Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36971 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36971 nr. 2 |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in verband met de gedurende de afgelopen decennia toegenomen (online) verspreiding van terroristische boodschappen wenselijk is om het strafrechtelijk instrumentarium ter bestrijding van terrorisme en daarmee samenhangende activiteiten te verbreden door het verheerlijken van terrorisme en het in het openbaar betuigen van steun aan terroristische organisaties strafbaar te stellen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
In het Wetboek van Strafrecht worden na artikel 132 drie artikelen ingevoegd, luidende:
Degene die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, een gepleegd terroristisch misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving levenslange gevangenisstraf is gesteld, verregaand looft of prijst, wordt, als schuldig aan het verheerlijken van terrorisme, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie.
1. Degene die een geschrift of afbeelding waarin een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 132a verregaand wordt geloofd of geprezen, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien diegene weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige verheerlijking voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft degene die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift openlijk ten gehore brengt.
Degene die in het openbaar steun betuigt aan een organisatie die van rechtswege is verboden of waartegen op grond van artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme een aanwijzingsbesluit is vastgesteld, om te bevorderen dat anderen het oogmerk van die organisatie om terroristische misdrijven te plegen delen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de derde categorie.
In artikel 67, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering wordt na «132,» ingevoegd «132a, 132b, 132c,».
In het Wetboek van Strafrecht BES worden na artikel 138a drie artikelen ingevoegd, luidende:
Degene die, mondeling of bij geschrifte, in het openbaar, een gepleegd terroristisch misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving levenslange gevangenisstraf is gesteld verregaand looft of prijst, wordt, als schuldig aan het verheerlijken van terrorisme, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de eerste categorie.
Degene die een geschrift, waarin een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 138b verregaand wordt geloofd of geprezen, met het oogmerk om aan die verheerlijkende inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de eerste categorie.
Degene die in het openbaar steun betuigt aan een organisatie die in een bindend besluit als bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme een aanwijzingsbesluit is vastgesteld, om te bevorderen dat anderen het oogmerk van die organisatie om terroristische misdrijven te plegen delen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de eerste categorie.
In artikel 100, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering BES wordt na «een van de misdrijven omschreven in de artikelen» ingevoegd «138b, 138c, 138d,».
Indien het bij koninklijke boodschap van 17 februari 2026 ingediende voorstel van wet houdende regels over de uitvoering van internationale sanctiemaatregelen (Wet internationale sanctiemaatregelen) (Kamerstukken II 2025/26, 36 898, nr. 2) tot wet is of wordt verheven en die wet:
a. eerder in werking treedt of is getreden dan deze wet, wordt deze wet als volgt gewijzigd:
1. In artikel I, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 132c «artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
2. In artikel III, onderdeel A, wordt in het voorgestelde artikel 138d «een bindend besluit als bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «een bindend besluit als bedoeld in artikel 9.1 van de Wet internationale sanctiemaatregelen met het oog op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 1.2 in verbinding met artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
b. later in werking treedt dan deze wet, worden na artikel 10.24 van die wet twee artikelen ingevoegd, luidende:
In artikel 132c van het Wetboek van Strafrecht wordt «artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
In artikel 138d van het Wetboek van Strafrecht BES wordt «een bindend besluit als bedoeld in artikel 14a van de Sanctiewet 1977 met het oog op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 14 in verbinding met artikel 2, tweede lid, van de Sanctiewet 1977» vervangen door «een bindend besluit als bedoeld in artikel 9.1 van de Wet internationale sanctiemaatregelen met het oog op de bestrijding van terrorisme is aangewezen of waartegen op grond van artikel 1.2 in verbinding met artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet internationale sanctiemaatregelen».
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie en Veiligheid,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36971-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.