CLXXVII Voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met het introduceren van meer flexibiliteit in de naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen

A BRIEF VAN HET LID ROSENMÖLLER

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2026

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 132 van het Reglement van Orde stel ik een wijziging van dit reglement voor. Het voorstel en de bijbehorende toelichting treft u bijgevoegd aan. Met dit zeer eenvoudige voorstel beoog ik meer flexibiliteit in het Reglement van Orde te introduceren als het gaat om de naam van fracties van politieke partijen die zelf van naam veranderen.

Rosenmöller

VOORSTEL TOT WIJZIGING VAN HET REGLEMENT VAN ORDE

Ingezonden 1 juli 2026

ARTIKEL I

Aan artikel 17 van het Reglement van Orde worden een vierde en een vijfde lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Indien de in het vorige lid bedoelde politieke groepering tijdens een zitting een andere naam aanneemt en deze naam overeenkomstig de Kieswet bij het centraal stembureau heeft geregistreerd, is de fractie gerechtigd deze naam te voeren. Hiervan wordt de Voorzitter zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

  • 5. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een gezamenlijke lijst van twee of meer groeperingen en deze groeperingen besluiten samen te gaan.

Aan artikel 18 van het Reglement van Orde wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Indien tijdens een zitting ook de politieke groeperingen waartoe de samengevoegde fracties behoorden en die elk met een lijst aan de verkiezing van de Eerste Kamer hebben deelgenomen besluiten samen te gaan en hun naam overeenkomstig de Kieswet bij het centraal stembureau hebben geregistreerd, is de nieuwe fractie gerechtigd deze naam te voeren. Hiervan wordt de Voorzitter zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld.

ARTIKEL II

Deze wijziging treedt de dag na aanvaarding door de Kamer in werking.

Toelichting

Het Reglement van Orde kent sinds de actualisering van 2023 duidelijke regels omtrent de naam die fracties kunnen voeren (artikelen 17, derde lid, artikel 18, tweede lid, en artikel 20, derde lid). De voorsteller meent dat dit systeem weliswaar duidelijk en consistent is, maar meer ruimte zou kunnen bieden voor het geval dat politieke groeperingen (i.e. partijen) zelf een nieuwe naam aannemen of fuseren en de nieuwe fusiepartij ook een nieuwe naam geven. Het voorliggende voorstel strekt ertoe de gewenste flexibiliteit in het systeem in te bouwen.

De voorsteller meent dat naamswijziging van een fractie gerechtvaardigd is als de verwante politieke groepering met een lijst aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer heeft deelgenomen, vervolgens haar naam heeft gewijzigd en deze overeenkomstig de Kieswet bij het centraal stembureau (zijnde de Kiesraad) heeft geregistreerd.1 Dat is in drie situaties denkbaar:

  • • Een groepering neemt met een lijst aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer

  • • deel en verandert vervolgens van naam. Dit is bijvoorbeeld in 1948 gebeurd met de Partij van de Vrijheid nadat de VVD was opgericht2;

  • • Twee of meer groeperingen nemen met een gezamenlijke lijst aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer deel, fuseren vervolgens en nemen een nieuwe naam aan. GPV en RPF namen in 1999 met een gezamenlijke lijst deel aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Deze groeperingen fuseerden in 2000 tot de ChristenUnie, welke naam sinds 27 maart 2001 ook in de Eerste Kamer mocht worden gevoerd.3

  • • Twee of meer groeperingen nemen met afzonderlijke lijsten aan de verkiezingen voor de Eerste Kamer deel. Vervolgens fuseren de betrokken fracties, waarna ook een fusie van de betrokken groeperingen plaatsvindt. CPN, PSP en PPR waren als afzonderlijke fracties in de Eerste Kamer vertegenwoordigd, fuseerden in 1990 en namen vervolgens de naam aan van het in oprichting zijnde GroenLinks.4

Voor deze situaties wenst de voorsteller door wijziging van de artikelen 17 en 18 van het Reglement van Orde tussentijdse naamswijziging mogelijk te maken. De voorgestelde wijziging sluit aan bij de coulante houding die de Eerste Kamer in het verleden heeft aangenomen.


X Noot
1

Er moet sprake zijn van een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid. Registratie voor de Tweede Kamerverkiezingen op grond van artikel G 1 van de Kieswet geldt tevens voor de Eerste Kamerverkiezingen (artikel Q 6 Kieswet). Registratie uitsluitend voor de Eerste Kamerverkiezingen is ook mogelijk (artikel Q 6, tweede lid, Kieswet), voor groeperingen die geen interesse hebben in deelname aan de Tweede Kamerverkiezingen.

X Noot
2

Handelingen I 1947/48, p. 80.

X Noot
3

Handelingen I 2000/01, nr. 24, p. 1157–1158.

X Noot
4

Handelingen I 1989/1990, nr. 12, p. 393.

Naar boven