Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 augustus 2026
Met deze brief informeert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Kamer
over de stand van zaken rondom de maatregelen om de huidige achterstand met de uitgifte
van vliegbrevetten bij de ILT-Luchtvaartautoriteit weg te werken en om te voorkomen
dat nieuwe achterstanden ontstaan. Hiermee wordt de motie1 van het lid Heutink (Groep Markuszower) afgedaan.
Ook bevat deze brief de antwoorden op de schriftelijke vragen2 van het lid De Groot (VVD) over hetzelfde onderwerp. Gezien de inhoudelijke samenhang
tussen de motie en de gestelde vragen, worden beide zaken in deze brief gezamenlijk
behandeld.
Afdoening van de motie van het lid Heutink (Kamerstuk 31 936, nr. 1288)
Welke maatregelen zijn er genomen om de huidige achterstand bij de ILT weg te werken?
Om achterstanden bij de afgifte van de vliegbrevetten weg te werken en nieuwe aanvragen
tijdig af te handelen, heeft de ILT-Luchtvaartautoriteit de capaciteit structureel
uitgebreid met nieuwe medewerkers. Daarnaast maakt de ILT-Luchtvaartautoriteit, waar
mogelijk, gebruik van flexibele interne capaciteit.
Voor brevetten voor piloten (Flight Crew Licensing, FCL) worden aanvragen voor commerciële
piloten binnen de wettelijke termijn van acht weken afgehandeld, om verstoringen van
de vliegoperatie te voorkomen. Daarnaast kan na het behalen van een aanvullende bevoegdheid
een tijdelijk brevet (temporary permission) worden afgegeven, waarmee de nieuwe bevoegdheid gedurende maximaal acht weken mag
worden uitgeoefend. Om de gevolgen van de huidige achterstanden zoveel mogelijk te
beperken, heeft de ILT-Luchtvaartautoriteit de geldigheid van het tijdelijke brevet
tijdelijk (tot en met 31 december 2026) verlengd naar zestien weken en hierover het
European Union Aviation Safety Agency (EASA) geïnformeerd. Op deze manier kunnen aanvragers
snel aan de slag en voorkomt de ILT-Luchtvaartautoriteit onnodig oponthoud.
De ILT-Luchtvaartautoriteit heeft als doel om de doorlooptijden van de pilotenbrevetten
uiterlijk aan het einde van deze zomer weer binnen de wettelijke termijn te brengen.
Daarnaast vraagt lid Heutink hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. Ook in het
antwoord op vraag 11, verderop in deze brief, wordt gevraagd naar het voorkomen van
nieuwe achterstanden. «Bekijken of de werkwijze aangepast dan wel ingekort kan worden zodat er geen nieuwe
achterstand ontstaat.»
De ILT-Luchtvaartautoriteit heeft de procesinrichting op meerdere punten aangescherpt,
waardoor de ILT-Luchtvaartautoriteit aanvragen aan de voorkant onder andere strikter
beoordeelt op volledigheid voordat zij in behandeling worden genomen. Dit draagt bij
aan het structureel voorkomen van een langer behandelproces of ongewenste vertraging.
Daarnaast monitort de ILT-Luchtvaartautoriteit de werkvoorraden nu via een nieuw dashboard,
zodat, indien nodig, de aanvragen geprioriteerd en/of herverdeeld kunnen worden.
Ook blijft de inzet van ondersteunende capaciteit voor minder complexe aanvragen gehandhaafd,
zodat de inhoudelijke experts zich kunnen blijven richten op de complexere dossiers.
De ILT-Luchtvaartautoriteit heeft contact met de sector om er zoveel mogelijk voor
te zorgen dat er geen operationele problemen ontstaan. De ILT-Luchtvaartautoriteit
werkt samen met de sector aan het standaardiseren van de wijze van aanleveren van
informatie. Door meer uniformiteit in dossiers kan de beoordeling beter worden ondersteund
dankzij gestandaardiseerde beoordelingskaders en -tools. Dit draagt bij aan een efficiëntere
behandeling en verkorting van doorlooptijden, met behoud van een zorgvuldige en consistente
beoordeling.
Verder hebben luchtvaartmaatschappijen inzicht in de openstaande aanvragen en kunnen
zij in overleg prioritering aanbrengen. Alle maatregelen die de ILT-Luchtvaartautoriteit
treft zijn gericht op een stabiel en voorspelbaarder proces, waarin kwaliteit en luchtvaartveiligheid
leidend blijft en structurele achterstanden worden voorkomen.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans