Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4401 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 22112 nr. 4401 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juli 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij twee fiches die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1: Verordening mobiele satellietdiensten 2GHz
Fiche 2: Mededeling over Humanitaire Hulp (Kamerstuk 22 112, nr. 4402)
De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen
a) Titel voorstel
REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on the procedure for authorisation of systems providing mobile satellite services using the harmonised 2 GHz frequency band and repealing Decision No 626/2008/EC
b) Datum ontvangst Commissiedocument
27 mei 2026
c) Nr. Commissiedocument
COM (2026) 311
d) EUR-Lex
e) Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
Niet van toepassing
f) Behandelingstraject Raad
Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie (Telecomraad)
g) Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
h) Rechtsbasis
Artikel 114 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU)
i) Besluitvormingsprocedure Raad
Gekwalificeerde meerderheid
j) Rol Europees Parlement
Medebeslissing
a) Inhoud voorstel
Op 27 mei 2026 publiceerde de Europese Commissie (hierna: de Commissie) het voorstel voor de 2 GHz-band (hierna: 2 GHz-voorstel).
De Commissie stelt voor om het bestaande besluit inzake de selectie en machtiging van systemen die mobiele satellietdiensten («MSS») leveren, te vervangen door een verordening. Het voorstel vervangt het EU-besluit uit 20081 dat in 2027 afloopt. Het voorstel bevat de procedure voor selectie en de vergunningverlening van potentiële vergunninghouders op EU niveau van de geharmoniseerde delen van de 2 GHz-frequentieband. Het gaat hierbij om de banddelen 1980–2010 MHz en 2170–2200 MHz.
Volgens de Commissie is een nieuw kader voor de verdeling van de 2 GHz-frequentieband nodig omdat er sinds 2008 verschillende technologische en geopolitieke ontwikkelingen zijn geweest die van invloed zijn geweest op de 2 GHz-band. De Commissie stelt dat de 2 GHz-band optimaal is voor de uitrol van direct-to-device diensten (hierna: D2D, waarbij satellieten rechtstreeks met een apparaat op aarde verbinding maken) en voor de integratie van aardse en satellietnetwerken. Ook is de 2 GHz-band geschikt om breedbanddiensten aan te kunnen bieden.
Het voorstel is er primair op gericht om uniforme voorwaarden voor de selectie van de toekomstige gebruikers vergunninghouders van de 2 GHz-band vast te stellen. Hierbij is specifiek aandacht voor veilige EU-satellietsystemen die beveiligde overheidscommunicatie kunnen leveren en voor het bevorderen van nieuwe satelliettechnologieën. Het voorstel draagt volgens de Commissie daarmee bij aan de weerbaarheid en industriële en wetenschappelijke capaciteiten van de EU, waarbij connectiviteit voor eindgebruikers wordt verbeterd. Secundair beoogt het voorstel om regelgevende drempels en fragmentatie op te heffen. Hiermee zoekt de Commissie aansluiting bij de voorgestelde regels over het autoriseren van satellietcommunicatie in de Digital Networks Act.1
De Commissie stelt de volgende verdeling voor van de 2 GHz-band: een derde zal worden bestemd voor overheidsgebruik, zoals kritieke communicatie, beveiliging en defensie, te leveren door een EU-operator. De operator zal zorgen voor integratie met de huidige en toekomstige mogelijkheden van de infrastructuur van het IRIS²-programma voor veilige connectiviteit van de Unie. Tweederde van de 2 GHz MSS-band zal worden bestemd voor commercieel gebruik, zoals D2D-diensten voor mobiele apparaten, om mobiele dekking te garanderen waar aardse netwerken niet beschikbaar zijn. Hierbij is verder mogelijk: Internet of Things-toepassingen (IoT), zoals containertracking, energiemonitoring en noodhulpapparatuur. Het spectrum in dit commercieel te bestemmen deel van de band zal gelijkelijk worden verdeeld voor inschrijving voor het gebruik van de band door EU-operators die de markt betreden, en voor inschrijving voor het gebruik van de band door EU- en niet-EU-operators.
De verdeling verloopt middels een vergelijkende selectieprocedure, bestaande uit een ontvankelijkheidsfase en een eerste en indien van toepassing een tweede selectiefase.
De Commissie zal middels uitvoeringsbesluiten op een later moment specificeren welke voorwaarden aan een inschrijving verbonden zijn, zoals procedurele termijnen, welke stukken ingediend dienen te worden, welke selectiecriteria gehanteerd worden en hoe ze gewogen worden. Ook zal de hoogte van financiële bijdragen te betalen door de te selecteren operators in een dergelijk uitvoeringsbesluit worden vastgelegd.
Voor de vergelijkende selectieprocedure van het eerste blok van de 2 GHz-band, bedoeld voor kritieke communicatie (met name voor overheidsgebruik), regelt het voorstel de voorwaarden waaraan een aanmelding moet voldoen. Hierbij gaat het om eisen als vestiging in de EU, onder controle staan van een EU-lidstaat en niet van een derde land en in overeenstemming handelen met de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en dat de activiteiten in een of meer lidstaten worden uitgerold. Ook moet een aanvrager aantonen dat op zijn minst 95% van de bevolking en 90% van het grondgebied van elke lidstaat bediend kan worden met de diensten, moet de dienst afdoende beveiligd te zijn en dienen sleutelonderdelen van het satellietsysteem gemaakt te worden in de EU. Verder is uitgewerkt op basis waarvan aanvragen worden geselecteerd en hoe ze gewogen worden. De geselecteerde operators dienen de frequenties uitsluitend voor het verlenen van een veilig mobiel satelliet of hybride systeem te gebruiken, veilige overheidscommunicatie op basis van eerlijke en redelijke voorwaarden te verlenen en ervoor zorg te dragen dat hun systeem te integreren is met het IRIS²-netwerk.
