Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 25087 nr. 363 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 25087 nr. 363 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2026 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd om uw Kamer te informeren over recente ontwikkelingen met betrekking tot de heffing in Italië en Frankrijk bij de inkoop van eigen aandelen. Deze toezegging deed mijn ambtsvoorganger naar aanleiding van vragen over de inkoopfaciliteit in de Nederlandse dividendbelasting.
In deze brief ga ik eerst in op de fiscale behandeling van de inkoop van eigen aandelen door Nederlandse beursvennootschappen, waarbij ik ook de hiervoor genoemde inkoopfaciliteit bespreek. Daarna volgt een uiteenzetting over de fiscale behandeling van de inkoop van aandelen in Frankrijk en Italië. Daarbij maak ik de kanttekening dat het lastig is om het buitenlandse fiscale recht helemaal te doorgronden of te vergelijken met het Nederlandse belastingstelsel. Deze onderdelen beschrijven daarom slechts de hoofdlijnen van die buitenlandse stelsels. Tot slot ga ik in op de gerechtvaardigde bestaansreden van de Nederlandse inkoopfaciliteit, mede in het licht van de beschreven recente ontwikkelingen in Frankrijk en Italië.
Systematiek dividendbelasting
Dividendbelasting wordt geheven van aandeelhouders over de opbrengst die zij behalen uit aandelen in een vennootschap die in Nederland is gevestigd (hierna kortweg «Nederlandse vennootschap»). De dividendbelasting (15%) wordt ingehouden en afgedragen aan de Belastingdienst door de Nederlandse vennootschap (de inhoudingsplichtige). De dividendbelasting is een voorheffing op de inkomsten- en vennootschapsbelasting van de aandeelhouders. Nederlandse aandeelhouders kunnen de dividendbelasting daarom doorgaans met die belastingen verrekenen. In het geval van een buitenlandse aandeelhouder met een portfoliobelang (5% of minder) fungeert de Nederlandse dividendbelasting veelal als eindheffing. Deze buitenlandse aandeelhouder is namelijk in principe niet onderworpen aan Nederlandse inkomsten- of vennootschapsbelasting. In dat geval kunnen aandeelhouders in hun woon- of vestigingsland mogelijk in aanmerking komen voor een tegemoetkoming voor de in Nederland geheven dividendbelasting.1
Als een Nederlandse vennootschap dividend uitkeert aan een Nederlandse aandeelhouder verloopt de belastingheffing dus als volgt. De uitkerende vennootschap houdt 15% dividendbelasting in op het dividend en draagt dit bedrag af aan de Belastingdienst. De aandeelhouder ontvangt het netto bedrag (dividend -/- ingehouden dividendbelasting). De Nederlandse aandeelhouder kan de ingehouden dividendbelasting vervolgens als voorheffing verrekenen met de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting.
Systematiek inkoop eigen aandelen en inkoopfaciliteit
Ook als een vennootschap eigen aandelen inkoopt wordt dat voor de dividendbelasting in principe aangemerkt als een opbrengst waarop dividendbelasting moet worden ingehouden.2 Bij inkoop van eigen aandelen is dividendbelasting verschuldigd over het verschil tussen de inkoopprijs van de aandelen en het gemiddeld op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal (het dividenddeel). Bij een Nederlandse aandeelhouder wordt de inkoop van eigen aandelen belast met inkomsten- of vennootschapsbelasting. De aandeelhouder kan de ingehouden dividendbelasting verrekenen met deze inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Voor de inkoop van eigen aandelen door beursvennootschappen geldt onder strikte voorwaarden een vrijstelling (de zogenoemde inkoopfaciliteit). Voor een goed begrip van de achtergrond van deze faciliteit is het van belang te begrijpen hoe een inkoop van aandelen op de beurs plaatsvindt.3 Dit gaat als volgt. Een aandeelhouder wil bij de verkoop van zijn aandelen via de beurs (aan de inkopende vennootschap) de prijs ontvangen die hij van een willekeurige derde ook zou ontvangen. Dit betekent dat de aandeelhouder geen genoegen zal nemen met een verkoopprijs die (door de heffing van dividendbelasting) lager is dan bij een verkoop van het aandeel aan een willekeurige derde. Een beursvennootschap die eigen aandelen inkoopt, zal daarvoor dan ook de marktwaarde moeten betalen aan de verkopende aandeelhouder. Bij de inkoop van aandelen is dividendbelasting niet verschuldigd over de gehele inkoopprijs, maar over het verschil tussen de inkoopprijs van de aandelen en het gemiddelde op de desbetreffende aandelen gestorte kapitaal: het dividenddeel. De gedachte hierachter is dat dividendbelasting alleen wordt geheven over wat economisch gezien een uitkering van winst is, niet over de terugbetaling van hun eigen ingelegde kapitaal. Omdat bij de inkoop van eigen aandelen in principe dividendbelasting moet worden ingehouden, wordt voor dividendbelastingdoeleinden de betaling aan de verkopende aandeelhouder als netto bedrag beschouwd. Het dividenddeel wordt herleid tot een brutobedrag (brutering) waarover de beursvennootschap dividendbelasting moet inhouden en afdragen. In de praktijk neemt de inkopende beursvennootschap de 15% dividendbelasting voor zijn rekening. Dit betekent concreet een extra kostenpost van 17,65% (15% over het gebruteerde dividenddeel) voor de beursvennootschap bovenop de marktwaarde die voor de betreffende aandelen geldt.4
Voor de verrekening van de dividendbelasting als voorheffing in de inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting is vereist dat de dividendbelasting is geheven ten laste van de betreffende aandeelhouder. Het feit dat een beursvennootschap bij inkoop de verschuldigde dividendbelasting voor eigen rekening neemt, betekent dat de geheven dividendbelasting niet als voorheffing verrekend kan worden. Dit komt omdat de belastingplichtige (de aandeelhouder) bij een beursvennootschap niet bekend is doordat de inkoop van aandelen vaak door een bank wordt gedaan. De dividendbelasting vormt zodoende een directe kostenpost voor de beursvennootschap die niet verrekend kan worden, met als gevolg dat de waarde van de beursvennootschap wordt verminderd. Om dit knelpunt voor beursvennootschappen bij de inkoop van eigen aandelen weg te nemen en tegelijkertijd te voorkomen dat de uitdeling van dividend niet structureel wordt vervangen door de inkoop van eigen aandelen, is de inkoopfaciliteit in het leven geroepen. Zoals eerder aangegeven houdt deze faciliteit in dat een beursvennootschap onder strikte voorwaarden geen dividendbelasting hoeft in te houden bij de inkoop van eigen aandelen. Daarbij is het uitgangspunt van de voorwaarden dat de belastingvrije inkoop van aandelen niet ten koste mag gaan van de uitdeling van regulier dividend.5
Belastingheffing bij aandeelhouder
In Frankrijk wordt de inkoop van eigen aandelen door een Franse vennootschap in beginsel belast als vermogenswinst (kort gezegd: verkoopprijs minus koopprijs) van de aandeelhouder (inkomstenbelasting en sociale premies of vennootschapsbelasting). Voor Franse vennootschappen geldt een afwijkend regime voor inkomsten vanuit een gekwalificeerde deelneming.6 Dit zal bij een belang in een beursvennootschap in veel gevallen niet opgaan.7
Een buitenlandse aandeelhouder is in beginsel niet onderworpen aan Franse belastingheffing bij de inkoop van eigen aandelen door een Franse vennootschap. Hierop geldt een uitzondering voor buitenlandse aandeelhouders die in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de inkoop op enig moment een belang van ten minste 25% houdt in een Franse vennootschap.8 Dit zal voor beursvennootschappen doorgaans niet opgaan.9 Daarnaast geldt een uitzondering voor buitenlandse aandeelhouders, woonachtig of gevestigd in een non-coöperatieve jurisdictie. Voor deze gevallen geldt een belasting van 75%, ongeacht het belang in de Franse vennootschap.10
Belastingheffing bij inkopende vennootschap
Frankrijk belast de inkoop van eigen aandelen niet als dividend. Per 1 maart 2025 heeft Frankrijk een nieuwe belasting geïntroduceerd op een vermindering van aandelenkapitaal na de inkoop van eigen aandelen. Deze belasting is beperkt tot Franse vennootschappen die onderdeel zijn van een concern met een jaaromzet van meer dan € 1 miljard en werkt – in de kern – als volgt. De belasting bedraagt 8% van het bedrag aan kapitaalvermindering en een evenredig deel van het agio11. De inkopende vennootschap moet de kapitaalvermindering aangeven en de betaalde belasting is niet aftrekbaar van de vennootschapsbelasting. Durfkapitaal bedrijven zijn uitgezonderd van deze belasting. Tevens zijn kapitaalverminderingen in het kader van een aandelenregeling voor werknemers uitgezonderd van deze belasting.
Financiële transactiebelasting
Daarnaast kent Frankrijk ook een zogenoemde financiële transactiebelasting. De financiële transactiebelasting heeft betrekking op de aankoop van een beursgenoteerd aandeel in een Franse vennootschap met een zetel in Frankrijk met een marktkapitalisatie van meer dan € 1 miljard.12 De grondslag is de koopprijs van het aandeel en het tarief bedraagt 0,4%. Deze belasting ziet dus niet specifiek op de inkoop van eigen aandelen, maar kan daar wel op van toepassing zijn.
Belastingheffing bij aandeelhouder
In Italië wordt de inkoop van eigen aandelen tegen 26% belast als vermogenswinst bij de aandeelhouder (natuurlijk persoon en vennootschap).
Van een buitenlandse aandeelhouder met een belang in een Italiaanse vennootschap wordt in beginsel ook belasting geheven over de inkoop van aandelen. Echter, hierop zijn twee uitzonderingen. De eerste uitzondering is voor aandeelhouders met een belang in een lichaam waarvan de aandelen worden verhandeld op een gereguleerde markt. De tweede uitzondering geldt voor aandeelhouders, woonachtig of gevestigd in een land dat is opgenomen op de zogenoemde «witte lijst». De landen op deze lijst (meer dan 100) voorzien in een adequate informatie-uitwisseling met de Italiaanse Belastingdienst.13
Financiële transactiebelasting
Italië heft in principe geen dividendbelasting over de inkoop van eigen aandelen, maar kent wel, evenals Frankrijk, een meer algemene financiële transactiebelasting. Bij verkoop van aandelen en financiële instrumenten uitgegeven door Italiaanse vennootschappen, met een marktkapitalisatie van meer dan € 500 miljoen, is in principe 0,4% belasting over de waarde van de transactie verschuldigd. Bij transacties die plaatsvinden op gereguleerde markten wordt het tarief gehalveerd (0,2%). Voor hoogfrequente transacties op de Italiaanse markt geldt een specifiek belastingtarief van 0,04%. Deze tarieven gelden met ingang van 2026 en zijn een verdubbeling ten opzichte van de tarieven voor 2025. Hoewel deze transactiebelasting dus niet specifiek ziet op de inkoop van eigen aandelen, wordt deze wel in het geval van inkoop geheven.
Geen nieuwe belasting op aandeleninkoop
Daarnaast is er, voor zover mij bekend, in Italië ook discussie geweest over een aanvullende of hogere belasting op aandeleninkoop, maar is die niet ingevoerd.
Systematiek andere landen
In deze brief heb ik uiteengezet hoe Nederland dividenden belast, hoe Nederland de inkoop van eigen aandelen belast en dat – onder strikte voorwaarden – een uitzondering geldt voor inkoop door beursvennootschappen (de inkoopfaciliteit). In 2023 is breed onderzoek gedaan naar verschillende aspecten van de inkoopfaciliteit.14 Uit dit onderzoek blijkt dat de belasting op inkoop van eigen aandelen in andere landen uiteenloopt van alleen heffing bij de aandeelhouder, een gerichte belasting op inkoop tot zelfs helemaal geen belasting.15 De huidige situatie in Italië en Frankrijk bevestigt dit beeld. Voor wat betreft recente ontwikkelingen, heeft Frankrijk een gerichte belasting op de vermindering van kapitaal na inkoop van eigen aandelen ingevoerd en heeft Italië zijn financiële transactiebelasting verhoogd. Deze maatregelen hebben een verschillende reikwijdte en laten zich niet goed vergelijken met de Nederlandse systematiek van de inkoopfaciliteit. Zoals in deze brief omschreven heft Nederland bij inkoop van eigen aandelen in beginsel dividendbelasting en geldt daarop onder strikte voorwaarden een uitzondering (de inkoopfaciliteit). Sommige landen kennen andersoortige heffingen, met verschillende grondslagen, voorwaarden en parameters. Bovendien zijn deze heffingen steeds onderdeel van een breder buitenlands belastingstelsel dat niet volledig in beeld is. Dat maakt een vergelijking met Nederland lastig. In algemene zin dient te worden opgemerkt dat financiële transactiebelastingen door onder andere het IMF, de ECB, het CPB en de Franse Rekenkamer doorgaans niet als doelmatige en doeltreffende instrumenten worden beschouwd.16 Ook zou een financiële transactiebelasting in Nederland deels overlap vertonen met reeds bestaande instrumenten zoals de bankenbelasting, hetgeen leidt tot cumulatie van belasting in de financiële sector, wat een negatief effect heeft op het Nederlandse vestigings- en investeringsklimaat.
Weging inkoopfaciliteit
De inkoopfaciliteit is in 2001 ingevoerd nadat de Raad van State de dividendbelasting over de inkoop van beursaandelen had aangemerkt als aanmerkelijk knelpunt, mede omdat beursvennootschappen de inkoop van aandelen als een strategisch instrument zien.17 Het kabinet heeft daarop gezocht naar een maatregel waarbij belastingvrije inkoop van aandelen bij beursvennootschappen kan worden toegestaan, zonder dat dit volledig ten koste gaat van de jaarlijkse opbrengst van dividendbelasting. Hoe andere landen de inkoop van eigen aandelen belasten is – gelet op de hiervoor beschreven doelstelling van de inkoopfaciliteit – niet direct relevant voor de Nederlandse inkoopfaciliteit. Dat geldt tevens voor de recente ontwikkelingen in Frankrijk en Italië. De inkoopfaciliteit heeft immers op zichzelf bezien nog steeds een gerechtvaardigde bestaansreden. Zij voorkomt dat de beursvennootschappen de dividendbelasting bij inkoop zelf voor hun rekening moeten nemen. Uit het genoemde onderzoek uit 2023 blijkt verder dat er bedrijfseconomische redenen zijn voor de inkoop van eigen aandelen. De inkoop van aandelen wordt door beursvennootschappen als een belangrijk strategisch instrument gezien op het gebied van het kapitaalallocatiebeleid. Daarnaast kan met de inkoop van aandelen (positieve) invloed worden uitgeoefend op de waardeontwikkeling van de aandelen en daarmee de koers van aandelen worden beheerst.
Gelet op het voorgaande is het kabinet van mening dat de inkoopfaciliteit nog altijd een gerechtvaardigde en zelfstandige bestaansreden heeft, ongeacht hoe de inkoop van aandelen in het buitenland wordt belast.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg
Voor binnenlandse pensioenfondsen en daarmee vergelijkbare buitenlandse pensioenfondsen geldt dat zij over het algemeen Nederlandse dividendbelasting kunnen terugvragen.
Dit is anders bij aandelen die ter tijdelijke belegging worden ingekocht. Het gaat dan bijvoorbeeld om inkopen van eigen aandelen door een beursvennootschap op grond van strategische motieven, maar met de bedoeling deze aandelen op de beurs of direct bij institutionele beleggers weer te herplaatsen zodra de strategische doelstelling is bereikt.
Zie voor een uitgebreide toelichting op de inkoopfaciliteit Kamerstukken II 2023/24, 36 410, nr. 77.
In een eerdere brief is een rekenvoorbeeld opgenomen, zie Kamerstukken II 2023/24, 36 410, nr. 77.
De belangrijkste voorwaarde is dat in het jaar van inkoop ook een regulier dividend wordt uitgekeerd dat minimaal gelijk moet zijn aan het gemiddeld uitgekeerde dividend van de afgelopen vijf jaar. Daarnaast mag het totale bedrag van de inkoop in een kalenderjaar niet hoger zijn dan twintig keer het bedrag van het gemiddelde uitgekeerde dividend in de vijf voorafgaande kalenderjaren, verminderd met de bedragen van inkoop waarop de inkoopfaciliteit van toepassing was in de vier voorafgaande kalenderjaren.
Van een gekwalificeerde deelneming is sprake als ten minste 5% van de aandelen in een deelneming wordt gehouden voor een minimale periode van twee jaar. In dat geval wordt een forfaitair bedrag tot de grondslag gerekend (12% van de meerwaarde van de aandelen).
Omdat beursvennootschappen minder vaak een deelneming zullen vormen en er vaker sprake zal zijn van portfoliobelangen.
In dat geval geldt een belasting van 12,8% en mogelijk sociale premies (7,5 of 17,2%). Een belastingverdrag kan dit mogelijk beperken.
Omdat bij beursvennootschappen minder sprake zal zijn van een 25%-belang en er vaker sprake zal zijn van portfoliobelangen.
Een belastingverdrag kan in dergelijke gevallen ervoor zorgen dat de Franse heffing over vermogenswinsten van de buitenlandse aandeelhouder wordt beperkt.
Agio is het bedrag dat aandeelhouders boven de nominale waarde van aandelen in een vennootschap hebben gestort.
Taxing Financial Transactions: Issues and Evidence; by Thornton Matheson; IMF Working Paper 11/54; March 1, 2011.; Taxing Finance - Finance & Development, September 2012; Evaluatie van de financiële transactiebelasting | CPB Website; Taxing Financial Transactions: An Assessment of Administrative Feasibility; Référé sur la taxe sur les transaction financières et sa gestion; Financial transaction taxes, market composition, and liquidity.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25087-363.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.