33 118 Omgevingsrecht

Nr. 339 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2026

In het tweeminutendebat Ruimtelijke Ordening van donderdag 25 juni heeft het lid Claassen motie nummer met Kamerstuk 33 118, nr. 337 ingediend waarin hij de regering verzoekt geen nieuwe Natura 2000-gebieden of Vogelrichtlijngebieden aan te wijzen zonder voorafgaande instemming van de Kamer. Ik heb deze motie Oordeel Kamer gegeven. Bij nadere bestudering van de motie en in overleg met het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) moet ik deze motie echter ontraden. Graag licht ik dit nader toe.

Laat ik vooropstellen dat ik de intentie van de motie goed begrijp en deel. Het aanwijzen van een nieuw Natura 2000-gebied of Vogelrichtlijngebied kan, zoals de motie stelt, inderdaad grote ruimtelijke gevolgen hebben voor ontwikkelingen zoals woningbouw. Juist vanwege de schaarse ruimte en grote ruimtelijke opgaven in ons land zal deze regering dan ook geen nieuwe Natura 2000-gebieden of Vogelrichtlijngebieden aanwijzen die niet noodzakelijkerwijs moeten worden aangewezen.

Het kan echter zo zijn dat de Minister van LVVN de plicht heeft een nieuw Natura 2000 of Vogelrichtlijngebied aan te wijzen. Dit is een Europese verplichting als een gebied kwalificeert. De Vogel- en Habitatrichtlijn verplicht lidstaten om periodiek te bezien of de huidige Natura 2000-gebieden nog voldoen, en of er nieuwe gebieden moeten worden aangewezen als soorten en/of habitattypen zich kwalificeren. Dit kan overigens ook betekenen dat er gebieden kunnen afvallen als ze – bijvoorbeeld door externe oorzaken – niet langer kwalificeren. Dit volgt uit het Beleidskader Doelwijziging dat door het vorige kabinet is vastgesteld. In het geval een gebied kwalificeert is er – ook voor het kabinet – geen afweegruimte om hiervan af te wijken, en dient dit gebied aangewezen te worden. Doet Nederland dat niet, dan kan zij in gebreke worden gesteld door de Europese Commissie. Omdat het kabinet hier geen afweegruimte heeft, kan er in zo'n geval dus juridisch gezien ook geen voorafgaande instemming worden gevraagd aan de Kamer. Het kabinet zal de Kamer in een dergelijk geval uiteraard wel tijdig informeren.

Gezien het bovenstaande moet ik de motie in zijn huidige vorm ontraden omdat deze als gevolg van Europese verplichtingen niet uitvoerbaar is.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O'Sullivan

Naar boven