Voor de vergelijkende selectieprocedure van de overige blokken van de 2 GHz-band, bedoeld voor commercieel gebruik, bevat het voorstel de voorwaarden waaraan een aanmelding van een nieuwkomer, een satellietoperator uit een lidstaat of derde land aan moet voldoen. Het gaat hierbij om eisen als vestiging in de EU en in overeenstemming handelen met de veiligheids- en defensiebelangen van de EU. Ook dient een aanvrager aan te tonen dat op zijn minst 95% van de bevolking en 90% van het grondgebied van elke lidstaat bediend kan worden met de diensten, dat de plannen technisch en financieel haalbaar zijn en hoeveel spectrum nodig is voor de diensten die ze voornemens zijn om aan te bieden. Hiertoe is verder vereist: onder andere zijn de frequenties uitsluitend voor het verlenen van mobiele satellietdiensten te gebruiken, ervoor zorg te dragen dat het overgrote deel van het dataverkeer via de satelliet(en) gaat, de frequenties efficiënt te gebruiken en op verzoek wholesaletoegang toe te staan onder proportionele en transparante voorwaarden. Het bieden van wholesaletoegang houdt in dat andere partijen gebruik kunnen maken van het satellietnetwerk om diensten aan te bieden. Voor alle drie de blokken geldt dat inschrijvers aangeven welk geldbedrag zij bereid zijn te betalen voor het spectrumdeel dat zij aanvragen.
De Commissie stelt voor om het gebruik van de 2 GHz-band op EU-niveau te autoriseren, wat inhoudt dat een aanvrager alleen bij de Commissie een aanvraag hoeft in te dienen en dat eventuele toegekende rechten en verplichtingen in elke lidstaat gelden. Dit betekent dat de vergunningverlening wordt verplaatst van de lidstaten naar de Commissie waardoor notificatie of toestemming in elke lidstaat niet langer nodig is. Hierbij stelt de Commissie voor om de gebruiksrechten in de 2 GHz-band te verlenen voor een duur van 20 jaar.
Het is mogelijk voor de toekomstige vergunninghouder om voor afloop van de termijn een verlenging aan te vragen van eenmaal 20 jaar. De Commissie kan vijf jaar voor het verstrijken van de vergunningsduur besluiten om de vergunning niet te verlengen. In dat geval zal een nieuwe selectieprocedure gestart dienen te worden.
Overdracht of verhuur van de vergunde rechten wordt deels mogelijk, namelijk voor het blok dat bedoeld is voor commercieel gebruik. Voor het blok voor veilige overheidscommunicatie geldt dat de rechten niet overdraagbaar zijn. De Commissie stelt voor dat houders van gebruiksrechten in de 2 GHz-band zowel een eenmalig bedrag als een jaarlijkse vergoeding betalen.
Handhaving en monitoring van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het voorstel verloopt via de Commissie en de lidstaten, samen met het comité voor communicatie (CoCom) en de Radio Spectrum Policy Group (RSPG). Zowel Cocom als RSPG zijn organen waarin lidstaten participeren die advies uitbrengen aan de Commissie met betrekking tot digitale communicatie en radiofrequenties.
b) Impact assessment Commissie
Het voorstel leunt op dezelfde impact assessment als die van de Digital Networks Act.2 De Commissie geeft hierover aan dat er drie opties zijn overwogen. In de eerste optie heeft de bevoegdheid een selectieprocedure voor het vergunnen van satellietspectrum voor pan-Europese diensten, waarbij op nationaal niveau voorwaarden worden gesteld aan de hand van een gedeeld template voor deze voorwaarden. In de tweede optie heeft de Commissie de macht om autorisaties te verlenen voor satellietnetwerken en -diensten in betreffende lidstaten of de hele EU. Hierbij is sprake van volledige harmonisatie van autorisatievoorwaarden en selectie van operators op EU-niveau. Ook wordt handhaving op Europees niveau geregeld, met de mogelijkheid om rechten voor de hele EU-markt in te trekken. In de derde optie heeft de Commissie de bevoegdheid een selectieprocedure uit te voeren, waarbij zij wordt ondersteund door de RSPG en BEREC om gedeelde voorwaarden voor toegang tot de Europese satellietmarkt op te stellen. In deze optie is het aan een lidstaat zelf om rechten te verlenen en te handhaven wanneer niet wordt voldaan.
De Commissie heeft voor de tweede optie gekozen omdat deze optie volgens de Commissie economische voordelen brengt en het proces versimpelt. Het vervangt de afzonderlijke nationale autorisatiemodellen en voorkomt vertragingen en inconsistenties in het toepassen van het regelgevend kader. Daarbij zou een autorisatie op EU-niveau administratieve kosten omlaag brengen, het makkelijker maken om verstoringen aan te pakken en te handhaven op het voldoen aan het Radio Reglement van de International Telecommunications Union (hierna: ITU) en kosten omlaag brengen voor commerciële satellietoperators en hen voldoende rechtszekerheid bieden.
a) Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het Nederlands frequentiebeleid is gericht op het optimaal verdelen van de schaarse beschikbare frequentieruimte om de maatschappelijke en economische belangen in Nederland te dienen. Hierbij geldt het uitgangspunt dat de frequentieruimte zodanig beschikbaar gesteld wordt dat de gebruiksmogelijkheden maximaal ten dienste staan van de brede welvaart in Nederland.
