36 755 Wijziging van de Omgevingswet (maatwerkaanpak PAS-projecten)

J GEWIJZIGDE MOTIE VAN HET LID KEMPERMAN C.S. TER VERVANGING VAN DE MOTIE GEPUBLICEERD ONDER DE LETTER I

Voorgesteld 9 maart 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de deadline voor het legaliseren van de PAS-melders – volgens de Legalisatieaanpak én diverse amendementen – inmiddels reeds lang is verstreken;

overwegende dat de PAS-melders niet langer in onzekerheid mogen blijven vanwege de grote economische en sociale consequenties;

overwegende dat een uitspraak door de hoogste Duitse bestuursrechter, over een hogere rekenkundige ondergrens, juridisch houdbaar lijkt onder de Habitatrichtlijn;

overwegende dat het Hof (Den Bosch, 17 februari 2026) heeft geoordeeld dat de Staat onrechtmatig gehandeld heeft jegens PAS-melders en hiermee schadeplichtig kan zijn, hetgeen tot een enorme schadeclaim of enorme schadeclaims kan leiden;

constaterende dat er wetenschappelijke consensus is over het kunnen vaststellen van de rekenkundige ondergrens voor depositie van stikstof van 1 mol (Petersen);

constaterende dat de PAS-melders niet boven deze rekenkundige ondergrens uitkomen qua depositie;

constaterende dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) oordeelde dat de door Petersen voorgestelde ondergrens «redelijk tot goed is onderbouwd» en dat zijn argumentatie «logisch [is] opgebouwd en goed aansluit bij de wetenschappelijke literatuur»;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk de rekenkundige ondergrens te gebruiken om zoveel mogelijk de PAS-knelgevallen te legaliseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kemperman

Beukering

Oplaat

Naar boven