3 Beëdiging en installatie van mevrouw Karaaslan-Kilic

Beëdiging en installatie van mevrouw Karaaslan-Kilic

Aan de orde is de beëdiging en installatie van mevrouw M. Karaaslan-Kilic (D66).

De voorzitter:

Nu is aan de orde de installatie van mevrouw Kilic-Karaaslan. Ik deel aan de Kamer mede dat door mij zijn benoemd tot leden van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van het benoemde lid der Kamer, mevrouw Kilic-Karaaslan: mevrouw Perin-Gopie van Volt als voorzitter, de heer Lievense van BBB als lid, en mevrouw Bakker-Klein van het CDA als lid.

Ik deel aan de Kamer mede dat de ingekomen missives van de voorzitter van het centraal stembureau en de geloofsbrieven van mevrouw Kilic-Karaaslan in handen zijn gesteld van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven.

Het is mij gebleken dat de commissie haar taak reeds heeft verricht. Ik geef derhalve het woord aan mevrouw Perin, voorzitter van de commissie tot onderzoek van de geloofsbrieven van mevrouw Kilic-Karaaslan, tot het uitbrengen van rapport. Nee, ik geef het woord aan mevrouw Bakker.

Mevrouw Bakker-Klein (voorzitter van de commissie):

Ik heb iets meer stem dan mevrouw Perin. De commissie welke de geloofsbrieven van het benoemde lid van de Kamer, mevrouw M. Kilic-Karaaslan heeft onderzocht, heeft de eer te rapporteren dat de geloofsbrieven en de daarbij ingevolge de Kieswet overgelegde bescheiden in orde zijn bevonden. Het rapport van de commissie is neergelegd ter Griffie ter inzage voor de leden. De commissie adviseert de Kamer mevrouw Kilic-Karaaslan als lid van de Kamer toe te laten.

De voorzitter:

Ik dank mevrouw Bakker-Klein voor het uitbrengen van rapport en de commissie voor het verrichten van haar taak. Ik stel aan de Kamer voor het advies van de commissie te volgen en het volledige rapport in de Handelingen te doen opnemen. Kan de Kamer zich hiermee verenigen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:

Ik verzoek de Griffier mevrouw Kilic-Karaaslan binnen te geleiden en ik verzoek alle leden te gaan staan.

(Mevrouw Kilic-Karaaslan wordt binnengeleid door de Griffier.)

De voorzitter:

Dan gaan we allereerst over tot het afleggen van de eed door mevrouw Kilic-Karaaslan. Ik lees daartoe het formulier voor.

"Ik zweer dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet.

Ik zweer dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt getrouw zal vervullen."

U steekt de twee voorste vingers van uw rechterhand aaneengesloten op en zegt daarop: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig."

Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):

Zo waarlijk helpe mij God almachtig.

De voorzitter:

Ik wens u van harte geluk met uw benoeming en installatie, en verzoek u de presentielijst te tekenen. Ik schors de vergadering voor een kort ogenblik, zodat de collega's u kunnen feliciteren, maar niet dan nadat ik u als eerste heb gefeliciteerd. Ik verzoek u zich op te stellen voor het rostrum.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven