36 800 XIV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026

Nr. 90 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

Tijdens het plenaire debat op 1 juli 2026 over de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw» is door de leden Keijzer en Van der Plas verzocht om aanvullende informatie over de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de totstandkoming van de Kamerbrief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw».

Ik heb in de afgelopen periode heel veel gesprekken gevoerd over de maatregelen die het kabinet wil nemen. Met landbouworganisaties, natuurorganisaties, sectorpartijen en maatschappelijke partners. In Den Haag en in het land. Het waren heel verschillende, maar allemaal heel waardevolle gesprekken. Onder leiding van de heer Elbert Dijkgraaf heb ik de afgelopen maanden ook drie keer gesproken met een brede groep van deze organisaties. Naast de overleggen die ik zelf kon voeren, zijn er ook door mijn ambtenaren heel veel gesprekken gevoerd. In die gesprekken is meestal meer gelegenheid om onderwerpen technisch uit te diepen.

Voor het maatschappelijk overleg heb ik partijen uitgenodigd die het probleem waar we voor staan erkennen en mee willen zoeken naar oplossingen. Verder heb ik ook gekeken of partijen ook via een andere deelnemer vertegenwoordigd konden zijn. Dat geldt ook voor een aantal partijen die door mevrouw Van der Plas zijn genoemd. Zo is de POV onderdeel van CoViVa, NMV en DDB onderdeel van ZuivelNL, de NVP onderdeel van Avined en de NAV onderdeel van BO akkerbouw.

Ik beantwoord nadere vragen hierover graag tijdens het plenaire debat dat ik op dit moment met u voer.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Naar boven