Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 20, item 13 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 20, item 13 |
Stemmingen moties Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen
Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het primair onderwijs BES, de Wet op de expertisecentra, de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de herziening van de wettelijke grondslagen van de kerndoelen met focus op lezen, schrijven en rekenen (Wet herziening wettelijke grondslagen kerndoelen),
te weten:
-de motie-Moorman c.s. over leesbevordering in de lerarenopleiding en onder leraren (36699, nr. 26);
-de motie-Moorman c.s. over een toegankelijke bibliotheekvoorziening in elke school in het funderend onderwijs (36699, nr. 27);
-de motie-Kisteman over de leerplichtige leeftijd verlagen van 5 naar 4 jaar (36699, nr. 28);
-de motie-Kisteman over onderzoeken hoe artikel 1 van de Grondwet altijd voorrang kan krijgen bij de invulling van burgerschapskerndoelen (36699, nr. 29);
-de motie-Van der Plas over scholen in de regio's en in Caribisch Nederland voldoende ruimte geven voor eigen invulling van het curriculum (36699, nr. 30);
-de motie-Boomsma c.s. over voldoende tijd voor leraren voor het nakijken van schrijfopdrachten (36699, nr. 31).
(Zie vergadering van 26 november 2025.)
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat 94% van de docenten het belangrijk vindt om het lezen van boeken en verhalen te stimuleren maar dat slechts de helft van de leraren zelf een boek leest als vrijetijdsbesteding;
overwegende dat leraren die een positieve houding hebben tegenover lezen aantoonbaar meer aandacht besteden aan leesbevorderende activiteiten in de klas, wat een bewezen positief effect heeft op het leesplezier en de leesvaardigheid van leerlingen;
verzoekt de regering om de Kamer voor de Voorjaarsnota te infomeren over:
-hoe leesbevordering onder leraren in de lerarenopleiding op dit moment plaatsvindt en hoe leesbevordering onder leraren het beste kan worden gestimuleerd;
-in hoeverre een gratis bibliotheekabonnement voor alle leraren kan bijdragen aan leesbevordering onder leraren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat steeds meer leerlingen moeite hebben om een begrijpelijke tekst te schrijven;
overwegende dat niets zo goed is voor de schrijfvaardigheid als oefening via het van jongs af aan maken en schrijven van opstellen en essays;
overwegende dat het goed nakijken en beoordelen van opstellen en essays veel extra tijd vergt van leraren en vaak ook veel meer tijd vergt dan andere vormen van nakijken;
verzoekt de regering:
-te onderzoeken in hoeverre leraren in de verschillende jaren van het funderend onderwijs voldoende tijd hebben om schrijfopdrachten goed en zorgvuldig na te kijken om gerichte terugkoppeling te geven;
-er zorg voor te dragen dat leraren in alle jaren van het funderend onderwijs voldoende tijd krijgen en nemen voor het nakijken van opstellen, essays en schrijfopdrachten, en waar mogelijk de administratieve lasten te verlichten, waardoor de totale belasting niet toeneemt;
-er zorg voor te dragen dat voldoende tijd en aandacht voor het nakijken van schrijfopdrachten ook terugkomt in toetsen en examens,
en gaat over tot de orde van de dag.
Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de nieuwe kerndoelen rondom burgerschap scholen verplichten onderwijs te bieden waarin diversiteit, gelijkwaardigheid en bescherming tegen discriminatie expliciet aan bod komen;
constaterende dat de onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs 2025 signaleert dat het burgerschapsonderwijs op veel scholen niet doelgericht, samenhangend en herkenbaar is;
overwegende dat scholen ruimte hebben en moeten houden voor een eigen identiteit, maar deze ruimte nooit mag leiden tot uitsluiting of het beperken van de vrijheid, gelijkwaardigheid of veiligheid van leerlingen;
overwegende dat de staatssecretaris voor de zomer een brief heeft toegezegd over hoe artikel 1 en artikel 23 zich tot elkaar verhouden als het gaat om het naleven van burgerschapsdoelen in het onderwijs;
verzoekt de regering te onderzoeken hoe kan worden gewaarborgd dat gelijke behandeling, zoals omschreven in artikel 1 van de Grondwet, nooit kan worden geschonden door de levensbeschouwelijke richting van een school en dit mee te nemen in die brief,
en gaat over tot de orde van de dag.
Op verzoek van de heer Kisteman stel ik voor zijn gewijzigde motie (36699, nr. 34, was nr. 29) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Eerst is het woord aan de heer Stoffer voor een stemverklaring.
De heer Stoffer (SGP):
Die stemverklaring was gericht op de motie op stuk nr. 29. Die motie is aangehouden, dus ik houd mijn stemverklaring ook aan.
De voorzitter:
Akkoord. Dan mevrouw Moorman.
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik heb een stemverklaring over de motie op stuk nr. 28 van de heer Kisteman. Op zich vinden wij het zeer te prijzen dat er hier in de Kamer iets wordt gedaan aan kansenongelijkheid, want dat is ontzettend belangrijk. Maar het feit dat er nu nog steeds een enorme bezuiniging staat, juist op de voorschoolse educatie, maakt dat wij deze keuze op dit moment niet kunnen maken. Als deze bezuiniging wordt teruggedraaid, gaan we dat zeker nog een keer afwegen.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Ceder.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik had een stemverklaring over de ongrondwettelijke en onliberale motie op stuk nr. 29, maar die motie is aangehouden. Daarmee is mijn stemverklaring dus niet meer nodig.
De voorzitter:
Dan staat niets ons in de weg om te gaan stemmen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, 50PLUS, de PvdD, Volt, D66, DENK, het CDA, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21 en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, 50PLUS, de PvdD, Volt, D66, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS en de VVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, de SGP, de ChristenUnie, JA21, BBB en FVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks-PvdA, 50PLUS, de PvdD, Volt, D66, DENK, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, JA21, FVD en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-20-13.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.