21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen

Nr. 705 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2026

Op 28 en 29 mei 2026 vond de formele Raad voor Concurrentievermogen plaats in Brussel. Deze Raad stond in het teken van de onderdelen interne markt & industrie, onderzoek & innovatie en ruimtevaart. Met deze brief stuur ik u het verslag van de Raad. Het verslag over het onderdeel Industrie en Interne Markt stuur ik u mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei. Het deel over het onderdeel onderzoek & innovatie stuur ik u mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur, en Wetenschap. Zij hebben voor agendapunten die binnen hun portefeuille vallen namens Nederland deelgenomen aan de vergadering.

Verder maak ik van de gelegenheid gebruik om u te informeren over de appreciatie van de openbare raadpleging van de Europese Commissie over het EU-centrum voor kritieke grondstoffen (het Critical Raw Materials Centre, CRM Centre).

Conform de toezegging uit het Staat van de Uniedebat, informeer ik uw Kamer hierbij tevens over de Competitiveness Coordination Tool (CCT).

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

Inleiding

De Raad voor Concurrentievermogen (hierna: Raad) op 28 en 29 mei jl. stond in het teken van drie onderdelen: 1. Interne markt en industrie op 28 mei, 2. Onderzoek en innovatie en 3. Ruimtevaart op 29 mei. Deze indeling wordt ook aangehouden in dit verslag.

Verslag van het Industrie en Interne Marktdeel van de formele Raad voor Concurrentievermogen op 28 mei

Industrial Accelerator Act: hoe de toegang tot de interne markt het best kan worden benut door middel van Europese preferenties en koolstofarme maatregelen

Beleidsdebat

Het beleidsdebat over de Industrial Accelerator Act (IAA) besprak de vormgeving van de IAA. In het bijzonder vroeg het Raadsvoorzitterschap of de IAA in de huidige vorm adequaat zal kunnen bijdragen aan de gestelde doelen, namelijk decarbonisatie, het versterken van de industriële capaciteit en het vergroten van de economische weerbaarheid van Europa.

De Commissie benadrukte dat de IAA geen protectionistisch instrument is maar een instrument om toegang tot markten te garanderen door middel van wederkerigheid. In het algemeen onderschreven alle lidstaten de uitgangspunten en vormgeving van de IAA.

Een lidstaat pleitte voor striktere bepalingen ten aanzien van een voorkeursprincipe, terwijl een grote groep lidstaten juist de voorgestelde balans met behoud van openheid richting derde landen prees. Een aantal lidstaten vreesde concurrentienadelen door de laagkoolstofvereisten, maar een andere groep lidstaten, waaronder Nederland, vroeg juist om meer groene ambitie. Vanuit de noodzaak om de industrie van vandaag te ondersteunen, maar ondertussen te bouwen aan de concurrentiekracht van morgen. Hierbij benadrukte Nederland het belang van stabiele kaders en vraagcreatie. Enkele lidstaten pleitten voor het verminderen van het aantal gedelegeerde handelingen in de IAA. De Commissie sprak hiervoor begrip uit, omdat wat de Commissie betreft minder gedelegeerde handelingen kan leiden tot het versnellen van de implementatie. De Commissie gaf daarbij aan in het bijzonder te willen kijken wat mogelijk is voor de chemie. Diverse lidstaten vroegen om sectorale uitbreidingen van de reikwijdte, zoals nucleair, keramiek, glas en witgoed. Ook pleitten enkele lidstaten voor algehele technologische neutraliteit.

28ste regime

Beleidsdebat

De Raad besprak het Commissievoorstel over het vennootschapsrechtelijk kader van de 28steregeling – «EU Inc.» (het 28ste regime). Dit is een optioneel vennootschapsrechtelijk regime voor ondernemingen binnen de EU, dat een nieuwe Europese rechtsvorm introduceert, de EU Inc., die naast bestaande nationale en internationale rechtsvormen zal bestaan. De Commissie lichtte het voorstel toe.

Tijdens het debat benadrukten veel lidstaten het belang van het voorstel. Een grote groep lidstaten uitte echter ook twijfels over de huidige vormgeving van het hoofdstuk insolventierecht en de rechtsgrondslag voor de fiscale maatregelen. Een brede groep lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepte de noodzaak om de preventieve controles tegen misbruik en fraude te versterken. Ook werd door diverse landen gewezen op het borgen van nationale werknemersrechten en medezeggenschap om omzeiling te voorkomen. Nederland verwees tijdens de inbreng naar het gezamenlijke non-paper dat het met Luxemburg en België heeft opgesteld.

Raadsconclusies duurzaam en competitief toerisme voor de toekomst

De Commissie, bij monde van Eurocommissaris Tzitzikostas, gaf aan deze conclusies voor haar Sustainable Tourism Strategy 2030te gebruiken. De verwachting is dat deze strategie in de herfst van 2026 verschijnt. De strategie zal focussen op een platform voor best practices, data-interoperabiliteit en een Europese toerisme-academie. Verschillende lidstaten benadrukten nogmaals het belang van sociaal duurzaam toerisme dat rekening houdt met de lokale bevolking. Nederland stemde in met de Raadsconclusies en deze werden formeel aangenomen.

Impact van de crisis in het Midden-Oosten op de toerismesector

Beleidsdebat

Het beleidsdebat besprak de effecten van de crisis van het Midden-Oosten op de toerismesector. De Commissie benadrukte de noodzaak van een monitoringplatform en aanvullende consumentenbescherming vanwege de crisis in het Midden-Oosten. Een grote groep lidstaten deelde de behoefte voor een dergelijk platform voor informatiedeling. Om liquiditeitsproblemen bij bedrijven te voorkomen, pleitten enkele lidstaten voor consumentenvouchers als oplossing voor de vele annuleringen. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan dat maatregelen proportioneel, gericht en uitvoerbaar moeten zijn en niet moeten zorgen voor onnodige administratieve lasten voor de sector.

Kernuitdagingen: De Europese Chemische Industrie

Lunchdebat

Tijdens het lunchdebat over de chemische industrie is gesproken over de concurrentiepositie van de sector. De Commissie gaf aan de zorgen van lidstaten hierover te begrijpen, maar benadrukte tegelijkertijd het belang van verduurzaming van de sector. Naast het werk dat momenteel in de Critical Chemicals Alliance plaatsvindt, verwees de Commissie naar het eerdere debat over de IAA en gaf aan open te staan voor snellere implementatieprocedures binnen de IAA om de industrie te kunnen ondersteunen.

Verschillende lidstaten benadrukten dat op korte termijn maatregelen genomen moeten worden om de concurrentiepositie van de sector te versterken. Daarbij wezen enkele lidstaten op de discussie rond het emissie-handelssysteem (ETS). Een groep lidstaten verwees naar het belang van groene vraagcreatie om de sector duurzaam te kunnen ondersteunen. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland, gaven aan dat maatregelen zowel de korte als lange-termijn positie van de sector in ogenschouw moet nemen. Nederland benadrukte daarbij hoe zowel een sterk en voorspelbaar ETS als vraagcreatie en voldoende bescherming tegen oneerlijke handelspraktijken van belang zijn voor het waarborgen van concurrentiekracht, weerbaarheid en duurzaamheid tegelijkertijd.

Diversenpunten

Stand van zaken wetgevende voorstellen

Het voorzitterschap gaf een update over lopende dossiers en merkte de e-declaration en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF) aan als prioriteiten. Verschillende lidstaten riepen op tot een snelle, gebalanceerde afronding van de e-declaration.

Ondernemingen in Moeilijkheden (OiM)

Nederland lichtte een joint statement toe dat met zeven andere lidstaten is opgesteld om de OiM-definitie te herzien. Het initiatief kreeg brede steun van een aantal grote lidstaten. De Commissie reageerde positief op de boodschap en gaf aan te werken aan een oplossing die de zorgen accommodeert.

European Product Act (EPA)

Nederland lichtte het non-paper over de EPA toe, dat focust op toekomstbestendige productwetgeving, digitale tools en de aanpak van e-commerce. Naast de mede-tekenaars van het non-paper, ontving het initiatief mondelinge steun van diverse andere lidstaten. De Commissie beaamde het belang van sterke standaarden en adequaat markttoezicht om consumenten en bedrijven Europees te beschermen.

Emissiehandelssysteem (ETS)

Een lidstaat, gesteund door een aantal andere lidstaten, presenteerde een non-paper waarin aandacht gevraagd werd voor de effecten van het ETS op de energie-intensieve industrie. Een andere groep lidstaten benadrukte juist dat het ETS cruciaal is voor lange-termijn concurrentiekracht en dat koplopers niet gestraft mogen worden. De Commissie verdedigde het huidige systeem en gaf aan dat daarbinnen al flexibiliteit geboden wordt. Ook wees de Commissie erop dat de aangekondigde Investment Booster de industrie zal ondersteunen.

Aanstaande Ierse voorzitterschap

Het aanstaande Ierse voorzitterschap, dat vanaf 1 juli de rol van Cyprus overneemt, presenteerde haar prioriteiten. Het voorzitterschap ziet de onderhandelingen over de IAA, het aanpakken van belemmeringen op de interne markt, en het ECF als prioriteiten.

