21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 3457 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT

Vastgesteld 23 juli 2026

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 3 juni 2026 overleg gevoerd met de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken, over Iran.

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Klaver

De griffier van de commissie, Westerhoff

Voorzitter: De Roon

Griffier: Dekker

Aanwezig zijn negen leden der Kamer, te weten: Dekker, Diederik van Dijk, Dobbe, Van Lanschot, Maes, Nanninga, Piri, De Roon en Van der Werf,

en de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken.

Aanvang 10.02 uur.

De voorzitter:

Goedemorgen, dames en heren. Ik open het commissiedebat van de Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken. Gespreksonderwerp is Iran. We hebben geen brief van het departement hierover gezien, dus je kunt alle kanten op, als het maar aan Iran raakt. In ieder geval heet ik de Minister van Buitenlandse Zaken met zijn staf van harte welkom en verwelkom ik uiteraard ook alle belangstellenden op de publieke tribune. Ik kijk uit naar een goed debat. Op dit moment zijn we met acht woordvoerders, inclusief mijzelf. Ik zou vier minuten spreektijd en twee interrupties in tweeën per fractie in deze termijn willen voorstellen. Twee interrupties in tweeën in deze termijn dus; daar kunnen we wel mee werken, hoop ik. Ik geef om te beginnen het woord aan mevrouw Van der Werf van de fractie van D66.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dank u wel, voorzitter. De crisis in Iran duurt voort en de bommen vliegen ook vanochtend weer heen en weer. We zijn drie maanden later nog altijd getuige van de zelfverkozen puinhoop die Trump over de rest van de wereld heeft afgeroepen, een blunder die zonder enige directe aanleiding de wereldorde verder heeft ontwricht, die tot grote inflatie leidt en die nu ook de mondiale voedselproductie bedreigt. We zullen de gevolgen naar verwachting nog heel lang voelen, ook als er straks een diplomatieke oplossing ligt. Het is echter nog maar de vraag hoe snel die oplossing er komt. Terwijl Trump zich namelijk uit zijn eigen impasse probeert te bluffen, grijpt Netanyahu iedere kans aan om de oorlog op te poken. Zo houden ego's en zelfzucht instabiliteit in het Midden-Oosten in stand.

Het is goed dat er een coalitie klaarstaat om, mocht er een deal komen, de doorvaart in de Straat van Hormuz op gang te brengen en dat Nederland bereid is om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Niet voor Trump, maar voor onszelf. Voor mijn partij is het daarbij belangrijk dat dit gebeurt in goede afstemming met alle bij dit conflict betrokken partijen, met een helder mandaat en in een zo breed mogelijke coalitie. Dit is namelijk een wereldwijd probleem waarin Europa vanzelfsprekend een rol te spelen heeft. Laat ik daarbij ook opmerken dat het natuurlijk een beetje vreemd blijft dat onze vrienden in de Golf jarenlang hun oliemiljarden hebben gestoken in wolkenkrabbers, aquaria en indoorskiparadijzen, maar dat niemand heeft bedacht om ook een paar mijnenvegers te kopen. Kan de Minister toelichten hoe de Hormuzcoalitie er nu uitziet en wat hij verwacht van onze partners buiten Europa?

Het internet in Iran lijkt deels hersteld en Nederlandse Iraniërs kunnen weer even horen hoe het met hun geliefden gaat. Een welkom en verwarmend teken van leven, maar wat ze verder horen, stemt natuurlijk weinig hoopvol. We zagen hoe het bloed letterlijk van de straten wordt gespoten en we horen over wie er nog altijd missen en wie er nog dagelijks hun einde vinden aan de strop van dit regime, dat er nog gewoon zit. Want Trumps oorlog heeft de Iraniërs niets gebracht. Sterker nog, zijn aanvallen hebben de lucht uit de longen van de politieke oppositie geblazen. De ayatollahs en de Revolutionaire Garde hebben samen deze kans aangegrepen om het volk nog verder te verstikken. Amerika onderhandelt alleen nog maar over Hormuz. Nucleaire zaken volgen later, laat staan de bevolking van Iran. Laat Europa daarom hun stem zijn. Als wij een rol te spelen hebben, en dat moment zal op een gegeven moment ongetwijfeld komen, laat ons er dan voor de mensen staan. Eis een einde aan de executies, herstel het internet en kom op voor de positie van vrouwen, mensenrechtenverdedigers en de democratische krachten in Iran. Dat is het minste wat we voor ze kunnen doen. Welke rol ziet de Minister hier weggelegd voor Europa?

Voorzitter. Tot slot nog Libanon, waar van een staakt-het-vuren niets te merken is, terwijl alle diplomatieke en militaire experts eigenlijk hetzelfde zeggen: Hezbollah kan helemaal niet militair worden vernietigd. Toch houdt Netanyahu vast aan zijn doctrine van verdrijving, verwoesting en nietsontziend geweld, met alle gevolgen van dien voor de Libanezen, maar ook voor Israël zelf. De laatste keer dat het land zo diep Libanon binnentrok, werd Hezbollah nota bene opgericht. Deze regering voedt nu opnieuw de vijand die ze zegt te bestrijden. Is de Minister nog steeds van mening dat Libanon ook onder het staakt-het-vuren zou moeten vallen? Is hij bereid om met zijn Europese collega's gezamenlijk op te treden tegen deze expansiedrang?

Wat ons betreft is iedere escalatie opnieuw een reden om in Brussel nog harder te pleiten voor het openbreken van het associatieakkoord.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van der Werf. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Lanschot. Sorry. Ik weet niet wie het eerste was. Ik geef mevrouw Dobbe dan maar de kans. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):

Met dat laatste ben ik het natuurlijk sowieso helemaal hartgrondig eens, dus daar sluit ik me graag bij aan. Mevrouw Van der Werf begon haar betoog met te zeggen dat deze oorlog een grote blunder was van Trump. Ook daar ben ik het mee eens. Die zou keihard veroordeeld moeten worden. We wachten ook nog steeds op die veroordeling door deze regering. Maar vervolgens maakt mevrouw Van der Werf wel heel makkelijk een stap. Je hebt de gevolgen in de regio en je ziet dat de Straat van Hormuz helemaal wordt geblokkeerd. De hele wereld heeft daar last van. Vervolgens steunen wij wel een coalitie om dat op te lossen. Vindt mevrouw Van der Werf dan niet dat Trump eerst moet worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid om de Straat van Hormuz weer veilig te maken en te openen, in plaats van dat wij nu instappen en eigenlijk doen wat hij al eerder van ons heeft geëist?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Laat helder zijn: wij stappen nu niet in, omdat dat gewoon veel te onveilig is. Maar ik denk dat wij niet met z'n allen pijn moeten gaan lijden door deze blamage, waardoor Jan aan de pomp steeds meer kan gaan betalen, omdat wij ons in een positie laten drukken waarin wij alleen maar afwachten wat er straks gebeurt. Ik denk dat er eerst een diplomatieke oplossing moet komen voor je een militaire stap kan zetten. Daar staat Trump nu voor aan de lat. Dat is zijn eigen schuld. Maar ik vind niet dat we als Nederland dan moeten gaan zeggen: dat vinden we allemaal moeilijk en ingewikkeld; wij zijn niet thuis.

Mevrouw Dobbe (SP):

Mijn vraag was natuurlijk: vindt mevrouw Van der Werf dat we Trump moeten aanspreken op de verantwoordelijkheid om daarin een rol te nemen, alvorens wij instappen? Ik vind namelijk ook dat mensen hier niet de rekening moeten betalen voor wat hij heeft gedaan en voor de ellende in het Midden-Oosten. «We stappen nu nog niet in.» Dat zegt mevrouw Van der Werf heel stellig. Dat doen we natuurlijk wel, want die mijnenveger is al onderweg. Dat staat – daar zal ik zo meteen ook vragen over stellen – in een brief met de titel De voorbereidingen op een missie naar de Straat van Hormuz. We zijn dus in feite al bezig met die missie. Dat schip maakt alleen een tussenstop. Dat heeft natuurlijk op zichzelf ook risico's voor ons, nog los van het feit dat Trump die verantwoordelijkheid zou moeten hebben en dat we hem daarop zouden moeten aanspreken. Dat schept namelijk onduidelijkheid over waar wij nu mee bezig zijn. Is mevrouw Van der Werf het daarmee eens?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ik ben het daar niet mee eens. Mevrouw Dobbe zegt eigenlijk: als je met elkaar de Straat van Hormuz weer open zou willen maken op het moment dat de veiligheidssituatie dat toelaat, dan stap je in in dit conflict. Daar ben ik het gewoon echt niet mee eens. Daarnaast denk ik dat alleen Trump aanspreken hier niet zo veel zin heeft. De Verenigde Staten hebben op dit moment helemaal geen mijnenvegers in huis om dit te kunnen doen. Dat zullen andere landen dus moeten oplossen. Wij hebben die wel. Wij hebben eerder ook laten zien dat we dat kunnen. Ik vind dat wij daar onze verantwoordelijkheid in moeten nemen, niet om Trump te pleasen, maar omdat ik vind dat we ook een verantwoordelijkheid hebben naar de mensen in Nederland, die denken: wanneer is dit een keer afgelopen?

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Een vraag aan mevrouw Van der Werf. Zij begon met hele stevige woorden richting de VS en vervolgens ook richting Israël vanwege de ontstane situatie daar. Het lijkt bijna alsof we eerder nog concessies verwachten van de VS en Israël dan van Iran. Dat zal toch ook niet de waarheid zijn? Kan mevrouw Van der Werf daarop reflecteren? Wij hebben toch zogezegd ook wel een ding, een dispuut, met Iran?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Dan gebruik ik deze gelegenheid graag om dat te beamen. Wij hebben natuurlijk iets te stellen met Iran, maar ik zeg ook dat dit, zeker als je nu kijkt naar de puinhoop die het is geworden, een buitengewoon domme actie is geweest. Ik vraag de heer Van Dijk dan ook meteen maar even of hij dat kan beamen, want als we nu naar de resultaten kijken, dan hebben de gewone Iraniërs daar buitengewoon weinig aan gehad.

De voorzitter:

Het is aan de heer Van Dijk of hij die vraag wil beantwoorden, maar in ieder geval heeft hij nog een tweede termijn.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik zal daar in mijn eigen bijdrage op ingaan. Nogmaals, het was ook een vraag om opheldering, maar ik mis nog het volgende. Het lijkt zomaar van: de VS en Israël hebben een stevig probleem. Maar we hebben het over nucleaire dreiging en we hebben het over een sponsor van wereldwijd terrorisme. Dat heeft mevrouw Van der Werf zelf ook gezegd, maar we hebben het over een regime met heel veel bloed aan de handen. Het is dus ook ons probleem. Dat was mijn vraag aan mevrouw Van der Werf: erkent zij dat?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Het is iedereens probleem, maar bovenal is het een probleem van de Iraanse bevolking die onder dit bewind moet leven. Ik vind dat het onze insteek moet zijn om hun positie te verbeteren. Als je dan kijkt naar Trump, die Obama's nucleaire deal opzijschoof omdat hij dat eigenlijk een te slechte deal vond en nu op het punt staat een nog veel slechtere deal te sluiten, vind ik dat heel slecht. Ik vind het ook slecht als je kijkt naar de Straat van Hormuz. Iran is nu in een positie om daar überhaupt over te onderhandelen en om daar geld aan te verdienen door daar tol te gaan heffen. Dat waren ze helemaal nooit. In die zin hebben wij dus stappen achteruitgezet. Dat is wat ik heb willen zeggen met mijn betoog.

De voorzitter:

Goed. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Van Lanschot van het CDA.

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank u wel, voorzitter. De situatie in en rond Iran blijft zorgwekkend. De Straat van Hormuz is nog steeds gesloten en dat is meer dan een regionaal militair probleem. Het is een levensader voor energie, voedsel, kunstmest en handel. Als die route dichtgaat of onveilig wordt, voelen kwetsbare landen dat als eerste. Dat zijn juist landen die al kampen met hoge voedselprijzen, schulden en conflict. Graag horen we van de Minister, voor zover hij daar inzicht in heeft, wat de stand van zaken is met betrekking tot een mogelijk akkoord tussen Iran en de VS ten aanzien van de onderwerpen wapenstilstand, nucleaire ontwapening, sancties, humanitaire hulp en een eventuele internationale missie om de Straat van Hormuz te heropenen. Het CDA benadrukt hierbij nogmaals de drie randvoorwaarden die wij zien, namelijk geen actieve gevechten, een defensieve operatie en multinationale samenwerking, bijvoorbeeld met een VN-mandaat.

Voorzitter. Is er op dit moment humanitaire hulp aan de bewoners van Iran? Zo ja, via wie loopt die? Is dat via de VN, de Rode Halve Maan, het Rode Kruis of andere organisaties? Krijgen hulporganisaties toegang tot burgers die geraakt worden door de oorlog en door binnenlandse repressie? Welke mogelijkheden zijn er om meer te doen voor mensen in nood, zonder daarmee het regime te steunen? In hoeverre wordt de Iraanse diaspora hierbij betrokken?

Voorzitter. Terecht wordt er gewezen op de gevolgen van het conflict voor ontwikkelingslanden. Zij worden het hardst geraakt als het gaat om voedselzekerheid en energieprijzen. Nederland zet in op samenwerking met de VN, de Wereldbank, IMF en regionale ontwikkelingsbanken. Dat is goed, maar het moet concreet worden: waar zitten de grootste gaten en hoe verhoudt de Nederlandse inbreng zich daartoe?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Lanschot. Dan is het woord aan mevrouw Dobbe van de SP.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dank u wel, voorzitter. De mensen in Iran zitten klem. We zien schrikbarende cijfers via Amnesty: bijna 2.300 burgerdoden en 32.000 burgers gewond geraakt bij de aanvallen door de VS en Israël, waaronder 383 kinderen. We herinneren ons nog de aanval op de meisjesschool in Minab, waar 120 meisjes, kinderen, zijn gedood, en waarvoor? Bevrijding voor het Iraanse volk van het regime ... Het was natuurlijk geen bevrijding, maar een bevrijding van olie, geopolitieke belangen en militaire arrogantie van de VS. Dat blijkt ook wel uit een aantal van de onlineberichten die we van Trump hebben gezien. De hele Iraanse beschaving zou worden uitgeroeid en later leek hij zelfs op een nucleaire aanval te doelen. Een bevolking willen uitroeien, is dreigen met genocide – dat is geen bevrijding.

Ondertussen zien we in Iran, waar de repressie onder het regime al verschrikkelijk was, dat de repressie alleen maar verder is toegenomen. Er worden meer mensen geëxecuteerd. Duizenden mensen worden willekeurig gearresteerd. Mensen verdwijnen. We horen berichten over marteling. 1,6 miljoen Iraniërs zijn op de vlucht geslagen. De rest van het Midden-Oosten staat in brand en hier stijgen de energierekening en de prijzen van de boodschappen en komen dus ook mensen in de problemen. We hebben er eerder in de Kamer over gesproken, maar sindsdien is de situatie voor de Iraniërs, voor het Midden-Oosten én voor de wereld eigenlijk alleen maar een stuk slechter geworden. Daarom heb ik de volgende vragen. Wat kunnen we doen om de straffeloosheid van het Iraanse regime aan te pakken, voor de misdaden die zij begaan hebben en begaan tegen de bevolking? Wat kunnen we doen om te zorgen dat de daders van die misdaden worden vervolgd? Welke mogelijkheden zijn daarvoor en welke mogelijkheden streeft deze Minister na? Is de Minister nu bereid om de aanvallen van de VS en Israël te veroordelen als schendingen van het internationaal recht? Wat doet de Minister om de gevolgen van de aanvallen van de VS en Israël en de grote aantallen burgers en kinderen die daarbij zijn gedood, onafhankelijk te laten onderzoeken?

In Iran was de positie van vrouwen al ontzettend slecht. In oorlog en als mensen op de vlucht zijn, worden vrouwen en meisjes vaak nog harder geraakt. We hebben eerder gevraagd om steun aan vrouwenorganisaties, Iraanse vrouwenorganisaties, die vrouwen helpen, ondersteunen en beschermen en die bewijs verzamelen van misdaden. Hoe staat het daarmee? Lukt dat nog? Kan Nederland nog wat betekenen, ook nu de ambassade volgens mij niet meer in Iran aanwezig is?

Dan ben ik bij de Straat van Hormuz. Trump vindt dat de NAVO moet helpen om zijn oorlog daar af te maken, maar Nederland moet echt voorkomen dat we onderdeel worden van deze illegale oorlog van Trump. In plaats daarvan moeten we hem aanspreken, zodat hij zijn verantwoordelijkheid ook neemt voor de gevolgen van zijn illegale oorlog. Is dat gebeurd of is de Minister dat nog van plan? Wat is er toegezegd aan andere landen over de inzet van Nederland in de Straat van Hormuz? Ik vroeg daar gisteren al naar. Een Nederlands marineschip, een mijnenjager, is onderweg naar de Middellandse Zee. Dat werd ons gemeld in een kort briefje met de titel Update operationele voorbereidingen Straat van Hormuz. Dit Nederlandse marineschip lijkt dus eigenlijk al bezig te zijn met die missie. Het lijkt dus eigenlijk al onderweg naar de Straat van Hormuz en lijkt te blijven wachten in de Middellandse Zee totdat het signaal komt van de Minister dat het door kan varen. Het parlement mag straks pas wat vinden als het marineschip al bijna in de Straat van Hormuz is. Klopt dit? Zo niet, wat klopt er dan niet aan, vraag ik de Minister. Ziet de Minister ook het risico op het moment dat wij een marineschip naar de Middellandse Zee sturen, nu dus, met als titel Onderdeel van de missie naar de Straat van Hormuz, dat andere landen dan ook zien dat wij bezig zijn met een missie naar de Straat van Hormuz? Welke risico's brengt dat met zich mee, nu die oorlog nog bezig is? Iedereen zegt hier namelijk dat we pas moeten deelnemen aan die missie als er een akkoord is, maar dat is er nu niet en iedereen ziet wel dat wij al bezig zijn met die missie. Welke risicoanalyse is daar gemaakt? Kan de Minister die met ons delen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Dobbe. Dan is het woord aan mevrouw Nanninga, die spreekt namens JA21.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dank u wel, voorzitter. De heer Hoogeveen, die hier normaal zit, zit vandaag in het plenaire Verantwoordingsdebat. Het is dus aan mij de eer om dit commissiedebat vandaag te mogen doen met u.

Voorzitter. De situatie rondom Iran blijft uiterst gespannen. Dat heeft belangrijke gevolgen voor de energieprijzen en de stabiliteit in het Midden-Oosten. De Verenigde Staten en Iran zijn elkaar de afgelopen dagen ook weer aan het bestoken, hard genoeg om de druk op elkaar te verhogen, maar subtiel genoeg om de lopende gesprekken niet te doen klappen. De Amerikanen azen daarbinnen op de heropening van de Straat van Hormuz en mogelijk op een nieuw nucleair akkoord. Dat moet voor de Iraanse bevolking een hard gelag zijn. Helaas blijkt dat het Iraanse regime zich na een halve eeuw terreur en tirannie nog altijd stevig in het zadel weet te houden.

Voorzitter. U kent JA21 als een realistische partij. Daarom kijken wij altijd wat Nederland kan doen, in plaats van een beetje hoog over geopolitiek te vingerverven. Nederland geeft met het uitzenden van Zijner Majesteits Willemstad een goed signaal af voor onze bereidwilligheid om mee te helpen met de spoedige opening van de Straat van Hormuz. Kan de Minister toelichten of er nog nieuws is sinds de recente Kamerbrief over de voorbereidingen omtrent de missie? De teller staat volgens mij al op 50 welwillende landen, die willen bijdragen.

Hierover gesproken: de Europese Commissie verbergt slecht dat zij een grote rol voor zichzelf ziet weggelegd hierbinnen. Voorzitter Von der Leyen gaat pontificaal op de generaalsstoel zitten, zo lijkt het, en zegt zelfs dat bestaande EU-missies in die regio moeten worden uitgebreid naar een maritieme coördinatiemissie. Hoe kijkt het kabinet hiernaar? Ziet Nederland hier ook brood in? Is het volgens de Minister behulpzaam dat de Europese Commissie door het Frans-Britse initiatief heen lijkt te gaan fietsen? Volgens mijn fractie kan de Commissie zich beter focussen op het aanhalen van handelsbanden met de Golfstaten. Nederland kan met verschillende aangenomen moties van JA21 en de VVD daar zelf ook mee aan de slag. In de regio worden de kaarten opnieuw geschud door de Iranoorlog. De EU als handelsblok, en daarmee Nederland, kunnen daarvan profiteren. We zien dat ook aan het uittreden van de Verenigde Arabische Emiraten uit OPEC. Nog dit jaar zal er een top georganiseerd worden met de GCC-landen, voor meer samenwerking. Is al bekend wanneer deze top gehouden zal worden? Graag vraag ik nog wel een toelichting van de Minister op hoe de inzet op defensiesamenwerking eruit gaat zien. Ik neem aan dat dit over de aanschaf van defensiematerieel gaat. De EU als defensiespeler vindt mijn fractie, zoals bekend, niet zo'n heel goed idee.

Voorzitter. Nederland kan de Iraanse ambassade in Nederland sluiten. JA21 is heel lang meegegaan in de lijn van het kabinet dat communicatielijnen en veiligheid van ons eigen ambassadepersoneel voorop moeten staan, maar met het verplaatsen van onze ambassade in Teheran de grens over, naar Bakoe, en de zoveelste aanslag op een dissident in Nederland, in Schoonhoven, is de belangenafweging bij ons anders uitgevallen. Australië sloot ook de Iraanse vertegenwoordiging naar aanleiding van aanslagen. Inmiddels roept ook het Europees Parlement, waar wij normaal geen fan van zijn, op om Iraanse vertegenwoordigingen die betrokken zijn bij transnationale repressie te sluiten. Ik vraag van de Minister een inkijkje in de belangenafweging van het kabinet. Waarom sluiten we die ambassade niet? Het is gewoon de lange arm uit Teheran.

Voorzitter, afrondend. Het Europees Parlement riep ook op tot het instellen van een tribunaal voor Iran. Wat ons betreft moet Den Haag dan in de actiestand schieten. Hoe kijkt het kabinet naar zo'n tribunaal? Ziet het ruimte om dat in deze stad van vrede en recht te huisvesten?

Tot slot wil ik stilstaan bij de executies die doorgaan onder het Iraans volk, bij de vele doden, vermissingen, martelingen en gevangenzettingen die het Iraanse volk moet verduren. Ten overvloede roep ik de Minister ertoe op – ik denk dat dat breed gedragen wordt – daar alle mogelijke diplomatieke druk op te zetten. Ik wil het Iraanse volk hierbij ook blijvende steun en solidariteit toewensen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Nanninga. Het woord is aan de heer Diederik van Dijk van de SGP.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank u, voorzitter. Sinds de liquidatie van ayatollah Khamenei heeft de Kamer verschillende keren gesproken over Iran. De lijn van de SGP is daarbij duidelijk: als zich een kans voordoet om dit regime een gevoelige slag toe te brengen, moet je die niet laten lopen. In het licht van de slachting van 30.000 onschuldige burgers in januari en de nucleaire dreiging van deze sponsor van wereldwijd terrorisme vonden wij de oproep van deze regering tot de-escalatie niet gepast. Vanaf de zijlijn kun je twee dingen doen: of je verschuilt je achter een strikte lezing van het internationaal recht, of je spreekt je waardering uit voor de moed van onze bondgenoten om op te treden tegen een regime dat het bloed van zijn eigen mensen aan de handen heeft, verantwoordelijk is voor 7 oktober en de technologie levert waarmee Oekraïense steden dagelijks bestookt worden. Terwijl de prijs van een liter benzine ons grootste punt van zorg lijkt, zijn het de VS en Israël die de grootste risico's van dit conflict dragen.

Voorzitter. Laten we ook niet vergeten dat een significant deel van de Iraanse oppositie altijd al voorstander was van een vorm van buitenlandse interventie. Veel gewone Iraniërs vestigden hun hoop op Amerika, omdat jarenlang civiel verzet niet voldoende bleek om ook maar de minste hervorming af te dwingen. Dat je niet ongeschonden uit de confrontatie met dit regime komt, kan iedere Iraniër wiens vader, broer of dochter is vermoord, je vertellen. Zij weten vaak niet eens waar hun geliefde ligt begraven. Ik hoor graag van de Minister hoe zijn beleid wordt gevoed door inzichten uit de Iraanse diaspora.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Ik zou dezelfde vraag die de heer Van Dijk aan mij stelde, eigenlijk gespiegeld aan hem willen stellen. Hij is namelijk erg enthousiast over wat er de afgelopen maanden allemaal heeft plaatsgevonden, maar wat heeft dit de Iraniërs nou precies gebracht?

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank. Ik ga daar straks nader op in, maar dank voor deze vraag, die ik begrijp. Ook ik heb natuurlijk mijn vragen, net als iedereen. We zien wat er wordt gezegd vanuit het Witte Huis. Wat is nou de achterliggende strategie? Mijn grootste angst is in ieder geval dat het Iraanse regime er zo meteen inderdaad nog sterker uit komt. Daarom vind ik ook dat het te makkelijk zou zijn om nu een beetje meewarig te kijken naar de problemen van de VS en Israël – daar beschuldig ik mevrouw Van der Werf ook niet van – want het is ook ons probleem. Het Iraanse regime moeten wij ook kwijtraken. Nogmaals, ik wil concessies van Iran. Daar ga ik straks ook op door. Daar moeten wij de grootste druk op zetten en wij moeten ons misschien niet al te veel bekommeren om de strategie die anderen inderdaad hebben ingezet, maar waar wij nu wel mee te maken hebben.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Mijn probleem is nu juist dat het ingewikkelder is geworden om concessies van Iran af te dwingen. We zijn nu slechter in staat om tegen dit regime te zeggen: jullie gaan nu a, b en c doen en jullie gaan op deze manier met jullie nucleaire programma om, want wij willen dat jullie minder macht krijgen, niet alleen om de veiligheid in de wereld te versjteren, maar ook om jullie eigen bevolking te terroriseren. Van dat punt zijn we nu verder af geroeid. Hoe kan de heer Van Dijk daar nu op terugkijken met de blik: het was eigenlijk gewoon een hele goede actie; laten we dat steunen en daar niet te veel over mekkeren?

De heer Diederik van Dijk (SGP):

De lijn die mevrouw Van der Werf ons nu voorhoudt, is volgens mij eigenlijk: we hadden gewoon moeten blijven doen wat we al deden, met sancties et cetera. Dat heeft niet gewerkt. Ik heb ook gevraagd aan de Minister hoe zijn contacten zijn met de Iraanse oppositie. Die hoopten wel degelijk op interventie van buiten. Ik vind het dus gewoon echt te gemakkelijk om te zeggen: nee, die ingezette acties ... We hebben het over de eindverantwoordelijken voor 7 oktober. We hebben het over een regime dat de eigen bevolking vermoordt. We hebben het over een regime dat Rusland heel erg helpt bij hun vernietigende acties. We moeten ook een keer stoppen met gewoon doorgaan op dezelfde voet. Dat is nu gebeurd. Ik vind het inderdaad te gemakkelijk om nu toch vooral te verwijzen naar eventuele fouten van de VS.

De heer Dekker (FVD):

Een vraag aan de heer Van Dijk. Is hij niet van mening dat door deze actie de kans op de ontwikkeling van nucleaire capaciteiten binnen Iran eigenlijk alleen maar is toegenomen? Waar men dat in het verleden in ieder geval formeel niet wilde en altijd heeft ontkend dat er iets gebeurde, lijken nu als het ware de omstandigheden geschapen te zijn. Iran wordt als het ware die kant op gedrongen, omdat men zich daarmee wil kunnen verdedigen.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik vrees dat de heer Dekker daar een punt heeft. Het Iraanse regime zal er sterker dan ooit van overtuigd zijn dat ze een nucleaire dreiging moeten hebben, vergelijkbaar met Noord-Korea, om maar wat te noemen, om veilig te kunnen staan. Maar eerlijk gezegd is dat voor mij dus juist een reden om te zeggen: we zullen nu moeten doorpakken. De uitkomst mag namelijk niet zijn dat het Iraanse regime er sterker uit komt en nog eens met verdubbelde energie gaat werken aan nucleaire wapens.

De voorzitter:

Meneer Dekker? Nee? Dan kan de heer Van Dijk voortgaan met zijn betoog.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Voorzitter. De vraag of de VS een exitstrategie hebben, is legitiem, maar de focus hierop doet haast vermoeden – daar hadden we het net over – dat sommigen misschien wel liever concessies zien van Trump aan Iran, dan andersom. Het doet wat de SGP betreft ook geen recht aan de operationele successen van de VS en Israël: van de marine resteert alleen nog de muggenvloot van speedboten en tal van cruciale raketinstallaties zijn in puin gelegd, terwijl afgerekend werd met hele generaties kopstukken van de Garde en hun proxy's in de regio.

Het is daarnaast iets te gemakkelijk om de blokkade van de Straat van Hormuz te presenteren als het onvermijdelijke gevolg van Amerikaans ingrijpen. Het feit dat de Islamitische Republiek bereid is de halve wereldeconomie plat te leggen, zou ons alleen maar moeten sterken in onze vastberadenheid om sancties op het regime verder op te voeren en de zeestraat weer toegankelijk te maken. In dat licht heb ik de volgende vragen. Hoe wordt toegezien op naleving van de EU-sancties? Wat als blijkt dat Nederlandse personen of bedrijven indirect toch zaken doen met de IRGC? Hoe zorgt het kabinet ervoor dat niet alleen de top van de Garde, maar ook lagere functionarissen onder de sancties en reisbeperkingen vallen? Zoals de Minister recent al aangaf, verhult de IRGC zijn betrokkenheid via ondoorzichtige eigendomsstructuren, waardoor niet duidelijk is welke bedrijven of organisaties eigendom zijn of onder controle staan. In hoeverre acht de Minister het 50%-criterium nog houdbaar als effectieve grens voor sanctietoepassing? Moet deze grens niet gewoon omlaag?

Voorzitter, ik rond af. Dit is een BZ-debat, maar de Iraanse dreiging is allesbehalve buitenlands. Op eigen bodem intimideert het regime via doorgewinterde criminelen en piepjonge wegwerpsoldaten dissidenten en pleegt het aanslagen op Joodse doelen. Ik verwijs kortheidshalve naar een sterk artikel dat recent in De Groene Amsterdammer stond. De tijd van pappen en nathouden is voorbij: laat de Iraanse diplomatieke missie geen vrijplaats zijn voor gangsters, maar zet ze het land uit en sluit de ambassade.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan is het woord aan mevrouw Maes van de VVD.

Mevrouw Maes (VVD):

Dank u, voorzitter. Goed dat we vandaag de tijd hebben om met de Minister van gedachten te wisselen over Iran. We worden wederom geholpen door de actualiteit. Wat de VVD betreft is Iran een totaal onvrije samenleving, geleid door een verschrikkelijk regime dat met de Islamitische Revolutionaire Garde een meedogenloze militaire tak heeft. Dit regime destabiliseert de regio via proxy's in Jemen, Libanon en Gaza, en schuwt kwaadaardige inmenging ver daarbuiten niet; ik refereer even aan het artikel in de Volkskrant vanochtend.

We zijn het er allemaal over eens dat de Straat van Hormuz zo snel mogelijk weer open moet, maar de echt lastige vraagstukken zijn natuurlijk wat dit betekent voor de voorraad nucleair materiaal, de proxy's van Iran en de ballistische raketten. Ook als er nu snel een deal komt, duurt het nog wel even voor die kwesties zijn beslecht, als Iran er überhaupt toe bereid is. De terugtrekking van Iran van afgelopen maandag uit de onderhandelingen met de VS bewijst namelijk wel dat Iran helemaal geen deal wil en Hezbollah lekker zijn gang laat gaan in Libanon, zodat Israël wel moet reageren.

Voorzitter. Onze grote zorg is wat er gaat gebeuren met die 430 kilo verrijkt uranium. Is de Minister het met mij eens dat het ook in ons belang is dat daar een oplossing voor komt? Hoe ziet hij die oplossing voor zich? Is hierover contact met het IAEA, het Internationaal Atoomenergie Agentschap, en, zo ja, welke rol zien zij voor zichzelf?

Dan de ballistische raketten. Die zaten niet in de oude nucleaire deal en vormen nog steeds een grote bedreiging voor de regio en daarmee voor de stabiliteit; dat heeft het recente conflict wel duidelijk gemaakt. Wat ziet de Minister voor mogelijkheden om dat onderdeel te laten zijn van een deal? Hoe wordt daar binnen de EU over gedacht? Zitten de lidstaten op één lijn?

Wat de VVD betreft is het naïef om te verwachten dat een eventueel akkoord met Iran automatisch leidt tot rust aan het front met Iraanse proxy's. Het lijkt mijn fractie onwaarschijnlijk dat terreurorganisaties zoals Hezbollah en Hamas zich aan de contouren van een deal gaan houden. Ik hoor graag van de Minister hoe hij deze dreiging inschat.

Dan de binnenlandse situatie in Iran. De situatie van de Iraanse bevolking is al jaren volkomen uitzichtloos. We horen vreselijke berichten over jonge Iraniërs die het land willen ontvluchten of geen andere uitweg zien dan een einde te maken aan hun leven. Tegelijkertijd ligt het aantal executies door het regime weerzinwekkend hoog, waarbij Teheran er niet voor terugdeinst om jonge mensen op te hangen. Is de Minister bereid om deze gruwelijke mensenrechtenschendingen en hun hoge aantal executies direct en in de scherpst mogelijke bewoordingen aan de orde te stellen bij de Iraanse autoriteiten?

Tot slot zou ik de Minister willen vragen hoe hij kijkt naar de ontwikkelingen in de regio. Zijn de traditionele coalities in het Midden-Oosten structureel aan het verschuiven? Wat betekent dit voor de geopolitieke verhoudingen? Niet alleen de situatie in Iran is in beweging. In Syrië zit sinds anderhalf jaar een nieuw regime en de opstelling van de VAE en Saudi-Arabië in deze oorlog is ook anders dan wat we de afgelopen decennia gewend waren. Die laatste twee landen hebben namelijk, bleek achteraf, actief meegedaan aan de aanvallen op Iran en daarmee Israël indirect gesteund, terwijl Syrië, eerder een bondgenoot van Iran, zich juist afzijdig heeft gehouden.

