De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
Artikel I, onderdeel H, wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de onderdeelsaanduiding «2.» geplaatst.
2. Voor onderdeel 2 worden een aanhef en een onderdeel ingevoegd, luidende:
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:
a. na «vier of meer» wordt ingevoegd «vergelijkbare».
b. na «in het ongelijk is gesteld.» wordt ingevoegd «Bij of krachtens de algemene maatregel
van bestuur, bedoeld in de tweede volzin, wordt bepaald in welke gevallen welk legesbedrag
wordt toepast.»
3. In onderdeel 2 (nieuw) wordt «artikel 7,» vervangen door «het».
Toelichting
Dit amendement regelt meer beleidsvrijheid voor de Huurcommissie om gedifferentieerde
leges toe te passen bij verhuurders. Dit is een verduidelijking bij het eerder aangenomen
amendement Grinwis/Vedder (36 496, nr. 57), wat tot doel had om kostendekkende leges op te laten leggen door de Huurcommissie
aan verhuurders die zeer regelmatig in het ongelijk worden gesteld.
Dit doel beogen de indieners nog steeds. Tegelijkertijd constateren wij dat voor verhuurders
met een groot aantal woningen, met name woningcorporaties, puur vanwege hun omvang
feitelijk standaard het kostendekkende tarief wordt opgelegd. Vanwege de omvang van
deze verhuurders worden zij in absolute zin vaker in het ongelijk gesteld, terwijl
zij in relatieve zin een zeer gering aantal klachten tegen zich heft lopen. Door de
huidige formulering van de wet moet de Huurcommissie vanaf vier malen direct de maximale
leges heffen. Er is alleen een hardheidsclausule in de wet voor incidentele gevallen,
die niet kan worden aangesproken gebaseerd op de grootte van de verhuurder.
Dit amendement expliciteert ten eerste dat het kostendekkende legesbedrag enkel wordt
toegepast wanneer sprake is van vergelijkbare geschillen. Daarnaast regelt dit amendement
dat in lagere wetgeving wordt ingekaderd wanneer het instrument om gedifferentieerde
en kostendekkende leges te heffen wordt ingezet. Die regels moeten rekening houden
met de soort en aard van de zaak en de mate waarin de verhuurder verweten kan worden
niet van een eerdere uitspraak geleerd te hebben. De verdere uitwerking wordt geregeld
in lagere wetgeving en in het uitvoeringsbeleid van de Huurcommissie. De bestaande
mogelijkheid op wetsniveau voor de Huurcommissie om in bijzondere gevallen af te wijken
van de bedragen blijft onveranderd.
Grinwis Steen