Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 juni 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer over het Nederlandse standpunt inzake de Milieuomnibus.
Dit standpunt zal worden ingebracht tijdens het ambassadeursoverleg (COREPER) op woensdag
24 juni 2026. Indien de lidstaten akkoord gaan met deze tekst, wordt het Raadsmandaat
verleend om de onderhandelingen met het Europees Parlement (de triloog-onderhandelingen)
te starten.
Het proces om tot een mandaat te komen kent een uitzonderlijk korte doorlooptijd.
Het is te betreuren dat dit besluitvormingsproces zo snel moet verlopen, aangezien
dit de ruimte voor een grondige nationale en parlementaire behandeling ernstig beperkt.
De Milieuomnibus: het doel en het proces
De Milieuomnibus bevat een aantal voorstellen ter vereenvoudiging van milieuwetgeving
op het gebied van batterijen, milieudata (INSPIRE), industriële emissies, de Uitgebreide
Producentenverantwoordelijkheid (UPV), en een verordening voor het versnellen en stroomlijnen
van milieubeoordelingen.
Het kabinet steunt het algemene doel van de Europese Commissie om regels te versimpelen,
te verminderen en vergunningverlening te versnellen.
Hierbij wijst het kabinet op het knelpunt dat dit voorstel van de Europese Commissie
niet is vergezeld door een Impact Assessment. Dit gebrek aan informatie maakt een
zorgvuldige weging van de risico's voor de volksgezondheid en de leefomgeving complex.
In maart jl. heb ik daarom toegezegd een nationale quickscan uit te voeren naar de
effecten van de Milieuomnibus op milieu, gezondheid en het bedrijfsleven. Deze quickscan
wordt vlak na de zomer aan uw Kamer toegezonden.
Het voorzitterschap dwingt nu tot een vroegtijdige stellingname. Enerzijds steunen
we het doel van EU-versimpeling. Er zijn ook positieve aspecten in het huidige voorstel,
zoals de extra ruimte voor defensie, herintroductie van de chemische inventarisatie
en het schrappen van de voorstellen rondom Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid
(UPV), zoals het maximeren van de frequentie van rapportages tot éénmaal per jaar
en het opschorten van de verplichting om een gemachtigd vertegenwoordiger aan te wijzen.
Anderzijds kunnen en willen we niet akkoord gaan met wijzigingen zolang de exacte
impact onduidelijk is, en de toegezegde nationale quickscan nog niet is afgerond.
Conclusie en inzet Nederland
Bij de recente behandeling van de Milieuomnibus was het krachtenveld tussen de lidstaten
op belangrijke onderdelen nog niet helder. Er leek op verschillende punten sprake
te zijn van een blokkerende minderheid. Het is dan ook nog niet zeker of er tijdens
de aanstaande ambassadeursbespreking een meerderheid zal worden behaald. Nu de besluitvorming
richting een Raadspositie onder hoge tijdsdruk wordt geforceerd, ontbreekt de ruimte
voor de noodzakelijke, diepgaande bespreking in de Raad.
Nederland zal zich daarom tijdens de voorziene ambassadeursbespreking op 24 juni aanstaande
onthouden van stemming.
Met deze opstelling kiest het kabinet voor een constructieve benadering: we maken
hiermee een helder punt over de noodzakelijke procesmatige zorgvuldigheid, zonder
het belang van verdere versimpeling of de start van de triloog-onderhandelingen te
blokkeren. Juist door ons nu te onthouden, behoudt Nederland een positie aan de onderhandelingstafel.
Deze mogelijkheden zouden worden beperkt wanneer Nederland niet instemt.
Tijdens de opvolgende triloog-onderhandelingen zal het kabinet zich dan ook constructief-kritisch
blijven inzetten om, samen met de Europese partners, tot een juiste balans te komen
tussen de versimpeling van regelgeving en het borgen van het beschermingsniveau.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram