Aan de voorzitter van de Onderwijsraad
Den Haag, 2 juli 2025
De Onderwijsraad heeft aangegeven bereid te zijn en ruimte in haar werkprogramma te
hebben om in te gaan op het verzoek van de Eerste Kamer om een verkenning c.q. advies
uit te brengen over «Stelselverkenning naar de inrichting van het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs».
In overleg met de Onderwijsraad is de formulering van de adviesaanvraag als volgt
vormgegeven:
Uitwerking van de vraagstelling
Momenteel overdenkt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aantal
afzonderlijke onderdelen van het onderwijsstelsel. Er wordt gewerkt aan een betere
plek van praktijkgericht onderwijs in het funderend onderwijs (doorontwikkeltraject
praktijkgerichte havo, invoering praktijkgerichte programma’s in gemengde en theoretische
leerwegen in het vmbo). Ook vindt er een verkenning plaats naar de structuur van de
bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Er worden ook vier varianten voor een vijfjarig
vmbo uitgewerkt, waarbij een pilot wordt betrokken voor het oriëntatiejaar binnen
het mbo. Daarnaast wordt gewerkt aan een (her)waardering van het beroepsonderwijs
in het vervolgonderwijs, waarin beroepsgeoriënteerd en academisch georiënteerd onderwijs
naast elkaar staan.
De Onderwijsraad heeft zich in verschillende adviezen gebogen over de inrichting van,
en leerling- en studentstromen door het onderwijsstelsel. De raad heeft daarbij aandacht
gevraagd voor uitstel van de vroege selectie voor een plek in het voortgezet onderwijs,
een vermindering van de vroege en stringente scheiding van routes (en daarmee van
leerlingen) in het voortgezet onderwijs en een meer gelijke waardering van beroepsgericht
en algemeen vormend onderwijs in het stelsel.
Om tot goed onderbouwd stelselbeleid te komen, is een grondige analyse nodig van de
samenhang binnen het stelsel. De Eerste Kamer verzoekt de raad verschillende scenario’s
voor de inrichting van het stelsel van voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs te
schetsen. Ook wordt er ingegaan op de consequenties hiervan, waaronder de vraag hoe
een andere stelselinrichting het primair onderwijs raakt.
De Eerste Kamer vraagt de Onderwijsraad in een verkenning de volgende vraag te bespreken:
Hoe kan de inrichting van het stelsel van voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs
recht doen aan goed onderwijs voor iedereen? De Eerste Kamer vraagt de raad bij deze
verkenning aandacht te besteden aan de doorstroom vanuit primair onderwijs naar voortgezet
onderwijs en vervolgonderwijs, met oog voor kansengelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid.
De Eerste Kamer ziet met belangstelling uit naar de verkenning van de Onderwijsraad.
De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn