Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36364 nr. H |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36364 nr. H |
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2026
Conform de toezegging tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Drempelverlaging omgang grootouders op 10 maart 2026 in uw Kamer, sturen wij u een afschrift van het voortgangsbericht aan de Tweede Kamer over de voortgang van het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid: beter onderzoeken, naar voren brengen en meenemen van huiselijk geweld en kindermishandeling in het familie-, jeugd- en strafrecht».
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
1. Voortgang verbetertraject «Recht doen aan veiligheid: beter onderzoeken, naar voren brengen en meenemen van huiselijk geweld en kindermishandeling in het familie-, jeugd- en strafrecht» (hierna: Recht doen aan Veiligheid)
2. Reactie op het Aanpakplan «Kinderen van femicide-slachtoffers en femicide-overlevers»
In september 2025 heeft de toenmalig Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toegezegd om uw Kamer te informeren over het verbetertraject dat eind 2025 is gestart met als doel te waarborgen dat wanneer sprake is van (onderbouwde vermoedens van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dit altijd moet worden meegewogen in de familierechtelijke procedure.1 Conform deze toezegging informeren de Minister en Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid uw Kamer hierbij over de voortgang van het traject. In het Coalitieakkoord worden combizittingen in het straf- en familierecht benoemd als een middel om strafzaken en civiele zaken (familie- en jeugdrecht) te combineren. Gesprekken met de Rechtspraak leren dat een ruime toepassing van dit type zittingen niet voor de hand ligt. Het strafrecht en het civiele recht kennen andere wettelijke kaders en termijnen, waardoor zaken vaak niet synchroon lopen en niet gelijktijdig behandeld kunnen worden. Wel wordt gekeken naar andere vormen van informatie-uitwisseling. Het kabinet werkt samen met betrokken organisaties2 en andere experts zoals ervaringsdeskundigen en de wetenschap het onderliggende doel verder uit om huiselijk geweld en kindermishandeling goed mee te nemen in zowel het familie-, jeugd- als strafrecht.
De noodzaak om tot verbeteringen te komen kwam al in rapporten3 naar voren en is bevestigd door gesprekken met diverse betrokken organisaties, experts en ervaringsdeskundigen. Immers, het meemaken van huiselijk geweld en kindermishandeling als slachtoffer of getuige is al ingrijpend. Wanneer daar vervolgens onvoldoende of geen aandacht voor is in de juridische procedure is dat onwenselijk en kan zelfs schadelijk zijn. Gebleken is dat dit knelpunt niet alleen de familierechtelijke procedures betreft, maar ook de jeugd- of strafrechtelijke procedures. Het is evident dat dit anders moet. Daarom zijn wij samen met de organisaties aan de slag met het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid: beter onderzoeken, naar voren brengen en meenemen van huiselijk geweld en kindermishandeling in het familie-, jeugd- en strafrecht». De betrokken organisaties onderschrijven de urgentie en werken aan verbeteringen. Wij ondersteunen hen en bevorderen de samenhang tussen de organisaties en hun activiteiten. Als blijkt dat ook verbeteracties nodig zijn die op het terrein van een of meerdere ministeries liggen, zal het kabinet deze oppakken.
Wij staan in contact met de Rechtspraak over de verschillende onderdelen van het verbetertraject, die hieronder nader worden toegelicht. Verbetering van de aanpak van zaken waar huiselijk geweld speelt heeft nadrukkelijk aandacht van de Rechtspraak. De Rechtspraak heeft dan ook een werkgroep opgericht die zich onder meer bezighoudt met informatie-uitwisseling en kennisbevordering.4 De werkgroep bevindt zich momenteel in de afrondende fase van haar werkzaamheden en zal in september een programmaplan presenteren binnen de Rechtspraak.
Gezien de urgentie zijn direct een aantal verbeteracties ingezet, die hieronder worden toegelicht. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat het een diepgeworteld probleem is. Dat vergt een gedegen aanpak om te werken aan duurzame verandering. Dit verbetertraject kent daarom meerdere samenhangende sporen met directe acties en acties op de langere termijn, die indien nodig kunnen worden aangepast en uitgebreid. Hieronder lichten wij ze toe.