Overig

Tot slot agendeerde de Commissie diversenpunten om de mededeling betere regelgeving, de One Market, One Europe-roadmap en de herziene fusierichtsnoeren toe te lichten.

Verslag van het onderzoeks- en innovatiedeel van de formele Raad voor Concurrentievermogen op 29 mei 2026

Dit deel van het verslag is mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en gaat enkel over het onderzoeks- en innovatiedeel van de Raad.

Horizon Europe (2028–2034), het tiende kaderprogramma voor onderzoek en innovatie: openstaande punten

Beleidsdebat

Het Cypriotische voorzitterschap concludeerde dat het te vroeg is gebleken om in deze Raad tot een Raadsakkoord te komen over het programma van Horizon Europe (2028 – 2034), de zogenaamde «gedeeltelijke algemene oriëntatie». Het voorzitterschap benadrukte dat er wel voortgang is geboekt en gaf aan in te zetten op een akkoord eind juni, nog tijdens hun voorzitterschapsperiode. Om daartoe te komen werden in deze Raad de belangrijkste nog openstaande punten besproken, te weten: het proces voor het bepalen van strategische prioriteiten inclusief de link met het Europese Concurrentievermogenfonds (ECF), de Europese partnerschappen, widening en een initiatief voor bottom-up collaboratief onderzoek en innovatie (O&I).

De Eurocommissaris gaf aan hetzelfde doel na te streven en benadrukte het belang om spoedig tot een akkoord te komen, ten behoeve van een op excellentie en open competitie gebaseerd programma dat meer impactvol, toegankelijk, flexibel en voorspelbaar is en voldoende budget heeft. Daarnaast blijft vereenvoudiging voor deelnemers aan het Horizonprogramma noodzakelijk.

Nederland kreeg als eerste het woord en ging onder andere in op het grote belang van Horizon Europe en de noodzaak tot intensieve Europese samenwerking, zeker in de huidige geopolitieke context. Kennis, expertise en een programma gebaseerd op excellentie en impact zijn cruciaal voor het Nederlandse en Europese concurrentievermogen en de uitdagingen waar Europa voor staat. Kennis dient wel beter vermarkt te worden en vereenvoudiging voor deelnemers is nodig ten opzichte van het huidige Horizonprogramma.

Meerdere lidstaten onderschreven het belang van een goede aansluiting tussen Horizon Europe (2028 – 2034) en het ECF van belang blijft, waarbij de programma’s op elkaar zijn afgestemd en overlap voorkomen wordt. Hierbij heeft O&I ook een eigenstandige rol.

Met betrekking tot de Europese partnerschappen gaven lidstaten aan dat flexibiliteit van belang is en dat zowel publieke als private partijen kunnen deelnemen en bijdragen zodat O&I in Europa versterkt kan worden. Een divers partnerschappenlandschap, in lijn met de strategische prioriteiten van Horizon, is hierbij van belang. Lidstaten gaven aan dat er nog technische besprekingen nodig zijn om dit goed uit te werken. Nederland en andere lidstaten noemden hierbij expliciet dat het door de Commissie voorgestelde centrale financieringsmechanisme onwenselijk is omdat lidstaten de zeggenschap over nationale onderzoeks-en innovatiemiddelen willen behouden. Daarnaast zou partnerschappenfinanciering verenigbaar moeten zijn met nationale financieringsregels.

Met betrekking tot het openstaande punt over bottom-up collaboratieve O&I, onderschreven meerdere lidstaten het belang hiervan. Daarnaast waren Nederland en andere lidstaten van mening dat er nog meer (technische) discussies nodig zijn om de impact ervan goed te kunnen beoordelen.

Lidstaten waren verdeeld over het laatste openstaande punt dat ging over de benodigde inzet om de O&I-prestaties en de deelname van alle lidstaten aan het programma te verbeteren (widening participation). Nederland bleef samen met andere gelijkgestemde lidstaten benadrukken dat excellentie leidend is en dat alleen via specifieke onderdelen van het programma (pijler IV) ingezet kan worden op widening.

De lidstaten die in het huidige Horizonprogramma als widening lidstaten worden aangemerkt1, zouden graag zien dat de widening maatregelen breed in het programma geïmplementeerd worden. Deze lidstaten gaven aan dat widening en excellentie elkaar kunnen versterken.

Veel lidstaten spraken de wens uit om nog onder het Cypriotisch voorzitterschap tot een Raadsakkoord te komen. Het voorzitterschap sloot dit agendapunt af met de mededeling dat de uitkomsten van de discussie verwerkt zouden worden in nieuwe voorstellen om in juni tot een akkoord te komen.

