed dat de Europese Commissie kijkt hoe Europese regelgeving bij kan dragen aan het verminderen van netcongestie waardoor verdere elektrificatie mogelijk wordt gemaakt. De op 17 juli voorgestelde Verordening Netwerktarieven en Energiebelasting is daar een recent voorbeeld van. Daarnaast bevat bijvoorbeeld ook het Grids Package verschillende maatregelen voor het versnellen van vergunningverlening voor elektriciteitsinfrastructuur. Het kabinet wil deze maatregelen zo snel mogelijk implementeren, maar vanwege de nog lopende onderhandelingen is nog niet exact te zeggen wat nodig is om het Grids package om te zetten naar landelijke wetgeving. Via het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) zal het kabinet onverminderd in blijven zetten op het verminderen van netcongestie.

Vraag 15:

Op welke manier zorgen de voorstellen voor een effectief en rechtvaardig stelsel van energiebelastingen dat daadwerkelijk bijdraagt aan de transitie richting duurzame energie?

Antwoord:

De verplichting om elektriciteit lager te belasten dan aardgas geeft een extra prikkel om te elektrificeren. Dit staat tevens in door de Commissie voorgestelde Verordening Netwerktarieven en Energiebelasting waarover in september een BNC-fiche naar de Kamer zal worden verstuurd. Dat draagt bij aan de transitie richting duurzame energie, vermindering van de afhankelijkheid van fossiele energie en versterking van het Europese concurrentievermogen. Het voorstel zou bijvoorbeeld ingevuld kunnen worden door aanpassingen in energiebelasting-tarieven en mogelijk een schijfgrens. Daarbij moet oog zijn voor de gevolgen voor de lasten van verschillende groepen.

Fractie-Visseren-Hamakers

Vraag 16:

De Commissie is bereid de lidstaten bij te staan bij het vaststellen van financiële stimulansen, zoals gerichte belastingkredieten, voor de snelle uitrol van schone energietechnologie.

Het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers vraagt welke mogelijkheden u ziet om met de aangekondigde ondersteuning voor het vaststellen van stimulansen de energietransitie in Nederland te versnellen?

Vraag 17:

Hoe gaat u gebruik maken van deze aangekondigde ondersteuning en de ondersteuning die de commissie later in de mededeling aankondigt? Dit lid ontvangt graag een uiteenzetting voor de verschillende schone energietechnologieën.

Antwoord 16 en 17:

Het kabinet onderschrijft de doelen die de Commissie nastreeft met het AccelerateEU-voorstel.23 Een appreciatie van het onderliggende Electrification Action Plan en de door de Commissie voorgestelde Verordening Netwerktarieven en Energiebelasting volgt in september via een BNC-fiche.

Om de uitrol van schone energietechnologie te versnellen, in lijn met de doelstellingen van AccelerateEU, heeft het kabinet in het voorjaar reeds stappen gezet. Het aftrekpercentage voor de Energie-investeringsaftrek (EIA), waarmee investeringen in verduurzaming door ondernemers fiscaal wordt gestimuleerd, wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. Zoals voorgenomen in het coalitieakkoord wordt de mogelijkheid bezien tot het samenvoegen van EIA en de Milieu-investeringsaftrek (MIA) in een nieuwe robuuste regeling, waarbij tevens uitbreiding van het bereik naar nieuwe cleantech-investeringen wordt verkend.

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord voor de komende jaren tot en met 2032 budget beschikbaar gesteld voor verdere stimulering van hernieuwbare energie en CO2-reductie binnen de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++), waarbinnen onder meer de verdere ontwikkeling van groengasproductie en geothermie worden gestimuleerd. Het kabinet onderzoekt hiernaast of de SDE++ kan worden doorontwikkeld om elektrificatieprojecten tegemoet te komen bij stijgende nettarieven. Daarnaast werkt het kabinet aan de introductie van tweezijdige contracts for difference (CfD’s) in 2027 om de verdere ontwikkeling van zon en wind op land en wind op zee te ondersteunen. Een toelichting op alle categorieën die met de SDE++ worden ondersteund wordt gegeven in de jaarlijkse openstellingsbrief SDE++.24 Een volledig overzicht van de verschillende instrumenten waarmee duurzame energietechnologie wordt ondersteund is te vinden in de departementale begroting van het Ministerie van EZK.25

Vraag 18:

De Commissie kondigt aan op meerdere terreinen direct actie te ondernemen. Zo worden maatregelen genoemd om de capaciteit van olieraffinaderijen beter te benutten en de aanvoer van olie en gas uit niet-EU-landen te vergroten. Deze maatregelen lijken het gebruik van fossiele brandstoffen te stimuleren. Tegelijkertijd bevat de mededeling maatregelen die juist gericht zijn op het versnellen van de energietransitie.

