36 800 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026

36 800 A Vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2026

E1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2026

Binnenkort behandelt de Eerste Kamer de ontwerpbegrotingen XII (Infrastructuur en Waterstaat) en A (Mobiliteitsfonds) voor het jaar 2026. Op grond van artikel 2.25, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 mogen nieuwe beleidsmaatregelen die aan de ontwerpbegrotingen 2026 ten grondslag liggen niet worden uitgevoerd voordat de Staten-Generaal de desbetreffende begrotingswetten hebben vastgesteld.

Nu de behandeling van de begrotingen van IenW voor het jaar 2026 dusdanig laat in het jaar plaatsvindt is het voor een aantal van deze maatregelen niet langer mogelijk de parlementaire autorisatie af te wachten zonder dat dit leidt tot ongewenste neveneffecten. Daarom doe ik hiervoor een gemotiveerd beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 2.25, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016. In deze brief wordt per maatregel toegelicht waarom toepassing van deze uitzonderingsbepaling noodzakelijk wordt geacht.

Tabel 1 – Overzicht maatregelen (bedragen x € 1.000)
     

Kasbudget 2026

Verplichtingenbudget 2026

1

Maritiem Masterplan

Art. 18

13.436

13.436

2

Subsidiebeschikkingen begroting 2026

Divers

18.803

18.803

1. Maritiem Masterplan (Nationaal Groeifonds)

Het Maritiem Masterplan is een Nationaal Groeifondsprogramma met als doel om de maritieme energietransitie te versnellen door betrouwbare en modulaire klimaatneutrale schepen te ontwikkelen, te bouwen en te gebruiken in een cyclische innovatieketen. Het plan wil bijdragen aan de versnelling van de mondiale energietransitie, het versterken van de Nederlandse economie en het beschermen van de nationale veiligheidsbelangen. Door het uitblijven van de financiering moet de uitvoering van activiteiten vertraagd of zelfs stopgezet worden, waardoor de uitvoering van het project niet verder kan. Dit gaat enerzijds om het algemene programmabureau en anderzijds specifiek voor de programmalijn digitaal samenwerken. Voor dit deel van het programma zijn in een cruciale fase van het project de werkzaamheden nagenoeg volledig stilgelegd. Deze programmalijn beoogt een verbetering van de digitale samenwerking en gegevensuitwisseling tussen publieke en private partijen. Het uitblijven van de financiën brengt de continuïteit van het programma in gevaar.

2. Subsidiebeschikkingen begroting 2026

De beleidsbegroting van IenW dient voor veel subsidies als wettelijke grondslag. Zolang de begroting niet is geautoriseerd, kunnen deze subsidies niet verstrekt worden. Deze subsidies worden verstrekt aan verschillende organisaties die primair in opdracht voor IenW werken en daarmee voor de financiering van de activiteiten grotendeels hiervan afhankelijk zijn. In afwachting van de financiële middelen zijn er binnen de organisaties die het betreft maatregelen getroffen om de impact hiervan te beperken, waaronder voorfinanciering uit reserves. Deze maatregelen zijn niet langer houdbaar. Indien de subsidiebeschikkingen niet op korte termijn worden verstrekt, zullen liquiditeitsproblemen ontstaan of verder toenemen. Dit leidt ertoe dat activiteiten vanaf juli moeten worden afgeschaald of tijdelijk worden stilgelegd en dat salarissen niet langer kunnen worden betaald. Deze situaties levert niet alleen financiële druk binnen de organisaties, maar dit kan afbreuk doen aan de constructieve samenwerking tussen het departement en de betrokken organisaties. In onderstaande tabel is opgenomen welke organisaties het betreft.

Tabel 2 – Overzicht organisaties subsidies IenW (bedragen x € 1.000)

Tabel 2 – Overzicht organisaties subsidies IenW (bedragen x € 1.000)

Het kabinet zet zich in om met terughoudendheid gebruik te maken van de artikelen 2.25 van de Comptabiliteitswet. Vanwege de bijzondere omstandigheden dit jaar door de late begrotingsbehandeling en de negatieve neveneffecten die daardoor inmiddels zijn ontstaan wordt de noodzaak gevoeld om voor deze onderwerpen een dergelijk beroep te doen. Ik ga ervan uit de Kamer hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

De letter E heeft alleen betrekking op 36 800 XII.

Naar boven