Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-2006nr. 69, pagina 4357-4358

Vragen van het lid Rouvoet aan de minister van Justitie over het verschijnsel van (steeds grootschaliger) illegale commerciële bingo's.

De voorzitter:

Voor de goede orde, toen de vragen werden goedgekeurd realiseerden wij ons dat er kortgeleden een algemeen overleg over dit onderwerp is geweest. Ik stel voor dat er geen herhaling plaatsvindt van wat er in het algemeen overleg al aan de orde is geweest.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Dat klopt uiteraard. Het is een specificering naar aanleiding van berichten die na dat overleg naar buiten zijn gekomen. Daarop zal ik mijn vraag toespitsen.

Bingospelen, of zoals de wet het noemt, kienspelen, worden vaak als een onschuldig en leuk spelletje beschouwd. Dat is gelukkig ook meestal het geval. Om het leuk te houden, zijn er in de Wet op de kansspelen een aantal voorwaarden geformuleerd waaronder men bingoavonden mag organiseren. Onder andere wordt de voorwaarde gesteld dat de bingoavond niet commercieel van opzet is. Het vindt altijd plaats in het kader van een vereniging, bijvoorbeeld een sportvereniging of een ouderensoos. Het mogen geen grootschalige bingoavonden zijn. Men moet de bingoavond melden bij het gemeentebestuur en er is een grens aan het prijzengeld dat mag worden uitgekeerd; de zogeheten prijzentafel mag maximaal € 1400 per bijeenkomst zijn.

Die voorwaarden zijn er om te voorkomen dat er schulden worden gemaakt. Als men op verschillende websites kijkt, ziet men dat bij bingoavonden grote schulden kunnen worden gemaakt. Mensen kunnen veel geld verliezen. Ik ben iemand tegenkomen die op één bingoavond € 2000 had verspeeld. Dat kan het minder onschuldig maken dan het op het eerste gezicht lijkt. Vandaar dat de handhaving van die regels zeer belangrijk is.

Nu zijn er aanhoudende berichten dat er regelmatig illegale bingo's worden georganiseerd. Dat is niet nieuw; RTL4-Nieuws meldde vorige week dat dit in sommige gemeenten oogluikend wordt toegestaan. Dat is een nieuw element. Is de minister daarvan op de hoogte?

In 1998 hebben wij een rapport ontvangen waarin melding werd gemaakt van het feit dat het met de handhaving van de zogenoemde kleine kansspelen, waaronder de bingo's vallen, niet goed is gesteld. Soms worden mensen met bussen vol naar de gelegenheid vervoerd en het prijzengeld dat wordt uitgekeerd kan soms oplopen tot € 17.000.

Kent de minister de recente geluiden dat bingocentra, met name in Amsterdam, oogluikend worden toegestaan, dus met medeweten van het gemeentebestuur? Speelt dit in andere gemeenten ook? Is de situatie verbeterd sinds wij er de vorige keer over spraken naar aanleiding van het concrete rapport over de kleine kansspelen? Is de minister het met mij eens dat handhaven van de regels, ook bij relatief onschuldige kleine kansspelen als bingo en kienspelen, van belang is in het kader van het totale kansspelenbeleid en met het oog op, onder andere, het voorkomen van schulden door kansspelen? Is hij het met mij eens dat het van groot belang is om de grootschalige, commerciële bingoavonden te bestrijden? Bingo is er voor de gezelligheid en om de kas van de sportvereniging te spekken. Bingo is er niet om de zakken van commerciële ondernemingen te spekken, laat staan van criminelen, die er ook een rol in zouden kunnen spelen.

Minister Donner:

Voorzitter. Inderdaad is er sinds het algemeen overleg een programma over dit onderwerp uitgezonden. In die zin is het bestaan van deze centra mij bekend. Het Openbaar Ministerie is met name in Amsterdam recentelijk begonnen met het sluiten van dit soort gelegenheden, in samenwerking met de gemeente. Dat is vermoedelijk de reden waarom dit soort zaken in de media de aandacht krijgt. Voor de bingo hebben wij een andere regelgeving dan voor de overige kansspelen. Voor het houden van bingoavonden moet men zich aanmelden bij de gemeente. Commerciële bingo-organisaties voldoen met hun activiteiten waarschijnlijk niet aan de voorwaarden die de wet daaraan stelt en derhalve zijn die strijdig met de wet.

