Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36811 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 36811 nr. 3 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Op 12 september jl. heeft het Kamerlid Van der Werf een initiatiefnota ingediend over het stoppen van geweld tegen vrouwen1.
Wij danken de indiener voor deze initiatiefnota en de wijze waarop zij, samen met collega-Kamerleden, dit urgente onderwerp op de politieke agenda houdt. Het kabinet onderschrijft het belang om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. In de meest recente voortgangsbrief over de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling2 aan uw Kamer is uiteengezet hoe het kabinet inzet op het versterken van de coördinatie door het instellen van een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. De Nationaal Coördinator heeft als belangrijke taak het tot stand brengen van en het sturen op de uitvoering van een nationaal actieplan geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en daarmee op het realiseren van samenhang en overzicht in het beleid en de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Hiermee beoogt het Kabinet een betere coördinatie en samenhang in de gezamenlijke aanpak.
In deze brief reageren wij, de Minister voor Langdurige zorg, Jeugd en Sport en de Minister van Justitie en Veiligheid, op elk van de maatregelen uit de initiatiefnota.
H4 – Beschermd achter de voordeur
– Maak huisbezoeken vaker mogelijk bij een vermoeden van huiselijk geweld, waarbij alle gezinsleden altijd separaat worden gesproken en onderzoek wordt gedaan naar het onderliggende patroon van geweld
Wij onderschrijven het belang van het doen van goed onderzoek om zicht te krijgen op de situatie achter de voordeur bij meldingen van onveiligheid. Wanneer professionals vermoedens hebben van onveiligheid in een gezin, is het noodzaak dat zij – bij voorkeur in samenwerking met het gezin – een beeld proberen te krijgen van de situatie. Daarbij wordt indien wenselijk en mogelijk met alle betrokkenen apart gesproken (ook met de kinderen), zodat het gehele patroon van onveiligheid in beeld komt. Dit vergt kennis en expertise van betrokken professionals. De kracht hierbij zit in het versterken van samenwerking tussen organisaties en professionals. Wanneer er sprake is van acute onveiligheid kunnen de politie of Veilig Thuis – zo mogelijk gezamenlijk – via huisbezoeken een cruciale rol spelen om de situatie achter de voordeur in kaart te brengen, volgens de principes van «Veiligheid Voorop». Veiligheid Voorop behelst vroegtijdig en intensief samenwerken door Veilig Thuis, politie en andere organisaties om zo snel mogelijk veiligheid te realiseren: gezamenlijk een melding oppakken, met inbreng van ieders expertise een gezamenlijk beeld vormen en vervolgacties afstemmen. Deze aanpak wordt in steeds meer regio’s ingezet. Daarnaast beproeft de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport, tezamen met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming samen met de praktijk in verschillende proeftuinen een nieuwe manier van systeem- en gezinsgericht werken. Met deze werkwijze moet onveiligheid en ontwikkelingsbedreiging bij kinderen en volwassenen eerder en beter herkend worden, zodat passende hulp en ondersteuning, bescherming en waar nodig straf-, civiel- of bestuursrechtelijke interventies tijdig kunnen worden ingezet.
– Ontwikkel een wettelijke meldplicht van huiselijk geweld voor onderwijs- en zorgprofessionals
Professionals moeten bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling in actie komen. De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling ondersteunt de professionals om de juiste afweging te maken bij signalen of vermoedens van onveiligheid. Hierbij bestaat, na de aanscherping van de meldcode in 2019, al een wettelijk afwegingskader met als professionele norm om bij acuut of structureel geweld altijd te melden bij Veilig Thuis. Bij de invoering en wijziging van de meldcode is expliciet niet gekozen voor een meldplicht. Een meldplicht draagt niet bij aan daadwerkelijk betere hulp en bescherming van kind en gezin. Het kan de vertrouwensrelatie tussen de professionals en directbetrokkenen schaden en kan een reden zijn voor slachtoffers om geen hulp te vragen uit angst dat een melding wordt gedaan, met alle consequenties van dien. Wel vindt momenteel een verkenning plaats naar de invoering van een wettelijke adviesplicht om de aard en ernst van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling in een vroeg stadium te kunnen duiden en tot passend handelen te komen. Met zo’n adviesplicht is het voor alle onder de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vallende professionals in stap twee van de meldcode niet vrijblijvend meer om advies in te winnen over de signalen en vervolgstappen. De Kamer wordt hierover voor eind 2026 verder geïnformeerd.
– Eén regisseur per casus, die de mogelijkheid krijgt om doorbraken te forceren
In de samenwerking in de regio moeten verschillende organisaties en professionals weten wie de regie heeft en wat ze van elkaar kunnen en mogen verwachten. In deze samenwerking is het belangrijk dat partners elkaar ook aanspreken als dit niet gebeurt. Hierin is nog verbetering mogelijk en nodig. Op lokaal niveau moet de samenwerking in het netwerk van organisaties zo worden ingericht dat bij vermoedens van onveiligheid altijd de betrokken partijen met elkaar afstemmen en bepalen wie in dit geval de regie voert. Hierbij dient ook aandacht te zijn voor afspraken over mandaat en doorzettingsmacht. Samen met betrokken organisaties wordt gewerkt om dit in de praktijk te kunnen realiseren.
Dat begint met de verbeterde samenwerking bij veiligheids- en risicotaxatie, het bevorderen van de deskundigheid van professionals over (vormen van) huiselijk geweld, kindermishandeling en gendergerelateerd geweld en het stimuleren dat professionals gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en altijd duidelijke afspraken maken bij het naleven van het veiligheidsplan.
– Verwijder knelpunten in de informatie-uitwisseling tussen instanties en bundel signalen en meldingen van huiselijk geweld
De uitdagingen van informatie-uitwisseling worden herkend. Tegelijkertijd is in voorkomende gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling wel veel mogelijk op gebied van informatiedeling. In het vrijwillig kader kunnen organisaties niet zonder toestemming van betrokkenen informatie uitwisselen. Veilig Thuis heeft als wettelijke taak onder meer het aannemen van meldingen over huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis is daarmee een centrale schakel in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Veilig Thuis heeft als enige organisatie in het vrijwillig kader de grondslag om informatie uit te wisselen met andere organisaties. Hiervoor is het van belang om professionals te blijven scholen in het werken met de meldcode. Doordat verschillende meldingen samenkomen bij Veilig Thuis kunnen meldingen van verschillende personen en organisaties over een langere periode door Veilig Thuis met elkaar in verband worden gebracht. Dit wordt ook wel de radarfunctie van Veilig Thuis genoemd. Daardoor kunnen op basis van de afzonderlijk gemelde incidenten geweldspatronen inzichtelijk worden. Dit is ook cruciale informatie voor andere organisaties die een belangrijke rol vervullen in het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. Organisaties zoals politie, het openbaar ministerie en gecertificeerde instellingen hebben bevoegdheden om (medische) informatie op te vragen bij Veilig Thuis. Om zo snel mogelijk te kunnen beslissen welke beschermingsmaatregelen nodig zijn om de situatie weer veilig te krijgen is goede afstemming tussen Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties cruciaal.
Op dit moment brengen we in kaart welke verbeteringen ten aanzien van informatiedeling en de samenwerking tussen partijen in de uitvoering mogelijk zijn. Ook verkennen we welke stappen gezet kunnen worden ten aanzien van het maken van een gezamenlijke analyse. Bijvoorbeeld wordt verkend hoe veiligheids- en risicotaxatie meer integraal kan worden gemaakt en welke doorontwikkeling nodig is ter verbetering.
– Ontwikkel een 24/7 chatlijn voor slachtoffers, familieleden en omstanders, waarbij niet hardop gesproken hoeft te worden
De chatfunctie van Veilig Thuis biedt een belangrijke ingang voor advies en hulpvragen voor slachtoffers, familieleden, omstanders en professionals. Op dit moment is de chatfunctie nog op werkdagen tussen 9u en 17u bereikbaar. De Kamer heeft via een amendement structureel 2,5 miljoen euro vrijgemaakt om de chatfunctie van Veilig Thuis te professionaliseren. De chatfunctie wordt op dit moment verder doorontwikkeld met als doel deze 24/7 beschikbaar te maken, naar verwachting binnenkort. Daarnaast is er sinds 22 september 2025 een interactief, digitaal platform van Veilig Thuis waar mensen 24/7 online terecht kunnen voor informatie.
