Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 december 2025
De veiligheid van onze samenleving begint bij een rechtsstaat die slachtoffers beschermt,
daders verantwoordelijk houdt en straffen op een rechtvaardige manier uitvoert. Sinds
eind 2023 is sprake van een substantieel tekort aan capaciteit in de Nederlandse gevangenissen.
Hierdoor kunnen opgelegde vrijheidsbenemende straffen niet altijd tijdig en volledig
worden uitgevoerd. Dit tast het gezag van de rechterlijke macht en de geloofwaardigheid
van het strafrechtsysteem aan en schaadt het vertrouwen in de rechtsstaat. Tevens
wordt afbreuk gedaan aan de doelen van de straf; vergelding, preventie en resocialisatie.
Vanuit het perspectief van slachtoffers, daders en samenleving is duidelijkheid en
voorspelbaarheid, in dit geval over de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, van
groot belang.
Sinds het ontstaan van het capaciteitstekort zijn verschillende maatregelen genomen
om de capaciteitsproblemen te beheersen, zoals het niet meer oproepen van alle zelfmelders,
het niet actief opsporen van arrestanten met een openstaande straf van minder dan
twee maanden, het tijdelijk verhogen van de bezettingsgraad binnen het gevangeniswezen
en het eerder heenzenden van gedetineerden voor het einde van hun straf. Deze noodmaatregelen
passen niet bij een toekomstbestendige sanctie-uitvoering. Het zijn onwenselijke maatregelen
die zo kort mogelijk van kracht moeten zijn.
De raming van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ)1 en aanvullende inschattingen van de ontwikkeling in capaciteitsbehoefte tot 2036
laten zien dat er bij ongewijzigd beleid het komende decennium sprake zal zijn van
een substantieel capaciteitstekort in het gevangeniswezen. Daarom is sinds mei 2024
binnen mijn ministerie middels een programmatische aanpak gewerkt aan een beleidsverkenning
waarin de oorzaken van de capaciteitsproblematiek zijn geanalyseerd en mogelijke oplossingsrichtingen
in de vorm van structurele maatregelen en scenario’s in beeld zijn gebracht.2
Middels deze brief bied ik u het rapport «Beleidsverkenning langdurig schaarse capaciteit
gevangeniswezen: maatregelen en scenario’s» aan. Dit rapport is het eindresultaat
van de ambtelijke beleidsverkenning. Onderdeel hiervan is het rapport van TNO «Leren
van het verleden: de dynamiek van capaciteitsproblematiek in het gevangeniswezen».
Tijdens het commissiedebat gevangeniswezen van 24 september jl. heb ik uw Kamer toegezegd
om de verschillende beleidskeuzes die er zijn ten aanzien van een structurele aanpak
van het capaciteitstekort in het gevangeniswezen te schetsen.3 Door middel van de bijgevoegde ambtelijke verkenning geef ik invulling aan deze toezegging.
Tot slot
Er is sprake van een omvangrijk en langdurig tekort aan detentiecapaciteit. De bijgevoegde
analyse van capaciteitsontwikkelingen, de mogelijke maatregelen en de scenario’s maken
het probleem en de mogelijke oplossingsrichtingen inzichtelijk. Dit vraagstuk vergt
fundamentele keuzes over beleid, wetgeving en de inzet van middelen. Gelet op de demissionaire
status van het kabinet is het aan een toekomstig kabinet om een samenhangend pakket
aan structurele maatregelen te nemen.
Mijn inzet is erop gericht acute problematiek aan te pakken binnen de ruimte die de
bestaande middelen en kaders bieden. Ik heb uw Kamer hierover geïnformeerd in de reguliere
voortgangsrapportage over de DJI-capaciteit.4
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
A.C.L. Rutte