32 317 JBZ-Raad

PV BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE EN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 januari 2026

Hierbij bieden wij uw Kamer de geannoteerde agenda aan van de informele Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 22–23 januari a.s. in Cyprus. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Asiel en Migratie zullen hieraan deelnemen.

Daarnaast informeren wij uw Kamer over de volgende onderwerpen.

Toezegging Minister Asiel en Migratie over mensensmokkel en Europol

Tijdens de begrotingsbehandeling Asiel en Migratie, zegde de Minister van Asiel en Migratie toe om de Minister van Justitie en Veiligheid te verzoeken om bij de Europese Commissie in te zetten op extra financiële middelen voor Europol ten behoeve van een betere bestrijding van migrantensmokkel en mensenhandel.1

De aanpak van migrantensmokkel en mensenhandel is een prioriteit voor het kabinet, waarbij Europol een belangrijke rol speelt. In december 2025 is er een akkoord bereikt tussen het Europese Parlement en de Raad inzake de wijziging van de Verordening politiesamenwerking inzake migrantensmokkel en mensenhandel.2 Dit heeft tot gevolg dat er binnen de Europol begroting meer geld voor de aanpak van migrantensmokkel en mensenhandel beschikbaar is gesteld, dat onder meer gebruikt wordt voor het formaliseren van het migrantensmokkelcentrum (EMSC). Daarnaast blijft het kabinet ook in de toekomst inzetten op adequate financiering voor Europol om, onder meer, deze vorm van ernstige criminaliteit effectief te kunnen bestrijden.

Aanname jaarlijkse solidariteitspool en verdeling solidariteitsverplichtingen

Op 5 januari heeft de Raad overeenstemming bereikt over jaarlijkse solidariteitspool en de verdeling van solidariteitsverplichtingen onder lidstaten. Uw Kamer werd middels het verslag van de JBZ-Raad van 8 en 9 december geïnformeerd over de inzet van Nederland3. Ik informeer u dan ook graag, in lijn met de toezegging aan het lid Podt4, over hoe lidstaten omgaan met de verdeling van solidariteit. Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Frankrijk en Roemenië kiezen voor herplaatsingen. Litouwen, Luxemburg en Malta kiezen voor een combinatie van herplaatsingen en financiële bijdrage. Spanje, België, Ierland, Portugal, Slovenië, Finland en Zweden kiezen voor een financiële bijdrage. Estland heeft gekozen voor een combinatie van financiële bijdrage en alternatieve solidariteitsmaatregelen. Griekenland, Italië en Letland hebben gekozen voor alternatieve solidariteitsmaatregelen. Hierbij is het van belang op te merken dat Spanje, Griekenland, Italië en Cyprus indien gewenst uitgezonderd zullen worden van een solidariteitsbijdrage. Het is op het moment van schrijven nog niet duidelijk of deze landen hier gebruik van zullen maken. Tsjechië, Kroatië, Oostenrijk, Polen zijn aangemerkt als landen met een significante migratiesituatie en zijn daarom niet verplicht om bij te dragen. Hongarije en Slowakije hebben gesteld geen bijdrage te zullen leveren aan de solidariteitspool.

Voorlopig politiek akkoord inzake voorstellen herziening veilig-derde-land-concept en EU-lijst veilige landen van herkomst

Op 18 december jl. kwamen het Deense Voorzitterschap namens de Raad en het Europees Parlement tot een voorlopig akkoord over het voorstel inzake herziening van het veilig-derde-land-concept en het voorstel tot vaststelling van een EU-lijst van veilige landen van herkomst. Het betreft een voorlopig politiek akkoord tussen beide wetgevende instellingen en dient nog formeel te worden goedgekeurd, waarna het gepubliceerd zal worden in het Publicatieblad van de EU. Het is op moment van schrijven nog niet bekend wanneer het onderhandelingsresultaat wordt geagendeerd voor goedkeuring door de Raad. De nieuwe regelgeving is bedoeld om tegelijkertijd met het Asiel- en Migratiepact op 12 juni dit jaar van toepassing te worden.

Het kabinet is voornemens in te stemmen met beide onderhandelingsresultaten in de Raad. Het uiteindelijke resultaat wijkt nauwelijks af van het raadsmandaat dat is vastgesteld op de JBZ-Raad van 8 en 9 december jl. en is op de voor Nederland belangrijke onderdelen niet gewijzigd. Het kabinet is Deense Voorzitterschap erkentelijk voor de snelle onderhandelingen en het bereiken van een voorlopig akkoord met het Parlement voor het einde van het vorige kalenderjaar. De nieuwe regelgeving is een belangrijke aanvulling op het Pact en biedt lidstaten straks meer instrumenten om asielprocedures versneld af te doen of elders in een derde land te laten beoordelen. In lijn met de verhoudingen over de goedkeuring van het raadsmandaat, is de verwachting dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid zal instemmen met het voorlopige akkoord.

Autorisatie van een Memorandum of Understanding tussen de EU en India op het terrein van migratie en mobiliteit

Op 6 november 2025 heeft de Europese Commissie de Raad geïnformeerd over haar voornemen om met India in onderhandeling te treden over een Memorandum of Understanding (MoU) aangaande, zoals de Commissie het omschrijft, een «alomvattend kader voor mobiliteit». Dit kader omvat EU-competenties inzake verschillende vormen van reguliere migratie en inzake management van irreguliere migratie. Het onderhandelingsresultaat is in de week van 12 januari jl. aan de Raad gepresenteerd. Naar verwachting zal de Raad op korte termijn gevraagd worden in te stemmen met ondertekening door de Europese Commissie, namens de EU. Het huidige voorziene ondertekenmoment is de EU-India Top die op 29 januari 2026 gepland is. Het MoU is naar zijn aard niet (juridisch) bindend en bevat met name intentieverklaringen. Nederland heeft zich kritisch opgesteld en samen met verschillende andere Lidstaten herhaaldelijk aandacht gevraagd voor, onder andere, nationale prioriteiten samenhangend met grip op migratie, en voor het respecteren van nationale competenties: het MoU mag geen afbreuk doen aan nationale competenties inzake (arbeids)migratie en arbeidsmarkt, alsook de mogelijkheid om bilaterale overeenkomsten aan te gaan: Nederland werkt in Benelux verband eveneens met India aan afspraken over terugkeer en, op verzoek van India, reguliere migratie binnen de bestaande kaders. Het kabinet stelt vast dat de tekst de genoemde nationale bevoegdheden expliciet markeert en, naast reguliere migratie, ook terugkeer en irreguliere migratie behandelt. Voorts overweegt het kabinet dat het MoU een positieve bijdrage zal leveren aan de bredere relatie van de EU met India, waarin veiligheids- en economische belangen nadrukkelijk een rol spelen. Het kabinet is daarom voornemens om in te stemmen met autorisatie. Uw Kamer wordt zoals gebruikelijk nader geïnformeerd over het verdere vervolg.

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

De Minister van Asiel en Migratie, D.M. van Weel

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte

Geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken, 22 en 23 januari 2026