Bent u het met dit lid eens dat maatregelen die het gebruik van olie en gas ondersteunen moeilijk te rijmen zijn met maatregelen zoals de geleidelijke afschaffing van subsidies voor fossiele brandstoffen?

Antwoord:

De maatregelen die de Europese Commissie aankondigt om de aanvoer van olie en gas uit niet-EU-landen te diversifiëren en bestaande infrastructuur beter te benutten, zijn gericht op het waarborgen van de leveringszekerheid terwijl gelijktijdig stappen worden gezet in de energietransitie. Zolang de Europese economie nog deels afhankelijk is van fossiele energie, blijft op de korte termijn de toevoer van olie en gas noodzakelijk voor het draaiend houden van onze economie. Tegelijkertijd laat de huidige crisis zien dat we voor een toekomstige betrouwbare energievoorziening onze afhankelijkheid van de import van fossiele brandstoffen af moeten bouwen. Daarom zet het kabinet als antwoord op de crisis zich in op de versnelde uitrol van hernieuwbare energie, energiebesparing en de geleidelijke afbouw van fossiele subsidies. Deze maatregelen dragen volgens het kabinet beiden bij aan een gecontroleerde energietransitie.

Vraag 19:

Hoe gaat u ervoor zorgen dat de aangekondigde acties van de Commissie de energietransitie in Nederland versnellen?

Vraag 20:

Bij welke aangekondigde maatregelen ziet u risico’s dat deze de energietransitie vertragen en hoe gaat u deze risico’s tegen?

Antwoord vraag 19 en vraag 20:

In AccelerateEU kondigde de Commissie wetgevende en niet-wetgevende maatregelen aan die lidstaten kunnen nemen om de energieprijzen te verlagen en de energietransitie te versnellen. Op 17 juli jl. is vervolgens het «Energy Package» door de Commissie gepresenteerd met daarin onder andere het Elektrificatie Actie Plan en het de verordening Netwerktarieven en Energiebelasting. Deze maatregelen zijn er op gericht om de kosten voor de energietransitie te verlagen. Het kabinet stuurt na het zomerreces een appreciatie van deze voorstellen via een BNC-fiche. In deze fiches zal uiteraard in worden gegaan op hoe deze voorstellen effect hebben op de energietransitie en welke kansen en eventuele risico's het kabinet hierin voorziet en hoe deze al dan niet te mitigeren.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Steenkamp (CDA), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)

X Noot
2

COM(2026)370.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 12.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 12.

X Noot
5

COM(2026)370, p. 8.

X Noot
6

COM(2026)370, p. 11.

X Noot
7

Annex bij COM(2026)370.

X Noot
8

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 15.

X Noot
9

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 14.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 9.

X Noot
11

COM(2026)370, p. 3.

X Noot
12

Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4326, p. 12–13.

X Noot
13

COM(2026)370, p. 4.

X Noot
14

COM(2026)370, p. 12–13.

X Noot
15

COM(2026)370, p. 4.

X Noot
16

COM(2026)370, p. 9–13.

X Noot
17

Kamerstukken II 2026, 108157, non-paper, EU Energy Framework beyond 2030 – Priorities of the Netherlands. Open overheid

X Noot
18

Kamerstuk 2025–2026 31 305–541

X Noot
19

Kamerstuk 2025–2026 36 933–1

X Noot
20

Kamerstukken II 2025/26, 29 023, nr. 641.

X Noot
21

Kamerbrief 36 933–1, 20 april 2026.

X Noot
22

Overzichtstabel inventarisatie instrumentarium energieschok, bijlage 2 bij Kamerbrief nr. 36 933–1

X Noot
23

Kamerstukken II, 2026, 157700

X Noot
24

Kamerstukken II 2025/26, 31 239, nr. 444

Naar boven