Gemeenteblad van Bergen (L)
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (L) | Gemeenteblad 2026, 99490 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bergen (L) | Gemeenteblad 2026, 99490 | beleidsregel |
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en daaraan gerelateerde regelgeving in werking getreden. Op basis van artikel 18.19 van de Omgevingswet in combinatie met de artikelen 13.5 tot en met 13.11 van het in 2024 nieuw in werking getreden Omgevingsbesluit is het verplicht om jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma dient volgens deze regels van het Omgevingsbesluit voor de uitvoering van Omgevingsrecht gerelateerde zaken in ieder geval de volgende gegevens te bevatten:
De criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de Omgevingswet;
De werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet;
Dit VTH-uitvoeringsprogramma strekt ertoe om op zijn minst invulling te geven aan deze verplichtingen.
Voor de uitvoering van gemeentelijke taken op basis van de Algemene plaatselijke verordening en diverse bijzondere wetten is het niet wettelijk verplicht om een VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma vast te stellen. Er is in deze gemeente echter wel voor gekozen om ook deze taakvelden in het VTH-beleid en VTH-uitvoeringsprogramma mee te nemen. Een jaarlijks uitvoeringsprogramma waar de verschillende beleidsvelden samenkomen versterkt immers de in de Omgevingswet beoogde samenhang (meer integraal werken).
Het onderhavige programma beschrijft hoe vergunningverlening, toezicht en handhaving georganiseerd zijn voor al de taakvelden van het omgevingsrecht. Het beschrijft de reguliere taken, de projecten en de activiteiten die op het gebied van het omgevingsrecht worden opgepakt. Het gaat hier onder andere om de gemeentelijke taken op het gebied van bouwen, slopen, kappen, milieurechtelijk relevante activiteiten, brandveilig- en bestemmingsplanconform gebruik en openbare orde.
1.2 Overzicht van de taakvelden die het VTH-uitvoeringsprogramma omvat
In het kader van het afhandelen van nieuwe vergunningaanvragen en het houden van toezicht op grond van de regels van het verbrede veld van het omgevingsrecht, zijn de volgende wetten en (beleids)documenten relevant:
In het ‘Beleidsplan leefomgeving – vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’ van de gemeente Bergen zijn de volgende vijf doelen die met vergunningverlening worden nagestreefd opgenomen:
De gemeentelijke taken op het gebied van vergunningverlening waar dit programma betrekking op heeft zijn de volgende:
De werkzaamheden die benoemd zijn onder punt 5 zijn nagenoeg geheel bij de medewerkers van de Regionale uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUDLN / toekomstige ODNML) ondergebracht en de werkzaamheden als bedoeld onder punt 6 zijn grotendeels belegd bij de medewerkers van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). De overige werkzaamheden worden verricht door de medewerkers van de gemeente Bergen.
De inhoudelijke toetsing / advisering m.b.t. asbest, onder punt 2, worden per 1 april 2026 uitgevoerd door de ODNML (Omgevingsdienst Noord en Midden Limburg).
In deze paragraaf worden de voor 2026 meest relevante ontwikkelingen op het gebied van regelgeving, jurisprudentie en organisatorische veranderingen beschreven waar bij de uitvoering van VTH-gerelateerde werkzaamheden rekening mee gehouden dient te worden. Een uitgebreid overzicht hieromtrent is in het VTH programma van 2025 vervat. In het navolgende worden uitsluitend de meest relevante aanvullingen hierop weergegeven.
Oprichting Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML) in april 2026
Op 1 april 2026 gaat de netwerk RUD LN over naar een reguliere omgevingsdienst die zich Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML) zal gaan noemen. De medewerkers van de ODNML zullen worden gehuisvest in de hiernaast afgebeelde Innovatoren in Venlo.
Vanuit de gemeente Bergen is geen enkele medewerker verplicht om de overstap te maken van de gemeentelijke werkgever naar de ODNML. Naar verwachting zal ook geen enkele medewerkers van het VTH-team op eigen beweging naar de ODNML gaan. Wel is er m.b.t. asbesttoezicht vanuit de gemeente de mogelijkheid aan de ODNML aangeboden om toezicht- en toetsingscapaciteit in te kunnen huren.
In januari 2026 was hier vanuit de RUD LN weliswaar interesse in getoond, maar de RUD wil meer geleverd krijgen per medewerker dan dat beschikbaar is en aangeboden kan worden.
De oprichting van de ODNML zal ertoe leiden dat interne werkprocessen binnen het team herzien dienen te worden en dat tevens bezien moet worden hoe medewerkers van de ODNML praktisch betrokken kunnen worden bij initiatievenoverleggen en afstemmingsoverleggen over vergunningen en andere plannen.
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) treedt op 1 juli 2026 inwerking. Hiermee krijgen inwoners en ondernemers het recht om officiële berichten digitaal aan gemeenten en andere overheidsorganisaties te versturen. Dit betekent voor VTH dat wij ons ook moeten voorbereiden op deze wetswijziging. Werkprocessen en systemen zullen in 2026 moeten aangepast moeten worden om aan deze wetgeving te kunnen gaan voldoen.
Nieuwe taken voor gemeentelijke BOA’s
De komende jaren worden gemeentelijke BOA's (Domein I: openbare ruimte, ordehandhaving; Domein II: milieu, welzijn) verder belast door een combinatie van wetgevingswijzigingen, decentralisatie van politietaken en toenemende incidentdruk. Dit volgt uit de Politie Strategische Agenda 2025-2030, VNG-voorspellingen en evaluaties van de Omgevingswet (Ow). De werkdruk stijgt naar verwachting met 15-25% door extra handhavingstaken die in het onderstaande schema worden geconcretiseerd.
Technologische innovaties en nieuwe toepassingen door ontwikkelingen m.b.t. toepassing kunstmatige intelligentie
In 2025 heeft de AI-sector een voor de gemeentelijke werkpraktijk versnelde evolutie doorgemaakt die ertoe geleid heeft dat AI-tools steeds vaker praktisch ingezet kunnen worden om de kwaliteit van het werk te verbeteren of de afhandeling te versnellen.
Voor het VTH-team (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) kan AI in 2026 en de jaren daarop de werkproductiviteit mogelijk verhogen door automatisering van routineklussen en automatisering van administratieve taken. In 2025 zagen we de eerste AI-tools op de markt verschijnen die vergunningaanvragen kunnen analyseren op volledigheid en redelijk goed kunnen beoordelen of een bepaald bouwwerk / bouwvoornemen vergunningplichtig is of niet.
Gecombineerd met satellietbeelden van opeenvolgende jaren en AI-tools die veranderingen qua bebouwing kunnen registreren en duizenden bouwkundige veranderingen kunnen beoordelen op vergunningplichtigheid, zorgen deze ontwikkelingen voor technologische doorbraken op het gebied van het opsporen van overtredingen.
Op het gebied van risico-inventarisatie biedt AI de potentie voor baanbrekende mogelijkheden. Machine learning-modellen kunnen data uit historische zaken, meldingen en externe bronnen analyseren om risico's te voorspellen, zoals bij ontplofbare oorlogsresten of milieuschendingen. Dit omvat geavanceerde risicokaarten en scenario-simulaties en die proactieve interventies mogelijk maken. De ontwikkelingen op dit gebied zullen in 2026 door de medewerkers van het VTH-team in de gaten worden gehouden.
1.5 Terugblik op 2025 en verbeterpunten voor 2026
In het VTH-jaarverslag over 2025 zijn de volgende aandachts-, actie- en verbeterpunten voor 2026 genoemd:
Beleidsambities en -ontwikkeling
Organisatorische en Operationele Doelstellingen
Financiële en Kwaliteitsaspecten
Voorts hebben als uitdagingen voor 2026 te gelden hoe we de praktisch werkbaar uitvoering geven aan de samenwerking met de nieuwe Omgevingsdienst en welke werkzaamheden er exact bij de gemeente blijven en welke door de ODNML gedaan worden. Voorts is het duidelijk dat in 2026 de eerste externe Wet-politiegegevens Audit plaats zal moeten vinden over de laatste vier jaren en moet er verder gewerkt worden aan het mogelijk maken van de samenwerken tussen de 4 meest noordelijke gemeenten in Limburg op het vlak van de uitwisseling van hun BOA-capaciteit.
Hieronder volgt een overzicht van nieuwe concrete doelstellingen en ambities die in dit VTH-uitvoeringsprogramma voor 2026 zijn neergelegd.
1. Digitalisering & Datagestuurd Werken
Ambitie: Het verhogen van de efficiëntie en accuratesse van toezicht door inzet van innovatieve technieken.
2. Duurzaamheid & Energietransitie
Ambitie: Actieve bijdrage leveren aan de CO2-reductiedoelstelling van 30% in 2030.
3. Fysieke Veiligheid & Gezondheid
Ambitie: Proactief borgen van constructieve veiligheid en een gezonde leefomgeving.