I. Binnenlandse Zaken

1. Werksessie I – Duurzame benaderingen van terugkeer en herintegratie

Het Cypriotische voorzitterschap heeft een strategische discussie geagendeerd tijdens de informele JBZ-Raad over duurzame terugkeer en herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen. De precieze focus van het agendapunt is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Het bevorderen van terugkeer van vertrekplichtige vreemdelingen is een prioriteit voor het kabinet. De terugkeerprocedure in Europa moet simpeler en efficiënter worden en zorgen dat er meer ruimte komt voor innovatieve partnerschappen, zoals terugkeerhubs. Het kabinet verwelkomde tegen die achtergrond de instemming van de Raad met een algemene oriëntatie ten aanzien van een voorstel voor een Terugkeerverordening tijdens de vorige JBZ-Raad in december.5 Daarnaast is het kabinet van mening dat de EU en haar lidstaten blijvend moeten werken aan het verhogen van de terugkeerpercentages. Belangrijke elementen hiervoor zijn het verbeteren van de samenwerking met derde landen, het versterken van de operationele samenwerking o.a. door verdere ondersteuning van Frontex en door het bevorderen van terugkeer van derde landen naar derde landen.6 Daarnaast heeft het kabinet om meer inzicht te verkrijgen naar de invloed van de verschillende vormen van herintegratieondersteuning via het Europees Migratienetwerk en de Regional Expert Group on Migration and Health een onderzoek uitgezet onder de lidstaten. De uitkomsten daarvan worden eind 2026 verwacht.

Het kabinet zal tijdens de JBZ-Raad haar positie ten aanzien van het bevorderen van terugkeer naar voren brengen. De verwachting is dat andere lidstaten hetzelfde zullen doen.

2. Werklunch – Terugkeer naar Syrië en Afghanistan

Het Cypriotische voorzitterschap heeft aangegeven belang te hechten aan een ambitieuze inzet op de externe dimensie van migratie onder andere waar het gaat om het bevorderen van terugkeer. Naar verwachting zal het Voorzitterschap lidstaten vragen te reflecteren op de inzet en prioriteiten op terugkeer naar Syrië en Afghanistan.

Het kabinet onderschrijft dat vertrekplichtige vreemdelingen zo snel als mogelijk Nederland moeten verlaten, dit geldt ook voor Afghanen en Syriërs. Wat betreft Syrië benadrukt het kabinet dat grip op migratie inclusief de terugkeer van Syriërs en het tegengegaan van irreguliere migratie van groot belang is voor Nederland.7 De Europese Commissie (Commissie) heeft een belangrijke rol in de coördinatie om te zorgen dat de inzet van de EU en de lidstaten effectief is, en dat de inzet duurzame terugkeer naar Syrië bevordert door onder andere de omstandigheden in Syrië te verbeteren, irreguliere migratie tegen te gaan en gastlanden in de regio blijvend te ondersteunen in hun inspanningen om vluchtelingen op te vangen en te beschermen zolang zij nog niet kunnen terugkeren naar Syrië. Het kabinet roept daarom de Commissie op tot het opstellen van een gecoördineerder EU-aanpak in samenwerking met Syrië en landen in de regio. Voor Afghanistan geldt dat de terugkeer naar Afghanistan complex is. Zo is het krijgen van reisdocumenten moeilijk omdat Nederland, net zoals andere EU-lidstaten, minimale contacten onderhoudt met de Taliban. Nederland erkent net als andere EU-lidstaten het Taliban-regime niet als de legitieme vertegenwoordiging van de Afghaanse bevolking en het normaliseren van de relatie met de Taliban is niet aan de orde. Het kabinet gelooft dat het bevorderen van terugkeer naar Afghanistan gebaat is bij een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak. Nederland is daarom één van de landen die de Commissie gezamenlijk oproept tot het bevorderen van terugkeer naar Afghanistan. Nederland heeft in dat kader met 19 andere lidstaten8 de Commissie opgeroepen om terugkeer naar Afghanistan te bevorderen. Het kabinet zal op de Raad haar positie ten aanzien van terugkeer naar Syrië en Afghanistan naar voren brengen. Verwachting is dat andere lidstaten hetzelfde zullen doen.

3. Werksessie II – Versterken van het Schengengebied: Interne veiligheidsmaatregelen om secundaire migratie binnen Schengen te voorkomen

Onder dit agendapunt zal het Voorzitterschap naar verwachting aansturen op een brede discussie over maatregelen die lidstaten genomen hebben om de interne veiligheid te versterken, waarbij er specifiek gefocust wordt op maatregelen die secundaire bewegingen in de Schengenzone tegengaan. Lidstaten zal naar verwachting gevraagd worden stil te staan bij de maatregelen die zij genomen hebben om secundaire migratie tegen te gaan.

Het tegengaan van secundaire migratiebewegingen en het beschermen van de interne veiligheid van de Schengenzone zijn belangrijke prioriteiten van het kabinet, die in samenhang worden bezien. Het kabinet verwelkomt daarom de aandacht die er is voor maatregelen die secundaire migratie tegengaan. Hierbij is het voor Nederland van belang dat deze maatregelen verder aangescherpt worden en dat tekortkomingen die er op dit gebied en op het gebied van buitengrensbeheer zijn door lidstaten worden aangepakt. Het kabinet is dan ook voorstander van een open gesprek over deze tekortkomingen in de Raad. Daarnaast moet er ook oog zijn voor de bredere maatregelen op het gebied van secundaire migratie, zoals effectief buitengrensbeheer, alsook de verbetering van informatie-uitwisseling en samenwerking op de binnengrens. Naar verwachting zal een aantal lidstaten zich ook kritisch uitlaten ten aanzien van de binnengrenscontroles in het Schengengebied.

II. Justitie

1. Werksessie I – Versterking van confiscatie crimineel vermogen in een veranderend financieel landschap

Tijdens deze werksessie wordt gesproken over uitdagingen en ontwikkelingen bij de confiscatie van crimineel vermogen in het licht van veranderingen in het financiële landschap, zoals digitalisering en het gebruik van nieuwe financiële instrumenten waaronder cryptocurrencies. Er is nog geen discussiestuk verspreid, maar de gedachtewisseling zal vermoedelijk gericht zijn op het uitwisselen van ervaringen en werkwijzen tussen lidstaten, evenals op mogelijke knelpunten bij de grensoverschrijdende identificatie, bevriezing en terugvordering van crimineel vermogen. Verder zal het Voorzitterschap mogelijk stilstaan bij een door België opgesteld non-paper met voorstellen om de tenuitvoerlegging van confiscatie van crimineel vermogen te vergemakkelijken, dat tijdens de JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025 is gepresenteerd. Zoals eerder aangegeven steunt het Kabinet de noodzaak om Europese samenwerking in de executiefase van confiscatie te verbeteren9 en kijkt het uit naar een uitwisseling van best practices over confiscatie van vermogen in nieuwe financiële instrumenten.

2. Werksessie II – Grensoverschrijdende samenwerking en teruggave van illegaal verkregen cultuurgoederen

Onder dit agendapunt wordt gesproken over de aanpak van cultureel erfgoedcriminaliteit en hoe grensoverschrijdende samenwerking hierop kan worden verbeterd. Mogelijk zal het Voorzitterschap stil staan bij aanvullende stappen in de samenwerking en worden er best practices uitgewisseld.

Nederland draagt actief bij om de internationale samenwerking in de aanpak van de illegale handel in cultuurgoederen te bevorderen, ook vanuit de verplichtingen die voortvloeien uit EU- en UNESCO-regelgeving. Zo heeft Nederland het voortouw bij de uitvoering van de zogenaamde Pandora-acties en is Nederland actief in CULTNET.10

Het kabinet is voorstander van de versterking van de aanpak gericht op preventie en internationale samenwerking, door middel van informatie en kennisuitwisseling, evidence based onderzoek en deskundigheidsbevordering. Het kabinet zal daarom ook voorstellen om CULTNET van een informeel samenwerkingsverband naar een gestructureerd platform, met een duidelijk omschreven operationeel mandaat ondersteunen.

Voor wat betreft best practices zal het kabinet tijdens de JBZ-Raad benoemen dat voor de bestrijding van de illegale handel met de vierhoek Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, Douane, Politie en Openbaar Ministerie ingezet wordt op de verbetering van de werking van de toezichts- en handhavingsketen, waardoor samenwerking, kennisoverdracht en deskundigheidsbevordering efficiënter en effectiever kan plaatsvinden. Het kabinet kijkt uit naar het delen van best practices tijdens de Raad.