Het regelgevend kader voor de 2 GHz-band is sinds geruime tijd op Europees niveau geregeld: bij besluit van 14 februari 2007 van de Commissie is bepaald dat de frequentiebanden 1980–2010 MHz en 2170–2200 MHz geharmoniseerd worden voor systemen die mobiele satellietdiensten leveren in de EU, waarbij lidstaten ertoe zijn verplicht om deze banden beschikbaar te stellen. In Nederland zijn deze frequentiebanden in het Nationaal Frequentieplan bestemd voor mobiele satellietdiensten (MSS). Op basis van het MSS-besluit van 2008 zijn voorwaarden gesteld voor de machtiging van de geselecteerde aanvragers. In 2009 zijn na een selectieprocedure op EU-niveau twee satellietoperators aangewezen om gebruik te mogen maken van de 2 GHz-frequentieband. Dit heeft niet geleid tot afzonderlijk Nederlands beleid.
De Commissie faciliteert met dit voorstel huidige en toekomstige integratiemogelijkheden van de infrastructuur van het IRIS²-programma voor veilige connectiviteit van de Unie. In de kabinetsreactie op de Lange Termijn Ruimtevaartagenda is benadrukt dat ruimtevaart een steeds belangrijkere rol speelt voor veiligheid, weerbaarheid, economische veiligheid en digitale infrastructuur. Ook ziet het kabinet IRIS² als een belangrijk Europees programma voor beveiligde, robuuste en wereldwijde communicatie.
b) Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet beoordeelt het voorstel van de Commissie voor de 2 GHz-frequentieband als overwegend positief. Het kabinet acht het voorstel over het algemeen afgewogen en is van mening dat het bijdraagt aan het realiseren van de doelstelling van een doelmatig frequentiegebruik. Er is in het voorstel met verschillen groepen van (potentiële) gebruikers en overige belanghebbenden rekening gehouden. Het voorstel schept verder de noodzakelijke kaders voor de uitrol van innovatieve D2D-satelliettechnologie en versterkt de Europese strategische autonomie (binnen het IRIS²-programma). Het kabinet is nog wel voornemens de commissie te bevragen over de mogelijke toepassing van het Europese voorkeursprincipe. Het kabinet merkt hierbij op dat het voorstel, waar nodig, behoort te voorzien in voorwaarden, mitigerende maatregelen, beschermingsmaatregelen of andere waarborgen zodat waar relevant ook andere soorten frequentiegebruik in deze en de naastgelegen banden mogelijk blijven. Specifiek met betrekking tot D2D-toepassingen zijn er door ASTRON risico’s gesignaleerd met betrekking tot interferentie ten opzichte van passief frequentiegebruik voor onderzoeksdoeleinden (radioastronomie). Het kabinet zal hier richting de Commissie aandacht voor vragen.
Het voorstel voorziet in de frequentieruimte voor het EU satellietcommunicatie programma: IRIS². Dit satellietnetwerk zal zorgen voor veilige, versleutelde communicatie voor EU-instellingen, vitale partijen, ministeries en ambassades mogelijk te maken waardoor de veilige uitwisseling van gevoelige informatie wordt gewaarborgd. Het systeem zal mogelijk ook defensieoperaties, grens- en maritieme bewaking en het delen van inlichtingen ondersteunen. Daarnaast kan het systeem bijdragen aan ondersteuning van communicatie in tijden van crisis waar reguliere communicatie is uitgevallen of beperkt is. De Commissie faciliteert met dit voorstel de huidige en toekomstige integratiemogelijkheden van de infrastructuur van het IRIS²-programma voor veilige connectiviteit van de Unie.
De overige delen van de 2 GHz-frequentieband hebben betrekking op commercieel gebruik van frequentieruimte. Een deel hiervan is bestemd om Europese nieuwkomers te stimuleren, onder andere door eisen rondom vestiging in de EU. Met betrekking tot dit deel heeft het kabinet vragen of het EU-voorkeursprincipe hierbij mogelijk van toepassing is.2 Het kabinet beziet het voorstel vanuit het streven tot het stimuleren van innovatie en het bieden van effectieve mededinging. Los van het voorgaande dienen dergelijke vereisten verenigbaar met de internationale juridische verplichtingen van de EU te zijn, waaronder die van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en verplichtingen voortkomend uit EU-handelsakkoorden met derde landen.
Voor wat betreft de selectieprocedure en voorwaarden voor het gebruik van de 2 GHz-band voor commerciële partijen, acht het kabinet het positief dat er in het voorstel zowel voor nieuwkomers, als voor partijen binnen en buiten de EU de mogelijkheid bestaat om een aanvraag in te dienen. Het kabinet acht het positief dat er voor toetreders tot de Europese satellietmarkt een blok wordt gereserveerd. De wholesale verplichting die voor commercieel gebruik van de 2 GHz-band is opgenomen, acht het kabinet eveneens positief. Partijen die niet mee kunnen dingen als aanvrager, maar wel mogelijk geïnteresseerd zouden kunnen zijn in het afnemen van diensten, dienen gebruik te kunnen maken van het satellietnetwerk om hun diensten aan te bieden. Hierbij kan gedacht worden aan D2D communicatie, waarbij satellietnetwerken complementair zijn aan aardse mobiele netwerken. Daarbij kan het opnemen van een dergelijke wholesale verplichting het ontstaan van een risicovolle strategische afhankelijkheid van één of twee partijen voorkomen. Deze verplichting speelt een belangrijke rol om betaalbare en hoogwaardige dienstverlening te waarborgen voor Europese consumenten, bedrijven en publieke instellingen.
Ten aanzien van het voorstel om de autorisaties op EU-niveau te verlenen, acht het kabinet het in dit specifieke geval van de 2 GHz-band positief dat geselecteerde aanvragers niet langs alle lidstaten hoeven voor een notificatie of een vergunning, gelet op de behoefte aan uniforme voorwaarde op Unieniveau en de reductie van de administratieve lasten voor de te selecteren gebruikers.