Ik vroeg de Minister in een eerder debat al naar de ambassade in Damascus. Er zijn wat mijn fractie betreft redenen genoeg om de ambassade snel weer te openen: de economische mogelijkheden, hulp bij de wederopbouw, terugkeer en zeker ook de mensenrechtensituatie. De vraag is dus nogmaals of er voortgang te melden is ten aanzien van de heropening van de ambassade in Damascus.

Mijn laatste zin; daarna mag mevrouw Nanninga wat mij betreft, maar daar ga ik niet over. Hoe zit het met de ambassade in Teheran? Wij zijn geïnformeerd over de tijdelijke verhuizing van de ambassade van Teheran naar Bakoe. Is te verwachten dat het personeel op korte termijn teruggaat naar Teheran?

Dank, voorzitter.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik ben het eens met de schets van de VVD over de lange arm van Teheran. Daarom verbaast het mij zo dat de VVD telkens weigert in te stemmen met voorstellen om de ambassade hier te sluiten. Het is evident dat dat een vorm van intimidatie van de oppositie is, dat hier agenten opereren en dat die weinig goeds in de zin hebben. Waarom heeft de VVD toch zo'n ontzettende moeite met het sluiten van de ambassade en het uitzetten van die diplomaten? Die brengen echt alleen maar onheil in dit land.

Mevrouw Maes (VVD):

Dank voor deze vraag. Mijn fractie vindt het belangrijk om de diplomatieke relatie in stand te houden. Als de ambassade hier wordt gesloten, dan heeft dat natuurlijk ook effect op de ambassade daar. Het heeft ook effect op de vragen die ik aan de Minister stel. Dan is het voor hem namelijk ook een stukje moeilijker om de Iraniërs aan te spreken op de zaken die wij allemaal belangrijk vinden. Dat is de reden. Wij vinden de diplomatieke relatie belangrijk. Wij hebben eerder een motie ingediend waarin staat dat juist de mensen die aantoonbaar gerelateerd worden aan de Revolutionaire Garde, uitgezet moeten worden. Die kan je dan persona non grata verklaren. Maar de hele ambassade sluiten, is voor ons gewoon een stap te ver.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Van alle dingen die je van de VVD kan vinden, is zeggen dat ze naïef zijn er niet een van. Ik kan me niet voorstellen dat de VVD-fractie gelooft dat het ambassadepersoneel hier niet een-op-een leden van de Revolutionaire Garde zijn die hier de boel bespioneren, intimideren, mensen onder de knoet houden et cetera. Daar zijn geen normale diplomatieke banden mee mogelijk. Is dit een coalitiedwangdingetje? Mag de VVD niet voorstemmen? Het is natuurlijk ondenkbaar dat de Revolutionaire Garde niet totaal verweven is met de ambassade. Die toko moet gewoon dicht.

Mevrouw Maes (VVD):

Hoe ingewikkeld het regime ook is – ik denk dat wij elkaar daarin zeker vinden – wij denken dat het écht belangrijk is om in ieder geval het gesprek open te houden. U heeft gelijk: wij zijn niet naïef. Maar wij zijn ook niet naïef in het denken dat als je de ambassade sluit, je dan helemaal af bent van Iraanse inmenging. De lange arm van Teheran is écht heel lang. Ik verwees al naar het Volkskrantartikel. Die arm gaat veel verder dan de ambassade. Als er personen op de ambassade in Den Haag werken die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de Revolutionaire Garde, dan moeten die natuurlijk uitgezet worden. Maar de hele ambassade sluiten, is voor ons gewoon een brug te ver.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

We zitten inmiddels meer dan drie maanden in deze verschrikkelijke oorlog. Ik denk dat inmiddels zelfs de mensen die het in het begin niet wilden zien, de desastreuze gevolgen hiervan zien. We hoorden van de fractievoorzitter van het CDA zeggen: het woord «begrip» zou ik niet meer gebruiken. We hoorden de woordvoerder van D66 net klip-en-klaar zeggen: dit was een buitengewoon domme actie. Ik hoor geen enkele reflectie van de VVD. Vindt de VVD eigenlijk nog steeds wat ze drie maanden geleden vonden: hartstikke goed, alle begrip en steun voor Israël en de VS?

Mevrouw Maes (VVD):

De reflectie van de VVD zit heel erg in wat er met de proxy's in de regio gebeurt. We zien toch echt dat die nog steeds heel erg krachtig zijn. Dat was voor ons een hele goede reden om destijds begrip te tonen voor de acties van Israël en de VS. Dat is niet veranderd. Sterker nog, die proxy's zijn nog steeds heel hard bezig om heel veel schade in de regio aan te richten.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Bijzonder. Echt de hele wereld ziet de desastreuze gevolgen hiervan. Alle gewone Nederlanders zien wat de effecten zijn in Nederland. Er komt geen enkele reflectie van de VVD.

Laat ik doorgaan over Libanon. Ook daarover hoorde ik weer een heel eenzijdig verhaal. Volgens mij veroordeelt iedereen in deze Kamer wat Hezbollah doet. Dat is het verschil niet. Maar als je nu naar Israël kijkt, dan zie je dat er inmiddels meer dan een miljoen ontheemden zijn vanwege de Israëlische aanvallen. In 25 jaar tijd heeft Israël nog nooit zo veel illegaal grondgebied van Libanon geannexeerd. De aanvallen op Beiroet zijn nu weer gestart. Ik hoor de VVD daar in haar inbreng niets over zeggen. Ik kan me toch niet voorstellen dat mevrouw Maes dat allemaal gewoon goedkeurt.

Mevrouw Maes (VVD):

Weet u, ik schrok echt toen ik afgelopen weekend het nieuws zag. Dat geef ik eerlijk toe. Ik schrok ervan dat Israël dat fort had ingenomen. U vindt mij dus echt wel aan uw zijde als het gaat om de zorgen die u heeft. Mijn fractie vindt alleen dat wij daar gewoon niet te makkelijk naar moeten kijken. Dit is een ontzettend complex conflict, met heel veel spelers in heel veel landen in de regio. Iran oefent invloed uit op die landen. Ik heb het dan onder andere over Hezbollah. Natuurlijk reflecteer ik wel op wat Israël in de regio doet, maar ik ben ook niet blind voor wat Hezbollah doet. Mijn visie is toch dat u dit juist eenzijdig bekijkt.

De voorzitter:

Dat is wel een beetje uitlokking. Als mevrouw Piri daar nog op wil reageren, mag zij haar gang gaan.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

We doen net alsof we het hebben over een stuk grondgebied waar een zogenaamde bondgenoot in de regio oorlog voert met een terreurorganisatie. Er wonen meer dan 4 miljoen mensen in Libanon. De effecten van deze Israëlische acties zijn groot. Ik ben zelf met een aantal collega's in Zuid-Libanon geweest, bij de vorige gevechten. Weet u wat er gebeurt in Zuid-Libanon? De christelijke dorpen staan overeind. Daar vallen geen bommen. De sjiitische dorpen worden echter met bulldozers vernietigd. Inmiddels hebben meer dan een miljoen mensen, met name de sjiitische bevolking, verplicht naar het noorden moeten vluchten. Het volgende valt mij enorm tegen. Natuurlijk, het is complex. We lezen allemaal boeken. Echt, mevrouw Maes moet hier niet net doen alsof de rest een heel zwart-witbeeld heeft en dat alleen de VVD de complexiteit snapt. Wat ik niet begrijp, is waarom de VVD, in tegenstelling tot vroeger, niet eens meer kan komen tot veroordelingen van acties die geen politicus zou kunnen goedkeuren.

Mevrouw Maes (VVD):

Ik heb u gezegd dat ik echt geschrokken was van het nieuws van dit weekend. De reden waarom ik zeg dat het door andere partijen wellicht wat meer van één kant wordt bekeken, is juist omdat u in uw verhaal en uw vraag aan mij ook geen enkel respect toont voor het feit dat er in het noorden van Israël ook al mensen heel lang niet meer veilig in hun huizen wonen, omdat daar ook continu raketten op hun dak komen. Sorry, maar daar mag ook best wel wat aandacht voor zijn. Dit is echt geen conflict dat heel gemakkelijk opgelost kan worden. Volgens mij zijn we het daar ook allemaal over eens. De afgelopen 50 jaar is er van alles geprobeerd in Iran. Denk onder andere aan sancties, ook op militair gebied. Oké, dat is niet helemaal goed afgelopen, want het regime zit er nog steeds. Laten we echter hopen dat het iets verzwakt is en dat het iets van verbetering oplevert voor de mensen daar.

De voorzitter:

Dan gaan we luisteren... Sorry, mevrouw Piri, wilde u nog een interruptie plaatsen? Ja? Gaat uw gang, mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Ik heb er vier, toch?

De voorzitter:

Nee, twee interrupties in twee termijnen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Oké, dan is dit mijn tweede interruptie.

De woordvoerder van de VVD... Ik maak me zorgen dat de VVD met deze naïviteit aan de knoppen zit van de regering op het gebied van het buitenlandbeleid. Dat meen ik serieus. Hoe kan je aan de ene kant zeggen «ik ben geschrokken van wat ik dit weekend op tv zag», maar daar aan de andere kant geen enkele consequentie aan verbinden? Laat ik het simpel vragen: als u zo geschrokken bent van wat u zag gebeuren in Libanon, wat vindt de VVD dan dat de consequentie daarvan moet zijn voor de inzet van deze Minister?

Mevrouw Maes (VVD):

Ik wil heel graag van de Minister horen, als hij straks zijn eerste termijn heeft, hoe hij hiernaar kijkt. Ik ben er absoluut van geschrokken. Ik ben overigens ook blij dat in ieder geval Beiroet niet lijkt te worden aangevallen. Weet u, u zegt dat ik aan de knoppen zit, maar ik ben een Kamerlid. Wij discussiëren hier over Iran. Wij bevragen de Minister hierover. De Minister zit volgens mij écht aan de knoppen.

De voorzitter:

Mevrouw Piri, nog een vervolg hierop? Ja?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Nou, weet u: ik laat het gewoon aan mevrouw Dobbe. Dit is namelijk vrij hopeloos.

De voorzitter:

Nou, mevrouw Dobbe wordt ook uitgelokt. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):

Nee, hoor. Ik was al van plan te interrumperen. Ik heb een vraag over de inbreng van mevrouw Maes. Iedereen hier is het erover eens dat het regime in Iran verwerpelijk is. Niemand is het daar niet mee eens. De kritiek zit niet in het veroordelen door deze regering van het Iraanse regime en de misdaden die het Iraanse regime pleegt. Dat heeft het altijd heel goed gedaan. Denk aan sancties et cetera. De kritiek en de onenigheid zitten in wat de VS en Israël hebben gedaan, namelijk de aanvallen en de bombardementen die ze hebben uitgevoerd. Daarbij zijn een heleboel burgerslachtoffers gevallen. De Iraanse mensen zijn daar niet bij geholpen. Zij zijn daar alleen maar slechter uit gekomen. Daarin zitten de kritiek en de onenigheid. Hetzelfde geldt voor wat we nu zien in Libanon, bijvoorbeeld in de hoeveelheid burgerslachtoffers die daar vallen. Is er volgens de VVD ergens terechte kritiek denkbaar op de aanvallen van de Verenigde Staten en Israël op Iran en Libanon?

Mevrouw Maes (VVD):

Ik heb al een aantal malen gezegd dat wij begrip hiervoor hebben en dat dat begrip voortkomt uit het feit dat wij ons heel veel zorgen maken over de Iraanse proxy's, die gewoon bezig blijven met de acties waar zij al jarenlang mee bezig zijn. Zij worden gesteund en aangestuurd door Iran. Ik heb niet zozeer de behoefte om verder te gaan dan ik tot nu toe ben gegaan. Wij zijn zeer bezorgd over die situatie, maar ik heb niet de behoefte om hier landen te gaan veroordelen. Ik wil daarbij zeggen dat wij ook bijvoorbeeld echt wel kritisch zijn op wat de regering-Netanyahu doet, maar dat wij ook onze steun willen blijven uitspreken voor de mensen in Israël, die hier op dagelijkse basis last van hebben.

Mevrouw Dobbe (SP):

Het is gewoon heel ingewikkeld. De hele wereld ziet wat voor puinzooi het is in Iran, ook door de aanvallen van de VS en Israël. Iedereen ziet wat voor puinzooi het is in het Midden-Oosten. De mensen hier betalen daar de rekening voor, via hogere prijzen aan de pomp, via een hogere energierekening en via hogere boodschappenprijzen. Iedereen ziet de gevolgen daarvan. Er zijn aanvallen in Libanon, waarbij burgerslachtoffers vallen. Er zijn dubbele aanvallen in Libanon, waarbij hulpverleners en journalisten doodgaan. Dat gebeurt ook allemaal. De VVD komt weer niet verder dan: we hebben begrip hiervoor, maar we kunnen geen enkele terechte kritiek bedenken op wat de VS en Israël doen. Klopt dat nou? Ik vraag niet eens om een veroordeling. Ik vraag of mevrouw Maes een punt van terechte kritiek op deze aanvallen en de gevolgen daarvan kan bedenken.

Mevrouw Maes (VVD):

Dank voor deze vraag. Wij zien dat het regime in Iran wel degelijk verzwakt is. Ik denk dat dat keihard nodig was. Dat is natuurlijk geen antwoord op uw vraag; dat snap ik ook wel. Een punt van kritiek zou zijn dat het uiteindelijk belangrijk is dat als je met elkaar een bestand hebt, je je daar dan ook aan houdt. Dat is een punt van kritiek dat ik best wil uiten. We moeten natuurlijk uiteindelijk toe naar een heropening van de Straat van Hormuz. Het helpt dan als alle partijen die met elkaar proberen tot een deal te komen of een bestand te hebben, zich daar vervolgens aan houden. Dat is een punt van kritiek aan Israël en de VS, maar ook aan Iran en de proxy's van Iran.

De voorzitter:

Dan denk ik dat we nu kunnen gaan luisteren naar de heer Dekker voor zijn inbreng namens Forum voor Democratie.

De heer Dekker (FVD):

Dank u wel, voorzitter. De situatie met betrekking tot de oorlog met Iran is de laatste weken niet veel opgeschoten. Ik noem de belangrijkste punten van het conflict in vogelvlucht. De start van dit conflict was de onverhoedse, keiharde aanval op Iran door Israël en de VS op 28 februari. Iran reageerde daar krachtig op, ook tegen de Amerikaanse bases in die regio, nog op dezelfde dag. Twee dagen later werd de Straat van Hormuz gedeeltelijk gesloten. Vervolgens werd er voorzichtig begonnen aan onderhandelingen op basis van het Iraanse tienpuntenplan op 6 april. Op 7 april was er een staakt-het-vuren als startpunt van besprekingen. Op 8 april waren er intensieve Israëlische bombardementen op Libanon. Op 13 april was er een blokkade van de blokkade door de VS. Op 22 april liep het staakt-het-vuren officieel af. Dat zou namelijk twee weken duren. Het hele conflict duurt nu al ruim drie maanden. De directe confrontatie tussen de VS en Iran is voor nu even gestopt, sort of, maar kan ieder moment weer oplaaien. Op dit moment proberen partijen elkaar uit te putten, waarbij langdurige belemmering van de handelsdoorvoer door de Straat van Hormuz langzaam maar zeker wereldwijd veel pijn zal doen. Het laatste nieuws is dat Iran zich expliciet distantieert van de onderhandelingen, dat Israël de bombardementen op Libanon intensiveert en zelfs Beiroet lijkt te bombarderen, en dat president Trump de druk opvoert op Israël om hiermee te stoppen.

Het lijkt er sterk op dat Iran deze situatie langer kan en wil doorstaan dan de VS. Bovendien staat Iran niet alleen. Op de achtergrond steunen China en Rusland Iran en in de regio wordt samengewerkt met onder meer Libanon, Jemen en groeperingen in Irak, de zogenaamde Axis of Resistance. In samenwerking met Jemen kunnen ook verdere handelsdoorvoerbeperkingen worden aangebracht: in de Rode Zee en de Golf van Aden. Dat zou een economisch rampscenario betekenen. Even dramatisch zou het zijn wanneer Iran zou overgaan tot het grootschalig vernielen van infrastructuur in de met de VS gelieerde Golfstaten. Het leed is dan niet te overzien. Beide scenario's zijn mogelijk. Kortom, Iran holds all the cards, zoals de Amerikanen zeggen, en er is weinig dat de VS of de rest van het Westen daaraan kunnen doen, militair althans.

Het lijkt duidelijk dat de VS en Israël deze oorlog niet kunnen winnen en dat het een ernstige strategische fout was om deze oorlog te beginnen. De rol van Israël in het conflict is een lastige. Israël lijkt de VS om eigen redenen te hebben meegenomen in deze oorlog. Door aanvallen uit te voeren op Libanon saboteert Israël nu de VS-Iran-onderhandelingen en komen er directe tegenreacties van Iran. De Israëlische activiteiten zouden direct moeten stoppen. Er zijn fundamentele besprekingen nodig over de toekomstige inrichting van de veiligheid in deze regio – voor alle betrokken landen, met aanzienlijke geopolitieke consequenties. De EU noch Nederland is direct betrokken bij dit vraagstuk, hoewel de VS wel, grotendeels vruchteloos, getracht hebben om Europese landen mee te nemen in deze onverstandige onderneming. Daar heeft Nederland relatief prominent aan meegedaan. Was dit eigenlijk wel verstandig, vraag ik de Minister. De EU en Nederland zouden druk moeten uitoefenen op Israël om de vijandelijkheden in Libanon te staken en zo onderhandelingen een kans te geven. Daarnaast zou moeten worden aangedrongen op besprekingen op VN-niveau over een nieuwe veiligheidsarchitectuur voor het Midden-Oosten. Kan de Minister zich hierin vinden?

