29 338 Wetenschapsbudget

Nr. 299 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

In deze brief treft u de reactie aan op de evaluatie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Uw Kamer heeft dit rapport op 11 mei jl. ontvangen. De evaluatie is uitgevoerd door het onderzoeksbureau Berenschot en heeft betrekking op de periode 2020–2024.

De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is als één van de grootste wetenschapsfinanciers in Nederland van groot belang voor de uitvoering van het Nederlandse onderzoek. De taken van NWO zijn vastgelegd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

NWO is een zelfstandig publiekrechtelijk bestuursorgaan (zbo) van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De organisatie valt onder de Kaderwet zbo’s. In artikel 39 van deze wet is bepaald dat een zbo elke vijf jaar wordt geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid.

Het onderzoeksbureau heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat NWO gedurende de evaluatieperiode haar wettelijke taken doeltreffend en doelmatig heeft uitgevoerd. Ik ben blij met dat oordeel en herken de positieve ontwikkelingen die het onderzoeksbureau in zijn rapport beschrijft. De evaluatie geeft ook aandachtpunten en aanbevelingen. In deze brief ga ik in op de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport. Deze aanbevelingen liggen op het gebied van de wettelijke taken van NWO, de governance en de aansturing van NWO.

NWO heeft een reactie gegeven op de evaluatie waarin ze aangeeft hoe ze wil omgaan met de aanbevelingen.1 Deze reactie zal ik ook betrekken in deze brief. NWO geeft aan haar nieuwe instellingsplan -waaraan ze op dit moment werkt- te willen gebruiken om verder invulling te geven aan de aanbevelingen. In dit plan stelt NWO voor de komende vier jaar haar doelen en strategie vast. Ik ben met NWO in gesprek over dit instellingsplan en de opvolging van de aanbevelingen. NWO streeft ernaar om eind dit jaar het instellingsplan af te ronden.

Uitgaande van deze planning kan ik het instellingsplan met mijn beleidsreactie komend voorjaar van 2027 met uw Kamer delen.

NWO heeft ervoor gekozen om tijdens de evaluatieperiode haar wettelijke taken uit te voeren vanuit drie rollen, namelijk die van financier, verbinder en uitvoerder. In deze brief reageer ik op de aanbevelingen aan de hand van deze drie rollen.

Rol van financier

De financieringsrol is voor het veld de meeste zichtbare rol. NWO draagt met haar financieringsactiviteiten substantieel bij aan de opbouw en instandhouding van een robuust onderzoeksstelsel. In de evaluatie worden een aantal aandachtspunten gegeven voor de uitvoering van deze rol. Ik wil hier twee punten benadrukken die voor mij belangrijk zijn: wendbaarheid en aanvraagdruk.

Wendbaarheid

In de evaluatie wordt de aanbeveling gedaan om de wendbaarheid van NWO vast te houden door te volgen of de financieringsinstrumenten nog aansluiten bij economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Ik onderschrijf deze aanbeveling en vind het belangrijk dat NWO wendbaar blijft als organisatie. Wendbaarheid betekent voor mij dat NWO zich snel moet kunnen aanpassen aan veranderende situaties en externe ontwikkelingen. Dat is belangrijk omdat in deze tijd veranderingen in technologie, economie en samenleving steeds sneller gaan. Om zich te kunnen aanpassen moet NWO groeien naar een lerende organisatie waarbij de verdere ontwikkeling van de zogenoemde MEL-functie van NWO (Monitoren, Evalueren en Leren) en het research-on-research (RoR) programma belangrijk zijn. In de evaluatie wordt geconcludeerd dat hierbij al goede stappen zijn gezet door NWO.

Ik zie hierbij ook een rol voor mijzelf. NWO is belangrijk voor het bereiken van mijn beleidsdoelstellingen in het onderzoeks- en wetenschapsbeleid. Ik wil samen met NWO goed blijven volgen wat veranderende situaties voor effect hebben op het bereiken van mijn beleidsdoelstellingen. Als bijsturen nodig is, wil ik met NWO aangepaste afspraken maken over hoe NWO kan bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen waarbij NWO betrokken is.

De evaluator raadt NWO aan transparant te zijn over haar interne overwegingen die de basis vormen voor het financieringsinstrumentarium. Wendbaarheid gaat wat mij betreft samen met transparantie. Ik vind het belangrijk dat het veld begrijpt hoe NWO haar beleid en instrumentarium inricht of aanpast vanwege de belangrijke rol die NWO vervult. NWO geeft in haar reactie aan deze aanbeveling op te volgen. Waar nodig zal ik hierbij met NWO optrekken om het veld te informeren over de bijdrage die NWO met haar keuzes levert aan de realisatie van mijn beleidsdoelen.