Ten aanzien van het bieden van 24/7 advies en hulpverlening voor slachtoffers zijn er ook andere ingangen. Verschillende gemeenten beschikken over laagdrempelige inloopplekken of andere vormen van 24/7 beschikbare hulp en advies. Het realiseren hiervan is een (beleids)keuze van gemeenten. Vanuit het Rijk brengen we goede initiatieven in beeld en stimuleren we gesprekken met de VNG en centrumgemeenten om te zorgen dat overal een soortgelijk hulpaanbod beschikbaar is.
– Er moet een Nederlandse versie van Clare’s law komen, die slachtoffers informatie biedt op het moment dat er sprake is van een veiligheidsrisico
Met financiering van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een eerste, juridische verkenning uitgevoerd door de Open Universiteit, in samenwerking met onder meer de gemeente Rotterdam en Filomena Rotterdam. Deze verkenning richt zich op de juridische- en uitvoeringsaspecten van een mogelijke toepassing van Clare’s law binnen de Nederlandse context. De resultaten van deze verkenning zijn op 20 januari 2026 gepubliceerd. De beleidsreactie op dit rapport waarin wordt ingegaan op de vervolgstappen is op 22 mei jl. door de Minister van Justitie en Veiligheid verzonden naar de Kamer.
H5 – Bescherming in de hulpverlening
– Kennisvermeerdering bij hulpverleners en alle juridische professionals over huiselijk geweld, intieme terreur en femicide
Goede kennis en duidelijke handelingsperspectieven ten aanzien van huiselijk geweld en kindermishandeling in den brede waaronder dwingende controle en andere risico’s op femicide zijn cruciaal voor vroegtijdige signalering. Daarom is de afgelopen periode geïnvesteerd in het verstevigen van de positie van Veilig Thuis als landelijk expertisepunt. Onder andere door, zoals eerder in deze brief is vermeld, de lancering van het online platform waar 24/7 kennis en expertise beschikbaar is, en het uitbreiden van de chatfunctie waar kan worden meegedacht met slachtoffers, omstanders en professionals (de adviesfunctie van Veilig Thuis).
Verder startte in september 2025 een traject om de deskundigheid van professionals die werken bij zorg- en straforganisaties (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld, vrouwenopvang, politie, openbaar ministerie, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen) verder te versterken. Zodat zij geweld tegen vrouwen beter kunnen herkennen en tijdig signaleren om erger te voorkomen. De zorg- en straforganisaties zetten nu al in op deskundigheidsbevordering en werken hierbij samen. Er ligt daarmee een basis om op voort te bouwen. Deze organisaties hebben de ambitie om deskundigheidsbevordering structureel naar een hoger niveau te tillen. Een gezamenlijk plan hiervoor inclusief aanbevelingen wordt voor de zomer opgeleverd. Uw Kamer wordt hierover naar verwachting voor deze zomer geïnformeerd in de voortgangsbrief over de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.
– Versnel de behandeling en invoering van het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld
Momenteel bereidt de Minister van Justitie en Veiligheid dit wetsvoorstel voor. Het wetsvoorstel zal, zoals toegezegd aan uw Kamer, naar verwachting voor de zomer van 2026 in consultatie gaan.
– Maak vaker gebruik van contactverboden, huis- en straatverboden en locatieverboden
In het kader van de verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod wordt door de Minister van Justitie en Veiligheid verkend hoe andere beschermingsmaatregelen in bestuursrechtelijk en civielrechtelijk kader kunnen worden ingezet voor slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het is immers belangrijk dat slachtoffers ook al voor of zonder een strafrechtelijke afdoening van de pleger beschermd kunnen worden, op basis van een goed onderbouwde veiligheids- en risicobeoordeling, en dat hierop gehandhaafd kan worden. De opbrengsten van deze verkenning, evenals die van de lopende pilots in Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht, zullen eind 2026 worden meegenomen in de voorbereiding van eventuele aanpassingen in wet- en regelgeving. De Minister van Justitie en Veiligheid verwacht de bevindingen van de pilots en de verkenning in het eerste kwartaal van 2027 met uw Kamer te kunnen delen.