Ten slotte lijkt het voor Nederland verstandig om maatregelen voor te bereiden om eventuele schaarste van brandstof en andere essentiële zaken het hoofd te kunnen bieden. De lage vulgraad van onze gasopslag helpt daarbij niet. Kan de Minister daar iets over zeggen?

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dekker. Dan gaan we naar mevrouw Piri van GroenLinks-Partij van de Arbeid.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. Ruim drie maanden geleden begonnen Israël en de VS deze illegale en roekeloze oorlog tegen Iran. Ik denk dat de conclusie inmiddels breed wordt gedeeld dat dit een desastreuze beslissing was. Ik refereerde er net al aan, er zijn drie coalitiepartijen in dit minderheidskabinet. De fractievoorzitter van het CDA zei: ik zou het woord «begrip» niet meer gebruiken. Ik denk dat het kabinet hierin hetzelfde staat. We hoorde net de andere coalitiepartij, D66, zeggen: het is illegaal, roekeloos en buitengewoon dom. En dan de derde coalitiepartij: nog steeds begrip en steun aan de VS en Israël. Ik vraag me echt af waar het kabinet staat. Immers, op basis van deze drie coalitiepartijen vraag ik me af wat nou de lijn van dit kabinet is die deze Minister kan uitdragen.

Voorzitter. Dan over de wapenstilstand. Voor zover daarvan überhaupt al sprake was, vrees ik dat die nu definitief voorbij is, als we kijken naar het nieuws. Intussen komen Nederland en de Europese Unie niet veel verder dan spreken over een eventuele missie in de Straat van Hormuz na beëindiging van het militair conflict. Tien jaar geleden speelde de EU een cruciale rol bij een nucleair akkoord met Iran. Wat is nu de rol van de EU en wat is de inzet van Nederland? Speelt de E3 überhaupt nog een rol? Of is Europa alleen nog maar toeschouwer, terwijl we alle effecten van deze oorlog ook binnenlands ervaren? Een akkoord tussen de VS en Iran lijkt vandaag weer verder weg. Kan de Minister schetsen wat de gevolgen voor de Nederlandse bevolking zijn van wat er nu weer in de regio gebeurt?

Dan ga ik naar de situatie in Libanon. Die is echt schrikbarend. Israël heeft deze week aangekondigd de aanvallen in Zuid-Beiroet te hervatten. Er waren verschrikkelijke woorden van verschillende Israëlische Ministers over wat ze van plan zijn in Libanon. Het is geen verborgen agenda, maar ze zeggen het gewoon. Het is een enorme escalatie. Voor het eerst in 25 jaar heeft Israël weer zo veel gebied ingenomen in Libanon. Waar blijft de Nederlandse veroordeling? Welke consequenties trekt de Minister? Waarop nemen wij initiatieven in de EU? Wat is de analyse van de Minister van wat daar gebeurt, kijkende naar de aanvallen op de sjiitische bevolking? Ik vraag me inmiddels af of je kunt spreken van het heel bewust raken van één bepaalde etnische groep in Libanon.

In het laatste RBZ-verslag stond dat meerdere lidstaten steun hebben uitgesproken voor verkennende stappen voor een mogelijke EU-missie om de Libanese krijgsmacht te versterken. Er stond alleen niet in het verslag hoe Nederland hierin staat. Ik vraag me dus af hoe Nederland hierin staat. Welke initiatieven proberen wij Europa te laten nemen om de situatie voor de Libanese bevolking enigszins te kunnen verlichten?

Tot slot. We weten dat de financiële staat van de regering in Beiroet al voor deze oorlog desastreus was en die is dat natuurlijk nog meer geworden. Daarmee staat natuurlijk de hele legitimiteit van de overheid, ook ten opzichte van de sjiitische bevolking, ter discussie, tegenover een helaas sterker wordend Hezbollah. Welke initiatieven kan Nederland, eventueel met internationale financiële instellingen, nemen om te kijken of we hier iets aan kunnen doen?

Dank u wel.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik wil even aanhaken bij het punt dat mevrouw Piri maakt over, zoals zij zegt, de «gerichte aanval op sjiitische dorpen door Israël in Libanon». Dat laat toch inderdaad zien dat Israël daar niet zomaar de boel platbombardeert, maar onderscheid maakt. De infrastructuur in de sjiitische dorpen wordt benut door Hezbollah, net zoals Hamas dat doet in Gaza, voor de raketaanvallen op Israël. Het is eigenlijk veelzeggend dat Israël niet de boel platwalst, maar onderscheid maakt tussen dorpen, en de bolwerken van Hezbollah uitschakelt.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Het is echt jammer dat de collega van de SGP niet mee was op die missie. Als hij wel mee was geweest, had hij deze vraag niet gesteld. Als parlementariërs die hopelijk allemaal de rechtsstaat en het internationaal recht respecteren, moeten wij willen dat er onderscheid wordt gemaakt tussen terroristen en een burgerbevolking, en niet dat er onderscheid wordt gemaakt naar etniciteit of geloof, maar dat is wel wat hier gebeurt. De overgrote meerderheid van de bevolking in Zuid-Libanon is sjiitisch. Israël maakt geen enkel onderscheid tussen welke huizen er platgebombardeerd worden, waar de bommen vallen en welke mensen moeten vluchten. Dat zijn niet de Hezbollahterroristen. Nee, eigenlijk zien we precies hetzelfde als wat gebeurde in Gaza, namelijk dat een hele bevolking gelijk wordt gesteld aan een terroristische organisatie. Dat zou de heer Van Dijk toch ook moeten veroordelen?

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik geloof graag dat mevrouw Piri af en toe boeken leest en dergelijke, maar Israël voert een strijd tegen Hezbollah. Volgens mij wordt door wat mevrouw Piri aanhaalt juist onderstreept dat Israël wel degelijk onderscheid maakt tussen het ene of het andere dorp, omdat het ene dorp wel is ingericht tot een Hezbollahnetwerk en het andere niet. Ik hoorde van mevrouw Piri beschuldigingen naar bepaalde collega's over eenzijdigheid, maar – dit is mijn laatste interruptie – is het volgende niet veelzeggend? We hebben een debat over Iran, maar Israël zit in de beklaagdenbank. Is dat ook niet de gotspe en de eenzijdigheid die fracties zoals GroenLinks-PvdA tentoonstellen?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

We kunnen hier echt verschillende politieke opvattingen hebben en die hebben we ook zeker. Mijn fractie is het op heel veel terreinen op het gebied van buitenland oneens met de SGP, maar we kunnen de feiten toch niet ontkennen? Welke landen hebben deze oorlog gestart? Dat waren Israël en de VS. Het zou toch heel raar zijn als we hier een discussie hebben over Iran en dat we het dan niet hebben over de twee landen die deze oorlog begonnen zijn?

De voorzitter:

Goed. Er is nog een vraag van de heer Van Dijk.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ja, maar ik heb geen interrupties meer.

De voorzitter:

Ja. U bent er helaas doorheen. Ik moet daar strikt de hand aan houden. Zijn er verder geen interrupties? Die zijn er wel, van de heer Van Lanschot.

De heer Van Lanschot (CDA):

Dank aan collega Piri voor haar betoog. Als ik het goed hoorde, noemde ze ook de rol van Nederlandse financiële instellingen in Libanon. Zou ze wat meer kunnen vertellen over haar ideeën daarover?

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dan heb ik dat misschien niet goed uitgelegd. Ik bedoelde internationale financiële instellingen. Laten we gewoon heel eerlijk zijn: de regering in Beiroet is failliet. Dat was die al voor deze oorlog. Door deze oorlog is het er niet beter op geworden. De aantrekkingskracht van Hezbollah is deels natuurlijk altijd geweest dat er in het zuiden van Libanon een staat is die op geen enkele manier basisvoorzieningen voor de bevolking kan treffen en dat er een terreurorganisatie is die dat wel doet, inderdaad medegefinancierd door Iran. Voor de legitimiteit en dus uiteindelijk ook voor de stabiliteit van Libanon is het ontzettend belangrijk dat er een legitieme regering is die die legitimiteit kan effectueren. Nederland heeft dat in het verleden ook altijd gesteund. Daarvoor zijn in de basis financiële middelen nodig om het leger te betalen en om ambtenaren te kunnen uitbetalen. Mijn vraag is dus meer of Nederland daar met andere landen een bescheiden rol in kan spelen en of Nederland met internationale financiële instellingen kan kijken op welke manier de legitimiteit van de Libanese regering vergroot zou kunnen worden.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Van Lanschot. Niet? Dan is het woord aan mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Ik heb geen glazen bol, maar ik kan voorspellen dat mevrouw Piri van PRO het niet mij eens gaat zijn. Ik wil toch even opgemerkt hebben dat Hezbollah die oorlog is begonnen en niet Amerika en Israël. Hezbollah is na 7 oktober met Hamas opgetrokken om die regio te destabiliseren. Iran begaf zich buiten het nucleaire programma en dreigt een nucleaire dreiging voor de wereld te worden. Als we het spelletje «maar jij deed het eerst» gaan doen, dan denk ik niet dat we naar Amerika en Israël moeten wijzen.

De voorzitter:

Ik hoor niet echt een vraag, maar mevrouw Piri mag wel reageren.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Hier zijn commissiedebatten van drie uur eigenlijk te kort voor. Het hangt ervan af over welke oorlog we het hebben. Volgens mij begint mevrouw Nanninga nu over 7 oktober en alles wat daarna gebeurde. Ik denk dat je ook verder terug kan in de tijd. Sterker nog, er zijn al genoeg discussies over geweest in deze Kamer, ook de afgelopen tweeënhalf jaar. Ik had het nu specifiek over de eerste keer dat de Amerikaanse regering in een rechtstreeks militair conflict met Iran is geraakt. Dat is natuurlijk eigenlijk vorig jaar zomer voor het eerst gebeurd en drie maanden geleden is het weer serieus hervat. Dat is wat ik nu even definieer als «de Iranoorlog». Het is geen politieke opvatting maar gewoon een feit dat die is gestart door Netanyahu en Trump. Sterker nog, die is gestart zonder toestemming van de VN-Veiligheidsraad en zelfs zonder toestemming van het Amerikaanse Congres.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Dan moeten de feiten wel op orde zijn. De eerste beschieting was een droneaanval van Iran op Israël in de nacht van 13 op 14 april. Nogmaals, als we het spelletje willen spelen over wie begon, dan mag dat, maar dat moet dan wel op basis van feiten.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dit wordt een heel rare discussie. Niemand ontkent dat Iran de afgelopen drie jaar op verschillende manieren drones en ballistische raketten naar Israël heeft afgevuurd. Niemand ontkent dat, maar vanaf welk moment spreken we van een oorlog? Dat was het moment dat massale bombardementen werden uitgevoerd vanuit Israël en de VS. Er was geen droneaanval op de VS. Sterker nog, een van de discussies die niet alleen politici maar ook internationale juristen hebben, is in hoeverre er voor de Amerikanen sprake was van een directe dreiging die zo'n aanval rechtvaardigde. Ik ben het eens met de meeste internationale juristen, die zeggen dat die er niet was. Vandaar dat ik het een «illegale en roekeloze oorlog» noem. Daar kunnen we van mening over verschillen. Laten we nou niet doen alsof ... Natuurlijk heeft Iran droneaanvallen uitgevoerd, maar dat zien we niet als de oorlog waarvan we allemaal zeggen dat die drie maanden geleden grootschalig gestart is.

De voorzitter:

Dan zijn we toe aan het moment waarop ik namens mijn fractie een inbreng wil doen. Ik wil mevrouw Piri vragen of zij even voorzitter wil zijn.

Voorzitter: Piri

De voorzitter:

Het woord is aan de heer De Roon namens de PVV.

De heer De Roon (PVV):

Voorzitter. De Iraanse ambassade is een frontoffice dat meedoet aan het internationaal diplomatiek verkeer en dat dient om lid te zijn van internationale organisaties van staten en om verdragen te sluiten. Het is ook nog een frontoffice dat de schijn van democratie en recht overeind houdt. Het backoffice van Iran is de terroristische organisatie van het militair-economisch machtscomplex dat de Iraanse bevolking met terreur eronder houdt, zichzelf verrijkt en dat ook elders in de wereld terreur beoefent. Vanuit het backoffice worden ook de proxy's aangestuurd om elders chaos te veroorzaken en oorlog te voeren – alles in het belang van Iran. Dat backoffice heet, zoals u wel begrijpt, de Iraanse Revolutionaire Garde. Daar ligt de echte macht en niet bij dat frontoffice. Wat de PVV betreft is er geen reden om met dat frontoffice in het internationaal verkeer nog zaken te doen. Probeer je dat wel, dan houd je de schijn in stand dat de Islamitische Republiek een acceptabel en te respecteren lid is van de statengemeenschap. De PVV wil niet dat Nederland nog langer meedoet aan dat schimmenspel. Het heeft nooit iets opgeleverd en daarom willen wij de Iraanse ambassade in Nederland sluiten. Dat hebben we al eerder geprobeerd, maar ik herhaal opnieuw dat wij dit willen.

Om dezelfde reden vinden wij het ook onbegrijpelijk dat Nederland zich in de VN van het uitbrengen van een stem heeft onthouden en niet gewoon zoals enkele andere landen tegen het Iraanse voorzitterschap heeft gestemd van een organisatie die onder andere over vrouwenrechten gaat. Dat is niet alleen onbegrijpelijk, ik vind het eerlijk gezegd ook een affront voor ons land.

De PVV kan zich vinden in de gedachte dat het islamitisch bewind in Iran uitgeschakeld zou moeten worden. De poging van de VS en Israël daartoe is onsuccesvol gebleken. Er is wel schade toegebracht, maar het bewind in Iran, in Teheran, is allerminst verslagen. Een vooruitzicht om dat alsnog met militaire middelen te realiseren lijkt er ook niet te zijn. Iran heeft behendig de hele regio in de oorlog getrokken en uiteindelijk de hele wereld de gevolgen laten ondervinden door de blokkade van Hormuz. In plaats van het doorzetten van de oorlog wordt er onderhandeld – tot gisteren, denk ik, maar dat schijnt nu ook afgelopen te zijn. De onderhandelingen verlopen in ieder geval niet succesvol. We weten uit het verleden dat diplomatieke onderhandelingen met Iran een bijzonder moeizaam, taai en langdurig gebeuren is en soms uiteindelijk nog steeds tot niks leidt.

Complicerend daarbij is dat de proxy van Iran in Libanon, Hezbollah, oorlog is gaan voeren tegen Israël op het moment dat de strijd tussen de VS en Israël enerzijds en Iran anderzijds uitbrak. Dat vormt een complicatie die door Iran in het leven is geroepen om zich een voordeel te verschaffen. Nou, dat is gelukt.

Dan de kwestie van de olie- en gasleveringen uit de regio van de Perzische Golf. Voor Nederland zijn die leveringen van groot belang voor onze economie. Vanuit dat perspectief is het voor ons logisch en wenselijk dat Nederland onderzoekt wat kan worden bijgedragen aan het ruimen van zeemijnen. Of we de daadwerkelijke inzet ook zullen ondersteunen, kan alleen worden beoordeeld op grond van de situatie tegen de tijd dat het ruimen daadwerkelijk mogelijk zal blijken te zijn. Onze militairen mogen in geen geval het doelwit van oorlogshandelingen of terrorisme worden. Het risico van afsluiting van de Straat van Hormuz is overigens iets wat al decennialang besproken is en nooit goed geadresseerd is, althans niet bevredigend. De PVV denkt dat er rekening mee moet worden gehouden dat in de toekomst zo'n afsluiting opnieuw zal kunnen gebeuren. De regering moet dus na het ruimen van de mijnen niet achteroverleunen. Ik zou de Minister willen vragen om na te denken over de vraag hoe we verdergaan met de situatie van de Straat van Hormuz en het openhouden daarvan nadat de mijnen zijn geruimd.

De voorzitter:

Dank. Ik zie geen interrupties. Dan geef ik het voorzitterschap weer terug aan de heer De Roon.

Voorzitter: De Roon

De voorzitter:

Dan zal ik de vergadering twintig minuten schorsen, zeg tot 11.30 uur. Daarna gaan we luisteren naar de beantwoording door de Minister.

De vergadering wordt van 11.08 uur tot 11.34 uur geschorst.

De voorzitter:

Beste mensen, we gaan weer verder met ons commissiedebat. De Minister heeft zijn betoog in een aantal blokjes ingedeeld. Ik wil niet al bij voorbaat het aantal vragen beperken, maar ik stel voor dat u de vragen zo veel mogelijk aan het einde van een blokje stelt, zodat we het een beetje geserreerd houden en we geen onnodige herhaling krijgen. Als u zich daarin kunt vinden, geef ik nu het woord aan de Minister voor zijn beantwoording van de gestelde vragen.