Tegelijkertijd bestaan er ten gevolge van de voorgestelde centralisatie ook zorgen om het ontbreken van mogelijkheden om nationaal over afdoende mogelijkheden te beschikken met betrekking tot uitvoering en handhaving. Zie hiertoe nader de paragraaf over uitvoering en handhaving.
Hierbij merkt het kabinet eveneens op dat in het voorstel van de Digital Networks Act (DNA), gepubliceerd op 21 januari 2026, artikelen zijn opgenomen over de autorisatie van satellietcommunicatie op EU-niveau en vergaande harmonisatie. Dit ziet op andere banden dan de 2 GHz-band, die nog niet Europees geharmoniseerd zijn voor satellietcommunicatie. Het kabinet zal richting de Commissie aangeven dat het DNA-voorstel en het onderhavige 2 GHz-voorstel twee separate voorstellen zijn die ook zo behandeld dienen te worden. Daar waar het kabinet op voorhand positief staat tegenover het voorstel voor de 2 GHz-band, geldt dat niet op voorhand voor de voorstellen in de DNA over satellietcommunicatie en de positie van het kabinet in die specifieke onderhandelingen.
Dat de gebruiksrechten verleend worden voor een periode van 20 jaar, acht het kabinet eveneens positief. Het kabinet vindt het belangrijk dat de Commissie zich de mogelijkheid voorbehoudt om vijf jaar voor het verstrijken van de vergunningsduur te bepalen dat gebruiksrechten niet verlengd worden. Het kabinet zal hierbij in de daarvoor bestemde gremia zoals de CoCom en Radio Spectrum Policy Group pleiten voor tijdige besluitvorming, zodat er voor de markt tijdig duidelijkheid is over de toekomstige bestemming van de 2 GHz-band.
De beperkte overdraagbaarheid van de gebruikersrechten, namelijk enkel in geval van commercieel gebruik, acht het kabinet wenselijk en eveneens in lijn met het huidige regelgevend kader. Hiertoe is van belang te vermelden dat bij overdracht van de vergunningen dezelfde toelatingscriteria gelden. Dat de gebruiksrechten voor het blok voor kritieke communicatie niet overdraagbaar zijn, acht het kabinet gelet op de aard van de te verlenen dienst en de eisen die daaraan gesteld worden, begrijpelijk en wenselijk.
Het voorstel van de Commissie ten aanzien van het betalen van eenmalige bedragen en jaarlijkse vergoedingen vindt het kabinet wenselijk. De 2 GHz-band bevat schaarse frequenties en daarbij geldt dat andere diensten in schaarse frequentiebanden eveneens vergoedingen dienen te betalen voor het gebruik van frequenties. Het vragen van een vergoeding draagt bij aan het scheppen van een gelijk speelveld voor alle geïnteresseerden.
c) Eerste inschatting van krachtenveld
Naar verwachting is de meerderheid van lidstaten positief over het voorstel van de Commissie en onderschrijft de doelstellingen. Er is door verschillende lidstaten gepleit voor een evenwichtige verdeling tussen kritieke communicatie, nieuwkomers en ander commercieel gebruik. In het recente verleden is er verder door enkele lidstaten aandacht gevraagd voor geschikte frequentieruimte ten behoeve van het IRIS²-project. Naar verwachting voldoet het onderhavige voorstel van de Commissie aan deze behoefte.
De positie van het Europees Parlement is nog niet bekend. Het is nog niet bekend in welke commissie het voorstel wordt behandeld en wie de rapporteur voor het voorstel is.
a) Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. Het oordeel van het kabinet is positief. Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU. Artikel 114 VWEU geeft de EU de bevoegdheid tot harmonisatie van nationale wetgeving die de instelling en de goede werking van de interne markt betreft. Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag.
De voorgestelde verordening strekt volgens het kabinet, zoals ook aangegeven in paragraaf 2a, tot de bevordering van de werking van de interne markt, aangezien het beoogt het Europese regelgevend kader voor de 2 GHz-band minder gefragmenteerd te maken en beter op elkaar aan te laten sluiten. Op het terrein van de interne markt is sprake van een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten (artikel 4, tweede lid, onderdeel a VWEU).
b) Subsidiariteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden uitgeoefend, toetst of het overwegen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het subsidiariteitsbeginsel).
Het subsidiariteitsoordeel van het kabinet is positief. De verordening heeft tot doel de heruitgifte van de geharmoniseerde delen van de 2 GHz-frequentieband. Achterliggend beoogt de verordening het bevorderen van het concurrentievermogen van de Europese economie door het aanbieden van hoogwaardige mobiele satellietdiensten, het stimuleren van de ontwikkeling van de interne markt en het versterken van de strategische autonomie van de Unie bij het leveren van veilige connectiviteit aan overheidsgebruikers te bereiken door het instellen van drie afzonderlijke selectieprocedures: een voor een veilig MSS/hybride systeem, een voor een nieuwe EU-deelnemer op de commerciële markt en een procedure die ook openstaat voor aanvragers uit derde landen. EU aanpak is hierbij nodig gelet op het feit dat het gaat om satelliettoepassingen en de achterliggende strategische doelen die Commissie hiermee beoogt te behalen. Hierbij speelt verder mee dat het frequentiespectrum reeds geharmoniseerd is. Door het verder harmoniseren van het wetgevend kader worden belemmeringen op de interne markt voor satellietoperators in de 2 GHz-band verminderd. Om die reden is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd.
c) Proportionaliteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel). Het proportionaliteitsoordeel van het kabinet is in beginsel positief, met inachtneming van de eerder benoemde aandachtspunt met betrekking tot het mogelijk van toepassing zijn van het Europees voorkeursprincipe daar waar het gaat om het onderdeel dat ziet op het stimuleren van Europese nieuwkomers.
