29 427 ILO-verdragen

Nr. 135 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2026

Van 1 tot en met 12 juni vond de 114e zitting van de Internationale Arbeidsconferentie (hierna: IAC) plaats in Genève. In mijn brief van 29 mei 2026 (Kamerstuk 29 427, nr. 134) informeerde ik u over de inzet van het Koninkrijk der Nederlanden tijdens de IAC. Hierbij ontvangt u, mede namens de Minister van Werk en Participatie, het verslag van deze conferentie.

In overeenstemming met onze traditie nam ook dit jaar een tripartiete delegatie van het Koninkrijk deel aan de IAC. Zelf was ik er op 10 en 11 juni. In mijn toespraak tot de plenaire vergadering heb ik de steun van het Koninkrijk benadrukt voor het werk van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna: IAO). Dezelfde cultuur van overleg en dialoog is diep verankerd in zowel de IAO als in de Nederlandse samenleving. Ik heb daarbij de ervaringen met ons poldermodel gedeeld en opgeroepen tot een pact voor eerlijk werk en een sterke economie. Juist in tijden van verdeeldheid en onzekerheid hebben we die samenwerking meer dan ooit nodig. Zodat zowel werkgevers als werknemers plannen kunnen maken voor de toekomst, met eerlijk werk als de basis.

Daarnaast heb ik in diverse bilaterale gesprekken, waaronder met de Directeur-Generaal (hierna: DG) van de IAO, aandacht gevraagd voor de hervormingen die nodig zijn om de organisatie efficiënter in te richten en in reactie op oplopende financieringstekorten. Verder heb ik in diverse gesprekken en bijeenkomsten de noodzaak benadrukt van het versterken van de internationale sociale dialoog en samenwerking met landen uit alle regio’s binnen de IAO. Juist in deze tijden van geopolitieke onrust is het van groot belang dat partijen goed met elkaar in gesprek zijn en blijven over sociale gelijkheid, het verbeteren van arbeidsomstandigheden en het stimuleren van productiviteit. Het Koninkrijk is, als verwacht, verkozen tot voorzitter van de Overheidsgroep voor de periode juni 2026–juni 2027 en kan in die rol bijdragen aan de tripartiete en interregionale samenwerking.

Algemeen

De DG van de IAO schetste in zijn openingswoord een wereld die wordt geconfronteerd met crises zoals in Iran en Soedan, met gevolgen voor zeevarenden, migratie, prijzen en toeleveringsketens. Hij benadrukte het belang van steun aan mkb-bedrijven en van sociale bescherming om blijvende achteruitgang te voorkomen. In zijn rapport «Moment of Choice» waarschuwt hij voor armoede en onderstreept hij het belang van internationale arbeidsnormen en kwalitatief goed werk. Hij verwelkomt de betrokkenheid van internationale financiële instellingen bij deze agenda.

De woordvoerders van de internationale werkgevers en werknemers benadrukten beiden het belang van de IAO en goede tripartiete samenwerking. Werkgevers gingen daarbij in op duurzame ondernemingen, sterke instituties, technische ondersteuning en uitvoerbare normen. Werknemers uitten zorgen over AI, de achteruitgang van sociale dialoog en defensie-uitgaven ten koste van sociaal beleid. Ondanks discussies tussen beide groepen over de noodzaak tot uitbreiding van het acquis zijn de overheden, werkgevers en werknemers erin geslaagd, na intensieve onderhandelingen, een verdrag aan te nemen over fatsoenlijk werk in de platformeconomie.

Normstelling op het gebied van fatsoenlijk werk in de platformeconomie

Normstelling in de IAO vindt plaats tijdens twee opeenvolgende IAC’s. Tijdens de IAC van 2025 is besloten dat er een verdrag en aanbeveling zouden moeten komen voor fatsoenlijk werk in de platformeconomie. Op 12 juni jl. is tijdens de IAC na een stemming het Verdrag nr. 193 over fatsoenlijk werk in de platformeconomie aangenomen door overheden, werknemers en werkgevers. Het is het eerste op mondiaal niveau aangenomen Verdrag met arbeidsstandaarden in de platformeconomie.

Het Verdrag biedt een kader voor fatsoenlijk werk in de platformeconomie en bevat met name bepalingen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie van werkenden voor digitale arbeidsplatforms en regels over loontransparantie en AI-gedreven automatische systemen. In de EU is dit geregeld in de in 2024 tot stand gekomen Richtlijn betreffende betere arbeidsvoorwaarden in platformwerk. Nederland en andere EU-lidstaten hebben zich ervoor ingezet dat IAO Verdrag nr. 193 zo veel mogelijk aansluit bij de EU-richtlijn. Het is aan de lidstaten van de IAO, in overleg met sociale partners, om te bepalen of zij het verdrag gaan ratificeren. Ook ik zal hierover op een passend moment in overleg treden met sociale partners. Er was tijdens deze IAC onvoldoende tijd voor het bespreken en vaststellen van een aanbeveling, die lidstaten kan ondersteunen bij de implementatie van het verdrag. De komende IAO Beheersraad (november) zal beslissen welke follow up wordt gegeven aan de besprekingen over fatsoenlijk werk in de platformeconomie.

Sociale dialoog en tripartisme

In een tijdperk van toenemende veranderingen op de arbeidsmarkt en geopolitieke spanningen is sociale dialoog en tripartisme essentiëler dan ooit. Echter, de uitdagingen zijn groot: wereldwijd neemt de naleving van vrijheid van vakvereniging en collectief onderhandelen af, en de IAO waarschuwt voor krimpende maatschappelijke ruimte en schendingen van deze rechten.

De aangenomen resolutie bevestigt dat sociale dialoog, waaronder het recht op vrijheid van vereniging en collectief onderhandelen, onderdeel is van het kernmandaat van de IAO. Voor effectieve dialoog zijn sterke, onafhankelijke organisaties, rechtszekerheid en vertrouwen cruciaal. Overheden worden opgeroepen om de relevante fundamentele IAO-verdragen te ratificeren en te implementeren.

De resolutie benadrukt dat overheden primair de verantwoordelijkheid hebben om een juridisch en institutioneel kader te scheppen dat sociale dialoog faciliteert. Ook moet zij werkgevers- en werknemersorganisaties beschermen tegen inmenging, geweld en intimidatie. Versterking van inclusiviteit en legitimiteit van werknemers- en werkgeversorganisaties is cruciaal, inclusief in de informele economie.

Op verzoek van de VS volgde een stemming vanwege bezwaren tegen de termen klimaatverandering, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling. Desondanks werd de resolutie met overgrote meerderheid aangenomen.

Het bevorderen van gendergelijkheid op de werkvloer

Gendergelijkheid is een kwestie van sociale rechtvaardigheid en een economische noodzaak. Er was tijdens de IAC brede steun onder overheden, werkgevers en werknemers voor het bevorderen van gendergelijkheid en het tegengaan van structurele barrières voor gendergelijkheid, zoals gender stereotypes, discriminerende sociale normen en ongelijke verdeling van onbetaalde zorgtaken. Alleen de VS en Argentinië besloten niet in te stemmen met de resolutie. En marge van de IAC nam ik deel aan een bijeenkomst van de Equal Pay International Coalition (EPIC) waar Nederland bij is aangesloten en waarin landen ervaringen uitwisselen over doeltreffend beleid om gelijke beloning te bevorderen.

De aangenomen resolutie besteedt aandacht aan de uitdagingen om gendergelijkheid op de werkvloer te realiseren en de risico’s voor gendergelijkheid die de demografische, technologische en groene transities met zich meebrengen. Daarbij onderstreept de resolutie het belang van bredere ratificatie en betere implementatie van relevante IAO-verdragen, waaronder het verdrag betreffende de uitbanning van geweld en intimidatie in de wereld van werk (IAO-Verdrag 190, waarvan het Nederlands parlement onlangs heeft ingestemd om over te gaan tot ratificatie). Ook benadrukt de resolutie het belang van universele en adequate sociale zekerheid, genderbewust gezond en veilig werk beleid, vertegenwoordiging van vrouwen in de sociale dialoog en mogelijke risico’s van gendervooroordelen in algoritmische en AI systemen.

Verder roept de resolutie de IAO op om gendergelijkheid als een centrale institutionele prioriteit te beschouwen en te voorzien van voldoende middelen.

Overheden, werkgevers en werknemers worden opgeroepen om wettelijke, institutionele en handhavingskaders te versterken om gelijkheid en non-discriminatie te verbeteren.

De toepassing en naleving van verdragen en aanbevelingen

Het Committee on the Application of Standards (CAS) ziet toe op de naleving van arbeidsnormen van de IAO. Een onafhankelijk comité van experts had de zaken met betrekking tot Eritrea1, Mali2 en Rusland3 als zeer ernstig geclassificeerd. De overige zaken die zijn besproken gingen over de naleving van verschillende IAO-verdragen door Jemen, Zuid-Afrika, Argentinië, Bosnië en Herzegovina, Colombia, Spanje, Irak, Kirgizië, Liberia, Libië, Nigeria, Oezbekistan, Panama, Papua Nieuw-Guinea, Filipijnen, Syrië, Laos, Togo, Turkmenistan en Uruguay. Per zaak zijn conclusies aangenomen die de zorgen over schendingen benadrukken en betreffende overheden oproepen dringend adequate maatregelen te nemen om aan de verdragsverplichtingen te voldoen, eventueel met behulp van technische assistentie van de IAO.

Als onderdeel van eerdere IAO-resoluties met maatregelen jegens Belarus en Myanmar met betrekking tot naleving van IAO-verdragen nr.87 en 984 vonden twee speciale zittingen plaats. De conclusies inzake Myanmar zijn met consensus aangenomen. Over de conclusies over Belarus werd door Belarus, met steun van Rusland, een stemming aangevraagd. Deze conclusies zijn met ruime meerderheid aangenomen. Het Koninkrijk stemde samen met alle EU lidstaten voor aanname van de conclusies en maakt zich met gelijkgezinde partners sterk voor volledige naleving ervan.

De jaarlijkse thematische discussie van het CAS ging over de rol van arbeidsparticipatie en fatsoenlijk werk voor de bevordering van vrede en maatschappelijke weerbaarheid. Via het EU-voorzitterschap heeft het Koninkrijk aangestuurd op het onderstrepen van deze rol. Daarbij is het door Nederland gefinancierde PROSPECTS programma ter bevordering van de arbeidsparticipatie van vluchtelingen en ontheemden uitgelicht als goed voorbeeld.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

IAO-verdrag nr. 29 betreffende gedwongen arbeid

X Noot
2

IAO-verdrag nr. 182 betreffende de ergste vormen van kinderarbeid

X Noot
3

IAO-verdrag nr. 87 betreffende de vrijheid van vakvereniging

X Noot
4

Vrijheid van vakvereniging en het recht op collectieve onderhandeling

Naar boven