De voorzitter:
Geachte medeleden en andere aanwezigen.
Het laatste begrotingshoofdstuk is aanvaard en de eerste sneeuw is al
gevallen. Algemene overleggen kunnen niet meer worden gehouden en debatten
over verslagen van algemene overleggen kunnen dus ook niet meer aangevraagd
worden. Tot zover is alles normaal, ik zou haast zeggen zoals de Tweede Kamer
dat altijd al deed en in de toekomst ook gewoon zal blijven doen.
Het afgelopen jaar heeft ons ook enkele nieuwe ervaringen gebracht. De
Eerste Kamer heeft een tweetal initiatiefontwerpen aanvaard en een derde is
vandaag gelanceerd. Die initiatiefwetsvoorstellen werden hier verdedigd door
leden uit regeringsfracties samen met leden van niet-regeringsfracties. Dat
kan dus ook bij andere activiteiten dan bij onderzoek.
Twee weken geleden trad de buitenwereld ons gebouw binnen op een manier
die wij niet gewend zijn en waar wij ook niet aan willen wennen. Wij zijn
onze interne dienst en onze veiligheidsdienst dankbaar voor de maatregelen
die genomen zijn. Het is trouwens niet alleen in bijzondere omstandigheden
maar ook in de dagelijks routine, die hier nooit routine is, dat de diverse
diensten ons voortreffelijk ondersteunen. Graag bedank ik alle medewerkers
van de Kamer en van de fracties voor hun enthousiasme en inzet.
U gaat niet met vakantie maar met reces. Ik hoop dat u zich daardoor niet
geremd zult voelen om af en toe niet aan het Binnenhof te denken.
Ik wens Maxime Verhagen en Peter van Heemst van hieruit genezing toe,
met uw aller instemming neem ik aan. Wij hebben hun stem gemist en niet alleen
bij de stemmingen.
Ik zal het verder niet hebben over de hoeveelheid aangehouden moties en
ook niet over de grote aantallen verslagen van algemene overleggen op de plenaire
agenda. Ik krijg soms het gevoel dat men denkt dat een onderwerp pas meetelt
als er minstens een motie over ingediend is. En, zeg ik tegen sommigen, misschien
is dat ook wel zo.
Ik wens u allen ontspanning en bezinning en ik hoop u in januari 2000
weer te zien.