De verordening heeft tot doel de heruitgifte van de geharmoniseerde delen van de 2 GHz-frequentieband. Achterliggend beoogt de verordening het bevorderen van het concurrentievermogen van de Europese economie door het aanbieden van hoogwaardige mobiele satellietdiensten, het stimuleren van de ontwikkeling van de interne markt en het versterken van de strategische autonomie van de Unie bij het leveren van veilige connectiviteit aan overheidsgebruikers te bereiken door het instellen van drie afzonderlijke selectieprocedures: een voor een veilig MSS/hybride systeem, een voor een nieuwe EU-deelnemer op de commerciële markt en een procedure die ook openstaat voor aanvragers uit derde landen.
Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat de verordening voorziet in de selectieprocedures voor het, in drie delen, verdelen van de banddelen 1980–2010 MHz en 2170–2200 MHz. Bovendien gaat het voorgestelde optreden niet verder dan noodzakelijk, gelet op het feit dat de beschikbare frequentieruimte reeds langjarig is geharmoniseerd door de Europese Unie op grond van de vigerende besluiten.
a) Consequenties EU-begroting
De Commissie geeft aan dat de uitvoering 10,5 miljoen euro kost, voor de periode 2028–2034 vanuit de EU-begroting, bestaande uit administratieve uitgaven (voornamelijk personeelskosten). Deze financiering vindt plaats door de niet gealloceerde ruimte in het MFK dan wel het gebruik van speciale instrumenten van het Meerjarig Financieel Kader (MFK).
De Commissie schrijft in het voorstel 9 FTE nodig te hebben, waarvan 4 worden herschikt binnen DGCNCT. Daarnaast vraagt de Commissie om 5 FTE bovenop de huidige personeelsniveaus om zorg te dragen voor effectieve implementatie van de verordening. Ook hier wordt gevraagd om de niet gealloceerde ruimte in het MFK. Het kabinet wil niet vooruitlopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Daarnaast moet de ontwikkeling van de administratieve uitgaven in lijn zijn met de ER-conclusies van juli 2020 over het MFK-akkoord. Het kabinet is kritisch over de stijging van het aantal werknemers. Ten aanzien van het voorstel dient specifiek opgemerkt te worden dat de uitvoering van het voorstel aanvullende inkomsten zal genereren in de vorm van een eenmalige financiële bijdrage als onderdeel van de van de selectieprocedure en de bijdrage voor de leges die de te selecteren vergunninghouders jaarlijks verschuldigd zijn. Deze bedragen vloeien terug naar de Europese Commissie.
b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/of medeoverheden
Het voorstel betreft de heruitgifte van de banddelen in de 2 GHz-frequentieband die reeds op Europees niveau zijn geharmoniseerd. De eenmalige bedragen en jaarlijkse vergoedingen die geselecteerde satellietoperators moeten betalen, worden vastgelegd in uitvoeringshandelingen. Deze opbrengsten vloeien terug naar de Commissie. Er is sprake van zeer beperkte financiële gevolgen voor de Rijksoverheid, vanwege de vrijval van vergunningsgelden die nu worden betaald door de operators aan de nationale toezichthouder. (Eventuele) budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
c) Financiële consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
Momenteel zijn er geen operators in Nederland gevestigd die gebruikmaken van de geharmoniseerde delen van de 2 GHz-frequentieband. Er kan daarom a priori geen sprake zijn van een wijziging in termen van regeldruk voor het Nederlandse bedrijfsleven.
Ten aanzien van de gevolgen voor het bedrijfsleven is verder relevant dat het een mogelijkheid biedt voor nieuwe toetreders om markttoegang te verkrijgen Het voorstel zorgt in die zin voor verbetering van de marktoegang voor het Nederlandse bedrijfsleven.
Er is verder hoogstwaarschijnlijk sprake van een verbetering van de administratieve lasten doordat het vergunningverleningsproces voor de operators op grond van het voorstel gecentraliseerd zal worden van de lidstaten naar de Commissie. Het voorstel zorgt hiermee voor een te verwachten reductie van de administratieve lasten omdat er niet meer per lidstaat afzonderlijk om toestemming voor het gebruik van de band gevraagd zou moeten worden.
Het is momenteel nog onduidelijk of er Nederlandse partijen willen meedingen naar de door de Commissie beschikbaar gestelde frequentieruimte. Het voorstel bevat voorwaarden met betrekking tot de selectie van de aspirant-gebruikers en de vergunningverlening. Beiden zullen nader uitgewerkt worden in lagere regelgeving die opeenvolgend op de vaststelling van het voorstel zullen worden vastgesteld. De administratieve lasten voor het doen van een aanvraag zullen naar verwachting enkele tientallen uren bedragen aan de kant van het bedrijfsleven. De uiteindelijke te verwachten administratieve lasten zullen afhankelijk zijn van de inhoud van de gedelegeerde regelgeving waarin de precieze eisen worden opgenomen. Naar verwachting zal er sprake zijn van een reductie qua administratieve lasten ten opzichte van de status quo gelet op het centraliseren van het vergunningsproces.
Reactie kabinet op advies ATR
Het college van ATR heeft, gezien de niet-substantiële regeldrukgevolgen, besloten geen formeel advies uit te brengen over het BNC-fiche.
d) Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Het voorstel moet bijdragen aan het concurrentievermogen van de EU door het beschikbaar stellen van snelle, veilige en weerbare digitale infrastructuur. Het satellietlandschap ontwikkelt zich snel. Gegeven dit dynamische speelveld, kan fragmentatie in de 2 GHz-band door verschillende nationale aanpakken een risico vormen voor een inconsistente toepassing van de regels. Ook zou het kunnen leiden tot minder investeringen en langzamere innovatie. Het voorstel heeft daarom tot doel om op EU-niveau een geharmoniseerd juridisch raamwerk op te stellen voor de 2 GHz-band, zodat administratieve moeilijkheden worden weggenomen.
