Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juli 2026
Tijdens het Wetgevingsoverleg Jaarverslag, Slotwet en verantwoordingsonderzoek 2025
van 10 juni jl. heb ik, met referte naar de motie van het lid Stultiens c.s.1, aangegeven de Tweede Kamer voor de zomer te informeren over de uitkomsten van de
eerste gesprekken van Defensie met de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk over
de onderbouwing van de inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te voorkomen. Met deze
Kamerbrief geef ik gevolg aan mijn uitspraak.
In mijn brief van 1 juni jl.2 heb ik aangekondigd dat op initiatief van Defensie een hoogambtelijk overleg zal
plaatsvinden tussen de Algemene Rekenkamer, de Auditdienst Rijk, het Ministerie van
Financiën en Defensie. Daarnaast heb ik aangegeven dat een team van Defensie, de Algemene
Rekenkamer en ADR aan de slag gaat om voor de zomer eenheid van opvatting te bereiken
over de onderbouwing van inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te voorkomen.
Een eerste hoogambtelijk overleg heeft begin juni jl. plaatsgevonden en hierop volgend
heeft het team bestaande uit Defensie, Algemene Rekenkamer en Auditdienst Rijk al
meerdere gesprekken gevoerd over het beoordelingskader met betrekking tot inkoopdossiers
en wat er van de onderbouwing van een uitzonderingsbepaling mag worden verwacht. De
overleggen op beide niveaus zijn in een constructieve sfeer verlopen en is over en
weer verduidelijkt wat van een zelfdragende onderbouwing in het inkoopdossier te verwachten.
Afgesproken is dat Defensie een plan van aanpak opstelt dat zich richt op de acties
die nodig zijn om de onderbouwing van de uitzonderingsbepalingen op de Europese aanbestedingsregelgeving
in het inkoopdossier nog in het verslagjaar 2026 te verbeteren. Een belangrijk onderdeel
van dit plan van aanpak is het aanscherpen van het beoordelingskader voor de onderbouwing
van het gebruik van een uitzonderingsbepaling. Het beoordelingskader wordt vanzelfsprekend
in lijn met wet- en regelgeving opgesteld en houdt oog voor de balans tussen verantwoording
enerzijds en het beperken van administratieve lasten en regeldruk anderzijds.
Een volgend hoogambtelijk overleg wordt voor deze zomer geagendeerd. Het doel is om
tijdens dit overleg het hierboven genoemde plan van aanpak en het beoordelingskader
vast te stellen.
In de periode juli tot en met september voert Defensie de nodige acties uit met als
doel om de verbeteringen samen met de Auditdienst Rijk en de Algemene Rekenkamer te
doorleven aan de hand van enkele actuele inkoopdossiers uit 2026. Zo kunnen wij toetsen
of het beoordelingskader werkt en, indien nodig, direct bijstellen als blijkt dat
de gewenste effecten nog niet worden bereikt. Hierna controleert Defensie de andere
inkoopdossiers die vanaf 1 januari 2026 zijn opgesteld en waarbij gebruik is gemaakt
van de bewuste uitzonderingsbepalingen.
Dit stelt Defensie in staat om zo nodig nog voor de controles door de Auditdienst
Rijk en/of de Algemene Rekenkamer de onderbouwing aan te scherpen.
Ik ben blij dat Defensie, de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk in gezamenlijkheid
de weg vooruit bewandelen. Door deze aanpak verwacht ik dit verslagjaar de benodigde
verbetering te realiseren.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius