32 140 Herziening Belastingstelsel

32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid

Nr. 313 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 juni 2026

Met deze Kamerbrief informeer ik u, mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei, of en zo ja hoe reparatie in Nederland voor de productgroepen textiel, elektrische en elektronische apparaten en meubels kan worden gestimuleerd met financiële prikkels. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Grinwis c.s., die het kabinet verzoekt te onderzoeken op welke wijze de fiscaliteit effectief en goed uitvoerbaar zou kunnen bijdragen aan meer reparatie van huishoudelijke apparaten en andere relevante productgroepen.1 Het kabinet vindt het van belang om naast fiscaliteit, waar de motie zich op toespitst, ook breder naar mogelijke andere financiële instrumenten te kijken. Dat verschaft meer inzicht in hoe fiscaliteit zich tot andere typen instrumenten verhoudt binnen dit beleidsdomein.

Manieren om reparatie verder te bevorderen en rol financiële prikkels

De circulaire economie is een essentieel onderdeel van de Nederlandse klimaat- en grondstoffenstrategie richting 2050. Reparatie speelt hierin een sleutelrol, omdat het de levensduur van producten verlengt, hergebruik mogelijk maakt en de vraag naar nieuwe grondstoffen vermindert.

Om reparatie te bevorderen, zijn (tenminste) drie zaken nodig. Ten eerste moeten spullen zo ontworpen zijn dat ze (makkelijker) te repareren zijn. Ten tweede is een goede reparatie-infrastructuur nodig, met voldoende beschikbare vakmensen om de reparaties uit te voeren. Ten derde moet het voor consumenten makkelijk en aantrekkelijk zijn om spullen te laten repareren. Dit zijn dan ook de drie sporen waarlangs de huidige beleidsinzet voor reparatie is ingericht: (1) beter productontwerp, met name via ontwerpeisen op EU-niveau onder de Ecodesignregelgeving, (2) versterking van de reparatie-infrastructuur en -vakmanschap, bijvoorbeeld door aandacht voor reparatie in het onderwijs en het opzetten van een Nationaal Reparateursregister, en (3) consumenten stimuleren om hun producten te (laten) repareren, bijvoorbeeld door betere informatie voor consumenten en door reparatie goedkoper te maken. Voor meer details over de recente beleidsinzet op de genoemde sporen wordt verwezen naar de Kamerbrief «reparatie in de circulaire economie»2 en de Kamerbrief over uitvoering van de motie Stoffer over reparatie en hergebruik van elektrische en elektronische apparatuur.3

Financiële prikkels kunnen aanvullend op het bestaande beleid binnen elk van deze thema’s bijdragen aan het aantrekkelijker maken van repareren.

Deze prikkels kunnen gericht zijn op het beprijzen van milieuschade om externe effecten te internaliseren in de productprijs. Andere prikkels kunnen het tijdelijk subsidiëren van de businesscase van circulaire diensten inhouden.

Verkenning financiële prikkels ter bevordering van reparatie

Ter uitvoering van de motie Grinwis is een verkenning uitgevoerd om mogelijk effectieve prikkels in kaart te brengen. Tijdens de verkenning is een rondetafelgesprek gevoerd met een brede vertegenwoordiging van maatschappelijke stakeholders over bestaande en mogelijke nieuwe fiscale en financiële instrumenten ter ondersteuning van reparatie en de circulaire economie. Hierbij is de aandacht gericht op de prioritaire productgroepen: textiel, elektrische en elektronische apparaten en meubels. Het overzicht van mogelijke maatregelen dat op basis van deze rondetafel is opgesteld, staat in bijlage 1 met daarbij een eerste beleidsappreciatie. Een samenvatting op hoofdlijnen van de inbreng van stakeholders treft u aan in bijlage 2. Een overzicht van partijen die aan de rondetafel hebben deelgenomen is opgenomen in bijlage 3.

Samenvattend zijn diverse maatregelen denkbaar, maar geldt steeds dat er nog veel onduidelijkheid is over de uitvoerbaarheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van de genoemde ideeën. Dit is ook niet verwonderlijk, gelet op het «brainstorm» karakter van de discussie die is gevoerd. Het vraagt echter wel om een nadere beschouwing van de ideeën voordat tot besluitvorming kan worden overgegaan.

Vervolgstappen

Het kabinet ziet het potentieel van de financiële prikkels maar meent dat goed moet worden gekeken naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en uitvoerbaarheid van deze instrumenten. Ook moeten de effecten op het streven naar vereenvoudiging van het belastingstelsel meegenomen worden. Hier zitten spanningsvelden waarbij heldere keuzes moeten worden gemaakt. Daarbij is het van belang nadrukkelijk ook te kijken naar de verantwoordelijkheid van de branche en het potentieel van het instrument van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Met mijn collega van KGG wil ik kijken hoe we initiatieven op het vlak van reparatie en de circulaire economie kunnen vervlechten in de agenda van het kabinet. De Kamer wordt hier voor het einde van het jaar nader over geïnformeerd. In de tussentijd ziet het kabinet uit naar de verdere dialoog met de Kamer over dit thema.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 812, nr. 95 (motie-Grinwis c.s.)

X Noot
2

Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VII, nr. 78.

X Noot
3

Kamerstukken II, 36 600 XII, nr. 78

Naar boven