Hieronder zijn opgenomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State
d.d. 28 januari 2026 en het nader rapport d.d. 16 maart 2026, aangeboden aan de Koning
door de Minister van Justitie en Veiligheid. Het advies van de Afdeling advisering
van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 12 november 2025, nr. 2025002559,
machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake
het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies,
gedateerd 28 januari 2026, nr. W16.25.00338/II, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2025, no.2025002559, heeft Uwe Majesteit, op voordracht
van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad
van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van
het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de uitvoering
van Verordening (EU) 2024/3011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november
2024 betreffende de overdracht van strafvervolging, met memorie van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen bij het voorstel
en adviseert het voorstel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
De Vice-President van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het voorstel geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot
het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om enkele redactionele en technische wijzigingen
door te voeren in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting.
De voornaamste wijziging betreft het verwerken van een rectificatie van de tekst van
de verordening op vier punten1 in de memorie van toelichting. De rectificatie heeft geen gevolgen voor het wetsvoorstel.
In het wetsvoorstel is de inwerkingtredingsbepaling aangevuld, zodat er ook een voorziening
is getroffen voor het onverhoopte geval waarin dit wetsvoorstel niet voor 1 februari
2027 tot wet is verheven en in het Staatsblad is gepubliceerd.
Ik verzoek U het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie
van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel