20 043 Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa

Nr. 168 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

Op 14 en 15 mei jl. vond in Chisinau, Moldavië, de ministeriële vergadering van het Comité van Ministers (CM) van de Raad van Europa (RvE) plaats, onder voorzitterschap van de Moldavische Minister van Buitenlandse Zaken. Nederland werd vertegenwoordigd door de Directeur-Generaal Europese Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De belangrijkste thema’s van de ministeriële vergadering waren accountability voor Oekraïne, migratie in relatie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de aanpak van «foreign information manipulation and interference» (FIMI).

Accountability voor Oekraïne

In Chisinau is een belangrijke stap gezet in de oprichting van een Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne. Met steun van 36 landen en de EU is het «Enlarged Partial Agreement» voor de oprichting van het Management Comité van het Speciaal Tribunaal aangenomen. Hiermee is opnieuw het politieke signaal afgegeven dat de Russische agressie tegen Oekraïne niet onbestraft kan blijven en is een belangrijke stap gezet richting de verwezenlijking van het Tribunaal.

Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd,1 heeft het kabinet in Chisinau aangekondigd dat een locatie is geïdentificeerd in de internationale zone van Den Haag, die veelbelovend en geschikt lijkt, in lijn met het voorziene tijdspad van de RvE. Met het oog op nog een aantal uit te werken veiligheidsgerelateerde, juridische en financiële vraagstukken zal de precieze locatie op een later tijdstip bekend worden gemaakt.

Migratie in relatie tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

Zoals eerder aan uw Kamer gecommuniceerd,2 heeft het CM bij consensus een politieke verklaring aangenomen om de toepassing van het EVRM in het migratiedomein te verduidelijken («Chisinau Declaration»).3 De verklaring gaat onder andere in op de werking van artikel 3 en 8 EVRM, alsook de verhouding van het EVRM tot innovatieve oplossingen, waaronder de terugkeerhub. Daarnaast bevestigt de verklaring de onafhankelijkheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het belang van het beginsel van non-discriminatie. De verklaring staat ook stil bij de wisselwerking tussen jurisprudentie van het EHRM en nationale jurisprudentie. Verder verwijst de verklaring naar het belang van het subsidiariteitsbeginsel en de margin of appreciation die relevant zijn voor de toepassing van het EVRM. Aangezien de verklaring met consensus is aangenomen kan deze aangemerkt worden als een interpretatieve verklaring van de verdragspartijen, in die zin dat zij onder het verdragenrecht een «later tot stand gekomen overeenstemming» vormt over de uitleg of toepassing van het EVRM. Met een dergelijke verklaring dient rekening te worden gehouden door eenieder bij de interpretatie van het EVRM in het migratiedomein, en kan daarom ook doorwerken in de nationale rechtspraktijk. Het is uiteindelijk aan de rechter om uitleg te geven aan de bepalingen uit deze verklaring.

«Foreign information manipulation and interference»

Het tegengaan van Foreign information manipulation and interference (FIMI) heeft een centrale rol gespeeld binnen het Moldavische voorzitterschap van het CM en is tevens een belangrijk onderdeel van het door de Secretaris-Generaal (SG) van de RvE ingezette proces richting een «Nieuw Democratisch Pact», gericht op versterkte democratische weerbaarheid. Het afgelopen halfjaar is binnen de RvE een studie uitgevoerd naar de haalbaarheid van een nieuw juridisch instrument voor het tegengaan van FIMI. De lidstaten hebben het belang van het tegengaan van FIMI onderstreept. Het CM heeft de SG vervolgens geïnstrueerd om verdere opties uit te werken voor een mogelijk juridisch instrument, inclusief een eventueel Kaderverdrag.

Overige besluiten

Daarnaast heeft het CM besluiten aangenomen inzake: voortdurende steun aan Oekraïne, onder meer op het terrein van accountability en kindontvoeringen; versterkte democratische weerbaarheid; de externe dimensie van de RvE, gericht op uitbreiding van deelname aan RvE-instrumenten, meer strategische samenwerking met waarnemers en niet-lidstaten en versterkte partnerschappen met relevante internationale en regionale organisaties; de samenwerking tussen de RvE en de EU. Tevens heeft het CM een additioneel protocol bij het verdrag van Warschau inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme aangenomen.

Plenaire sessie

In de plenaire sessie heeft Nederland, evenals het overgrote deel van de lidstaten, voortdurende steun uitgesproken aan Oekraïne, in het bijzonder op het terrein van accountability. Ook heeft Nederland waardering overgebracht voor de instrumentele rol die de RvE op dit terrein speelt. Daarnaast hebben Nederland en een aanzienlijk aantal andere lidstaten de politieke verklaring op het terrein van migratie in relatie tot het EVRM verwelkomd en was er waardering, ook vanuit ons land, voor de wijze waarop de SG van de RvE dit proces heeft gekanaliseerd. Een grote groep lidstaten, waaronder Nederland, heeft bovendien het belang onderstreept van democratische weerbaarheid en de bestrijding van FIMI.

Overdracht voorzitterschap van Moldavië aan Monaco

Het einde van de ministeriele vergadering werd gemarkeerd door de overdracht van het CM-voorzitterschap aan Monaco, dat onder meer zal inzetten op versterking van het EVRM en het EHRM, gendergelijkheid en het Verdrag van Istanbul, weerbaarheid en bescherming van kinderen en jongeren en bestrijding van georganiseerde misdaad.

Tevens werd de datum voor de volgende ministeriële vergadering vastgesteld. Deze zal op 12 mei 2027 plaatsvinden in Montenegro. Daarmee is formeel de datum vastgesteld waarop het Koninkrijk der Nederlanden het voorzitterschap zal overnemen voor een periode van zes maanden.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen


X Noot
1

Kamerstuk 36 045, nr. 294

X Noot
2

Kamerstuk 19 637, nr. 3560

X Noot
3

«Chisinau Declaration», 15 mei 2026, https://rm.coe.int/pdf/09125948802bc2cc

Naar boven