Aanvraagdruk

Een tweede aandachtspunt voor mij is aanvraagdruk. De druk op de financiering van onderzoek bij NWO blijft hoog en de honoreringspercentages blijven daardoor relatief laag. In de evaluatie wordt als aandachtpunt genoemd dat het nog niet gelukt is om de aanvraagdruk terug te brengen en de honoreringspercentages te verhogen en hiervoor wordt aandacht gevraagd. NWO geeft in haar reactie aan dat dit niet alleen geldt voor Nederland, maar ook elders in Europa dit een uitdaging is.

Ik blijf aandacht vragen voor dit probleem en de aanpak daarvan. In de evaluatie worden voorstellen gedaan die NWO kunnen helpen om de aanvraagdruk te verminderen zoals het verbeteren van de communicatie rond aanvraagprocessen. NWO geeft zelf aan dat verdere digitalisering van het aanvraagproces ook zal helpen. Het reduceren van de aanvraagdruk is onderdeel van het plan «Verlagen druk op het systeem» van NWO en UNL uit 2020.2 In 2021 heeft mijn ambtsvoorganger een tussentijdse rapportage van dit plan ontvangen. De druk op het systeem blijft echter groot. Ik ben blij dat NWO aangeeft de maatregelen uit dit plan nogmaals tegen het licht te houden en verdere stappen onderneemt om de aanvraagdruk terug te brengen. Universiteiten hebben ook een belangrijke taak bij het terugdringen van de druk op het systeem. Ik heb daarom NWO en UNL verzocht om voor de zomer van 2027 met een gezamenlijk plan te komen met maatregelen om de druk op het systeem te verminderen.

Rol van verbinder

Als verbinder vervult NWO een brugfunctie tussen onderzoekers, overheden, politiek, kennisinstellingen, bedrijfsleven en andere kennisgebruikers. Het onderzoeksbureau concludeert dat NWO goed is gepositioneerd en de ambities op dat vlak voor een belangrijk deel realiseert. De conclusie is ook dat deze rol door het veld als minder zichtbaar wordt ervaren dan de financierende rol. NWO geeft in haar reactie op de evaluatie aan dat het een uitdaging was om deze rol goed vorm te geven en dat het verder uitbouwen van deze rol één van de belangrijkste aandachtspunten is de komende strategieperiode.

Ik vind dat de verbindende rol past bij NWO mits deze wordt vormgegeven binnen haar wettelijke taken. Ik ben met NWO in gesprek over haar nieuwe instellingsplan en de invulling van haar verbindende rol. Belangrijk aandachtspunt voor mij is dat NWO ook in de toekomst een verbindende rol speelt door bij de ontwikkeling van programma’s ervoor te zorgen dat de meest relevante partijen kunnen blijven meedoen in het onderzoek, zowel wat betreft onderzoekers als maatschappelijke partners. Voor de onderzoeksvragen van deze tijd zijn mogelijk nieuwe, minder traditionele partijen van belang die mee moeten kunnen doen in de onderzoeksprojecten die NWO financiert. De voorwaarden die NWO stelt aan financiering van onderzoeksvoorstellen zou toelating van deze partijen moeten accommoderen, voor zover die passen binnen de wettelijke taken van NWO. Ik wil hiervoor samen met NWO in gesprek over verbreding van de toegang van partijen in de kennisketen tot de onderzoeksprogramma’s van NWO. Het gaat hierbij om de opgavegerichte programma’s van NWO, niet om de programma’s voor ongebonden, fundamenteel onderzoek zoals het Talentprogramma en de Open Competitie. Ik ben blij dat NWO ook aangeeft dit gesprek te willen voeren omdat het voor hun opgavegerichte programma’s van wezenlijk belang is om de meest kansrijke consortia te kunnen blijven ondersteunen.

Rol van uitvoerder

De rol van uitvoerder wordt ingevuld via de instituten van NWO, waarvoor via mijn ministerie financiering beschikbaar is. De instituten maken geen onderdeel uit van deze evaluatie. Ook de KNAW heeft een aantal instituten onder haar hoede. Het onderzoeksbureau constateert naar aanleiding van de opvolging van aanbevelingen uit de vorige NWO-evaluatie dat er nog weinig dynamiek zichtbaar is in het portfolio van NWO- en KNAW-instituten.

In 2019 is de afspraak gemaakt dat de instituten van NWO en KNAW periodiek en in onderlinge samenhang geëvalueerd worden op hun dynamiek, nationale functie en meerwaarde.3 Ik verwacht dit najaar het advies van de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie (AWTI) over de maatschappelijke en wetenschappelijke waarde van instituten. In mijn beleidsreactie op het advies van de AWTI wil ik duidelijkheid geven over hoe ik samen met NWO en KNAW het proces van strategische sturing op de nationale functie en meerwaarde van het institutenportfolio richting de toekomst vormgeef.