1. Probleem- en oorzakenanalyse
Samen met professionals, experts en ervaringsdeskundigen is een definitieve probleemstelling vastgesteld: «Huiselijk geweld en kindermishandeling (waaronder dwingende controle en psychische mishandeling) en vermoedens daarvan, worden momenteel door betrokken organisaties niet, althans onvoldoende onderzocht, naar voren gebracht en meegenomen in het familie-, jeugd- en strafrecht.» Ook de oorzaken van het probleem zijn inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan zijn verbeteringen in gang gezet en werken we de rest van het jaar samen met de organisaties, experts en ervaringsdeskundigen verder aan duurzame oplossingsrichtingen en verbetermaatregelen.
2. Onderzoek onder rechters
In afstemming met de Rechtspraak hebben wij het Verwey-Jonker Instituut opdracht gegeven om, als vervolg op het onderzoek «Waar geweld uit beeld raakt»,5 een vervolgonderzoek onder rechters te doen. Dit onderzoek richt zich op de vraag wat familierechters nodig hebben om tot een afgewogen beslissing te komen tussen enerzijds het belang van het kind om contact met beide ouders te hebben en anderzijds het belang van het kind om in veiligheid op te groeien, in samenhang met het belang van de slachtofferouder. Het onderzoek wordt uitgevoerd onder rechters en raadsheren door het hele land en zal naar verwachting eind 2026 zijn afgerond.
3. Deskundigheidsbevordering
Het vergroten van kennis over huiselijk geweld en kindermishandeling onder de betrokken professionals is een belangrijk verbeterpunt. Het actieonderzoek naar het versterken van deskundigheid van gendergerelateerd geweld bij professionals van Regioplan en Avans Hogeschool, waarover u in deze voortgangsbrief wordt geïnformeerd, is ook voor dit verbetertraject relevant. Vervolgacties naar aanleiding van dat onderzoek worden in samenhang opgepakt. Aanvullend daarop voeren wij het gesprek met de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming, Veilig Thuis, het openbaar ministerie en Valente over deskundigheidsbevordering specifiek ten behoeve van dit traject.
4. Verbeteren van de informatie-uitwisseling op de korte termijn
Er wordt op dit moment gewerkt aan het verbeteren van de informatie-uitwisseling tussen de betrokken organisaties en de mogelijkheden en behoeften voor informatiedeling tussen de verschillende rechtsgebieden worden onderzocht.
5. Toetsingskader
Uit «Waar geweld uit beeld raakt» volgt dat behoefte is aan een toetsingskader, dat gebaseerd is op het Verdrag van Istanbul. Een dergelijk toetsingskader geeft aan welke factoren met betrekking tot de veiligheid de rechter moet meewegen in het nemen van beslissingen over gezag en omgang. De Vereniging Vrouw en Recht heeft het initiatief genomen tot het ontwikkelen van een toetsingskader. Dit biedt een basis voor verdere gesprekken hierover met en tussen de betrokken organisaties.
6. Het kindperspectief
Uit de gesprekken met de betrokkenen volgt dat het perspectief van het kind vaak onderbelicht is in situaties van huiselijk geweld. Het is belangrijk om de ervaringen van kinderen die te maken hebben gehad met huiselijk geweld en kindermishandeling te betrekken in het traject. Wij zijn in gesprek met Villa Pinedo hoe zij hierbij kunnen ondersteunen.
Tot slot
Het voorgaande laat zien hoe veelzijdig het vraagstuk en dus ook de benodigde aanpak is. Wij blijven ons met de betrokkenen inzetten om het uiteindelijke doel te bereiken: dat huiselijk geweld en kindermishandeling beter onderzocht, naar voren gebracht en meegenomen wordt in het familie-, jeugd- en strafrecht. Ook zorgen wij voor de samenhang met andere ontwikkelingen zoals met de acties die voortvloeien uit de projectgroep Kindvriendelijke scheidingsprocedures, het verbeteren van veiligheids- en risicobeoordeling en het Aanpakplan «Kinderen van femicideslachtoffers en -overlevers».