Minister Berendsen:

Dank u wel, voorzitter. Ik heb inderdaad een inleidende tekst. Daarna ga ik in een aantal blokjes op de vragen in. Ik heb een blokje over de onderhandelingen, over de Straat van Hormuz, over de sancties, over de diaspora en het effect op Nederland, over mensenrechten en tot slot over Libanon, de regio et cetera.

Voorzitter. Het is bijna 100 dagen geleden dat het gewapend conflict tussen de VS en Israël aan de ene kant en Iran aan de andere kant begon. Sinds 8 april geldt er een staakt-het-vuren, maar we zien nog steeds regelmatig aanvallen over en weer. Ook blijft een vrije doorvaart door de Straat van Hormuz nog altijd belemmerd, met alle gevolgen van dien wereldwijd, ook voor onszelf. Het is belangrijk dat Nederland en Europa niet aan de zijlijn staan; een aantal Kamerleden hebben daar ook aan gerefereerd. Onze belangen staan immers op het spel: stabiliteit in het Midden-Oosten, veilige handels- en energieroutes en daarmee de wereldeconomie en daarnaast blijft het voorkomen van nucleaire proliferatie essentieel voor de veiligheid van niet alleen de regio zelf, maar ook van Europa en de internationale rechtsorde.

We steunen de diplomatie inzet van een reeks bemiddelaars, waaronder Pakistan en een aantal Golfstaten. We staan daarmee ook voortdurend in contact. Uiteraard spreken we met de VS en met Iran en ik hoop dat een deel van ons ambassadeteam binnenkort weer kan opereren vanuit Teheran als de veiligheidssituatie niet verder verslechtert. Dat is in navolging van een aantal Europese partners die ook weer vanuit Iran werken. Dat is van belang omdat we in tijden van enorme spanningen juist diplomatie nodig hebben. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat onze rol in deze fase beperkt is. Dat is onderdeel van een bredere analyse, die erop neerkomt dat Europa zich beter moet organiseren om zijn belangen wereldwijd te kunnen behartigen.

Afgelopen week hadden mijn EU-collega's en ikzelf de kans om op Cyprus gedachten uit te wisselen over Hormuz en Iran met de Ministers van Buitenlandse Zaken van Saudi-Arabië en India: twee sleutellanden die grote gevolgen ondervinden van de crisis. Het viel op hoe breed de overeenstemming is tussen beide landen en de EU dat een vrije doorvaart door de Straat van Hormuz niet ter discussie mag staan en dat tegelijkertijd onze regio's gebaat zijn bij de bescherming en diversificatie van energie- en handelsroutes, nu de huidige crisis de kwetsbaarheid van bestaande afhankelijkheden blootlegt.

Hoewel we ons dus actief inzetten voor een diplomatiek akkoord, moeten we ook rekening houden met een langdurige conflictsituatie en zelfs met hernieuwde militaire escalatie. We moeten voorbereid zijn op een deelakkoord waarin er wellicht wel op korte termijn een oplossing voor de Straat van Hormuz wordt gevonden, maar geen duurzame oplossing voor de diverse dreigingen die van Iran uitgaan en die we niet uit het oog mogen verliezen. Nederland zet zich binnen het Brits-Franse initiatief, de Hormuzcoalitie, actief in op allerlei domeinen: diplomatiek, op het gebied van sancties en militair.

Vorige week informeerde ik samen met de Minister van Defensie uw Kamer over de militaire voorbereidingen die plaatsvinden. Zo verplaatsen we op dit moment mijnenbestrijdingscapaciteiten naar het NAVO-vlootverband in de Middellandse Zee en bereiden we de eventuele inzet van een gecombineerd search-, duik- en explosievenopruimingsteam voor, mogelijk vanaf een ondersteuningsvaartuig. De definitieve inzet blijft daarbij afhankelijk van de mate waarin wordt voldaan aan de randvoorwaarden, waaronder een einde aan de vijandelijkheden. Tegelijkertijd zal de situatie nooit honderd procent veilig zijn. Onze militairen zijn getraind om juist in die omstandigheden te kunnen opereren. Dat is ook hun vak. Ik onderstreep nogmaals dat er nog geen beslissing is genomen over de inzet. Zodra daartoe aanleiding is, wordt uw Kamer conform de artikel 100-procedure geïnformeerd.

Los van militaire inzet heeft Nederland binnen die coalitie een voortrekkersrol ten aanzien van de inzet van sancties en andere economische maatregelen tegen Iran vanwege de belemmeringen in de Straat van Hormuz. We trekken hierin nauw op met een brede groep landen binnen en buiten Europa. Daarbij wil ik benadrukken hoe belangrijk het is dat we hier heel scherp op zijn. Het belemmeren van een vrije doorvaart door de Straat van Hormuz is buiten internationaal recht. Juist hierop heel scherp zijn met een internationale coalitie voorkomt hopelijk ook dat andere landen elders in de wereld het in hun hoofd halen om een vrije doorvaart te belemmeren.

Het conflict heeft ook impact op onze binnenlandse veiligheid. We wachten de onderzoeken naar de aanslagen op Joodse objecten en op financiële instellingen met een Amerikaanse link in Nederland af, maar we houden rekening met alle scenario's, waaronder ook met een mogelijke link met Iran. We blijven alert en nemen waar nodig maatregelen om de veiligheid van objecten en personen met een verhoogde dreiging te verbeteren. Dat doen we ook in goed overleg met internationale partners.

Tegelijkertijd blijven ook de interne ontwikkelingen in Iran zorgwekkend. Na het uitschakelen van delen van de Iraanse top is sprake van herschikking binnen het regime, waarbij er geen enkele aanwijzing bestaat voor een meer gematigde koers. We mogen de Iraanse bevolking dus niet vergeten. Door internetrestricties en repressie blijft veel van de situatie binnenlands buiten beeld. Er zijn tekenen dat de internetblokkade wat versoepeld wordt. Dat is een klein lichtpunt, maar we blijven aandacht vragen voor de mensenrechten en steun uitspreken voor het Iraanse maatschappelijk middenveld en ook de diaspora.

Voorzitter. Zoals vele Kamerleden al hebben aangegeven, kan het debat over Iran niet los worden gezien van de situatie in de bredere regio, de vijandige houding van Iran versus Israël en de manier waarop Iran daarbij gebruikmaakt van strijdgroepen in de regio. We kennen de negatieve weerslag van de Iraanse invloed op de door Teheran gesteunde gewapende fracties in Syrië, Irak, Libanon, Gaza en Jemen. Onze inzet met betrekking tot Iran kan daarvan niet los worden gezien. In die context blijven we ons ook inzetten voor verbetering van de humanitaire situatie en het vinden van een diplomatieke oplossing voor het conflict in Libanon en de Palestijnse gebieden. We bezien hoe we de negatieve Iraanse invloed in Syrië, Irak en Jemen kunnen tegengaan.

Vele van deze onderwerpen zijn langsgekomen. Ik ga in op een aantal specifieke vragen die u in dit kader heeft gesteld. Allereerst de onderhandelingen.

De heer Dekker (FVD):

De inleiding is hiermee beëindigd, toch? De Minister had het over gesprekken die gevoerd worden met Iran. Zijn dat bilaterale gesprekken van Nederland met Iran? Is daar sprake van? Zo ja, wat is dan de aard en inhoud van die gesprekken?

Minister Berendsen:

Wij hebben contact met alle partijen in en rond het conflict, met name met de onderhandelaars die direct met de onderhandelingen te maken hebben. Ik heb zelf eenmaal contact gehad met mijn Iraanse collega, waarbij ik onze grote zorgen heb overgebracht over de situatie, over de mensenrechten en de situatie van mensen in Iran, onze wens heb uitgesproken dat er snel een oplossing komt en heb gezegd dat een vrije doorvaart door de Straat van Hormuz wat ons betreft niet onderhandelbaar is.

De voorzitter:

Als er verder geen vragen zijn? O, er is nog wel een vraag.

De heer Dekker (FVD):

Het was meer een soort preek, als ik het zo mag zeggen, dan een open gesprek, als ik het goed begrijp.

Minister Berendsen:

Dit was de boodschap van mijn kant. Dan is er vanzelfsprekend ook een boodschap aan de andere kant. Maar over de inhoud van bilaterale gesprekken kan ik, behalve over mijn boodschap, geen uitspraken doen.

De voorzitter:

Dan kunnen we nu naar het blokje onderhandelingen.

Minister Berendsen:

Ja, voorzitter, waarbij ik begin met de vraag die door verschillende Kamerleden aan de orde is gesteld, ook in onderlinge interrupties, namelijk de positie van het kabinet als het gaat om de aanvallen van de VS en Israël, ook in het kader van het internationaal recht. Onze positie blijft ongewijzigd als het gaat om de start van het conflict. Op basis van de informatie die het kabinet heeft, vallen de Amerikaanse en Israëlische aanvallen waarmee het conflict begon niet binnen het internationaal recht. De doelstellingen waarmee de oorlog is begonnen, zijn ook nog niet volstrekt duidelijk gemaakt door de partijen. Dat is aan hen. Tegelijkertijd hebben wij de enorme dreiging gezien van het Iraanse regime voor de eigen bevolking en de regio, de dreiging van het nucleaire programma, van de steun aan de proxy's, de lange arm van Teheran tot in Nederland aan toe en de steun aan Rusland bij de invasie in Oekraïne et cetera. Dat betekent dat wij nog steeds begrip hebben voor het feit dat de VS en Israël zich genoodzaakt voelen om die acties te ondernemen. Tegelijkertijd hebben wij natuurlijk ook grote zorgen over de impact van het conflict en over het feit dat het conflict nog steeds voortduurt. Wij roepen daarom alle partijen op om tot een diplomatieke oplossing te komen voor dit conflict, omdat uiteindelijk – dat hebben we ook steeds gezegd in het kader van de-escalatie – een diplomatieke oplossing van dit conflict de enige mogelijke oplossing is.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dit is toch frappant. De fractievoorzitter van het CDA was volgens mij klip-en-klaar. Ik heb nog de uitgeschreven tekst die hij op tv sprak: «Volgens mij is er geen politicus meer die nog het woord «begrip» zou gebruiken.» Volgens hem had het kabinet inmiddels toch ook voor een andere lijn gekozen. Nu hebben we hier het eerste debat waarin we het kabinet daarop kunnen bevragen, en dan wordt gewoon herhaald: «We hebben begrip.» Twee van de drie coalitiepartijen heb ik toch echt duidelijk andere bewoordingen horen gebruiken. Neemt de Minister dan namens het kabinet eenzijdig het VVD-standpunt in?

Minister Berendsen:

Het begrip dat het kabinet blijft uitspreken, zit in de reële dreiging die Iran uitoefent; die heb ik net uitgebreid besproken. Tegelijkertijd zijn er grote vragen te stellen over waar het conflict zich bevindt, de impact en de uiteindelijke oplossing. We zien ook geen tekenen van regime change in Iran, dus daar hebben we grote zorgen over. Daar zitten de zorgen, maar ik denk niet dat er uiteindelijk heel veel verschil zit in de bewoordingen die gebruikt worden. Maar dit is het standpunt van het kabinet.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Je kunt Oost-Indisch doof zijn, maar de ene coalitiepartij praat over «illegaal», «roekeloos», «domme actie», de andere coalitiepartij zegt «ik zou het woord «begrip» echt niet meer in de mond nemen» en de derde coalitiepartij zegt nog steeds begrip te hebben en alle steun te verlenen aan wat zowel de VS als Israël doen. Om dan net te doen alsof daar geen verschil van inzicht uit blijkt: dan neemt de Minister de Kamer niet serieus. Dus nogmaals, wij vroegen niet of het kabinet begrip heeft voor de reële dreiging – dat zit besloten in het antwoord van de Minister – maar of het kabinet nog steeds, vandaag de dag, begrip heeft voor wat Amerika en Israël hier ongeveer 100 dagen geleden gestart zijn?

Minister Berendsen:

Zoals wij aan het begin zeiden, en dat blijf ik herhalen: het begrip zit in het feit dat Israël en de VS zich genoodzaakt voelden de acties uit te voeren op basis van de reële dreiging die Iran vormt. Daar heb ik vele elementen van benoemd. Tegelijkertijd heb ik ook aangegeven, ook namens het kabinet, dat de acties, met de informatie die wij hebben, buiten het internationaal recht vallen. We roepen altijd alle partijen op zich aan het internationaal recht te houden. We hebben ook aangegeven dat de-escalatie meteen vanaf het begin de oproep was namens het kabinet aan alle partijen. Dat is het nog steeds, omdat een diplomatieke oplossing de enige manier is om dit conflict te beëindigen. Dat is het standpunt van het kabinet.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Laten we de woorden van de Minister dan serieus nemen: «We hebben begrip vanwege de reële dreiging». Is door de wat mijn fractie betreft illegale en roekeloze oorlog, die gestart is door de VS en Israël, de reële dreiging van Iran in de afgelopen drie maanden nou afgenomen?

Minister Berendsen:

Dat vind ik een hele goede vraag waar ik ook niet alle informatie over heb. Dat betekent dat we daar enigszins samen over zouden moeten speculeren. We zien dat er grote schade is toegebracht aan raketinstallaties, aan het nucleaire programma et cetera. Tegelijkertijd zien we geen tekenen van regime change en zien we dat het Iraanse regime nog stevig in het zadel zit. Dat is ook de reden dat de Straat van Hormuz geblokkeerd is. De doelstellingen van de VS en Israël zijn ons niet meegegeven, dus daar kan ik het ook niet op beoordelen. Dat maakt ook dat wij niet alleen nog steeds grote zorgen hebben over de situatie daar en over hoe dit conflict een enorme impact heeft op de regio en op ons, maar ook dat wij vinden dat er een diplomatieke oplossing nodig is die nog niet gevonden is.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Tot slot hierover. Er was natuurlijk ooit een diplomatieke oplossing waar Europa heel actief aan heeft bijgedragen. Daar moeten we ook niet naïef over zijn. Volgens mij was dat akkoord, met alle mitsen en maren, vele malen beter dan de situatie waar we vandaag de dag in zijn beland. Ik denk dat die reële dreiging van Iran alleen maar erger is geworden. Terwijl Iran aan het onderhandelen was met de VS, vond er een aanval plaats op Iran; dat maakt de kans dat Iran bereid is om tot onderhandelingen te komen, vele malen kleiner. Zie hoe China nu alles aanvult van de Iraanse defensie-industrie; en de Golfstaten zouden zeker niet zeggen dat de dreiging van Iran is afgenomen. Kijk wat er vandaag de dag nog steeds gebeurt qua aanvallen in buurlanden. De CDA-fractie durft daar met haar hele duidelijke analyse tenminste eerlijk over te zijn. De kans dat we ooit weer komen tot dat diplomatieke akkoord, is door deze roekeloze actie eigenlijk alleen maar kleiner geworden. Waarom kan het kabinet dat niet gewoon erkennen?

Minister Berendsen:

Ik denk dat mevrouw Piri en ik qua zorgen niet ver uit elkaar liggen. Wij hebben grote zorgen over de huidige situatie. Maar uiteindelijk kunnen we straks alleen beoordelen hoe dit gelopen is op basis van het diplomatieke akkoord dat er ligt. Daar kennen we de inhoud en de uitvoering nog niet van. Als we straks terugkijken, zal de kennis die we dan hebben over hoe dit conflict is gestart en verlopen, meebepalen of het ook verstandig was richting het verleden. Maar over waar we nu staan, ben ik helder geweest in de kabinetspositie.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik twijfelde even, omdat ik niet telkens hetzelfde debat wil herhalen, maar vooral die laatste zin roept wel vragen op: op basis van het akkoord dat er dan ligt beoordelen we hoe we terugkijken op deze situatie. Dit, terwijl de Minister wel erkent dat het een schending is van het internationaal recht en de Minister ook ziet wat de gevolgen zijn voor de mensen in Iran. Het aantal executies neemt toe en de repressie neemt toe. Meer dan een miljoen Iraniërs zijn nu op de vlucht door die aanvallen; nou, dat is nogal wat. Dit heeft gevolgen voor de regio die in brand staat en het heeft gevolgen voor de energierekening en voor de mensen hier in Nederland die in de problemen komen en hun boodschappen niet kunnen betalen. Deze Minister hoeft toch niet te wachten totdat er een akkoord ligt, om te kunnen oordelen over deze hele situatie die ik nu schets? Kijk naar de noden van de mensen en hoe mensen nu in de knel komen, gewone mensen daar en gewone mensen hier. Hij hoeft toch niet te wachten, om te kunnen oordelen: dit is een bende, dit was geen goed idee, en hier hebben wij kritiek op richting de VS en Israël?

Minister Berendsen:

De laatste zin die ik zojuist uitsprak, heeft alles te maken met de woorden van mevrouw Piri. Zij zei dat de situatie slechter gaat zijn dan die was, dat de dreiging alleen maar groter is geworden et cetera. Uiteindelijk hangt dat natuurlijk ook samen met een akkoord dat gesloten is en hoe dat uitgevoerd wordt. Daar waren mijn woorden op gericht. Op het moment dat je dat weet, kun je iets zeggen over wat voor verandering dit nou gebracht heeft. Over alles daarvoor, over de situatie waarin we nu verkeren en over hoe het conflict gestart is, heb ik net de positie van het kabinet gegeven.

