31 289 Voortgezet Onderwijs

S BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE EERSTE KAMER DER STATEN GENERAAL

Aan de voorzitter van de Onderwijsraad

Den Haag, 2 juli 2025

De Onderwijsraad heeft aangegeven bereid te zijn en ruimte in haar werkprogramma te hebben om in te gaan op het verzoek van de Eerste Kamer om een verkenning c.q. advies uit te brengen over «Stelselverkenning naar de inrichting van het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs».

In overleg met de Onderwijsraad is de formulering van de adviesaanvraag als volgt vormgegeven:

Uitwerking van de vraagstelling

Momenteel overdenkt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een aantal afzonderlijke onderdelen van het onderwijsstelsel. Er wordt gewerkt aan een betere plek van praktijkgericht onderwijs in het funderend onderwijs (doorontwikkeltraject praktijkgerichte havo, invoering praktijkgerichte programma’s in gemengde en theoretische leerwegen in het vmbo). Ook vindt er een verkenning plaats naar de structuur van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Er worden ook vier varianten voor een vijfjarig vmbo uitgewerkt, waarbij een pilot wordt betrokken voor het oriëntatiejaar binnen het mbo. Daarnaast wordt gewerkt aan een (her)waardering van het beroepsonderwijs in het vervolgonderwijs, waarin beroepsgeoriënteerd en academisch georiënteerd onderwijs naast elkaar staan.

De Onderwijsraad heeft zich in verschillende adviezen gebogen over de inrichting van, en leerling- en studentstromen door het onderwijsstelsel. De raad heeft daarbij aandacht gevraagd voor uitstel van de vroege selectie voor een plek in het voortgezet onderwijs, een vermindering van de vroege en stringente scheiding van routes (en daarmee van leerlingen) in het voortgezet onderwijs en een meer gelijke waardering van beroepsgericht en algemeen vormend onderwijs in het stelsel.

Om tot goed onderbouwd stelselbeleid te komen, is een grondige analyse nodig van de samenhang binnen het stelsel. De Eerste Kamer verzoekt de raad verschillende scenario’s voor de inrichting van het stelsel van voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs te schetsen. Ook wordt er ingegaan op de consequenties hiervan, waaronder de vraag hoe een andere stelselinrichting het primair onderwijs raakt.

De Eerste Kamer vraagt de Onderwijsraad in een verkenning de volgende vraag te bespreken: Hoe kan de inrichting van het stelsel van voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs recht doen aan goed onderwijs voor iedereen? De Eerste Kamer vraagt de raad bij deze verkenning aandacht te besteden aan de doorstroom vanuit primair onderwijs naar voortgezet onderwijs en vervolgonderwijs, met oog voor kansengelijkheid, kwaliteit en doelmatigheid.

De Eerste Kamer ziet met belangstelling uit naar de verkenning van de Onderwijsraad.

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, J.A. Bruijn

Naar boven