24 587 Justitiële Inrichtingen

Nr. 1139 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juli 2026

Op 1 juli jl. heeft de beroepscommissie van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) het beroep tegen een beslissing tot verlenging van het verblijf van een gedetineerde in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) gegrond verklaard. De Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid heeft om de kabinetsreactie gevraagd, die geef ik hieronder.

De RSJ heeft uitspraak gedaan over een verlengingsbeslissing in de EBI in een individuele zaak. Deze uitspraak zal ik bestuderen. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) dient binnen drie weken een nieuwe beslissing te nemen.

Zoals uw Kamer weet ga ik niet in op individuele gevallen. Wel kan ik in algemene zin meegeven dat een beslissing tot plaatsing in de EBI zeer zorgvuldig wordt genomen en elke twaalf maanden moet worden beoordeeld. Volgens art. 2 lid 3 PBW geldt daarbij het beginsel van minimale beperkingen. Voor plaatsing in de EBI moet kortweg sprake zijn van een «extreem hoog risico» of een «maatschappelijk onaanvaardbaar risico» op ernstige geweldsdelicten, ontvluchting, algemeen gevaar openbare orde of veiligheid van personen.1 De actuele, betrouwbare en concrete informatie daartoe is in ieder geval afkomstig van de inrichting waar de betrokken gedetineerde verblijft, het Gedetineerden Recherche Intelligence Punt (GRIP) van de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Het voorgenomen besluit van de selectiefunctionaris van DJI wordt, na het horen van de gedetineerde, voorgelegd aan de selectie-adviescommissie Afdeling Intensief Toezicht en Extra Beveiligde Inrichting (SAC AIT EBI). De SAC AIT EBI brengt vervolgens advies uit. Daarna beslist de selectiefunctionaris waartegen beroep open staat bij de RSJ.

Afsluitend geef ik mee dat naar aanleiding van de motie van het Kamerlid Ellian wordt onderzocht op welke wijze een aanpassing van het beoordelingskader vormgegeven kan worden zodat een deel van de hoogrisicogedetineerden langer in beperkingen gehouden kan worden.2 Uw kamer wordt in de eerstvolgende voortgangsbrief over veiligheid en ondermijning in detentie nader geïnformeerd over de voortgang.3 Ik streef ernaar om deze brief in september te versturen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen


X Noot
1

Zie art. artikel 6, eerste lid, van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden.

X Noot
2

Kamerstukken II, 2025–26, 24 587, nr. 1103.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025–26, 24 587, nr. 1119.

Naar boven