3. Werklunch – Het bevorderen van alternatieven voor detentie voor jongeren waaronder doorverwijzen naar een drugsbehandeling

Tijdens de werklunch wenst het Voorzitterschap van gedachten te wisselen over alternatieven voor detentie voor jongeren die in aanraking zijn gekomen met justitie, met ook aandacht voor doorverwijzing naar drugsbehandeling. De gedachtewisseling zal mogelijk gericht zijn op preventie, rehabilitatie en het voorkomen van herhaald strafbaar gedrag, waarbij lidstaten best practices kunnen uitwisselen.

Het kabinet verwelkomt deze discussie nu preventie van jeugdcriminaliteit een prioriteit vormt. Zo is in 2022 met het programma Preventie met Gezag gestart. Hiermee worden 27 structurele en 20 incidentele op basis van data geselecteerde steden ondersteunt bij het voorkomen dat jongeren en hun gezinnen in een kwetsbare positie in aanraking komen met criminaliteit, daarin afglijden of doorgroeien tot geharde criminelen. Dit is een brede aanpak van (georganiseerde en ondermijnende) jeugdcriminaliteit, waarvoor structureel ruim 143 miljoen euro beschikbaar is.

Het programma biedt jongeren en jongvolwassenen in een kwetsbare positie kansen en stelt grenzen om te voorkomen dat ze in de criminaliteit terecht komen, daar verder in afglijden of doorgroeien. Er wordt dus niet enkel ingezet op het weerbaar maken van jongeren, maar ook stevig op de rehabilitatie van jongeren en jongvolwassenen die al in de criminaliteit zitten.

Voor wat betreft de nazorg en re-integratie tijdens en na detentie, wordt voor volwassenen ex-gedetineerden van zwaardere delicten de werkwijze van de re-integratieofficier (rio) in gemeenten ingezet en samen met gemeenten ontwikkeld. Deze re-integratieofficier biedt hulp voor ex-gedetineerde plegers van gewelddadige (vermogens) criminaliteit in den brede met hardnekkige multiproblematiek op meerdere leefgebieden.

Nederland hecht veel waarde aan evidence-based preventie en een doorlopende adaptieve leercyclus. Het kabinet zal tijdens de JBZ-Raad dan ook een aantal best practices delen en kijkt uit naar de uitwisseling van goede praktijken tussen de lidstaten.


X Noot
1

Toezegging EK 129005. Naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS).

X Noot
2

COM(2023) 754 BNC 3885.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 987

X Noot
4

TZ202412-096.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025–2026, 7010422, nr. 987.

X Noot
6

Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 872.

X Noot
7

Kamerstukken II 2025–2026, 32 317, nr. 973.

X Noot
8

België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Tsjechië en Zweden.

X Noot
9

Zie de geannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025, Kamerstukken II, 2025–26, 32 317-978.

X Noot
10

CULTNET is een informeel EU netwerk van politieautoriteiten en deskundigen die bevoegd zijn op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed.


X Noot
1

Toezegging EK 129005. Naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS).

X Noot
2

COM(2023) 754 BNC 3885.

X Noot
3

Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 987

X Noot
4

TZ202412-096.

X Noot
5

Kamerstukken II, 2025–2026, 7010422, nr. 987.

X Noot
6

Kamerstukken II 2023–2024, 32 317, nr. 872.

X Noot
7

Kamerstukken II 2025–2026, 32 317, nr. 973.

X Noot
8

België, Bulgarije, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slowakije, Tsjechië en Zweden.

X Noot
9

Zie de geannoteerde agenda bij de JBZ-Raad van 8 en 9 december 2025, Kamerstukken II, 2025–26, 32 317-978.

X Noot
10

CULTNET is een informeel EU netwerk van politieautoriteiten en deskundigen die bevoegd zijn op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed.

Naar boven