Het kabinet onderschrijft de conclusie dat in de 2 GHz-band een gefragmenteerde aanpak kan leiden tot een inconsistente toepassing van de regels. Hierbij merkt het kabinet wel op dat de Commissie in dit voorstel de link legt met de Digital Networks Act. Naar het oordeel van het kabinet dienen deze twee voorstellen separaat beoordeeld te worden, zoals ook aangegeven onder onderdeel 3b.
Het voorstel van de Commissie heeft geopolitieke aspecten. Zo moet het voorstel bijdragen aan het versterken van de Europese markt voor satellietconnectiviteit en in het verlengde daarvan het versterken van de weerbaarheid en strategische autonomie van de EU. Hierbij wordt in het voorstel specifiek aandacht besteed aan veilige EU-satellietsystemen. Het voorstel draagt verder bij aan het bevorderen van Direct-to-Device technologie (D2D) binnen het ecosysteem van ruimtevaarttechnologie.
Met het voorstel wordt onderscheid gemaakt tussen Europese en niet-Europese spelers met betrekking tot satellietconnectiviteit. Hoewel deze benadering het Europese concurrentievermogen en de weerbaarheid op lange termijn kan verbeteren, moet ook rekening worden gehouden met mogelijke reacties van variërende ordergrootte tegen Europese partijen in het algemeen. Het kabinet streeft naar het verstreken van de Europese technologische weerbaarheid en het internationale concurrentievermogen, waarbij we de samenwerking met gelijkgestemde derde landen nadrukkelijk blijven opzoeken.
a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
Er zal slechts in geringe mate sprake zijn van consequenties voor nationale en decentrale regelgeving. Het voorstel beoogt namelijk de heruitgifte van de banddelen van de 2 GHz-frequentieband te bewerkstellingen die reeds op Europees niveau zijn geharmoniseerd. Ten gevolge van het voorstel zal nu zowel de selectie van de vergunninghouders alsmede de procedure van vergunningverlening op Europees niveau plaatsvinden, daar waar voorheen alleen de selectie op Europees niveau heeft plaatsgevonden en de lidstaten de bevoegdheid behielden met betrekking tot de verlening van de vergunningen.
b) Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Er worden 2 gedelegeerde handelingen in het voorstel aan de Commissie toegekend (artikel 5, lid 7 en artikel 18, lid 6). Het kabinet staat positief tegenover deze gedelegeerde handelingen.
Het betreft allereerst de bevoegdheid om via een gedelegeerde handeling de toelatingscriteria voor een aanvraag voor het leveren van diensten voor kritieke communicatie te verruimen zodat ook geïnteresseerden uit geografische buurlanden hieronder vallen wanneer deelname van deze geïnteresseerden aanzienlijke toegevoegde waarde met zich meebrengt in bijvoorbeeld toegang tot bepaalde technologieën, goederen of diensten (artikel 5, lid 7). In de gedelegeerde handeling zal gespecificeerd worden aan welke regels een aanvrager uit geografische buurlanden moet voldoen om mee te dingen, waaronder regels om te borgen dat geclassificeerde informatie wordt beschermd. Daarnaast krijgt de Commissie de bevoegdheid om een methodologie vast te stellen voor het minimum niveau voor een eenmalige vergoeding en de jaarlijkse vergoeding. Deze gedelegeerde handeling zal ook preciseren hoe de EU budgettair omgaat met de opbrengsten en aan welke uitgave deze verbonden worden (artikel 18, lid 6).
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 5, lid 7 is mogelijk, omdat het een niet-essentieel onderdeel van de basishandeling betreft. Het betreft het verruimen van de toelatingscriteria uit artikelen 6 en 9 waar het gaat om het kunnen meedingen naar het leveren van diensten voor kritieke communicatie. Toekenning van deze bevoegdheid acht het kabinet wenselijk vanwege de behoefte aan snelheid en flexibiliteit in het selectieproces, zonder toepassing van een uitgebreide wetgevingsprocedure. Het kabinet kan zich vinden in de keuze voor delegatie (in plaats van uitvoering), omdat het gaat om aanvullende regulering onder een afgebakende doelstelling. Het kabinet acht deze bevoegdheden voldoende afgebakend.
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 18, lid 6, is mogelijk, omdat het een niet-essentieel deel van de basishandeling betreft. De toekenning is ook wenselijk omdat dit het doorberekenen van de kosten mogelijk maakt. Het kabinet kan zich vinden in de keuze voor delegatie (in plaats van uitvoering), omdat de bevoegdheid strekt tot het opstellen van een methodologie voor het doorberekenen van kosten die rechtstreeks ten bate van de Commissie komen. Het kabinet acht deze bevoegdheid voldoende afgebakend.
Daarnaast bevat het voorstel bevoegdheden voor de Commissie om uitvoeringshandelingen vast te stellen. Er zijn 10 uitvoeringshandelingen in het voorstel. Het kabinet staat grotendeels positief tegenover de uitvoeringshandelingen.
Het betreft allereerst bevoegdheden rondom de vergelijkende toets. De Commissie kan via een uitvoeringshandeling de aanvraagprocedure publiceren, waarin de procedurele deadlines worden opgenomen, als ook de voorwaarden voor toelating en ontvankelijkheid van een aanvraag, de voorwaarden voor autorisatie en het betalen van een eenmalige en jaarlijkse bijdrage.
