36 831 Wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake het verbod op voorrang voor vergunninghouders (Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders)

Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2026

Op 20 maart informeerde ik uw Kamer dat het voorstel van wet houdende wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake het verbod op voorrang voor vergunninghouders (Wet nieuwe regels inzake huisvesting vergunninghouders) wordt ingetrokken en dat een nieuw wetsvoorstel wordt voorbereid. Om het wetsvoorstel formeel in te trekken is machtiging daartoe door de Koning nodig, die inmiddels is verleend. Daartoe gemachtigd door de Koning, trek ik het voorstel van wet hierbij in.1

Ik ben nu, samen met gemeenten en andere maatschappelijke partners, volop bezig met de uitwerking van een convenant met afspraken over alternatieve huisvesting. Mijn doel is om voor de zomer een concept convenant klaar te hebben. Daarnaast werk ik in samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel uit.

Ik heb verder kennisgenomen van het nader verslag dat op 26 maart 2026 door de vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is vastgesteld. Verschillende fracties stellen daarin inhoudelijke vragen over het ingetrokken wetsvoorstel en over de richting van het vervangende wetsvoorstel. Nu het wetsvoorstel is ingetrokken en daarmee het wetstraject is beëindigd, zal ik geen nota naar aanleiding van het nader verslag aanbieden aan uw Kamer. Wel merk ik graag het volgende op.

Ik kan, in deze fase van het proces, niet vooruitlopen op de precieze vormgeving van het vervangende wetsvoorstel. Zoals ik eerder in mijn brief van 20 maart aangaf, werk ik een nieuw wetsvoorstel uit waarbij voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen uiteindelijk niet langer wettelijk mogelijk is, op een wijze die tegemoetkomt aan de reacties van de Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van het eerdere wetsvoorstel.

Ik ben voornemens het vervangende wetsvoorstel dit jaar nog in internetconsultatie te brengen.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 831, nr. 2.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025/26, 36 831, nr. 2.

Naar boven