36 973 Regels in verband met de toepassing van tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen ter uitvoering van artikel 19 quinquies van Verordening (EU) 2019/943 en ten behoeve van andere activiteiten die bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen (Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen voor klimaat en energie)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter uitvoering van artikel 19 quinquies van Verordening 2019/943, zoals ingevoegd bij Verordening (EU) 2024/1747 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 wat betreft het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie en dat het wenselijk is om tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen een bredere toepassing te kunnen geven dan op grond de desbetreffende verordening vereist is;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1 begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

broeikasgassen:

gassen genoemd in bijlage V, deel 2, van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Richtlijn 94/22/EG, Richtlijn 98/70/EG, Richtlijn 2009/31/EG, Verordening (EG) nr. 663/2009, Verordening (EG) nr. 715/2009, Richtlijn 2009/73/EG, Richtlijn 2009/119/EG van de Raad, Richtlijn 2010/31/EU, Richtlijn 2012/27/EU, Richtlijn 2013/30/EU en Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PbEU 2018, L328);

Onze Minister:

Onze Minister van Klimaat en Groene Groei;

tweerichtingscontract:

tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen als bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening;

producent:

marktdeelnemer als bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening;

productie-installatie:

elektriciteitsproductie-installatie als bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening;

verordening:

Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit.

Artikel 2 uitsluiten subsidieverlening

  • 1. Geen subsidie wordt verleend in de vorm van een directe prijssteunregeling voor investeringen als bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening.

  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op kleinschalige productie-installaties en demonstratieprojecten als bedoeld in artikel 19 quinquies, zesde lid, van de verordening.

Artikel 3 tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen

  • 1. Onze Minister kan, namens de Staat der Nederlanden, een tweerichtingscontract als bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening sluiten.

  • 2. Op een contract en de totstandkoming ervan, waarbij zowel een minimumvergoeding als een limiet voor een te hoge vergoeding wordt geboden voor activiteiten die bijdragen aan de vermindering van broeikasgassen in de atmosfeer, anders dan de investeringen, bedoeld in artikel 19 quinquies, eerste lid, van de verordening, is deze wet van overeenkomstige toepassing.

  • 3. Een tweerichtingscontract komt slechts tot stand indien het beantwoordt aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen.

  • 4. Op een tweerichtingscontract is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Artikel 4 eisen aan tweerichtingscontracten

  • 1. In het geval het tweerichtingscontract betrekking heeft op een steunmaatregel die onderworpen is aan de beoordeling op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de deze niet eerder gesloten dan nadat de Europese Commissie heeft vastgesteld dat de steunmaatregel verenigbaar is met de interne markt, bedoeld in artikel 107 van dat verdrag.

  • 2. Geen tweerichtingscontract wordt gesloten met een producent ten aanzien van wie:

    • a. een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij steun aan de desbetreffende producent onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

    • b. surseance van betaling is verleend of die een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan dat aanhangig is;

    • c. een faillissementsverzoek aanhangig is;

    • d. de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard of een daartoe strekkend verzoek aanhangig of in voorbereiding is.

  • 3. Geen tweerichtingscontract wordt gesloten met betrekking tot een productie-installatie:

    • a. die op het moment van de indiening van een daartoe strekkend aanbod reeds is gerealiseerd of in aanbouw is; of

    • b. ten aanzien waarvan op het moment van de indiening van een daartoe strekkend aanbod onomkeerbare investeringsverplichtingen zijn aangegaan.

  • 4. Geen tweerichtingscontract wordt gesloten met betrekking tot een productie-installatie waarvan het niet aannemelijk is dat de bouw en exploitatie uitvoerbaar zijn, dan wel technisch, financieel of economisch haalbaar zijn.

  • 5. Geen tweerichtingscontract wordt gesloten indien aan de middellijke of onmiddellijke zeggenschap over de producent onaanvaardbare risico’s verbonden zijn voor de openbare veiligheid, de voorzieningszekerheid of de leveringszekerheid van elektriciteit.

  • 6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het tweede, tot en met vijfde lid.

  • 7. In afwijking van het derde lid, onderdeel a, kan een tweerichtingscontract wel worden gesloten indien de Europese Commissie heeft vastgesteld dat de steun voor een gerealiseerde productie-installatie niet leidt tot onverenigbare staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie.

Artikel 5 totstandkoming van tweerichtingscontract bij biedprocedure

  • 1. Een concurrerende biedprocedure als bedoeld in artikel 19 quinquies, tweede lid, onderdeel d, van de verordening voor het sluiten van een tweerichtingscontract wordt bekendgemaakt bij ministeriële regeling. Voorafgaand aan de bekendmaking van deze biedprocedure onderzoekt Onze Minister de marktcondities.

  • 2. Een ontwerptweerichtingscontract wordt bekendgemaakt bij de regeling. De regeling kan twee of meer tweerichtingscontracten betreffen, die onderling kunnen verschillen afhankelijk van onder meer de categorie productie-installaties.

  • 3. De regeling voorziet in de wijze waarop en de termijn waarbinnen producenten een aanbod voor het sluiten van een tweerichtingscontract kunnen indienen bij Onze Minister, de eisen waaraan een producent en een productie-installatie moeten voldoen en de voorwaarden waaronder een aanbod in overweging wordt genomen.

  • 4. De regeling voorziet in het budget dat ten hoogste is gemoeid met het tweerichtingscontract of de tweerichtingscontracten. Indien voorstellen voor tweerichtingscontracten voor verschillende categorieën productie-installaties zijn vastgesteld kan worden voorzien in twee of meer budgetten.

  • 5. In de regeling kan worden bepaald dat de producent die een aanbod heeft ingediend wordt onderworpen aan onderzoek naar de middellijke of onmiddellijke zeggenschap over de producent in verband met openbare veiligheid, de voorzieningszekerheid of de leveringszekerheid van elektriciteit.

  • 6. De producent overlegt bij het aanbod de bij de regeling vastgestelde gegevens of documenten ten behoeve van de beoordeling van de uitvoerbaarheid dan wel technische, financiële of economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van de productie-installatie.

  • 7. Een aanbod van een producent wordt aanvaard of afgewezen bij besluit van Onze Minister. Bij de regeling wordt bepaald of en, indien van toepassing, op welke wijze een tweerichtingscontract door de partijen wordt ondertekend.

  • 8. Een aanbod van een producent wordt afgewezen voor zover door aanvaarding ervan het budget, bedoeld in het vierde lid, zou worden overschreden.

Artikel 6 rangschikking

  • 1. Indien meer biedingen voor het sluiten van een tweerichtingscontract zijn ingediend op grond van een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, dan er tweerichtingscontracten gesloten kunnen worden, worden de biedingen gerangschikt overeenkomstig de criteria die bij de regeling worden vastgesteld.

  • 2. Onze Minister sluit een tweerichtingscontract met de producent die het aanbod heeft ingediend dat het hoogst is gerangschikt. Indien de regeling twee of meer tweerichtingscontracten betreft, sluit Onze Minister een tweerichtingscontract met de producent die het aanbod heeft ingediend of producenten die de biedingen hebben ingediend die telkens eerstvolgend als hoogste worden gerangschikt.

  • 3. Bij de regeling kan worden besloten dat in het geval dat twee of meer biedingen gelijk worden gerangschikt het lot bepaalt welk aanbod als hoogste wordt gerangschikt.

  • 4. In afwijking van het eerste lid kan in de regeling worden bepaald dat indien meer biedingen voor het sluiten van een tweerichtingscontract zijn ingediend dan er tweerichtingscontracten beschikbaar zijn, de biedingen worden aanvaard op volgorde van het tijdstip waarop het aanbod is gedaan, indien de Europese Commissie heeft vastgesteld dat deze afwijking niet leidt tot onverenigbare staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie.

  • 5. Bij de regeling kan worden bepaald dat ten hoogste een bij die regeling vastgesteld percentage van de gerangschikte biedingen kan worden aanvaard. Artikel 5, achtste lid, is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

  • 6. Onze Minister kan advies inwinnen over de rangschikking van de biedingen.

Artikel 7 inhoud van het tweerichtingscontract ter verrekening van verschillen

  • 1. Een tweerichtingscontract wordt opgesteld in de Nederlandse taal. Het Nederlandse recht is van toepassing.

  • 2. Een tweerichtingscontract beantwoordt aan artikel 19 quinquies, tweede lid, van de verordening.

  • 3. In het tweerichtingscontract is onder meer voorzien in bepalingen met betrekking tot:

    • a. de omschrijving van de investering en het type, de omvang, het ontwerp en de locatie van de productie-installatie;

    • b. de momenten waarop de bouw en de exploitatie van de productie-installatie uiterlijk aanvangen en eindigen;

    • c. de hoogte van de elektriciteitsprijs waaronder een producent een aanspraak op financiële middelen van de Nederlandse staat heeft, uitgedrukt in euro per kilowattuur;

    • d. de hoogte van de elektriciteitsprijs waarboven een producent financiële middelen jegens de Nederlandse staat is verschuldigd, uitgedrukt in euro per kilowattuur;

    • e. de gevolgen van eventuele cumulatie van steun;

    • f. de berekeningswijze van de hoogte van de aanspraak van de producent op de Staat en het door de producent aan de staat verschuldigde bedrag;

    • g. de momenten en de wijze waarop verschuldigde bedragen aan en door de producent worden overgemaakt;

    • h. het budget dat ten hoogste door de Staat op grond van het tweerichtingscontract aan de producent kan worden overgemaakt en de voorwaarden waaronder dit budget kan worden verlaagd;

    • i. de duur van het tweerichtingscontract en de redenen op grond waarvan de Staat of de producent het tweerichtingscontract eenzijdig kan opzeggen;

    • j. de informatieverplichtingen van de producent aan Onze Minister in verband met de uitvoering van het tweerichtingscontract en de exploitatie van de productie-installaties;

    • k. sancties in verband met de niet-nakoming van de verplichtingen uit het tweerichtingscontract.

  • 4. In een tweerichtingscontract wordt bepaald dat Onze Minister overeenkomstig de overeengekomen berekeningswijze, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, de hoogte van de aanspraak van de producent op de Staat en de hoogte van de aanspraak op financiële middelen die de producent de Staat verschuldigd is, vaststelt.

  • 5. In een tweerichtingscontract kan worden bepaald dat dit tweerichtingscontract niet van toepassing is op een onderdeel of een gedeelte van de productiecapaciteit van de productie-installatie en de voorwaarden waaronder deze bepaling kan worden aangepast. Het tweerichtingscontract regelt in dat geval ook de gevolgen van de gedeeltelijke buitentoepassingverklaring.

Artikel 8 toegang tot gegevens

Een registerbeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet verstrekt aan Onze Minister ten behoeve van het voorbereiden en het uitvoeren van een tweerichtingscontract de bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die in zijn register als bedoeld in de artikelen 4.5, 4.6 of 4.7 van de Energiewet zijn opgenomen.

Artikel 9 samenloop met vergunningen Wet windenergie op zee

  • 1. Indien een ontwerptweerichtingscontract als bedoeld in artikel 5, tweede lid, is bekendgemaakt ten behoeve van de verlening van een vergunning voor een windpark op zee met toepassing van de procedure bedoeld in artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet windenergie op zee vindt de rangschikking in het geval er twee of meer biedingen voor het sluiten van een tweerichtingscontract zijn gedaan in afwijking van artikel 6, plaats overeenkomstig artikel 24 van de Wet windenergie op zee.

  • 2. Indien bij toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet windenergie op zee, de vergunning reeds is verleend op grond van een andere procedure dan de procedure waarbij op grond van deze wet een aanbod voor een tweerichtingscontract kan worden ingediend, wordt het aanbod op deze grond afgewezen.

  • 3. Indien de vergunning op grond van artikel 17, eerste, tweede of vierde lid, van de Wet windenergie op zee wordt ingetrokken, wordt het tweerichtingscontract van rechtswege ontbonden.

  • 4. Indien de vergunning is vernietigd of op grond van artikel 17, vijfde lid, Wet windenergie op zee is komen te vervallen is het tweerichtingscontract nietig.

Artikel 10 grondslag voor gezamenlijke openstelling en regeling krachtens de Kaderwet EZ-, LNV- en KGG-subsidies

In het geval een regeling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, tevens is vastgesteld bij of krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet EZ-, LVVN-, en KGG-subsidies vindt, indien er meer biedingen voor het sluiten van een tweerichtingscontract zijn gedaan dan er ontwerptweerichtingscontracten beschikbaar zijn of meer aanvragen voor subsidie zijn gedaan dan kunnen worden verleend gelet op het in de regeling vastgestelde subsidieplafond, de volgorde van verlening van de subsidie en aanvaarding van het aanbod plaats overeenkomstig de regels die bij of krachtens artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN-, en KGG-subsidies zijn vastgesteld.

Artikel 11 samenloop met vergunningen Kernenergiewet

(gereserveerd)

Artikel 12 evaluatie van de wet

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid, de effecten en de uitvoerbaarheid van deze wet in de praktijk, alsmede naar de rechtsbescherming voorzien op grond van deze wet.

Artikel 13 wijziging Algemene wet bestuursrecht

In artikel 4 van bijlage 2 bij de Algemene wet bestuursrecht wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd: «Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen: artikel 5, zevende lid, voor wat betreft de afwijzing van een aanbod».

Artikel 14 inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 15 citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen voor klimaat en energie.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Naar boven