Indien relevant, kan deze uitvoeringshandeling ook voorwaarden rondom compatibiliteit van het satellietsysteem en hybride systemen bevatten, zodat continuïteit van bestaande diensten dan wel het leveren van innovatieve diensten geborgd is (artikel 5, lid 2). Daarnaast krijgt de Commissie de bevoegdheid om in een uitvoeringshandeling op te nemen welke aanvragers niet toegelaten of ontvankelijk zijn (artikel 5, lid 8). Ook krijgt de Commissie de bevoegdheid om via uitvoeringshandelingen een besluit te nemen over de selectie van de operator die geautoriseerd wordt om kritieke communicatie te leveren als er maar één aanvrager wordt toegelaten (artikel 7, lid 2) en welke operators niet toegelaten worden of ontvankelijk zijn (artikel 8, lid 2). Voor de selectie van operators voor de levering van commerciële diensten, zijn soortgelijke bevoegdheden voor de Commissie gecreëerd. De Commissie krijgt de bevoegdheid om in een uitvoeringshandeling operators te selecteren na de eerste selectiefase als er geen schaarste blijkt te zijn (artikel 11, lid 2) en om, als er een tweede selectiefase nodig is, een besluit te nemen welke operators wel en niet gekozen worden om commerciële diensten te leveren (artikel 12, lid 2).
Verder krijgt de Commissie de bevoegdheid om, met inachtneming van adviezen van de Radio Spectrum Policy Group, in een uitvoeringshandeling de voorwaarden voor het gebruik van frequentieruimte te specificeren (artikel 13, lid 5). Deze kunnen onder andere zien op het onderhouden van integriteit, veiligheid en weerbaarheid van de satellietnetwerken, het voldoen aan aftapverplichtingen, de tijdslijnen voor het leveren van diensten en de reikwijdte daarvan. Ten aanzien van de hoogte van de jaarlijkse financiële bijdrage en het minimale bedrag voor de eenmalige vergoeding, kan de Commissie via een uitvoeringshandeling specificeren om welke bedragen het gaat (artikel 18, lid 7). De Commissie krijgt verder de bevoegdheid om via een uitvoeringshandeling uitgebreide regelingen op te stellen over de gecoördineerde monitoring en handhaving van de autorisaties op EU-niveau (artikel 19, lid 2). Dit wordt gedaan met advies van de CoCom, met toepassing van de raadplegingsprocedure. Ook kan de Commissie via een uitvoeringshandeling maatregelen vaststellen in geval van overtreding van artikelen 14 en 15, die zien op de voorwaarden voor gebruik van het deel voor kritieke communicatie en de commerciële delen van de 2 GHz-band (artikel 19, lid 3). Dit wordt gedaan met toepassing van de onderzoeksprocedure met de CoCom.
Het toekennen van de bevoegdheden in artikel 5, lid 2 en 8, artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 2, artikel 11 lid 2 en artikel 12, lid 2, is mogelijk, omdat het niet-essentiële onderdelen van de basishandeling betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat ze voorzien in details van de procedure en uniforme implementatie. De keuze voor uitvoering in plaats van delegatie ligt hier voor de hand, omdat het gaat om uitvoering van de verordening volgens eenduidige voorwaarden, waarbij technische en procedurele details worden uitgewerkt. De uitvoeringshandelingen in artikel 5, lid 2 en 8, worden vastgesteld volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 4 van verordening 182/2011.
Toepassing van deze procedure is hier volgens het kabinet wel op zijn plaats omdat het gaat om administratieve randvoorwaarden die de kern van het voorstel niet raken, er is geen sprake van uitvoeringshandelingen met een algemene strekking of grote impact op specifieke beleidsterreinen. De uitvoeringshandelingen in artikel 7, lid 2, artikel 8, lid 2, artikel 11 lid 2 en artikel 12, lid 2 worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 5 van verordening. Toepassing van deze procedure is volgens het kabinet op zijn plaats omdat het hierbij gaat om de inhoudelijke uitwerking van de selectiecriteria, gelet op de algemene strekking van de uitvoeringshandelingen is de toepassing van de onderzoeksprocedure hierbij gerechtvaardigd.
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 13, lid 5 is niet mogelijk, omdat het essentiële onderdelen van de basishandelingen betreft. Het gaat om de voorwaarden van gebruik van de frequentieruimte in de 2 GHz-band. Deze voorwaarden worden uniform toegepast en hebben impact op alle lidstaten. Bovendien worden deze voorwaarden in het voorstel via de raadplegingsprocedure in een uitvoeringshandeling vastgelegd. Het kabinet acht het een essentieel deel van de verordening en vindt het daarom wenselijk dat deze voorwaarden op voorhand worden vastgelegd, of op zijn minst via een onderzoeksprocedure worden opgesteld.
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 18, lid 7 is mogelijk, omdat het niet-essentiële onderdelen van de basishandelingen betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat ze voorzien in details over de hoogte van de te betalen vergoedingen. De keuze voor uitvoering in plaats van delegatie ligt hier voor de hand, omdat het gaat om uitvoering van de verordening volgens eenduidige voorwaarden, namelijk ten aanzien van de vaststelling van de vergoedingen. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 5 van verordening 182/2011. Toepassing van deze procedure is hier volgens het kabinet wel op zijn plaats omdat het gaat om een handeling met een algemene strekking, namelijk de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen.
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 19, lid 1 is mogelijk, omdat het niet-essentiële onderdelen van de basishandelingen betreft. Toekenning van deze bevoegdheid acht het kabinet wenselijk, omdat ze voorzien in details over gecoördineerde monitoring en handhaving door de lidstaten van de autorisaties op EU-niveau. De keuze voor uitvoering in plaats van delegatie ligt hier voor de hand omdat het gaat om uitvoering van de verordening volgens eenvormige voorwaarden. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 4 van verordening 182/2011. Toepassing van deze procedure is hier volgens het kabinet niet op zijn plaats omdat de op te stellen details over monitoring en handhaving implicaties hebben voor de uitvoering daarvan door de lidstaten. Gelet op het voorgaande ligt het kiezen voor de onderzoekprocedure met betrekking tot deze uitvoeringshandeling meer voor de hand.