Mevrouw Dobbe (SP):

Maar dat vind ik toch te makkelijk. «Beoordelen of de situatie slechter of beter is dan die was». Kijk naar de invloed op levens van mensen. Mensen hebben hun leven verloren; die krijgen dat nooit meer terug. Hun familie krijgt die mensen nooit meer terug; die mensen zijn weg. Kijk naar de slachtoffers en gewonden die zijn gevallen, mensen die vermist raken, nu door het Iraanse regime. Maar denk ook aan de meisjes die hun leven zijn verloren na die aanval op die meisjesschool. Dat zijn dingen die nu zijn gebeurd. Die kun je nooit meer herstellen. Er kan nooit een uitkomst zijn die dat goedpraat. Daarom heb ik een beetje moeite met de redenering van deze Minister dat we nog maar even moeten kijken of de uitkomsten hiervan goed of slecht zijn geweest, als je kijkt naar de onomkeerbare gevolgen die het nú al heeft voor zo ontzettend veel mensen. Zou de Minister daar niet veel harder over moeten oordelen, ook richting de VS en Israël?

Minister Berendsen:

Ook ik zie die effecten hiervan en ook ik heb grote zorgen over de enorme impact die dit op met name de Iraanse bevolking heeft. Tegelijkertijd zagen we al voor dit conflict dat het Iraanse regime ook enorm veel slachtoffers onder de eigen bevolking maakte. Ook daar waren al grote zorgen over, en die zijn er nog steeds. Dat zit in het deel van mijn verhaal waarin ik aangeef dat Iran een zeer reële dreiging was voor de buitenwereld maar ook voor de eigen bevolking. Nogmaals, ik heb de positie van het kabinet gegeven als het gaat om waar we staan in het conflict, hoe we daar gekomen zijn en hoe we daarnaar kijken. Mijn woorden over een eventueel akkoord en wat dat dan vervolgens betekent, heeft alles te maken met hoe we straks terugkijken: was de situatie voordat dit startte beter dan dat die is na de afloop? Ik kan de lijn nogmaals herhalen, maar die heb ik al een aantal keren gegeven. Volgens mij ben ik duidelijk geweest over hoe het kabinet aankijkt tegen deze situatie.

De voorzitter:

Volgens mij zitten we nog steeds in het blokje onderhandelingen. Kan de Minister daarmee voortgaan?

Minister Berendsen:

We hebben inderdaad al een aantal dingen besproken. Mevrouw Maes vroeg nog specifiek naar welke mogelijke oplossingen wij zien voor het verrijkte uranium. Daarbij is het volstrekt helder dat de mate waarin dit uranium verrijkt is en de hoeveelheid daarvan geen enkele civiele toepassing dient. Er moet een diplomatieke oplossing worden gevonden. Wat ons betreft is een akkoord over dat nucleaire programma en het toezicht daarop een belangrijk onderdeel; dat geldt ook voor het Iraanse ballistischeraketprogramma. Daar is de EU eensgezind over. Daar spreken we natuurlijk veel gezamenlijk over. Wij zouden natuurlijk ook graag zien dat Iran zich zo snel mogelijk en onvoorwaardelijk aan alle verplichtingen rond het nucleaire programma houdt. Daarbij is inderdaad een hele belangrijke rol weggelegd voor de inspecties van het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Daarmee denk ik dat we de vragen die ik in dit blokje had, zojuist besproken hebben.

Mevrouw Maes (VVD):

Ik had nog een vervolgvraag naar aanleiding van uw antwoord. Het is heel duidelijk dat er natuurlijk ook een oplossing moet komen voor de nucleaire voorraad en voor die ballistische raketten. Mijn vraag ging er echter ook heel specifiek over of uw beeld is dat dat nu ook echt een onderdeel zal zijn van een deal. Of is het zo – dat is namelijk mijn beeld – dat wat er op dit moment gebeurt, alleen maar gaat over de heropening van de Straat van Hormuz, en dat er daarna nog onderhandeld moet worden over de rest? Dat is natuurlijk zeer zorgwekkend.

Minister Berendsen:

Dat zou inderdaad zeer zorgwekkend zijn. Ik heb net aangegeven dat het nucleair programma grote zorgen baart en dat dat onder internationaal toezicht moet staan; dat moet absoluut belemmerd worden. Ik vind het lastig om uitspraken te doen over of dat wel of niet onderdeel zou zijn van een deal. Wat ons betreft is dat onderdeel van een deal, maar de onderhandelaars zoeken natuurlijk ook naar een weg vooruit, waarbij wellicht niet alles inderdaad op hetzelfde moment in een akkoord gevat zal worden. Vanuit onze kant hopen we logischerwijs dat ook daar duidelijke akkoorden over komen.

De heer Dekker (FVD):

Als je reëel bent is het toch heel raar om, nadat je Iran hebt aangevallen en zelfs verzocht hebt om een wapenstilstand – dat komt vanuit het Westen – te trachten ze op te leggen hun ballistische raketten af te bouwen? Dat is hun verdedigings- en aanvalsmechanisme. Dat is toch een hele vreemde gang van zaken? Dat kan toch nooit een serieus startpunt van onderhandelingen zijn?

Minister Berendsen:

Het ballistischeraketprogramma van Iran is onderdeel van de reële dreiging die het Iraanse regime vormt, ook voor de wijdere regio; dat heeft zelfs een bereik richting Europa. Vanzelfsprekend is het wat ons betreft dus inderdaad onderdeel van die onderhandelingen om duidelijke akkoorden te sluiten over die reële dreiging van Iran voor de omgeving.

De heer Dekker (FVD):

Laat ik het nog een keer proberen. Je zou kunnen zeggen: als je die raketten niet wegdoet, vallen we je aan. Maar ze zíjn al aangevallen en ze hebben die raketten juist gebruikt om die aanval te weerstaan. Ik vind het dus zo irreëel om dat als inzet van onderhandelingen te kiezen, zeker in deze fase, omdat je natuurlijk weet dat dat per definitie niet gaat gebeuren. Ik vraag me dus af of je niet een stap terug zou kunnen doen en iets breder zou kunnen kijken wat hierbij nou reëel is, wat de positie van Iran is en wat haalbaar zou zijn. Dit is namelijk per definitie niet haalbaar en dan blijf je naar mijn gevoel eindeloos in cirkels ronddraaien.

Minister Berendsen:

In alle onderhandelingen en zeker in complexe onderhandelingen als deze wordt een breed pakket aan zaken meegenomen, maar ik denk dat het heel verstandig is om een heel duidelijk akkoord te hebben over de dreiging die Iran vormt voor de verdere regio. Het is uiteindelijk ook aan de onderhandelaars om daar een oplossing voor te vinden.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Nog even hierop doorgaand: ik ben het volledig met de Minister eens dat de nucleaire dreiging uiteindelijk onderdeel zou moeten zijn van een eindakkoord. Je moet er wat dat betreft niet aan dénken dat er sprake zou zijn van een soort sjiitisch Noord-Korea. Een eind aan de steun aan Hezbollah, aan Hamas en aan vergelijkbare terreurgroepen zou wat betreft Nederland ook deel moeten uitmaken van het akkoord. Dat hoort hier ook bij.

Minister Berendsen:

Wat Nederland betreft, zouden wij idealiter natuurlijk alle elementen van de dreiging die Iran voor de eigen bevolking, de omgeving en de wijdere regio vormt in het akkoord gevat zien worden. Zeker deze zorgen, en ook de zorgen over de gevolgen van een mogelijke escalatie door die dreiging, ook voor Iran en de regio, zijn gewoon groot. Ik hoop dus van harte dat dat het geval is. Mevrouw Maes vroeg natuurlijk waar we ongeveer staan en wat de verwachtingen daarvan zijn; ik vind het lastig om daar nu verder inhoud aan te geven.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog, Minister.

Minister Berendsen:

Dank u wel, voorzitter. Laat ik even systeem aanbrengen. Ik ga door met het punt van de Straat van Hormuz, de missie en secundaire effecten. Ik heb daar iets over gezegd in de inleiding. Mevrouw Dobbe vroeg specifiek naar het punt dat er feitelijk al een missie zou zijn, omdat we voorsorteren, prepositioneren. De mijnenjager gaat onderdeel uitmaken van een doorlopend aanwezig NAVO-vlootverband van mijnenbestrijdingsvaartuigen in de Middellandse Zee. Prepositionering betekent dat materiaal tijdig en efficiënt beschikbaar is voor mogelijke inzet. Ik heb geleerd dat mijnenjagers niet zo snel varen. Dat betekent dat als je ze in wilt zetten, je ze zal moeten prepositioneren op het moment dat de gelegenheid daartoe is, omdat je uiteindelijk, mocht de situatie het toelaten om de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz te kunnen garanderen, dat zo snel mogelijk wilt doen en niet een aantal weken wilt hoeven wachten voordat de capaciteit ter plaatse is om die vrije doorvaart mogelijk te maken. Het kabinet heeft, zoals ik ook in de inleiding zei, nog niet besloten over een eventuele Nederlandse militaire bijdrage. Als het kabinet daadwerkelijk een besluit neemt, informeren wij de Kamer daarover via de artikel 100-procedure.

Mevrouw Dobbe vroeg ook nog «ziet u dan de risico's van het feit dat wij genoemd worden als ...», met een verwijzing naar de titel van de brief die we naar de Kamer sturen et cetera. Het is volstrekt duidelijk dat Nederland onderdeel is van deze coalitie en dat we daar heel actief onze rol in pakken. Dat kan met risico's komen. Het grootste risico is uiteindelijk dat die Straat van Hormuz dicht blijft. De kracht van de breedte van de internationale coalitie is dat meerdere partijen bereid zijn om daar een stukje van de verantwoordelijkheid te dragen. Dit kabinet is absoluut bereid om een stukje van de verantwoordelijkheid te dragen onder de juiste omstandigheden.

Mevrouw Van der Werf vroeg hoe de coalitie er nu precies uitziet en wat we verwachten van partners buiten Europa. De coalitie staat onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Het militaire planningsproces voor de internationale missie is bijna afgerond. De coalitie is breder dan alleen het militaire spoor. Het gaat ook om diplomatieke inspanningen en de coördinatie van drukmiddelen zoals sancties om Iran naar de onderhandelingstafel te bewegen. We zien dat er nu concreet brede diplomatieke steun is, zoals ook blijkt uit de gezamenlijke verklaringen van de Hormuzcoalitie en stemmingen in multilaterale fora. Meer dan 50 landen, onder andere landen uit de Golf, Japan, Zuid-Korea, India en Singapore, zijn hier in politieke zin bij betrokken. We zetten ook in op een zo breed mogelijke internationale coalitie, dus ook met deelname van buiten Europa.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik heb een vraag naar aanleiding van de beantwoording van de Minister van mijn vragen over de missie en de inzet in de Straat van Hormuz. Ik heb daar een aantal specifieke vragen over gesteld omdat ik me zorgen maak. Het punt is niet zozeer dat wij onder geen beding een eventuele bijdrage aan het openen van de Straat van Hormuz zouden kunnen steunen als er een duurzaam akkoord ligt. Het punt is dat we dat debat nog helemaal niet hebben gevoerd. Er zijn een aantal dingen waar wij ons zorgen over maken. Ten eerste: hoe worden de VS aangesproken op hun verantwoordelijkheid? Want wij draaien in feite wel op voor de ellende die zij hebben veroorzaakt. Wordt daar ook een gesprek over gevoerd? Betalen zij bijvoorbeeld mee aan onze inzet als zij zelf geen mijnenjager hebben en hoeft dat niet alleen van de Nederlandse belastingbetaler te komen? Zijn die gesprekken gevoerd of worden die gevoerd? En ziet deze Minister het risico, ook voor de Kamer, dat wij straks voor de vorm nog een briefje krijgen, maar dat het schip al onderweg is? Een artikel 100-procedure moet echt meer zijn dan dat. Het is niet alleen «we sturen een briefje naar de Kamer en dan mag de Kamer er, bijna achteraf, nog wat van vinden». De Kamer wil ook voorafgaand aan zo'n missie dingen meegeven. Dat kan natuurlijk niet als dat schip daar al ligt en al bijna onderweg is. Misschien kan de Minister daar nog wat over zeggen.

Minister Berendsen:

De inzet van het kabinet is een hele brede internationale coalitie. De VS zijn daar geen onderdeel van. In de gesprekken met de VS roepen we hen ook continu op om te komen tot een diplomatieke oplossing met Iran, maar de reden voor een eventuele missie binnen die internationale coalitie is dat veel van deze internationale partners een stukje van de verantwoordelijkheid dragen voor de belangen die wij ook hebben. Die belangen hangen samen met het openen van de Straat van Hormuz, gezien de enorme impact die de sluiting daarvan heeft, niet alleen op ons – dit is een grote zorg, want wij zien de prijzen stijgen; dat doet heel veel mensen pijn en veel mensen kunnen die rekeningen ook niet meer betalen – maar ook op het zuiden van onze wereld, waar je voedsel- en energietekorten ziet komen. Dat betekent dat we op dat punt een groot belang zien.

Wat het gesprek met de Kamer over de missie betreft: wij informeren de Kamer continu over de coalitie, de gesprekken in de coalitie, de stappen die Nederland zet, waar we zijn en in dit geval ook het prepositioneren. Op het moment dat er een besluit voorligt, hebben we dat debat ook met de Kamer in het kader van de artikel 100-procedure.

Mevrouw Dobbe (SP):

Een vervolgvraag daarop. De door de Minister geschetste situatie is toch in ieder geval geen goede situatie? De VS spelen geen enkele rol in het weer openmaken van de Straat van Hormuz, behalve dat ze deze oorlog inderdaad moeten beëindigen en tot een akkoord moeten komen met Iran, want dat moet natuurlijk sowieso gebeuren; er moet daar vrede komen. Als er dan een duurzaam akkoord ligt, hebben de VS geen enkele rol in het vervolgens weer openen van de Straat van Hormuz; dan moeten wij daarvoor opdraaien. Ik snap de belangen, want ook ik zie de noden hier en in de wereld; dat is het punt niet. De VS hebben daar toch ook een verantwoordelijkheid? Welke gesprekken vinden daarover plaats? Waarom betalen zij hier niet aan mee en waarom doen ze hier niet aan mee? En ziet u ook het risico dat ik noemde in de tweede vraag? Als een schip al onderweg is terwijl de voorwaarden van die missie nog niet bekend zijn, ziet u dan onze zorg dat wij nu de facto al bezig zijn met het starten en prepositioneren van een missie waarvan wij de voorwaarden niet eens kennen?

Minister Berendsen:

De VS spelen geen rol in de internationale coalitie. De internationale coalitie is bereid om, op het moment dat het kan, een stukje verantwoordelijkheid te dragen met haar capaciteiten, om die vrije doorvaart weer mogelijk te maken. Tegelijkertijd spelen er andere initiatieven, ook vanuit de VS, en zijn we ons binnen die internationale coalitie er ook zeer van bewust dat als dit soort acties worden uitgevoerd, dat altijd in overleg moet met andere partijen die bij dit conflict betrokken zijn. Als er een missie plaatsvindt van de internationale coalitie, zal dat ook in samenspraak met de VS gebeuren, maar er zal ook met Iran gesproken moeten worden over de situatie en de missie daar. Dat was vraag één.

Vraag twee van mevrouw Dobbe ging over het doorvragen over het prepositioneren. De mijnenjager gaat onderdeel uitmaken van het NAVO-vlootverband. Dat betekent dat deze beter gepositioneerd is om, op het moment dat we tot besluitvorming overgaan, deel te nemen aan een missie. Anders duurt het namelijk gewoon wekenlang voordat het schip daar is. Dat neemt niet weg dat de procedure die we dan met de Kamer doorlopen, voldoende mogelijkheden geeft aan de Kamer om daarover en over de randvoorwaarden van die missie het gesprek aan te gaan met het kabinet.

Mevrouw Van der Werf (D66):

Nog even over de beantwoording van mijn vraag net. De Minister gaf aan dat er een groot gezelschap is van meer dan 50 landen en dat er brede diplomatieke en politieke steun is. Maar hoe zit het met de bereidheid tot een militaire bijdrage van die landen buiten Europa? Dat zij het steunen, is natuurlijk heel mooi, maar ik ben ook benieuwd hoe dat zich ontvouwt.

Minister Berendsen:

Niet al die 50 landen zullen een militaire bijdrage leveren, maar we zien wel de breedte van de internationale coalitie. Dat heeft niet alleen te maken met de wens van het wel of niet militair bijdragen. Dat heeft ook te maken met de vraag hoe je ervoor zorgt dat de capaciteiten en de mogelijkheden die de verschillende landen binnen die coalitie hebben op een goede manier op elkaar aansluiten. Daarbij spelen er veel facetten mee op het gebied van materieel, personele bezetting, intelligence, kennisvergaring et cetera.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Ik heb nog één vraag hierover. De Minister zegt dat de prepositionering plaatsvindt in NAVO-vlootverband; dat stond ook in de brief. Alle begrip daarvoor. Maar ik vraag me het volgende af. Dat is toch geen voorbode dat we in NAVO-verband deelnemen aan zo'n missie in de Straat van Hormuz, mocht er een bestand komen?

Minister Berendsen:

Het kabinet heeft de voorkeur om een brede internationale coalitie daar het werk te laten doen, onder omstandigheden die acceptabel zijn. Daar zullen NAVO-bondgenoten onderdeel van zijn. Wat het kabinet betreft is het de internationale coalitie zoals we daar nu mee aan het werk zijn.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Dan heb ik nog één vraag over. Er zijn veel NAVO-bondgenoten. Denkt de Minister dat Amerika daar onderdeel van moet zijn?

Minister Berendsen:

Zoals ik juist ook tegen mevrouw Dobbe heb gezegd, zijn de VS geen onderdeel van die internationale brede coalitie. Het is een brede internationale coalitie van allerlei landen die zien dat zij een gezamenlijk belang hebben en een stukje van de verantwoordelijkheid willen dragen. Ik denk dat het ondenkbaar is dat je daar met een internationale coalitie een missie gaat uitvoeren zonder afstemming met de VS en Iran, naargelang het akkoord dat daar gesloten wordt. Maar de VS maken geen onderdeel uit van de capaciteiten van deze missie.

De voorzitter:

Gaat u verder met uw betoog, Minister.

Minister Berendsen:

Voorzitter. Mevrouw Nanninga vroeg naar de inzet van de Europese Commissie en de EU-missies in de regio. Zoals ik zojuist ook heb aangegeven, is onze inzet echt gericht op de Frans-Brits geleide brede internationale coalitie. Nederland is altijd bereid in EU-verband te kijken naar de slagvaardigheid van EU-missies. Maar de operationele haalbaarheid en de steun van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn uiteindelijk van het grootste belang. Zoals ik net aangaf, is juist de breedte van de coalitie echt heel belangrijk; dat is een groot voordeel. Een missie in de Straat van Hormuz zou geen EU-missie moeten zijn. Het lijkt me uitstekend dat de EU en EU-partners willen bijdragen, maar de kracht zit ’m in de breedte van de internationale coalitie.

Voorzitter. De heer De Roon vroeg ... Ik zoek nog steeds naar de juiste manier om de voorzitter te adresseren als hij als Kamerlid een vraag heeft gesteld. Voorzitter, in uw rol als Kamerlid stelde u de vraag over de toekomst van het openhouden van de Straat van Hormuz na het mijnenruimen. Die kan niet enkel met militaire middelen worden opengehouden. Mijnenjagen is expliciet een tijdelijke opgave. Als we beginnen met ruimen, worden er hopelijk geen nieuwe mijnen meer geplaatst. Maar dan moet er echt een diplomatieke oplossing zijn. Dat vereist een einde aan de vijandelijkheden. We weten nu nog niet hoe dat eruit gaat zien. Ik wil wel benadrukken dat de reden dat wij zo strak zijn op de vrije doorvaart en het recht op vrije doorvaart niet alleen de enorme impact is die we nu zien van het gesloten zijn van de Straat van Hormuz. Het gaat ook om eventuele implicaties voor allerlei andere vaarwegen op de wereld. Dit is gewoon onacceptabel. Vandaar dat de vrijheid van doorvaart voor ons niet onderhandelbaar is.

De heer Dekker vroeg nog naar verstoringen van energie- en goederenstromen en de vulgraad van de Nederlandse gasopslagen. De heer Dekker zal ongetwijfeld begrijpen dat dit niet volledig binnen mijn portefeuille valt als Minister van Buitenlandse Zaken. Wat betreft lng is de directe impact op Nederland relatief beperkt, omdat wij het grootste deel van onze lng kopen in andere landen dan die in de Golfregio. Uiteraard zijn er wel grote prijseffecten. Lng is een wereldmarkt, en dat betekent dat dit echt gevolgen heeft. Nederland haalde wel aanzienlijke hoeveelheden olie uit de getroffen regio. Olie is ook een wereldmarkt. Dat betekent dat er voldoende andere aanbieders zijn, maar ook hierbij geldt dat er aanzienlijke prijseffecten zijn bij de aankoop daarvan.

Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar de gevolgen van het conflict voor ontwikkelingslanden op het gebied van voedselzekerheid, energieprijzen en de Nederlandse inzet daar. Op basis van de analyses van de Wereldbank en het IMF zien we de grootste risico's bij landen die tegelijk geraakt worden door hogere energieprijzen, duurdere kunstmest, voedselonzekerheid en druk op de betalingsbalans en de begroting. Dat betekent dat verschillende elementen hierbij elkaar versterken voor huishoudens, boeren, bedrijven en overheden. Onze inzet is daarom vooral gericht op goede coördinatie, juiste rolverdeling, snelle inzet van bestaande instrumenten en oog voor de langere termijn. Acute noden moeten nu geadresseerd worden. We kijken onder andere naar de VN voor humanitaire toegang en logistiek, naar de Wereldbank en regionale ontwikkelingsbanken voor voedselzekerheid, sociale bescherming en prioritaire uitgaven, en naar het IMF voor betalingsbalansdruk en schuldhoudbaarheid.

Voorzitter. Dat was het tweede blokje. Dan heb ik nog het blokje met specifieke vragen van Kamerleden over sancties.

De heer Van Dijk vroeg naar de naleving van EU-sancties. Direct of indirect zakendoen met de IRGC is een overtreding van de sancties. De IRGC staat op de EU-terrorismelijst en op andere sanctielijsten, ook dankzij Nederlandse inzet. Hoe beter de naleving, hoe effectiever de sancties, zowel op nationaal als Europees niveau. Er wordt altijd onderzoek gedaan naar signalen van overtredingen van sancties en, waar nodig, wordt handhavend opgetreden. Het is aan het OM om onderzoek te doen en overtreders van die sancties te vervolgen, maar daar zijn we natuurlijk scherp op.

De heer Van Dijk vroeg ook of niet alleen de top van de Revolutionaire Garde, maar ook lagere functionarissen onder die sancties en reisbeperkingen vallen. Op dit moment bestaan de sanctielijsten uit zowel hogere als lagere IRGC-functionarissen. Het kabinet zet zich in voor maximale sancties richting Iran, als dat effectief is. De heer Van Dijk vroeg ook naar het 50%-criterium. Sanctieomzeiling en sanctieontduiking zijn problemen die we scherp op de radar hebben. Daar hoort ook onderzoek naar ondoorzichtige eigendomsstructuren bij. De 50%-regel volgt uit de EU-wetgeving en is internationaal de standaard. Dat is dus ook niet zomaar te wijzigen. We spelen als Nederland een voortrekkersrol in EU-verband op het gebied van sancties. Het is belangrijk dat we alert blijven op front companies en deze ook op de sanctielijst zetten.

Voorzitter. Ik besef dat het blokje ... Sorry.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank voor de reactie, Minister. Ik heb een verhelderende vraag. De Minister geeft aan dat de top van de Garde onder die sancties valt en dat de laag daaronder ook zeker in beeld is. De achterliggende vraag is natuurlijk of het denkbaar is om het net toch breder uit te gooien. Maakt het kabinet zich daar sterk voor?

Minister Berendsen:

Net zoals we ons hebben ingezet om de Revolutionaire Garde als geheel op de sanctielijst te krijgen, kijken we ook voortdurend naar mogelijkheden om die sancties zo goed mogelijk te laten werken. Dat heeft ook te maken met wie er op die lijsten staan, waarbij de kwaliteit uiteindelijk boven de kwantiteit gaat als we het relateren aan de effectiviteit van de sancties.

De heer Dekker (FVD):

De Minister noemt de voorhoederol van Nederland bij die sancties. Dat is toch wel een opvallend fenomeen. We hebben ook een voorhoederol gespeeld bij het begeleiden van die vloten met de Evertsen. Is het wel zo verstandig om een voorhoederol te spelen in dit toch wat problematische conflict dat illegaal gestart is en waar allerlei problemen aan zitten? Waarom doen we dat eigenlijk?

Minister Berendsen:

Een voortrekkersrol spelen in internationaal verband komt altijd met kansen en met risico's. In dit kader is het mijn taak om op te komen voor de Nederlandse belangen in het buitenland, zo ziet het kabinet dat ook. Bij dit conflict worden een aantal Nederlandse belangen hard geraakt. Dat zien we dagelijks. De reële dreiging van Iran is ook helemaal tot in Nederland voelbaar. Dat betekent dat wij zeker een stukje van de verantwoordelijkheid willen dragen voor het oplossen van de problemen, maar ook zeker voor het opkomen voor onze belangen.

De heer Dekker (FVD):

Alle Europese landen zouden die positie natuurlijk kunnen innemen, want het raakt hen allemaal. Toch zie je dat Nederland relatief vooroploopt in vergelijking met landen als Italië of Spanje. Dat is toch verbazingwekkend. Wat is daarvan precies de achtergrond?

Minister Berendsen:

Ik kan alleen spreken over de keuzes die wij als Nederlands kabinet maken. De Nederlandse economie heeft een grote verwevenheid met de internationale economieën en de internationale handel. We hebben enorme internationale belangen. Wij geven ons buitenlandbeleid daarnaast niet alleen op basis daarvan vorm, maar doen dat ook waardengedreven. Dat betekent dat we ook kijken naar hoe we onze waarden kunnen beschermen en ons daar internationaal sterk voor kunnen maken. Dat betekent dat er allemaal afwegingen zijn bij de beslissing of wij wel of geen voortrekkersrol wensen te spelen.

Mevrouw Piri (GroenLinks-PvdA):

Laten we het hebben over die Nederlandse belangen. Ik doe toch nog één poging. Volgens mij zei elke expert dat het afsluiten van de Straat van Hormuz ging gebeuren bij een grootschalige militaire aanval. We zien hoe dat Nederland raakt. Als je kijkt naar de economische belangen, de Nederlandse belangen, in die regio, dan is het toch echt onbegrijpelijk dat de Minister hier nog steeds verdedigt dat we begrip hebben voor deze aanval?

De voorzitter:

Mevrouw Piri, ik probeerde een beetje te voorkomen dat vragen herhaald zouden worden, al heeft u het recht natuurlijk wel. Ja, u heeft nog een kans. Zo kunt u het ook zien. Minister, een kans.

Minister Berendsen:

Dank daarvoor aan alle betrokken partijen. Ik heb zojuist al aangegeven dat het Nederlands belang ook in de Iraanse dreiging zit, die helemaal tot in Nederland voelbaar is. Die reële Iraanse dreiging is voelbaar in de regio, maar ook helemaal tot in Nederland. Dat maakt ook deel uit van onze belangenafweging en de positionering van het kabinet.

De voorzitter:

Kunnen we naar het volgende blokje, Minister? Dat is het blokje diaspora.

Minister Berendsen:

Dat klopt, voorzitter. De heer Van Dijk vroeg specifiek naar hoe het beleid van de Minister wordt gevoed door inzichten van de Iraanse diaspora. Het kabinet spreekt veelvuldig met de Iraanse gemeenschap in Nederland. Het Ministerie van SZW doet dat, de mp doet dat en ook ikzelf heb verscheidene gesprekken gevoerd om uit eerste hand te horen wat de zorgen zijn en wat de impact van de gebeurtenissen in Iran is, niet alleen in Iran maar ook op de gemeenschap in Nederland. Die zorgen zijn heel herkenbaar: de gewelddadige repressie van vreedzame protesten in Iran, de impact van de oorlog op familie en vrienden in Iran en de angst voor intimidatie en fysieke dreiging vanuit Iraanse statelijke actoren tot hier in Nederland. Dat zijn allemaal thema's die Nederland internationaal aan de kaak blijft stellen. Dat gebeurt bilateraal, maar ook in internationale gremia en via de EU door onze inzet op EU-sancties.

Mevrouw Nanninga vroeg naar de Iraanse ambassade. Een aantal andere Kamerleden hebben daar ook naar gerefereerd. Wij zijn ons zeer bewust van de dreigingen vanuit Iran. Tegelijkertijd hebben we ons ook tot Iran te verhouden. In het gesprek dat de Kamer net voerde, zagen we ook dat er geen indicatie is dat het regime op omvallen staat. Het blijft dan in het Nederlandse belang om die kanalen open te houden. Zelfs als er een internationale missie komt, zal, zoals ik net ook al aangaf, de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz op enigerlei wijze in overleg en samenspraak met Iran zijn, afhankelijk van het akkoord dat wordt bereikt. Er staan grote Nederlandse belangen op het spel. Uiteindelijk heeft alles wat we hier doen met betrekking tot onze ambassade ook effect op wat onze ambassade in Teheran kan doen. Ik verwijs ook naar de grote zorgen die we hebben over de situatie daar. Mevrouw Dobbe heeft ook een aantal zorgen uitgesproken over de situatie daar. We kunnen daar juist alleen van invloed zijn, niet alleen voor de bevolking daar maar ook bij het ophalen van de juiste informatie, als wij daar gerepresenteerd zijn. Dat is waarom wij in deze complexe afweging deze keuze maken.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Mijn excuses, ik moet de vergadering zo verlaten voor een ander commissiedebat. Excuses daarvoor.

Onze ambassade zit niet meer in Teheran, maar in Bakoe. Dat is ook de reden dat JA21 van standpunt is veranderd dat de ambassade hier ook dicht moet. Is het kabinet bereid de ambassade te sluiten als blijkt dat er wel degelijk invloed is geweest op de aanslag die gepleegd is in Schoonhoven? Gaat het kabinet dan eindelijk bijvoorbeeld het Australische voorbeeld volgen en deze «diplomaten», zeg ik tussen aanhalingstekens, wel uitzetten?

Minister Berendsen:

Wat betreft het eerste deel van de vraag van mevrouw Nanninga heb ik net ook aangegeven dat wij kijken of we, als de veiligheidssituatie niet verslechtert, toch weer een aantal personen van onze post terug kunnen brengen naar Teheran, ook gezien de grote belangen die we daar hebben. Ieder besluit dat we nemen over deze ambassade op Nederlandse grond, heeft impact op de mogelijkheden van onze mensen in Iran.

Ten tweede hebben wij in het verleden ook personen tot persona non grata verklaard op het moment dat er directe relaties met personen waren. Dat soort maatregelen zouden eventueel mogelijk zijn als er een directe link duidelijk is, maar dat is op dit moment nog niet aan de orde.

Mevrouw Nanninga (JA21):

Voor communicatie kunnen we ook bellen, e-mailen of skypen. Daar is geen fysieke aanwezigheid van dubieuze figuren in ons land voor nodig. Daar kan gewoon contact mee zijn. Op welke belangen doelt de Minister? Doelt hij op de oliebelangen?

Minister Berendsen:

Nee. Waar ik op doel, is dat Iran maatregelen zal nemen tegen de Nederlandse ambassade in Iran als wij maatregelen nemen tegen de ambassade van Iran in Nederland. De grote waarde die wij zien in onze ambassade in Teheran, ook door de fysieke aanwezigheid en de contacten die men in het netwerk daar of bilateraal kan hebben, is deels inderdaad gericht op de grote belangen die we hebben bij het openen van de Straat van Hormuz en is deels gericht op de grote zorgen die we hebben over de reële dreiging van Iran in de regio. Die zorgen spreken we ook uit. We zijn ook zeker gericht op het hebben van informatie over de daadwerkelijke situatie daar, wetende dat communicatie op allerlei manieren mogelijk is, maar dat de Iraanse overheid dat toch zeer beperkt als het gaat om Iran zelf en de situatie van de bevolking daar. Het heeft daarom gewoon waarde dat wij daar mensen fysiek aanwezig hebben.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik ga hier toch nog even op door. Het viel me tijdens de voorbereiding op dat een land als Canada, dat binnen dit dossier nog weleens tot een soort voorbeeld wordt gesteld, al in 2012 zijn ambassade in Teheran dichtgooide en alle Iraanse diplomaten tot persona non grata verklaarde vanwege de steun aan terroristen, het nucleaire programma et cetera. Hoe kan het dat zo'n land toch een heel fundamenteel andere afweging maakt dan wij, terwijl het, neem ik aan, toch met dezelfde complexe afweging te maken heeft?

Minister Berendsen:

Ik denk dat dat vooral een vraag aan de Canadese overheid is. Landen maken daarin dus andere afwegingen. Ik heb net vrij zorgvuldig geprobeerd aan te geven wat onze afweging daarin is. Het kan zijn dat andere landen daar andere afwegingen in maken, maar wij denken als kabinet dat we op deze manier het beste opkomen voor het Nederlandse belang en voor het waardengedreven buitenlandbeleid dat we hebben, waarmee we ook nadrukkelijk zorgen hebben over die Iraanse bevolking.

De voorzitter:

Minister, gaat u verder.

Minister Berendsen:

Voorzitter. Dat was op zich naar mijn mening een heel mooi natuurlijk bruggetje naar mijn volgende blokje: mensenrechten en de situatie in Iran. Daar heb ik, gezien het mooie natuurlijke bruggetje, ook al het een en ander over gezegd. Mevrouw Dobbe vroeg specifiek naar wat we kunnen doen om de straffeloosheid van het Iraanse regime aan te pakken voor zijn misdaden. Ook vroeg zij wat we eraan doen om ervoor te zorgen dat de gevolgen van de aanvallen van de VS en Israël onafhankelijk onderzocht worden. Het kabinet roept alle partijen bij het gewapend conflict op – dat blijven we ook doen – zich te houden aan het humanitair oorlogsrecht. Het is van groot belang dat vermeende schendingen daarvan naar behoren worden gedocumenteerd en onderzocht. Daar zet Nederland zich wereldwijd voor in, ook in Iran. Zo zet Nederland zich in de Mensenrechtenraad jaarlijks in voor de verlenging van de fact-finding mission en de speciaal rapporteur voor Iran, ten behoeve van onderzoek naar ernstige mensenrechtenschendingen. Ook steunt Nederland het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens, dat op zijn beurt de werkzaamheden van de fact-finding mission voor Iran ondersteunt. Daarnaast steunt Nederland het maatschappelijk middenveld en blijft Nederland inzetten op Europese mensenrechtensancties tegen mensenrechtenschenders in Iran.

Mevrouw Van der Werf vroeg naar het opkomen voor de Iraanse bevolking en welke rol ik zie weggelegd voor Europa. Overigens betrof dat niet alleen de Iraanse bevolking, maar ook mensenrechtenverdedigers, de democratische krachten, het herstel van het internet en de positie van vrouwen – dat spectrum. Zoals ik al gezegd heb: wij willen niet aan de zijlijn staan, niet als Nederland, maar ook niet als Europa. Europa moet niet aan de zijlijn staan. Het lot van de Iraanse bevolking verliezen we niet uit het oog. Daar blijven we op inzetten. In samenwerking met de EU steunt het kabinet het Iraanse volk en het maatschappelijk middenveld van Iran. Maar juist als het gaat om het maatschappelijk middenveld zal de Kamer ook begrijpen dat we, gezien de situatie en omwille van de veiligheid, verder geen uitspraken kunnen doen over de wijze waarop we dat doen, de concrete steun en de vorm hiervan.

Voorzitter. De VVD vroeg of ik bereid ben – deze vraag heb ik zojuist denk ik ook al beantwoord – de ernstige mensenrechtenschendingen en het hoge aantal executies in Iran direct en in de scherpst mogelijke bewoordingen aan de orde te stellen bij de Iraanse autoriteiten. Ik heb zojuist gezegd in antwoord op de vraag van de heer Dekker over bilateraal contact met de Iraanse Minister: dat heb ik gedaan.

Voorzitter. De heer Van Lanschot vroeg naar humanitaire hulp richting de inwoners van Iran en of de hulporganisaties ook toegang krijgen tot burgers. Er wordt waar mogelijk humanitaire hulp verleend aan de bevolking van Iran. Dat is uiterst complex, omdat ook voor Iran geldt dat de hulpverlening alleen kan geschieden als lokale autoriteiten daar geen bezwaar tegen maken. Door de beperkte aanwezigheid van internationale hulporganisaties spelen lokale netwerken en gemeenschapsstructuren een belangrijke rol bij het bereiken van kwetsbare bevolkingsgroepen. Waar mogelijk dragen we via ongeoormerkte financiering bij aan humanitaire partners. Het betreft humanitaire noodhulp aan de VN, het Rode Kruis en de Iraanse Rode Halve Maan. We staan regelmatig in contact met de Iraanse diaspora over diverse onderwerpen op dit gebied.

Mevrouw Dobbe vroeg nog specifiek naar de steun van Nederland aan Iraanse vrouwenorganisaties. Zoals ik zojuist ook heb aangegeven in het antwoord aan mevrouw Van der Werf, doen we omwille van de veiligheid publiekelijk geen uitspraken over concrete steun, en de vorm hiervan, aan specifieke organisaties. Het antwoord dat ik zojuist gegeven heb, laat ook zien dat wij alle mogelijkheden bekijken en proberen te doorlopen om steun te geven aan organisaties en de daar aanwezige civil society, op allerlei onderwerpen, waarvan dit ook een onderdeel is.

Mevrouw Nanninga van JA21 vroeg naar het door het Europees Parlement genoemde tribunaal. Zien wij ruimte voor zo'n tribunaal in Den Haag? Het is essentieel dat mensenrechtenschendingen gedocumenteerd en onderzocht worden, en dat daders ter verantwoording worden geroepen. Als Nederland zetten wij ons daar wereldwijd voor in. De oprichting van een apart tribunaal naast het bestaande mechanisme is op dit moment niet aan de orde. Ik heb net al aangegeven wat onze inzet is richting de fact-finding mission en de speciale rapporteur.

Voorzitter. Ik kom bij het laatste blokje.

Mevrouw Dobbe (SP):

Ik heb nog een tweetal vragen over dit blokje. Ik snap de inzet op de fact-finding mission, maar dat wisten we al. Ik weet ook zeker dat deze Minister dat ook heel belangrijk vindt. Alleen, we zien nu twee dingen. De mensenrechtenschendingen in Iran nemen toe. Voor de fact-finding mission was het altijd al behelpen met de schendingen die er al waren, maar die zijn dus ook nog eens toegenomen. Er worden mogelijk ook nog andere schendingen gepleegd naar aanleiding van de aanvallen van de VS en Israël, zeker bijvoorbeeld bij het bombarderen van de meisjesschool. Zit dat tweede onderdeel in het mandaat van de fact-finding mission, en heeft de fact-finding mission wel genoeg geld en middelen?

Minister Berendsen:

Die fact-finding mission gaat over de mensenrechtenschendingen in Iran, in eerste instantie inderdaad door de Iraanse overheid, maar daar vallen andere eventuele mensenrechtenschendingen ook onder. Naar ik begrepen heb, kunnen zij daarnaar ook onderzoek doen. Dan de tweede vraag. Het eerlijke antwoord is natuurlijk dat dit soort missies nooit voldoende geld en middelen heeft om hun werk op de best mogelijke manier te doen, maar er is vanuit Nederland altijd steun en we bekijken hoe we de missie kunnen versterken.

Mevrouw Dobbe (SP):

Is de Minister dan bereid om een extra inspanning te leveren om die fact-finding mission te ondersteunen? We weten dat er altijd tekorten zijn, maar we vinden die missie allemaal belangrijk. Dan kunnen ze in ieder geval meer doen dan ze nu doen, wat ongetwijfeld al minder is dan ze zouden moeten doen.

Minister Berendsen:

Dit is een terechte vraag van mevrouw Dobbe. Het antwoord daarop is altijd dat we niet alleen dit belangrijk vinden, maar dat we heel veel belangrijk vinden, en dat we ook te maken hebben met keuzes in het budget. Dat betekent dat ik daar op dit moment geen toezeggingen over kan doen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Dat voel ik als een aansporing om er vanuit de Tweede Kamer met een voorstel over te komen. Het tweede is eigenlijk dezelfde vraag als het gaat over het steunen van het maatschappelijk middenveld en vrouwenorganisaties. Ik heb het antwoord gehoord. Ik snap ook dat deze Minister niet specifiek kan zeggen hoe dat in zijn werk gaat of om welke organisaties dat gaat, maar ook hiervoor geldt dat wij volgens mij al eerder hebben gevraagd om een extra inspanning te leveren om die organisaties te steunen. Ik maak me er toch wel zorgen over of het überhaupt nog lukt om die organisaties te steunen en of daarvoor niet ook een extra inspanning nodig is van ons.

Minister Berendsen:

Het is daar natuurlijk op dit moment inderdaad een heel complexe situatie, ook voor wat betreft toegang tot dat soort organisaties. Dan herhaal ik ook maar weer wat de waarde is om daar ook vanuit Nederland mensen fysiek aanwezig te hebben, omdat we er dan meer zicht op hebben en ook beter kunnen ondersteunen. Ik denk dat dit belangrijk is. We bekijken op welke manier we onze inzet zo goed mogelijk kunnen doen.

Mevrouw Dobbe (SP):

Maar is een extra inspanning nodig, en is die mogelijk?

Minister Berendsen:

Naar mijn informatie wordt er een extra inspanning geleverd via het Mensenrechtenfonds. We kunnen daar buiten de vergadering nog wel wat meer informatie over geven.

Voorzitter. Dan kom ik bij het laatste blokje. Mevrouw Van der Werf vroeg of Libanon onder het staakt-het-vuren zou moeten vallen, en of het kabinet de bereidheid heeft om zich met de Europese collega's in te zetten voor gezamenlijke actie tegen de acties van Israël op dit gebied. Voor wat betreft het staakt-het-vuren: kijk, in het Midden-Oosten staat niets los van elkaar. Ik begrijp wel dat Libanon zelf ook niet zit te wachten op sympathie vanuit Teheran en de invloed van Iran op hen juist wil beperken. Van belang is dat we de directe onderhandelingen tussen Israël en Libanon geleid door de VS waar mogelijk steunen, om te komen tot een duurzame politieke en diplomatieke oplossing tussen Israël en Libanon. Vanuit onze en mijn rol roepen we consistent alle partijen op om de afspraken van het staakt-het-vuren in Libanon te respecteren. Dat betekent ook dat de territoriale integriteit en soevereiniteit van Libanon moet worden gerespecteerd. Deze oproep doen we zowel bilateraal als samen met Europese partners.

Mevrouw Piri vroeg welke initiatieven Nederland eventueel samen met internationale financiële instellingen kan nemen, gezien de verslechterde financiële situatie van de regering in Beiroet, met de groeiende invloed van Hezbollah. Nederland steunt de Libanese autoriteiten bilateraal en via de EU om de randvoorwaarden voor een duurzaam bestand met Israël te creëren, onder andere ook door steun aan het Libanese leger en de inzet op rechtsstaatopbouw. Nederland steunt de projecten van de Wereldbank die zich richten op wederopbouw. Daarnaast blijven we richting de Libanese autoriteiten de noodzaak benadrukken om politieke en economische hervormingen door te voeren, zodat het IMF-steunpakket vrijkomt. Dat stelt de autoriteiten hopelijk in staat om het heft weer in eigen handen te nemen voor wat betreft de wederopbouw.

Mevrouw Piri vroeg specifiek naar de situatie in Libanon en hoe ik beoordeel dat de aanval richting één specifieke etnische bevolkingsgroep gericht zou zijn. De situatie in Libanon is zeer zorgelijk. Hezbollah moet de aanvallen staken en ontwapenen. Tegelijkertijd zijn er zeer zeker vraagtekens te zetten bij de proportionaliteit van Israëls militaire acties. Met name de situatie in Zuid-Libanon baart zorgen, waar op grote schaal dorpen worden vernietigd. Overigens baart de hele situatie in Libanon grote zorgen, als we het aantal ontheemden en de situatie waar het land voor staat zien. De bevolking van Zuid-Libanon is grotendeels sjiitisch, waardoor het aantal slachtoffers onder de sjiitische bevolkingsgroep groter is. Met de schaal en intensiteit van de aanvallen worden in het diverse Libanon echter ook andere groepen geraakt. Van een afstand is lastig in te schatten wat de intentie achter een aanval is, behalve het willen uitschakelen van Hezbollah.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Toch heel even kort hierop doorgaand, ook om misverstanden te voorkomen. Ik was al verrast door de opmerking over een etnisch onderscheid en dergelijke. Zowel christelijke als sjiitische Libanezen hebben volstrekt dezelfde etnische achtergrond, dus het hele denken in etnisch onderscheid speelt helemaal geen rol. Erkent de Minister dat?

Minister Berendsen:

Zoals ik al zei, is vanaf een afstand lastig in te schatten wat de intentie achter de aanvallen is, behalve het willen uitschakelen van Hezbollah. Dat is het uitgangspunt van Israël.

De heer Dekker (FVD):

Ik heb in mijn betoog de opsomming gegeven van de timing van de verschillende gebeurtenissen. Je ziet dan dat de intensieve Israëlische bombardementen op Libanon daags beginnen na de eerste besprekingen over het staakt-het-vuren. Het is dus niet zo vergezocht om je af te vragen of de intentie achter die bombardementen ook niet te maken heeft met het frustreren van het onderhandelingsproces tussen de Verenigde Staten en Iran.

Minister Berendsen:

De intentie van Israël zoals die gecommuniceerd wordt, is het uitschakelen van Hezbollah. Het kabinet heeft wel vragen ten aanzien van de proportionaliteit van de aanvallen van Israël. Zeker de vergelijking met Gaza zoals die door Israëlische Ministers is benoemd, is echt verwerpelijk. Uitspraken over bezetting en annexatie zijn zeer zorgelijk, dus wij hebben daar zorgen over.

De heer Dekker (FVD):

De Minister is er ongetwijfeld van op de hoogte dat er precies over dit onderwerp een hooglopende ruzie is ontstaan tussen Trump en Netanyahu, waarbij Trump Netanyahu terecht, denk ik, verwijt dat die zijn poging tot onderhandelen met Iran, die al lastig genoeg is, ondergraaft met zijn acties in Libanon. Wat vindt de Minister daarvan?

Minister Berendsen:

In algemene zin is de oproep van dit kabinet aan alle betrokken partijen om aan tafel te gaan en een diplomatieke oplossing te vinden, omdat dat de enige uitweg uit dit conflict is. Dat heb ik al meerdere keren gezegd.

Voorzitter. Mevrouw Maes vroeg nog naar ontwikkelingen in de regio. Traditionele coalities in het Midden-Oosten lijken te verschuiven. Dat ziet het kabinet ook. De prille toenadering tussen de Golfstaten en Iran is met de Iraanse aanval op de Golfpartners van de baan. Israël speelt militair een steeds assertievere rol in de brede regio. Hoe Iran uit deze oorlog komt heeft een langetermijnimpact op de verhoudingen in de regio, net als de inhoud van het akkoord. Juist daarom is het zo cruciaal dat de Iraanse dreigingen, die we nu meerdere keren besproken hebben, via een deal worden ingedamd. Daarbij doel ik niet alleen op Hormuz maar juist ook op de nucleaire dreiging en de dreigingen op al die andere dossiers. De positie van het kabinet ten aanzien van de proxy's is duidelijk: er moet een einde komen aan de steun van Iran aan die proxy's, waarmee het de instabiliteit in het Midden-Oosten in stand houdt.

Mevrouw Nanninga vroeg nog specifiek naar de EU-GCC-top. Er is nog geen formele datum voor de volgende editie. De eerste editie vond plaats in 2024 in Brussel. De verwachting is dat Saudi-Arabië de volgende top zal hosten, in het najaar van 2026. Intensivering van de samenwerking op veiligheid en defensie is een van de prioriteiten binnen die EU-GCC-samenwerking. Dat zal naar verwachting ook op de agenda staan. Ik denk dat het een mooi signaal was dat we een gezamenlijke vergadering hebben gehad met de GCC-ministers. Ook de aanwezigheid van de Minister van Saudi-Arabië bij de vergadering op Cyprus laat zien dat de samenwerking intensiveert, ook gelet op de veranderingen in de regio.

Mevrouw Maes vroeg naar de voortgang rond de ambassade in Damascus. Nederland heeft inderdaad een breed aantal belangen in de relatie met Syrië, namelijk migratie, veiligheid en de wederopbouw van het land. Daarom bezien we ook of we op een gepaste manier de presentie van Nederland in Syrië kunnen vergroten, om de Nederlandse belangen daar ook effectief te vertegenwoordigen. De meest recente stap is het benoemen van de Syriëgezant, als tijdelijk zaakgelastigde met een team opererend vanuit Beiroet. Een ambassade openen in Damascus is in de huidige situatie nog zeer kostbaar en er zullen ook keuzes gemaakt moeten worden in het kader van de taakstelling van Buitenlandse Zaken, maar we bezien wel hoe meer fysieke aanwezigheid past binnen deze afweging.

Voorzitter. Mevrouw Nanninga vroeg ook naar de inzet op defensiesamenwerking met de Golfstaten. Wij zijn solidair met de partners in de Golfregio die direct doelwit zijn geworden van Iraanse aanvallen. We staan in nauw contact met de landen over hun legitieme veiligheidsbehoefte. Ik bezocht de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië en ik sprak begin deze week ook nog met mijn Omaanse collega. Wij verkennen nog waar Nederland aanvullende gerichte steun kan leveren, maar die gesprekken lopen en die worden geleid door mijn collega van Defensie.

De steun aan Libanese strijdkrachten en de Libanese regering heb ik behandeld. Nee, sorry, nog even specifiek over de UNIFIL-missie en de relatie daartoe. Aan het einde van het jaar verloopt het mandaat van UNIFIL en dan komt er na 47 jaar een einde aan de aanwezigheid van een VN-missie in Libanon. Zowel binnen de VN als binnen de EU wordt nagedacht over de toekomst van Libanon ná UNIFIL. Binnen de EU wordt gesproken over een EU-missie. Het denken daarover is nog in de beginfase en deze missie zal naar verwachting geen directe vervanging van UNIFIL vormen. Nederland denkt in principe positief over een EU-rol bij de stabilisering van Libanon en wacht op de uitkomsten van de scoping mission van EDEO.

Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording van in ieder geval de vragen die ik voor mij heb liggen, voorzitter.

De voorzitter:

Dan kijk ik even naar de leden. Is er behoefte aan een tweede termijn? Als dat niet zo is, zouden we nu kunnen afronden, maar dan moet ik ook de vraag stellen of er ... Nou, eerst die eerste vraag misschien maar. Wil er nog iemand een tweede termijn?

Mevrouw Van der Werf (D66):

Wat mij betreft hoeft dat niet, voorzitter. Ik denk dat er wel behoefte is aan een tweeminutendebat. Dan is er eventueel ook nog de mogelijkheid voor een korte aanvulling, ook gezien de grote actualiteit van dit onderwerp.

De voorzitter:

Dat tweeminutendebat gaan we aanmelden, en dan denk ik dat we deze bijeenkomst nu kunnen afronden. Ik dank de leden voor hun inbreng en de Minister voor de beantwoording van de gestelde vragen. Ik dank ook iedereen voor zijn of haar belangstelling voor deze bijeenkomst en ik sluit dit commissiedebat.

Sluiting 12.47 uur.

Naar boven