Op de dag van de Raad is tevens bekend geworden dat Nederlandse deelnemers tot nu toe 5 miljard euro uit het huidige Horizon Europe hebben gehaald, sinds de start in 2021.2 Nederland is netto-ontvanger als het gaat om onderzoeks- en innovatiegeld uit Europa. Elke euro die Nederland tot nu toe investeert, komt bijna twee keer terug.3 Dit bevestigt de kracht van de Nederlandse kennissector in innovatieve Europese samenwerking en het grote belang van Horizon Europe voor Nederland.

Raadsaanbeveling op science diplomacy

Aanname Raadsaanbeveling

Het Cypriotische voorzitterschap ging in op het belang van science diplomacy en de voorliggende Raadsaanbeveling hierop met acties om science diplomacy te bevorderen. Science diplomacy is van belang voor O&I en kennisveiligheid, de bevordering van strategische autonomie en het laat zien dat Europa op mondiaal niveau een betrouwbare partner is.

De Eurocommissaris benoemde met name de essentiële rol die de Raadsaanbeveling speelt in internationale samenwerking waarbij openheid en excellentie centraal staan. Enkele lidstaten intervenieerden en spraken hun steun uit voor de Raadsaanbeveling. Het voorzitterschap concludeerde dat de Raadsaanbeveling is aangenomen.

Diversenpunten

The Nicosia call for climate action

Het voorzitterschap presenteerde de «Nicosia call for climate action» die zich richt op O&I-samenwerking ten aanzien van klimaatverandering het oostelijke Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten.

Aanstaande Ierse voorzitterschap

Het aanstaande Ierse voorzitterschap presenteerde kort haar prioriteiten ten aanzien van O&I. Ierland wil zich onder andere richten op het voortzetten van de onderhandelingen op Horizon Europe (2028 – 2034). De verwachting is dat de Commissie in het najaar een voorstel voor een «Innovation Act» en een voorstel over de Europese onderzoeksruimte («ERA Act») zal presenteren. Deze zal het voorzitterschap in behandeling nemen. Uw Kamer wordt na presentatie van deze voorstellen geïnformeerd via een BNC-fiche.

Verslag van het ruimtevaartdeel van de formele Raad voor Concurrentievermogen op 29 mei 2026

EU-wet op de ruimtevaart

Voortgangsrapportage

De Raad nam kennis van de voortgang van de onderhandelingen over de EU Space Act. Het voorzitterschap lichtte toe dat de compromistekst verder is vereenvoudigd en verduidelijkt, onder meer ten aanzien van governance, autorisatieprocedures, standaarden en de verhouding tot derde landen en internationale organisaties. Veel lidstaten verwelkomden de vereenvoudigingen en de stappen die zijn gezet om de tekst beter uitvoerbaar te maken. Tegelijkertijd gaven verschillende lidstaten aan dat verdere bespreking nodig is over onder meer de reikwijdte van de verordening, governance, de verhouding tot nationale procedures, administratieve lasten en de behandeling van derde landen. De Raad nam kennis van het voortgangsrapport en de onderhandelingen worden onder Iers voorzitterschap voortgezet.

Ruimte voor economische veiligheid

Gedachtewisseling

De Raad wisselde van gedachten over de bijdrage van ruimtevaart aan de economische veiligheid van de Europese Unie. De Europese Commissie benadrukte dat ruimtevaartinfrastructuur en -diensten van groot belang zijn voor het functioneren van de Europese economie en voor vitale sectoren zoals communicatie, energie, transport en veiligheid. Daarbij werd onder meer gewezen op het belang van weerbare ruimtevaartsystemen, cybersecurity en het monitoren van verstoringen van satellietsignalen.

Een groot aantal lidstaten onderschreef het strategische belang van ruimtevaart voor economische veiligheid, concurrentievermogen en weerbaarheid. Daarbij werd veelvuldig gewezen op het belang van Europese ruimtevaartprogramma’s zoals Galileo, Copernicus en IRIS², het versterken van kritieke waardeketens, het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en het behouden van een open economie. Ook werd aandacht gevraagd voor het belang van een concurrerende Europese ruimtevaartindustrie, inclusief mkb, start-ups en scale-ups.

Verschillende lidstaten benadrukten daarnaast de toenemende verwevenheid van civiele, commerciële en veiligheids-gerelateerde toepassingen van ruimtevaart. Ook onderstreepten meerdere lidstaten het belang van investeringen in kritieke technologieën, toegang tot de ruimte en Europese technologische capaciteiten. Tegelijkertijd werd er gewezen op het grote belang van internationale samenwerking.