Het toekennen van de bevoegdheid in artikel 19, lid 3 is mogelijk, omdat het niet-essentiële onderdelen van de basishandeling betreft. Toekenning van deze bevoegdheden acht het kabinet wenselijk, omdat ze voorzien in details van de procedure en uniforme implementatie van eventuele maatregelen als gevolg van overtredingen.
De keuze voor uitvoering in plaats van delegatie ligt hier voor de hand omdat het gaat om uitvoering van de verordening volgens eenvormige voorwaarden. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 5 van verordening 182/2011. Toepassing van deze procedure is hier volgens het kabinet wel op zijn plaats omdat het gaat om uitvoeringshandelingen met een algemene strekking.
c) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
Het voorstel van de Commissie gaat uit van inwerkingtreding van de 2 GHz-verordening op de derde dag na publicatie. Het kabinet acht deze periode haalbaar, omdat er geen flankerende regelgeving opgesteld of aangepast dient te worden. Wel zal het kabinet wel inzetten op duidelijke begeleiding van de Commissie voor uitvoeringsorganisaties ten aanzien van de huidige vergunninghouders en een transitieperiode voor deze vergunningen.
d) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
Er is geen evaluatiebepaling opgenomen in het voorstel. Het voorstel ziet op de vergelijkende selectieprocedure en voorwaarden waaraan een aanvrager of geselecteerde satellietoperator aan moet voldoen. Daarnaast bevat het de mogelijkheid voor de Commissie om vijf jaar voor het verstrijken van de vergunningstermijn te besluiten een vergunning niet te verlengen. Gelet daarop acht het kabinet een evaluatiebepaling niet noodzakelijk.
e) Constitutionele toets
Niet van toepassing.
Met dit voorstel gaan de bevoegdheden van lidstaten met betrekking tot de toekenning van de individuele gebruiksrechten en de handhaving van de hierbij gestelde voorwaarden naar de Europese Commissie. Hiermee wordt voorkomen dat er per operator 27 vergunningen toegekend moeten worden. In het geval van Nederland gaat het wat uitvoering betreft om de bevoegdheden van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) met betrekking tot het beheer en verlenen van vergunningen voor het zendend frequentiegebruik van satellietgrondstations, zogenaamde Complementary Ground Components (CGC’s) en airborne stations in de 2 GHz-band (1980–2010 MHz downlink en 2170–2200 MHz uplink).
De Commissie is voornemens om de satellietgrondstations, CGC’s en airborne stations te laten vallen onder een algemeen autorisatie regime. Dit heeft als implicatie dat dit buiten het beheer van nationale uitvoerders en toezichthouders valt. De rol die de RDI nu heeft met betrekking tot de verlening van vergunningen en autorisaties komt daardoor te vervallen. Dit leidt tot een vermindering van de uitvoeringslasten omdat het werk vooral bij de Commissie komt te liggen. Nationale bekendheid van satellietgrondstations, CGC’s en airborne stations blijft echter nodig voor het uitvoeren en handhaven van nationale regels met betrekking tot Electromagnetische Velden (EMV) en Elektromagnetische Compatibiliteit (EMC). De Commissie zal naar verwachting de lidstaten nog wel consulteren voor advies, via de RSPG of CoCom.
De Commissie geeft aan dat het frequentiecoördinatie met derde landen op zich wil nemen. Het is onduidelijk welke rol de Commissie op zich wil nemen met betrekking tot frequentiecoördinatie en hoe dat zich verhoudt tot de ITU-coördinatieprocessen. Het kabinet zal de Commissie hiernaar vragen.
Wat handhaving betreft is in het voorstel aangegeven dat de Commissie samen met lidstaten monitort en dat handhavingsbevoegdheden volledig bij de Commissie komen te liggen. De precieze invulling van de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten is nog niet bekend. De Commissie heeft bijvoorbeeld geen handhavingsbevoegdheden met betrekking tot blootstellingslimieten en omgevingsvergunningen van satellietgrondstations, CGC’s en airborne stations. Dit blijft een nationale handhavingsbevoegdheid. Om haar bevoegdheid uit te oefenen met betrekking tot toezicht en handhaving van de operators, geeft de Commissie aan dat het autorisaties kan intrekken of boetes kan opleggen bij niet-naleving van de regels. Echter, alleen de lidstaten beschikken over de bevoegdheid om de internationale frequentierechten en baanposities te beheren bij de ITU. De Commissie heeft deze bevoegdheid niet en kan daarom verstoringen niet melden, ontvangen of in behandeling nemen richting de ITU. Met betrekking tot het vraagstuk omtrent coördinatie zal het kabinet de Commissie bevragen op de kwestie van het ontbreken van een hiertoe strekkende bevoegdheid.
Het voorstel heeft geen voorziene implicaties voor ontwikkelingslanden anders dan de genoemde consequenties voor derde landen in het algemeen zoals aangegeven onder onderdeel 5d.
Volledige titel: REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on digital networks, amending Regulation (EU) 2015/2120, Directive 2002/58/EC and Decision No 676/2002/EC and repealing Regulation (EU) 2018/1971, Directive (EU) 2018/1972 and Decision No 243/2012/EU (Digital Networks Act), zie BNC-fiche: Beoordeling Verordening betreffende digitale netwerken | Rijksoverheid.nl
Zoals is voorgesteld door de Commissie in andere wetsvoorstellen waarvoor de onderhandelingen momenteel lopen, zoals de Industrial Accelerator Act, zij bijgevoegd de link naar het BNC-fiche met de kabinetsbeoordeling van dit voorstel: Fiche – Verordening Industrial Accelerator Act | Rijksoverheid.nl
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22112-4401.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.