Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het
wetsvoorstel Wijziging van de Tracéwet (eerste tranche) (26343), en over:
- de motie-Van der Steenhoven
over de wijze waarop belanghebbenden van het begin af aan bij een project
zullen worden betrokken (26343, nr. 20).
(Zie vergadering van 1 februari 2000.)
De voorzitter:
In de vergadering van 1 februari 2000 zijn het amendement-Ravestein (stuk
nr. 15) en het amendement-Feenstra (stuk nr. 19) door de regering overgenomen.
De motie-Van der Steenhoven (26343, nr. 20) is in die zin gewijzigd, dat
het dictum thans luidt:
"roept de regering op om op korte termijn een beleidsnotitie op te stellen
over de wijze waarop lokale overheden en belanghebbenden conform het advies
van de Raad voor verkeer en waterstaat betrokken zullen worden vanaf het begin
van een project,".
Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 22 (26343).
Deze gewijzigde motie is rondgedeeld. Ik neem aan, dat wij er vanmiddag
over kunnen stemmen.
Artikel I, aanhef, en de onderdelen A en B worden zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het amendement-Poppe (stuk nr. 16, I) tot invoeging van
onderdeel Ba.
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat het is verworpen.
Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op
stuk nr. 16 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
Onderdeel C wordt zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het amendement-Feenstra (stuk nr. 21).
De voorzitter:
Ik constateer, dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.
Onderdeel D, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Feenstra
(stuk nr. 21), wordt zonder stemming aangenomen.
De onderdelen E t/m G worden zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het gewijzigde amendement-Van der Steenhoven (stuk nr.
18, I) tot het laten vervallen van onderdeel H.
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en die van de overige fracties
ertegen, zodat het is verworpen.
Ik stel vast, dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de
andere op stuk nr. 18 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen
worden beschouwd.
Onderdeel H wordt zonder stemming aangenomen.
De onderdelen I t/m P worden zonder stemming aangenomen.
Het gewijzigde artikel I wordt zonder stemming aangenomen.
Artikel II wordt zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het amendement-Van der Steenhoven (stuk nr. 14, I) tot
het laten vervallen van artikel III.
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
voor dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat het is verworpen.
Ik stel vast, dat door de verwerping van dit amendement het andere op
stuk nr. 14 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.
Artikel III wordt zonder stemming aangenomen.
De artikelen IIIa t/m VII en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.
In stemming komt het wetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks
tegen het wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige
fracties ervoor, zodat het is aangenomen.
In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Steenhoven (26343, nr. 22).
De voorzitter:
Ik constateer, dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.