Inderdaad is een aantal jaren de groei van bingo's gedoogd, evenals de ontwikkelingen op andere terreinen van de kansspelen zijn gedoogd. Sinds 2003 probeer ik echter het beleid aan te scherpen. Wij hebben ons daarbij allereerst geconcentreerd op het bestrijden van de illegale casino's. Ik heb de indruk dat het aantal daarvan vrij effectief tot nul is gereduceerd. Ook met betrekking tot de kansspelzuilen heb ik de indruk dat die effectief zijn bestreden. Het Openbaar Ministerie richt zich nu op de bingohallen, zij het dat het beleid met betrekking tot dit onderwerp toch primair een kwestie voor de gemeenten is. Zij nemen op een gegeven moment een besluit over het gebruik van de beschikbare capaciteit van het OM en de politie voor hun gemeente. Die driehoek neemt op dit punt in eerste instantie de beslissing.

Inderdaad is in Amsterdam recent besloten om op dit terrein scherper op te treden. Dat kan daar eenvoudiger. Ik heb namelijk begrepen dat Amsterdam met een algemene plaatselijke verordening kansspelinrichtingen aan een vergunningsplicht heeft onderworpen. Het is mijn bedoeling om met de komende wetgeving op de kansspelen meer in het algemeen deze inrichtingen aan een vergunningplicht te onderwerpen.

Nogmaals, handhaving op dit terrein is nodig, maar dat is met ons bestel primair een kwestie voor de lokale driehoek. Het is mij bekend wat er gebeurt en het is mijn bedoeling om de komende tijd door te gaan met het sluiten van illegale gelegenheden, ook als de gemeenten zelf daartoe niet overgaan.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik ben blij met deze inzet van de minister. Ik heb nog een paar aanvullende vragen.

De minister spreekt alleen over Amsterdam, maar ik heb hem gevraagd of ook in andere gemeenten sprake is van het structureel organiseren van grootschalige bingoavonden. Laat staan dat het goed zou zijn als in Amsterdam dergelijke avonden oogluikend werden toegestaan. Dat is iets wat in het programma naar voren kwam: soms worden met medeweten van de gemeente grootschalige activiteiten georganiseerd. Mensen worden dan vanuit het land met bussen naar die lokale bingoavonden vervoerd en het bezoekersaantal kan dan oplopen tot duizend. Dat zou gebeuren met stilzwijgend goedvinden van de gemeente. Wat vindt de minister ervan als zoiets daadwerkelijk gebeurt? Is hij hierover ook met andere gemeenten in gesprek dan alleen met Amsterdam? Wat is de situatie in het land in het algemeen? De minister zegt dat in Amsterdam scherper wordt opgetreden. Als dat inderdaad het geval is, zou dat mooi zijn. In 1998 moesten wij echter constateren dat het met de handhaving daar niet goed gesteld was en dat de grootschalige, commerciële evenementen nog vaak met medeweten van de gemeente voorkwamen. Heeft de minister de indruk dat de handhaving sindsdien is verbeterd? Gebeurt er eventueel alleen in Amsterdam iets op dat terrein? Is de minister bereid om de gemeenten actief aan te sporen tot het voeren van een scherper beleid? Dat zou namelijk de aanzet kunnen zijn voor echte handhaving en een totale aanpak van het kansspelbeleid. Als wij het beleid voor iets relatief onschuldigs en voor iets wat mooi en leuk kan blijven als bingoavonden op zijn beloop laten, heeft dat gevolgen voor andere terreinen van het kansspelbeleid.

Minister Donner:

Voorzitter. De heer Rouvoet wijst er terecht op dat ik een vraag over de situatie buiten Amsterdam niet heb beantwoord. Mijn antwoord is: ja, mijn indruk is dat dit verschijnsel ook buiten Amsterdam voorkomt, maar ik kan niet zeggen wat de werkelijke omvang ervan is. Ik vermoed dat het gaat om enkele tientallen.

De heer Rouvoet (ChristenUnie):

In bredere zin is eerder gesproken over onderzoek naar illegale gokspelen. Is de minister bereid om dit onderdeel als een apart onderdeel specifiek mee te nemen? Ik vind het belangrijk dat wij dit blijven volgen. Het mag niet langzaam wegdrijven. Dat zou bijdragen aan het beeld dat bingospelen onschuldig zijn, terwijl wij zien dat er wel degelijk mensen door in de schulden raken. De minister zou mij plezieren als hij dit toezegt.

Minister Donner:

Mijnheer Rouvoet, dat ik deze feiten ken, wijst erop dat ik het als specifiek onderdeel van het handhavingsbeleid heb aangewezen. Ik kan echter niet alles tegelijk. Wij zijn begonnen met de illegale casino's. Daarna zijn de mobiele casino's aangepakt, waarna de internetgokzuilen in beeld zijn gekomen. Thans probeer ik het beleid ook bij de gemeenten te activeren. Het komt vrijwel zeker ook in andere gemeenten voor. Het is ook vrijwel zeker dat niet alle gemeenten dit een hoge prioriteit geven bij de handhaving, om niet te spreken van een bijzonder lage prioriteit. Ik hoop dat in samenspraak met de gemeenten te veranderen.