35 501 Wijziging van de Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring met het oog op het handhaven van de mogelijkheden om maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen

Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 februari 2023

Bij brief van 11 april 2022 heb ik u geïnformeerd over de wijzigingen die ik voornemens ben aan te brengen in de novelle bij het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring.1 Doel daarvan is onder meer om het wetsvoorstel op een aantal punten te laten aansluiten bij de praktijk van vandaag en nationale en internationale regelgeving. In afwachting van de nota van wijziging is behandeling van de novelle bij het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring op mijn verzoek aangehouden.

Inmiddels kan ik u berichten dat een concept-nota van wijziging op zeer korte termijn in (internet)consultatie zal gaan. Na verwerking van de consultatiereacties zal de nota van wijziging voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State worden voorgelegd. Na verwerking van het advies van de Afdeling zal de nota van wijziging bij uw Kamer worden ingediend.

Gelet op het voorgaande zou ik uw Kamer willen verzoeken de behandeling van de novelle bij het wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring nogmaals aan te houden, totdat de wijzigingen bij de novelle bij de Tweede Kamer aanhangig zijn. Ik streef er naar kort na het zomerreces een nota van wijziging bij uw Kamer in te dienen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg


X Noot
1

Kamerstukken 34 309 en 35 501, nr. 29.

Naar boven