Governance

Sinds de transitie van de organisatie en wijziging van de governance in 2017 is NWO verder gegroeid. De evaluatie concludeert dat de aangepaste governance meer duidelijkheid schept. Er is onder andere meer verbinding tussen NWO-D en NWO-I vanwege de personele unie in het bestuur. Met de groei van de organisatie is echter een aanzienlijke taakverzwaring opgetreden in het bestuur en een onbalans ontstaan in de omvang van de bestuurlijke functies tussen de zes bestuursleden. De aanwezigheid van meerdere regie-organen legt meer druk op het bestuur van NWO. De evaluator pleit ervoor om de governance van NWO op bestuurlijk niveau te herzien.

Ik onderschrijf deze aanbeveling en voel mij gesterkt daarin doordat NWO in haar bestuurlijke reactie aangeeft het wenselijk te vinden om naar de governance te kijken. Ik zal met NWO afspraken maken om te komen tot een plan voor een samenstelling van het bestuur die past bij de koers van NWO. Daartoe zal ik voorstellen om de NWO-wet te wijzigen. Het uitgangspunt daarbij is dat de NWO-wet meer ruimte laat voor een integrale samenstelling van het bestuur en tussentijdse aanpassingen. Op die wijze kan een wetswijziging ook de wendbaarheid van NWO en haar bestuur vergroten, zodat NWO gemakkelijker kan inspelen op relevante, externe ontwikkelingen. Mijn streven is om het proces rond het herzien van de governance af te ronden voor het einde van de nieuwe strategieperiode 2030.

In het Convenant Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA is afgesproken dat de voortgang van de structurele inbedding van SIA binnen NWO onderdeel is van de NWO evaluatie.4 De evaluator is positief over de rol die SIA speelt bij de ontwikkeling van praktijkgericht onderzoek en spreekt over duidelijke voortgang bij de inbedding van SIA in de NWO-organisatie. Ik ben blij met deze constatering en ik herken deze op basis van mijn gesprekken met NWO. NWO vindt het belangrijk dat hogescholen als volwaardige doelgroep worden ingebed in de organisatie. Het onderzoek op hogescholen vormt een essentieel onderdeel van het onderzoek in Nederland. Bij het opstellen van eerder genoemd plan en de benodigde wetswijzigingen, houd ik rekening met de structurele inbedding van SIA na afloop van het convenant in 2028 en de mogelijke impact daarvan op de governance van NWO.

Sturing en relatie NWO – OCW

De evaluatie bevat aanbevelingen over de wijze waarop NWO en OCW samenwerken in de zogenaamde governance-driehoek, bestaande uit opdrachtnemer, opdrachtgever en eigenaar. Gedurende de evaluatieperiode is het zogeheten «driehoeksoverleg» tussen eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer geïnstitutionaliseerd en is de ondersteuning van de eigenaarsfunctie in 2022 verstevigd.

De evaluatie geeft aan dat de opdrachtgevende rol effectief is ingevuld maar nog actiever kan door een meer initiërende betrokkenheid bij het afstemmen van de beleidsagenda met NWO. Om hieraan invulling te geven wil ik de opdrachtgevende rol vanuit OCW pro-actiever gaan invullen. Ik wil met NWO afspraken maken over hoe zij met haar activiteiten kan bijdragen aan mijn beleidsdoelstellingen op basis van resultaatafspraken die onderdeel zijn van de volgende evaluatie van NWO. In dit kader worden ook afspraken gemaakt over opvolging van de aanbevelingen uit deze evaluatie, zoals één van de aanbevelingen was. Uitgangspunt daarbij is om NWO de ruimte te gunnen om als zelfstandig bestuursorgaan te functioneren door in overleg beleidsdoelen vast te stellen, maar NWO vrij te laten in de manier waarop deze doelen bereikt worden. Dit sluit ook aan bij de wens van NWO die in haar reactie aangeeft in de nieuwe strategie een meer doel-georiënteerde ordening van het instrumentarium uit te werken. Met het oog daarop wil ik met NWO verkennen in hoeverre we financiële sturing vanuit OCW op de omvang van onderzoeksprogramma’s kunnen vervangen door sturing op de realisatie van NWO-doelen die bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid. Ik wil ook met NWO gaan onderzoeken of we kunnen gaan werken met beleidsindicatoren, zoals die ook bij het zbo KB nationale bibliotheek worden toegepast. Deze indicatoren geven inzicht in de wijze waarop het beleid van het zbo bijdraagt aan de doelen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid.

Ten aanzien van de eigenaarsrol komt uit de evaluatie het beeld dat deze om aandacht vraagt vanuit het benodigde evenwicht in de driehoek. De evaluatoren geven aan dat de rolinvulling meer volgend dan kaderstellend is en dat de eigenaarsrol ook door de opdrachtgever wordt ingevuld. Ik wil invulling geven aan deze aanbeveling door opnieuw te kijken naar de positionering van de eigenaarsrol uitgaande van een betere scheiding van de rollen. Ik werk dit nader uit in een nog op te stellen samenwerkingsdocument NWO-OCW.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

Naar boven