Het kabinet heeft kennisgenomen van het plan «Kinderen van femicide-slachtoffers en -overlevers» uit november 2025. Dit plan is opgesteld door Adviesbureau Stop Femicide in samenwerking met de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers en Blijf Groep. Wij danken de opstellers van het plan voor hun initiatief. Tot nu toe is de positie van kinderen na femicide en bij partnergeweld onderbelicht gebleven in de aanpak van (het voorkomen van) femicide. Met dit plan vragen zij terecht aandacht voor dit belangrijke thema. Hierbij geven wij de aan uw Kamer toegezegde reactie op dit plan.
Het plan bevat veertien verbeterpunten, die zien op preventie en kennis vergroten in het onderwijs, beslaglegging en erfrecht, langdurige psychosociale en praktische ondersteuning, en veilige omgang en plaatsing na femicide. Ten behoeve van de inhoudelijke reactie op het plan hebben wij deze thematische ordening aangebracht. Wij realiseren ons dat deze categorisering niet geldt voor de kinderen van slachtoffers van femicide en partnergeweld, omdat deze thema’s voor hen vaak met elkaar verbonden zijn.
Het kabinet onderschrijft de urgentie van het thema en ziet het plan als belangrijke inbreng voor de verdere beleidsontwikkeling voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling, inclusief het voorkomen van femicide en de verbetering van de positie van kinderen van femicide-slachtoffers. Waar mogelijk zullen bestaande initiatieven worden versterkt en afgestemd op de aanbevelingen uit het plan. Zo zijn op het gebied van preventie en kennisvergroting over dwingende controle en femicide acties ingezet als onderdeel van het plan van aanpak «Stop femicide!» en werken we in het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid: beter onderzoeken, naar voren brengen en meenemen van huiselijk geweld en kindermishandeling in het familie-, jeugd- en strafrecht» onder andere aan het verbinden van deze rechtsgebieden. Andere punten vragen om een nadere uitwerking. Daarop gaan wij hieronder nader in.
Veilige omgang en plaatsing na femicide
Het verbeteren van de werkwijze bij omgang en plaatsing na femicide heeft voor het kabinet prioriteit. Het actualiseren van het handelingsprotocol «omgang na partnerdoding» is een van de verbeterpunten. In de praktijk zien we dat dit protocol is verouderd en onvoldoende bekend is bij de betrokken partijen. Dit zijn de gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis, de politie, Slachtofferhulp Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming. Daarom zijn wij met deze organisaties in gesprek over hoe we dit protocol kunnen actualiseren en de inzet van specialistische kennis over femicide en dwingende controle kunnen verbeteren. Daarbij kijken we naar wat beter kan in de eerste periode na femicide, maar ook naar de langere termijn. Specifiek wordt daarbij ook de mogelijkheid van een gespecialiseerd onderzoeks- dan wel expertiseteam betrokken. Ook bezien we hoe de andere punten uit het plan, die raken aan de omgang of plaatsing van kinderen, zoals bijvoorbeeld privacyaspecten, onderdeel kunnen uitmaken van dit protocol en de mogelijke vorming van dit onderzoeksteam.
Beslaglegging en erfrecht
Voor het verbeterpunt over het beslag leggen op spullen van kinderen door de politie erkennen wij dat het belangrijk is dat kinderen, indien mogelijk, toegang krijgen tot hun eigen spullen. In het algemeen geldt dat het voor het verloop van het strafrechtelijke onderzoek belangrijk is dat de politie op een objectieve en zorgvuldige manier het forensisch onderzoek kan uitvoeren. Dat betekent dat, wanneer de femicide in de woning heeft plaatsgevonden, de woning verzegeld wordt en dat spullen in beslag kunnen worden genomen. Het verzamelen van het bewijs draagt immers bij aan een goed strafrechtelijk onderzoek. Dat is ook in het belang van nabestaanden. De officier van justitie bepaalt of, en zo ja wanneer spullen kunnen worden teruggegeven aan de nabestaanden. Wij staan in blijvend contact met de politie om intern bij de betreffende professionals, de familierechercheurs, extra aandacht te vragen voor het meedenken met de kinderen en nabestaanden van femicide over wat in individuele gevallen mogelijk is.