– Zorg voor structureel voldoende plekken in de vrouwenopvang met per gemeente een plan voor de uitstroom naar beschikbare woningen
Het is van belang dat slachtoffers van huiselijk en seksueel geweld die thuis niet meer veilig zijn en acute hulp nodig hebben naar de veilige opvang kunnen. Al langere tijd staat de capaciteit van deze opvang onder druk. Slachtoffers worden daardoor ondergebracht op alternatieve locaties, zoals hotels. Dit is niet wenselijk en draagt niet bij aan het herstel van deze slachtoffers. Om de opvangcapaciteit uit te breiden is daarom door de toenmalige Staatssecretaris van Langdurige en Maatschappelijke Zorg per 2026 structureel 12 miljoen euro toegevoegd aan de Decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DUVO). Op grond van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van de vrouwenopvang. Hiervoor kunnen zij financiële middelen uit de DUVO en algemene uitkering gebruiken. Met de VNG en Valente is in bestuurlijke afspraken vastgesteld dat de aanvullende 12 miljoen euro daadwerkelijk wordt gebruikt voor de uitbreiding van opvangcapaciteit van de vrouwenopvang. Op dit moment wordt door gemeenten en opvanginstellingen gewerkt aan de realisatie van deze uitbreiding. Om de druk op de capaciteit te verlagen is het tevens van belang dat er sprake is van goede door- en uitstroom vanuit de vrouwenopvang. Slachtoffers van huiselijk geweld die uitstromen uit de vrouwenopvang hebben recht op urgentie voor een (sociale) huurwoning. Op dit moment is het vaststellen van een urgentieregeling nog niet verplicht en bepalen gemeenten zelf of zij dit doen. Met het wetsvoorstel Versterking regie op volkshuisvesting wordt iedere gemeente verplicht over een urgentieregeling te beschikken. Slachtoffers van huiselijk geweld die uitstromen uit de vrouwenopvang komen daarmee in iedere gemeente in aanmerking voor urgentie op een (sociale) huurwoning. Tevens dienen gemeenten een woon-zorgvisie op te stellen, waarin rekening moet worden gehouden met deze doelgroep. Voor de implementatie van dit wetsvoorstel zullen gemeenten (nogmaals) worden geïnformeerd over de (on)mogelijkheden voor deze doelgroep ten aanzien van de urgentieregeling. Gezamenlijk met de VNG en Valente zal de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport de ontwikkelingen binnen de vrouwenopvang en de uitbreiding van de capaciteit monitoren. Op deze manier houden we gezamenlijk zicht op de druk op de capaciteit van de opvang en het effect van de uitbreiding van het aantal opvangplekken.
– Verken of de dader vaker uit huis kan worden geplaatst in plaats van het slachtoffer
Het kabinet vindt het van belang de (verplichte) hulpverlening voor plegers te versterken. Dit is ook opgenomen in het coalitieakkoord. In geval van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn het met name slachtoffers die hun leven moeten aanpassen, zoals het noodgedwongen moeten verlaten van het huis als vrouwen (met hun kinderen) voor hun veiligheid naar de vrouwenopvang moeten, of als kinderen op last van de rechter uit huis worden geplaatst. In het vrijwillig kader is het niet mogelijk af te dwingen dat de pleger hulp aanneemt of ergens anders verblijft. In geval van hoge veiligheidsrisico’s kunnen daardoor niet altijd voldoende veiligheidsgaranties worden geboden met de inzet van interventies gericht op (enkel) de pleger. Om deze reden worden in deze gevallen (ook) veiligheidsmaatregelen voor het slachtoffer ingezet. Op dit moment wordt bezien hoe de inzet van interventies gericht op de pleger kan worden versterkt. Zo kan in meerdere regio’s het slachtofferdevice worden gebruikt en wordt gewerkt aan verdere landelijke uitrol. Daarnaast wordt ingezet op betere inzet van het tijdelijk huisverbod. In vier steden zijn in januari pilots gestart om de verbeterde werkwijze te beproeven (Den Haag, Groningen, Rotterdam en Utrecht). In dat traject wordt onder meer gekeken naar de mogelijkheden voor (verplichte) hulpverlening, toezicht en opvang voor plegers. Daarnaast wordt verkend in hoeverre aanvullende bestuursrechtelijke – en civielrechtelijke beschermingsmaatregelen kunnen en moeten worden ingezet in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en hoe de aansluiting tussen bestuursrechtelijke, civielrechtelijke en strafrechtelijke interventies beter kan.
