Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend
bij het debat over het spoor, te weten:
- de motie-Halsema/Eurlings
over implicaties voor de positie van het management in het nieuwe overgangscontract
(18986, nr. 77, herdruk);
- de motie-Kant c.s.
over een noodplan (18986, nr. 78);
- de motie-Kant
c.s. over het opzeggen van het vertrouwen in de directie (18986,
nr. 79);
- de motie-Hofstra over een onafhankelijke toets
(18986, nr. 80);
- de motie-Eurlings/Halsema
over de prestatie-eisen (18986, nr. 81);
- de motie-Stellingwerf over maandelijks inzicht in de mate waarin door NS wordt
voldaan aan de verplichtingen (18986, nr. 82).
(Zie vergadering van heden.)
De voorzitter:
De motie-Kant c.s. (18986, nr. 79) is in die zin gewijzigd, dat zij thans
luidt:
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het Overgangscontract II en het verbeterplan eisen stellen
aan de Nederlandse Spoorwegen;
van mening dat de NS-directie aangesproken dient te worden op de verrichtingen
van de Nederlandse Spoorwegen;
verzoekt de regering, indien blijkt dat de prestaties zoals geëist
in dit contract en het verbeterplan niet gehaald worden, het vertrouwen in
de directie van de NS op te zeggen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 83 (18986).
In stemming komt de motie-Halsema/Eurlings (18986, nr. 77).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks
en het CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Kant c.s. (18986, nr. 78).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat
zij is verworpen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Kant c.s. (18986, nr. 83).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Hofstra (18986, nr. 80).
De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.
In stemming komt de motie-Eurlings/Halsema (18986, nr. 81).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks
en het CDA voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Stellingwerf (18986, nr. 82).
De voorzitter:
Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks,
het CDA, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd en die van
de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
Dan is nu het moment aangebroken waar u allen al de hele dag naar uitziet.
Geachte medeleden. Gisteravond heeft hier in ons gebouw een kleine bijeenkomst
plaatsgehad met mensen die verstand hebben van het verspreiden van beelden.
En het onderwerp was natuurlijk het beeld van onze werkzaamheden. Moeten wij
op het internet? Moeten wij op de kabel? Moeten wij via de satelliet? Dit
soort vragen.
Het Presidium zal zich hierover verder beraden, maar ik wil u voor de
komende weken vast een vraag meegeven ter meditatie: welke beelden zullen
de kijkers zien via één van die media? Niet het beeld van de
Bondsdag waar men elkaar voor rotte vis uitmaakt, maar dan in een Duitse variant
van die vis. Niet het beeld van het Britse Lagerhuis waar het vragenuurtje
soms lijkt op een wedstrijd van stand up comedians. Niet het beeld van de
Franse Assemblee waar alle leden eerbiedig gaan staan als de voorzitter binnenschrijdt.
Maakt u niet ongerust: ik ben op geen van die voorbeelden jaloers, ook op
het laatste niet!
Vaak wordt opgemerkt dat wij zo overduidelijk begrip voor elkaar hebben.
Begrip voor een minister die geen ijzer met handen kan breken. Begrip voor
een medelid dat nu eenmaal een motie op zijn naam wil krijgen, ook al is zij
geheel overbodig. Begrip voor de interruptie die de loop van ons verhaal ontregelt.
Begrip voor elkaars geweten maar ook begrip voor elkaars hobby's. Kortom,
wij zouden te aardig voor elkaar zijn en dat zouden de kijkers niet waarderen.
Het lijkt mij dat wij ons niet te veel van die verwijten moeten aantrekken.
Wij hebben ook het afgelopen jaar weer beelden gezien uit landen waar het
begrip van mensen voor elkaar zo nadrukkelijk ontbreekt dat een heel land,
een heel oude cultuur in elkaar stort. Laten wij in alle bescheidenheid vaststellen
dat onze werkzaamheden ook een beetje de boel bij elkaar houden. Wij willen
graag dat de mensen in dit land met hun gezinnen, met hun vrienden in vrede
Kerstmis en Nieuwjaar kunnen vieren en dat willen wij zelf ook doen.
Wij denken aan degenen die vanwege hun gezondheid al lange tijd niet hier
konden zijn. Ik bedank onze personeelsleden van de Kamer en de fracties voor
het geduld dat zij weer met ons hebben gehad. Ik wens hun goede feestdagen.
Er zijn twee groepen op zijn minst die niet altijd geduld met ons hebben:
de dames en heren van de pers en de dames en heren van het kabinet. Maar ik
wens ook hun goede feestdagen.
Wij zien elkaar terug op 22 januari, klaar voor een boeiend politiek jaar.
Ik wens u allen goede kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar.