28 676 NAVO

Nr. 561 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juni 2026

Hierbij bied ik u het verslag aan van de NATO Foreign Ministers Meeting van 21 en 22 mei 2026.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

VERSLAG NATO FOREIGN MINISTERS MEETING VAN 21 EN 22 MEI 2026

Op donderdag 21 en vrijdag 22 mei vond de NATO Foreign Ministers Meeting (FMM) plaats in Helsingborg, Zweden. Deze bijeenkomst was de laatste NAVO-vergadering voor Ministers van Buitenlandse Zaken voor de NAVO-top, die zal plaatsvinden op 7 en 8 juli 2026 in Ankara, Turkije. De bondgenoten kwamen bijeen in de Noord-Atlantische Raad (NAR) met alle 32 NAVO-bondgenoten. Daarnaast vond er een informeel diner plaats, waar ook de Oekraïense Minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha en de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie Kaja Kallas aan deelnamen. In de NAR-besprekingen stonden onderwerpen centraal die naar verwachting ook op de NAVO-top in Ankara een grote rol zullen spelen: verhoging van de defensie-uitgaven, versterking van de (trans-Atlantische) defensie-industriële basis en langdurige steun aan Oekraïne.

Noord-Atlantische Raad

De bijeenkomst van NAVO-ministers concentreerde zich op de voorbereiding van de NAVO-top in Ankara en de implementatie van de in Den Haag gemaakte afspraak om in 2035 5% van het BBP aan defensie te besteden (waarvan 3,5% aan harde defensie-uitgaven). Bondgenoten, waaronder Nederland, benoemden de noodzaak van voortvarende implementatie van de gemaakte afspraken door de defensie-uitgaven te verhogen en om te zetten in militaire capaciteiten. Dit stelt Europa in staat binnen de NAVO een grotere verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid te nemen. Europese NAVO-bondgenoten en Canada zijn hiervan doordrongen en hebben alleen in 2025 al gezamenlijk meer dan 90 miljard USD meer aan defensie uitgegeven dan in 2024. Ook Nederland droeg het commitment uit aan groei van de defensie-uitgaven en -capaciteiten, en bepleitte evenals meerdere andere bondgenoten het belang om de aanstaande burden shift gecoördineerd te laten verlopen.

In de bijeenkomst werd ook stil gestaan bij de noodzaak van de versterking van de defensie-productiecapaciteit en industriële basis binnen het bondgenootschap. Nederland onderstreepte dat de Europese industrie dient op te schalen en dat samenwerking tussen de Europese en Noord-Amerikaanse defensie-industrieën van belang blijft.

Tevens spraken de 32 Ministers van Buitenlandse Zaken over de voortdurende Russische agressie tegen Oekraïne, hybride dreigingen, incidenten op het NAVO-grondgebied en de intensievere samenwerking tussen Rusland, Iran, Noord-Korea, Belarus en China. Bondgenoten benoemden dat Oekraïne standhoudt en dat de frontsituatie er mede dankzij technologische innovatie voor Oekraïne positiever uitziet. Het belang van aanhoudende steun aan Oekraïne, die ook het Europese veiligheidsbelang dient, werd breed benadrukt. Nederland en diverse andere bondgenoten riepen op tot betere verdeling van de lasten van deze steun.

Diverse bondgenoten benadrukten het belang van de 360-graden aanpak van de NAVO en vroegen aandacht voor veiligheidsdreigingen en terrorisme in het Midden-Oosten (inclusief de Golf-regio), in de Westelijke Balkan (inclusief Russische beïnvloeding) en de Arctische regio. In dit kader is het voortgangsrapport over het NAVO-zuidflank beleid geaccordeerd door de 32 bondgenoten. Daarnaast werd door verschillende bondgenoten het belang onderstreept van NAVO-partnerschappen met gelijkgezinde landen. Nederland steunt het voorstel van de SG NAVO voor de aanwezigheid van verschillende NAVO-partners waaronder Oekraïne, de EU, de IP4 (Australië, Japan, Zuid-Korea en Nieuw-Zeeland) en de ICI-landen (Bahrein, Koeweit, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten) tijdens de NAVO-top in Ankara.

Straat van Hormuz

De bondgenoten bespraken de laatste ontwikkelingen in de oorlog in het Midden-Oosten en benadrukten het belang van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. Veel Europese bondgenoten onderstreepten de bereidheid daaraan bij te dragen, gezien het feit dat dit een wereldwijd probleem is dat ons allen raakt. In dit kader werd onder meer het belang benoemd van de Coalition of the Willing onder leiding van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, evenals de prepositionering van militaire capaciteiten door veel bondgenoten om de vrije doorvaart mogelijk te maken zodra de situatie een missie voor ontmijning en begeleiding van schepen toelaat. Voor Nederland en andere landen blijft deze brede internationale coalitie het meest vergevorderde initiatief om de Straat te ontsluiten.

Naar boven