Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 augustus 2026
In het commissiedebat bouwregelgeving van 1 juli 2026 heb ik in reactie op de inbreng
van het lid De Hoop (PRO) toegezegd om na te gaan (fact finding) wat bouwbedrijven
en Bouwend Nederland in 2024 hebben gezegd over het niet doorgaan van de verplichte
verblijfsvoorzieningen voor bouwwerkafhankelijke beschermde diersoorten bij woningen
(TZ202607-086).
Op 28 november 2024 heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer geïnformeerd1 dat er geen eisen worden opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) voor
het aanbrengen van verblijfsvoorzieningen voor bouwwerkafhankelijke beschermde diersoorten
(huismus, gierzwaluw en vleermuis) bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie van woningen.
Eerder was daartoe een wijziging van het Bbl ter voorhang aan uw Kamer gestuurd op
7 mei 2024.2
Voorafgaand aan deze brief, had het KAN-platform op 15 november 2024 een open brief
gestuurd aan mijn ambtsvoorganger3, waarin werd gevraagd om deze eisen in het Bbl zo spoedig mogelijk te publiceren
en in werking te laten treden. Deze brief was ondertekend door directeuren van de
drie brancheverenigingen achter het KAN platform (Bouwend Nederland, WoningbouwersNL
en NEPROM).
Nadat mijn ambtsvoorganger op 28 november 2024 in haar kamerbrief duidelijkheid had
gegeven over het niet meer opnemen van de betreffende eisen in het Bbl voor woningen,
is er geen reactie door de drie genoemde brancheverenigingen naar het ministerie geregistreerd.
Ook hebben hierover geen nadere gesprekken plaatsgevonden tussen de brancheverenigingen
en het ministerie.
In 2025 is bij het verder in procedure brengen van de betreffende eisen voor alleen
utiliteitsgebouwen geen nieuw pleidooi vanuit de bouw gekomen naar het ministerie
voor het alsnog opnemen van de eisen voor woningbouw. Ook uw Kamer heeft bij het schriftelijke
overleg van 3 december 2025 over de betreffende Bbl-wijziging dit niet opnieuw aan
de orde gesteld.4
De Bbl-wijziging die zich richt op de utiliteitsbouw, ligt thans voor ter advies bij
de Raad van State. Verder werk ik aan een wijziging van de Omgevingsregeling (Or)
met daarin de technische eisen, die aan de verblijfsvoorzieningen worden gesteld.
Bij de internetconsultatie zijn er veel reacties gekomen op deze technische eisen,
die ik thans zorgvuldig bezie en daarna zal bespreken met een eerder betrokken klankbordgroep.
De inwerkingtreding van de eisen voor utiliteitsgebouwen is hierdoor niet eerder voorzien
dan 1 juli 2027.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan