Aan de orde is de behandeling van:
de Brief van de vaste
commissie voor Volkshuisvesting, VoorzitterRuimtelijke Ordening en Milieubeheer
inzake de instelling van een tijdelijke commissie van onderzoek naar klimaatverandering
(22232, nr. 10).
De voorzitter:
Namens het Presidium stel ik voor, conform de voorstellen van de vaste
commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te besluiten
tot de instelling van een tijdelijke commissie Strategisch onderzoek klimaatverandering,
met dien verstande dat de commissie tegelijk met haar concept-budget aan het
Presidium meedeelt hoe zij haar opdracht nader concretiseert.
Ik stel verder voor, dat de tijdelijke commissie zal bestaan uit zes leden,
elk met een plaatsvervanger.
Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.
De voorzitter:
Ik benoem tot lid van de commissie de leden Crone, Lansink, Te Veldhuis,
Augusteijn-Esser, M.B. Vos en Van Middelkoop en tot hun plaatsvervangers de
leden Dijksman, Assen, Klein Molekamp, Jorritsma-van Oosten, Poppe en Van
den Berg.
De constituerende vergadering zal nog heden, dat wil zeggen onmiddellijk
na het sluiten van deze vergadering, plaatsvinden in de Thorbeckezaal. Ik
nodig u allen uit, aanwezig te zijn bij de constitutie daarvan.
Geachte collega's! In de afgelopen drie maanden is in deze Kamer in ieder
geval zeer veel aan de orde geweest. Veel daarvan is tot besluitvorming gebracht.
Ik heb de indruk dat meer afhandelen bijna tot het onmogelijke lijkt te behoren.
Wij moeten in ieder geval ten overvloede nog een keer vaststellen, dat wij
al dit werk hebben kunnen verzetten dankzij onze eigen inspanningen, maar
bovenal dankzij de trouwe steun van alle medewerkers in het kamergebouw. Ik
vind dat wij hen daarvoor moeten waarderen.
De voorzitter:
Ik heb geen periode meegemaakt waarin zoveel weken achtereen het tijdstip
van 23.00 uur ruimschoots is overschreden.
Er is in deze periode dus veel in deze Kamer gezegd. Daarom zal ik daar
niet veel meer aan toevoegen, ook al omdat wij met z'n allen, naar ik hoop,
straks nog een constituerende vergadering zullen meemaken. Ik zal in de sfeer
van de vergaderingen blijven.
Ten overvloede herinner ik u en de leden van het kabinet eraan, dat op
16 januari, na afloop van de vergadering, pakweg rond half vijf, half zes
een bijeenkomst zoals als eerder dit jaar in januari gehouden, zal plaatsvinden
in het gebouw van de Kamer, onder meer in het ledenrestaurant en de daaronder
gelegen ruimte.
Vervolgens wil ik u ten overvloede melden dat er volgend jaar, althans
voor de Kamer, een opvallend feit zal plaatsvinden, omdat het gerenoveerde
gebouw Binnenhof 1a officieel aan ons zal worden overgedragen en wel op de
middag van 22 februari. Op vrijdagmiddag 23 februari, dat alles op het snijvlak
van werkperiode en een kort voorjaarsreces, zal een miniformaat symposium
worden gehouden, uiteraard ter gelegenheid van de officiële ingebruikneming
van Binnenhof 1a en de gerenoveerde oude vergaderzaal, maar toch ook omdat
het dan ongeveer 200 jaar geleden is dat de Nationale vergadering in die zaal
voor het eerst bijeen kwam. Het symposium zal gaan over de karakteristieken
van volksvertegenwoordigers 200 jaar geleden, 100 jaar geleden en nu. Onafhankelijke
deskundigen zullen ons met die karakteristieken confronteren en dus ook met
onze eigen karakteristieken.
Er valt nog heel veel over te zeggen. Er valt ook veel over andere dingen
te zeggen, bijvoorbeeld over de gevolgen van informatisering en gedachten
over elektronische snelwegen voor het werk van de Kamer. Ik wil volstaan met
de melding dat enkelen onder ons op bescheiden schaal in het nieuwe jaar als
proefkonijn zullen gaan dienen.
Eigenlijk wil ik u met dit alles niet te veel lastig vallen bij de aanvang
van het kerstreces. Ik beoogde slechts u allen een onbekommerd kerstreces
toe te wensen. Ik hoop dat wij elkaar in januari in deze zaal in gezondheid
weer zullen treffen.