H6 – Beschermd bij de rechtbank
– Maak vaker gebruik van ouderschapscursussen voor de pleger wanneer sprake is geweest van huiselijk geweld
Het is belangrijk dat plegers de benodigde hulp krijgen om hun gedrag te veranderen. Waar mogelijk worden interventies gericht op de pleger ingezet. Welke vorm van hulp het best aansluit, verschilt per situatie en vraagt om maatwerk. De pleger kan zich vrijwillig aanmelden voor of worden verwezen naar hulp. In 2026 zal een verkenning starten naar de wijze waarop het hulpaanbod voor plegers in het vrijwillig kader kan worden vergroot en versterkt.
In het vrijwillig kader is het echter niet mogelijk af te dwingen dat de pleger hulp aanneemt of ergens anders verblijft. Het kan noodzakelijk worden geacht hulp in het gedwongen kader op te leggen. In het kader van bovengenoemd traject ter verbetering van de inzet van het tijdelijk huisverbod wordt verkend hoe ook in bestuursrechtelijk kader hulpverlening voor plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling zo nodig gedwongen kan worden opgelegd. Ook start het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) dit jaar een verkenning naar de inzet van de doorontwikkelde BORG-gedragstraining ook buiten het strafrechtelijk kader. Op dit moment wordt deze enkel binnen een strafrechtelijk traject ingezet door de reclassering.
– Maak standaard gebruik van screeningsinstrumenten en risicotaxaties bij complexe scheidingen
– Weeg de veiligheid van slachtoffers van huiselijk geweld zwaarder mee in zaken rondom omgang en gezag
– Ontwikkel een screening bij mediation om te voorkomen dat slachtoffers onder druk worden gezet
– Maak gebruik van combizittingen van straf- en familierecht waarbij direct naar ouderlijk gezag wordt gekeken
– Ontwikkel een toetsingskader op basis van het Verdrag van Istanbul, zodat huiselijk geweld als belangrijke factor wordt meegewogen bij zaken rond omgang en gezag
Uit het onderzoek «Waar geweld uit beeld raakt» van het Verwey-Jonker Instituut uit april 2025 volgt dat het niet vanzelfsprekend is dat huiselijk geweld en onveiligheid worden meegenomen in rechterlijke beslissingen omtrent zorgregelingen, gezag en omgang. Het kabinet is daarom eind 2025 een verbetertraject gestart, dat als doel heeft te waarborgen dat wanneer er onderbouwde vermoedens zijn of sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, dit altijd moet worden meegewogen in de familierechtelijke procedure. De rechtspraak, maar ook andere organisaties zoals de Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp Nederland, werken mee aan dit verbetertraject. Ook wordt de expertise van de advocatuur en van ervaringsdeskundigen en nabestaanden hierin betrokken. Het verbetertraject ziet onder meer op het verbinden van het straf- en civielrecht, het verbeteren van de informatievoorziening aan de familierechter, kennisbevordering van de betrokken professionals, het ontwikkelen van een toetsingskader en het inzetten van een uniform risico-screeningsinstrument, waarbij ook de mogelijkheden voor mediation worden betrokken.
Ook wordt op dit moment verkend hoe de herijking van de veiligheids- en risicotaxatie-instrumenten ook ten goede kunnen komen van familierechtelijke procedures.
Het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is hoogstnoodzakelijk. Het kabinet zet zich samen met gemeenten en de betrokken organisaties voortdurend in om de aanpak te verbeteren. Wij zullen uw Kamer voor deze zomer verder informeren over de voortgang van de aanpak.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36811-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.