Nederland benadrukte dat ruimtevaart een strategisch domein is voor economische veiligheid, weerbaarheid en concurrentievermogen. Nederland wees daarbij op het belang van het beschermen en versterken van bestaande Europese capaciteiten, zoals Galileo, Copernicus, GOVSATCOM en IRIS². en van investeringen in de onderliggende industriële en technologische basis. Daarnaast onderstreepte Nederland het belang van een goede rolverdeling tussen de EU, ESA, NAVO en lidstaten, waarbij organisaties elkaar versterken en overlap wordt voorkomen. Ook benadrukte Nederland dat economische veiligheid hand in hand moet gaan met openheid voor internationale samenwerking, innovatie en kennisuitwisseling.

Diversenpunten

European Competitiveness Fund (ECF) en EUSPA-verordening

De Europese Commissie gaf een toelichting op de stand van zaken van de onderhandelingen over het European Competitiveness Fund en het voorstel voor een nieuwe EUSPA-verordening. Daarbij werd onder meer gewezen op het belang van voldoende flexibiliteit om in te kunnen spelen op een snel veranderende geopolitieke en technologische omgeving, en op de toekomstige rol van EUSPA bij de uitvoering van het Europese ruimtevaartprogramma.

International Space Summit

Frankrijk informeerde de Raad over de International Space Summit die op 9 en 10 september 2026 zal plaatsvinden. De bijeenkomst zal zich richten op de toekomst van de Europese ruimtevaartsector en de bijdrage van ruimtevaart aan het concurrentievermogen en de strategische positie van Europa.

Prioriteiten Iers voorzitterschap

Ierland presenteerde de prioriteiten van het aankomende voorzitterschap op het terrein van ruimtevaart. Daarbij werd aangegeven dat de focus zal liggen op de verdere behandeling van de drie lopende wetgevingstrajecten: de EU Space Act, de EUSPA-verordening en het ruimtevaartonderdeel van het European Competitiveness Fund. Daarbij wordt onder meer gestreefd naar verdere voortgang in de onderhandelingen en een algemene oriëntatie op de EUSPA-verordening.

European Resilience from Space (ERS)

De Directeur-Generaal van ESA gaf een toelichting op de stand van zaken van het European Resilience from Space-programma. Daarbij werd ingegaan op de bijdrage van ruimtevaartcapaciteiten aan de weerbaarheid, veiligheid en crisisrespons van Europa.

Overig

Appreciatie openbare raadpleging centrum voor kritieke grondstoffen

De vaste Kamercommissie voor Economische Zaken heeft verzocht om een appreciatie van de raadpleging van de Europese Commissie over het EU-centrum voor kritieke grondstoffen (het Critical Raw Materials Centre, CRM Centre) met de Kamer te delen (2026Z10508).

Het kabinet volgt de ontwikkeling van het CRM Centre in het kader van de Nationale Grondstoffenstrategie, Critical Raw Materials Act en het ResourceEU-pakket en staat hierover in contact met de Europese Commissie. Het kabinet werkt aan een reactie op de publieke consultatie in lijn met het BNC-fiche over het ResourceEU-pakket, en zal de Kamer hierover separaat nader informeren.

Competitiveness Coordination Tool

Deze tool is door de Europese Commissie aangekondigd als onderdeel van het Competitiveness Compass. Het Compass heeft als doel het beter coördineren van beleid ter versterking van ons EU-concurrentievermogen, op nationaal en EU-niveau.4 Eind mei heeft de Commissie een website gelanceerd met projecten die onder de CCT vallen.5 Veel van de projecten die onder de CCT vallen, sluiten aan bij de sectoren uit het nieuwe Nederlandse industriebeleid en zijn dus in lijn met de Nederlandse inzet t.a.v. industrie.6 De CCT lijkt daarmee een manier om strategische projecten te clusteren. Zo wil de EU samenwerken met lidstaten en industrie om grote investeringen van de grond te krijgen ten behoeve van het versterken van strategische Europese industriële waardeketens.


X Noot
1

De aanwezigheid van excellent onderzoek en innovatie en de mate van succes in het verwerven van middelen uit het Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie verschilt tussen landen. Met name deelnemers uit Centraal- en Oost-Europese landen verwerven relatief weinig financiering uit het programma, en dat wordt door deze landen als oneerlijk beschouwd: zij zien de deelname aan het Kaderprogramma graag wijder verspreid binnen Europa. Het gaat hier om: Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Estland, Griekenland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije en Slovenië.

X Noot
4

Kamerstuk II:22 112 nr. 4004

X Noot
6

Kamerstuk II. 29 826 nr. 277

Naar boven