32 317 JBZ-Raad

QH BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 augustus 2026

Hierbij bied ik uw Kamer het verslag aan van de ingelaste informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 4 augustus 2026 die via videoverbinding heeft plaatsgevonden.

Het kabinet onderschrijft opnieuw dat de gebeurtenissen in Ceuta zeer zorgelijk, uitzonderlijk en ongekend zijn. De grootschalige irreguliere grensovergang van duizenden mensen naar Ceuta is een schending van de territoriale integriteit van Spanje en daarmee van de Europese Unie. Het kabinet vindt dit zeer zorgelijk. De acute fase van dit incident is nu voorbij. Spanje heeft, in samenwerking met Marokko, de terugkeer van het overgrote deel van de irreguliere migranten bewerkstelligd en nieuwe aankomsten door de grens te versterken voorkomen. Het kabinet benadrukt dat het versterken van de buitengrens en de grootschalige terugkeer de enige correcte response was gegeven de situatie. Het snelle optreden van Spanje was noodzakelijk.Het kabinet spreekt hier waardering voor uit, evenals voor de constructieve samenwerking van en met Marokko. Daarnaast is van belang om nogmaals te benadrukken dat voor de gebieden Ceuta en Melilla speciale Schengenregels gelden (die Spanje heeft uitgevoerd). Er zijn standaard controles tussen Ceuta en Melilla en het vasteland van Spanje (en andere Schengenstaten). Doorreizen vanuit Ceuta naar de rest van Schengen gaat enkel gecontroleerd. Hierdoor is de kans op ongeregistreerde doorreis nihil. Spanje heeft opnieuw bevestigd, ondersteund door Frontex, dat er tot op heden geen irreguliere migranten zijn doorgereisd vanuit Ceuta naar het vaste land van Spanje of andere lidstaten in het Schengengebied.

Dat betekent niet dat de EU en Spanje de aandacht nu kan laten verslappen. Het is helder dat er grootschalig irreguliere aankomsten zijn geweest en dat deze irreguliere migranten ook op grote schaal zijn vetrokken. De irreguliere migranten zijn, door de chaotische situatie op 30 en 31 juli jl., niet geregistreerd bij binnenkomst van Ceuta. Ook is het niet mogelijk geweest om de terugkeer van al deze irreguliere migranten te registeren. Er bestaat daarom onduidelijkheid over het precieze aantal resterende irreguliere migranten dat zich nog in Ceuta bevindt. Ook heeft het kabinet zorg over de alleenstaande minderjarige vreemdelingen die zich mogelijk nog in Ceuta bevinden. Het is noodzakelijk dat Spanje haar inzet op het terug laten keren van de resterende irreguliere migranten blijft continueren. Spanje heeft tijdens de JBZ-raad bevestigd dat zij dit zal doen. Het kabinet blijft hier aandacht voor vragen. Tevens is het van belang dat Frontex de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen nauw blijft monitoren en hierover rapporteert. Het kabinet zal daarom, samen met andere gelijkgezinden lidstaten, hierop blijven aandringen. Verder is het evident dat Nederland haar eigen grenzen bewaakt. In Nederland voert de Koninklijke Marechaussee (KMar) het grenstoezicht uit. Indien er aanleiding voor is, zal de KMar het grenstoezicht daarop inrichten.

Het kabinet benadrukt dat het cruciaal is dat Spanje beziet hoe de buitengrens bij Ceuta, in samenwerking met Marokko en met steun van de Europese Commissie, versterkt kan worden en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. De Commissie moet, als hoeder van de verdragen, hierop toezien. Verder is het kabinet van mening dat het – met het oog op het voorkomen van een vergelijkbare plotselinge toestroom van irreguliere migranten voor de toekomst – nodig is om beter in beeld te brengen hoe deze situatie bij Ceuta heeft kunnen ontstaan. Nederland heeft de Europese Commissie en de relevante EU-agentschappen verzocht dit samen met Spanje te onderzoeken. Hen is gevraagd hierin in ieder geval de oorzaken, inclusief de rol van mensensmokkelaars en tekortkomingen aan de Spaanse buitengrens, mee te nemen. Hoe sociale media in dit verband zijn gebruikt, is ook een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast is het verder ontwikkelen van een vroegtijdig waarschuwingssysteem hierbij cruciaal. Het kabinet blijft hierop aandringen en verzoekt de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15–16 oktober aanstaande.

Daarnaast is het van belang om de EU meer weerbaar te maken tegen dergelijke situaties. De EU-lidstaten en de Europese Commissie waren tijdens de JBZ-raad onverdeeld over de conclusie dat we lessen moeten trekken uit deze gebeurtenissen. We moeten als EU ons asiel-, migratie- en grenssysteem verder versterken en de instrumenten benutten en verder ontwikkelen om adequaat te kunnen reageren. Het verbeteren van het interne EU-systeem is daarin net zo belangrijk als de samenwerking met derde landen. Onmisbaar is daarbij de volledige en goede implementatie van het Europese Asiel en Migratiepact, inclusief overdrachten onder de Asiel- en Migratiebeheer Verordening. Ook blijft het kabinet zich actief inzetten voor een gecoördineerde EU-aanpak om irreguliere migratie, mensensmokkel en instrumentalisering van migranten tegen te gaan. Hiervoor is ook een sterke roep onder EU-lidstaten. Er zijn concrete stappen nodig om onder andere de Schengengovernance te verstevigen door het transparant maken en open bespreken van de tekortkomingen tijdens de Schengenraad. Ook het operationaliseren van innovatieve oplossingen waaronder de terugkeerhub en het veilig derde land concept zijn van belang. Het kabinet zal zich richting de JBZ-Raad van 1 oktober en de Europese Raad van 15-16 oktober inzetten voor een heldere en EU gecoördineerde weg voorwaarts op deze punten. Uw Kamer wordt in aanloop naar de JBZ van 1 oktober a.s. en de ER van 15 en 16 oktober a.s. hierover geïnformeerd.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 4 augustus 2026

1. Migratiesituatie in Ceuta

Vanwege grote zorgen van vele lidstaten over de situatie in Ceuta heeft het Iers Voorzitterschap de extra informele JBZ-Raad belegd waarbij de Europese Commissie, Frontex en Spanje starten met het schetsen van de situatie en ontwikkelingen. Spanje trapte af, waarbij de migratiesituatie in Ceuta centraal stond. Spanje benadrukte dat – mede door de getroffen maatregelen en de speciale status van de exclaves – de integriteit van het Schengengebied behouden is gebleven. Spanje deelde dat op 30 en 31 juli naar schatting rond de 72.000 personen irregulier de grens zijn overgegaan vanuit Marokko naar Ceuta. Daarbij geldt dat het overgrote deel van deze mensen, rond de 70.000 personen, al teruggekeerd is. Spanje benadrukte dat zij zich, samen met Marokko, blijvend zullen inzetten voor de terugkeer van de resterende personen. Spanje uitte teleurstelling over het ervaren gebrek aan solidariteit in de EU, en wees erop dat dergelijke incidenten ook in het verleden op andere plekken in de EU hebben plaatsgevonden. Spanje gebruikte dit moment ook om te onderstrepen dat door de goede samenwerking met de Marokkaanse autoriteiten de afgelopen jaren duizenden grensoverschrijdingen naar de EU zijn voorkomen. Spanje en Frontex benoemde dat door de chaotische situatie er nauwelijks personen zijn geregistreerd, waardoor de cijfers op onderbouwde schattingen zijn gebaseerd.

De algemene toon tijdens de JBZ-raad was consensusgericht. Alle lidstaten, inclusief Nederland, spraken waardering uit voor het snelle handelen van Spanje bij het versterken van de buitengrens en de grootschalige terugkeer. Tegelijkertijd benadrukte Nederland, net als vele andere lidstaten dat de gebeurtenissen in Ceuta zeer zorgelijk, uitzonderlijk en ongekend zijn. Nederland benadrukte, in lijn met wat Spanje heeft toegezegd, dat Spanje alles op alles moet blijven zetten om ook de nog niet teruggekeerde irreguliere migranten te laten terugkeren naar Marokko en de buitengrens verder te versterken zodat er geen aanzuigende werking ontstaat voor anderen die ook irregulier naar Spanje en de EU willen komen. Dit werd gesteund door enkele lidstaten. Tevens riep Nederland, en enkele andere lidstaten, Frontex op tot het blijven monitoren van de situatie aan de grens, het aantal irreguliere migranten in Ceuta en eventuele bewegingen. Frontex moet hierover ook rapporteren naar de lidstaen. Ook benadrukten verschillende lidstaten, waaronder Nederland, het belang van onderzoek naar de vraag hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan, met specifieke aandacht voor hoe sociale media gebruikt zijn en de tekortkomingen aan de buitengrens. Nederland verzocht de Europese Commissie en de agentschappen te rapporteren in de gebruikelijke gremia; in het bijzonder voor de JBZ-Raad van 1 oktober en Europese Raad van 15–16 oktober aanstaande. Europol en Frontex deelden dat zij ook onderzoek doen naar de oorzaken van de crisis. Onder andere op basis van de uitkomsten van dergelijk onderzoek, riep een groot deel van de lidstaten op tot verbetering en door ontwikkelen van een vroegtijdig waarschuwingssysteem.

Alle EU-lidstaten benadrukten tijdens de JBZ-raad dat we als EU-lessen moeten trekken uit deze gebeurtenissen en dat we onze buitengrenzen gezamenlijk moeten versterken. Het merendeel van de lidstaten benadrukte daarbij dat de bewaking van de EU-buitengrenzen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is en dat de EU moet verkennen of er momenteel voldoende instrumenten beschikbaar zijn voor de lidstaten om in de toekomst, adequaat te kunnen reageren op de instrumentalisering van migranten. Nederland heeft herhaald klaar te staan om via onder andere Frontex, indien dat nodig is, lidstaten te ondersteunen bij het beschermen van de buitengrens. In het bijzonder vroeg Nederland, gesteund door een aantal andere lidstaten, aandacht voor de naleving van het Schengenacquis en versterking van de Schengen governance door het adresseren van tekortkomingen in het beheer aan de buitengrens. Lidstaten zullen meer inzicht moeten hebben in de staat van het beheer van de buitengrenzen in alle lidstaten. Tekortkomingen moeten op politiek niveau besproken worden en aanbevelingen moeten onverkort worden geïmplementeerd. Overwegend benadrukten de lidstaten het belang van het goed en volledig implementeren van hetEuropese Asiel en Migratiepact. Nederland riep expliciet op tot het volledig uitvoeren van de overdrachten onder de Asiel- en Migratiebeheer Verordening. Ook heeft Nederland opgeroepen tot een gecoördineerde EU-aanpak om irreguliere migratie, mensensmokkel en instrumentalisering van migranten tegen te gaan. Hiervoor is ook een sterke roep onder EU-lidstaten. Het overgrote deel van de lidstaten benadrukte ook dat de samenwerking en aangaan van partnerschappen met derde landen onmisbaar is, en dat de EU hier verder in moet investeren. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten daarbij het belang van het operationaliseren van innovatieve oplossingen, zoals de terugkeerhub.

De Europese Commissie plaatste de situatie in het bredere perspectief van dalende irreguliere aankomsten en asielaanvragen in de EU van de afgelopen jaren. De Europese Commissie erkende dat er vervolgstappen nodig zijn, om de EU weerbaarder te maken. Verder deelde de Commissie ook al een aantal aanbevelingen: volledige implementatie van het Pact, verdere versterking buitengrenzen, betere implementatie aanbevelingen uit Frontex-kwetsbaarheidsanalyses en vroegtijdige waarschuwingssystemen.

Naar boven