In het plan wordt opgeroepen het erfrecht aan te passen zodat de rechtsgronden voor onwaardigheid beter aansluiten op de gevallen van femicide. Naar aanleiding van de motie van het lid Becker c.s. is een wetsvoorstel in voorbereiding waarmee de gronden voor onwaardigheid worden uitgebreid. Het concept van dit wetsvoorstel wordt na de zomer in internetconsultatie gebracht.
Preventie en kennis vergroten in het onderwijs
Het kabinet zet zich met betrekking tot de gevolgen van dwingende controle en femicide op kinderen in op preventie in het basis- en voortgezet onderwijs en kennisvergroting in het beroepsonderwijs. Wij erkennen het belang van goede relationele en seksuele vorming, passend bij de leeftijd van kinderen. Op dit moment worden de kerndoelen geactualiseerd. Met de herziene kerndoelen en examenprogramma’s gaan álle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs meer leren over thema’s zoals grenzen aangeven en moeten álle scholen zich inspannen om een veilige sociale omgang te stimuleren, evenals weerbaarheid, respectvolle omgang met seksualiteit en gendergelijkheid.
De herziene kerndoelen zijn zo opgesteld dat aan kinderen en jongeren kennis en vaardigheden worden meegegeven die passen bij hun leeftijd en die zij nodig hebben in het kader van weerbaarheid, online en offline. Scholen worden ondersteund om de nieuwe kerndoelen goed te vertalen naar onderwijs in de klas. Het staat scholen vrij om hierbij aandacht te geven aan specifieke thema’s als dwingende controle, huiselijk geweld of femicide, maar het is niet verplicht. Vanaf 1 augustus 2027 moeten scholen met de nieuwe kerndoelen gaan werken.
Binnen het burgerschapsonderwijs in het mbo is er ruimte voor relationele en seksuele vorming. Deze duiding zal tevens worden opgenomen in de toelichting op de voorgenomen wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit WEB. Hiermee zullen, tegelijk met het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB6, nieuwe, verduidelijkte kwalificatie-eisen voor burgerschap worden vastgesteld. Hierdoor is er ruimte in het onderwijsprogramma om onder andere via burgerschap te werken aan de preventie van diverse vormen van geweld.
Langdurige psychosociale en praktische ondersteuning
De verbeterpunten ten aanzien van de automatische kostenvoorziening in de zorg voor kinderen van femicide-slachtoffers en het bieden van praktische, financiële en psychologische zorg en ondersteuning, direct en op de lange termijn, voor jongvolwassen kinderen van femicide-slachtoffers hebben betrekking op de rol en verantwoordelijkheden van gemeenten. Wij zijn daarom in gesprek met de VNG over of en hoe deze aanbevelingen opgepakt kunnen worden. Daarbij wordt rekening gehouden met hoe de aanbevelingen zich verhouden tot bestaande vormen van ondersteuning en lopende trajecten.
Tot slot
De verbeterpunten over privacy en doorprocederen als geweldsvorm betrekken we zoveel mogelijk bij het verbetertraject «Recht doen aan veiligheid: beter onderzoeken, naar voren brengen en meenemen van huiselijk geweld en kindermishandeling in het familie-, jeugd- en strafrecht». Wij blijven in contact met de opstellers van het plan over de voortgang.
Met onder meer de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming en ook expertise van de advocatuur.
Onder meer het onderzoek «Waar geweld uit beeld raakt» door het Verwey-Jonker Instituut, het advies «Kind-onveiligheid in complexe (ex-)partnerrelaties» door de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming en het rapport «Building trust by delivering support, protection and justice» van GREVIO.
Zie voor de status van het wetsvoorstel https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK025579
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36364-H.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.