Vergroten publiek bewustzijn draagkracht daken: In 2026 zal het publiek aandacht gevraagd worden om te letten op de constructieve veiligheid van de daken in verband extra belasting door het plaatsen van warmtepompen, zonnepanelen, airco’s of andere installaties al dan niet in combinatie met hevige sneeuwval en slijtage / corrosie van onderdelen. Ook zullen de eigen toezichthouders extra aandacht voor dit soort mogelijke issues in de leefomgeving hebben.
4. Wonen & Sociale Leefomgeving
Ambitie: Beschermen van kwetsbare bewoners en aanpakken van oneigenlijk gebruik.
Controles op illegale regenwaterafvoeren op gemeentelijk riool: Door middel van rookproeven in straten waar issues met overstortingen op het riool worden gesignaleerd worden onjuiste / illegale hemelwaterafvoeren opgespoord en aangeschreven. Alle hierbij gedetecteerde gevallen dienen aangeschreven te worden.
In 2025 is er meermaals door verschillende personen uit verschillende dorpen gemeld dat er in toenemende mate sprake is van overlast van feesten en partijen die met name tijdens mooi weer tot laat in de avond buiten afspelen. Het gaat niet zozeer over overlast van vergunningplichtige evenementen, maar van feesten die zich bij iemand thuis afspelen. En anders dan bij vergunningplichtige activiteiten kan het zijn dat in sommige buurten weken op rij overlast wordt ervaren. Voor 2026 wordt beoogd van gemeentewege voorlichting te geven over deze perikelen en mensen te informeren hoe er het best rekening gehouden kan worden met buren en geluidsoverlast zo beperkt mogelijk kan blijven.
5. Organisatie, Participatie & Samenwerking
Ambitie: Optimale regionale afstemming en vroege betrokkenheid van de omgeving.
Hoofdstuk 2: Beleidstechnische en organisatorische doelstellingen VTH-taken in 2026
2.1 Organisatorische doelstellingen VTH-taken
2.4 Algemene operationele doelstellingen VTH-taken
2.5 Evaluatie van doelstelling en beschrijving van beoordelingsmethodiek
In dit VTH-uitvoeringsprogramma zijn doelstellingen en ambities geformuleerd waar beoogd wordt om in 2026 uitvoering aan te geven.
Begin 2027 zal in een jaarverslag over 2026 gedetailleerd beschreven worden in hoeverre ieder van de in dit VTH-programma beschreven doelstellingen en actiepunten is behaald c.q. uitgevoerd.
De doelen en ambities zijn in dit programma per deelonderwerp overzichtelijk in schema’s gebundeld. Voor ieder van deze doelen en ambities wordt bij de evaluatie in het jaarverslag bezien of ze in 2026 ook daadwerkelijk bereikt zijn.
Om in één oogopslag een beeld te kunnen hebben hoe goed hierin geslaagd is worden de volgende kleuren gebruikt.
Voor alle onderdelen waar in 2026 nog niet het beoogde resultaat geboekt wordt, zal in het jaarverslag toegelicht worden wat de stand van zaken is en waarom het beoogde resultaat niet werd behaald.
Hoofdstuk 3: Programma vergunningverlening
3.1 Operationele doelen en uitgangspunten vergunningverlening
Operationele doelen en uitgangspunten in 2026 m.b.t. het verlenen van vergunningen / beoordeling meldingen
|
Operationele doelen en uitgangspunten in 2026 m.b.t. het verlenen van vergunningen / beoordeling meldingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Als primaire uitdaging voor 2026 geldt om ervoor te zorgen werkafpraken te maken en werkprocessen erop inrichten om de optimale uitwisseling van adviezen, kennis en gegevens te faciliteren met de nieuwe ODNML.
De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het vooroverleg. Echter in het geval van een zeer complex plan, is een regulier vooroverleg mogelijk niet afdoende om vervolgens de behandeltermijn van acht werken te halen. Het in 2022 in het team geïntroduceerde initiatievenoverleg strekt er mede toe om deze gevallen vroegtijdig te duiden en te bepalen wat er in dit gevallen het beste gedaan kan worden, om termijnoverschrijdingen te voorkomen. Binnen het team wordt zoveel mogelijk bij initiatiefnemers aangestuurd om hen van de optie van vooroverleggen gebruik te laten maken.
Op basis van de doelen uit het VTH-beleid ligt de focus op constructieve veiligheid, brandveiligheid en duurzaamheid. Er is ook aandacht voor de veiligheid van panden en passanten in de omgeving tijdens de bouw of de sloop.
3.2 Risico-analyse en prioriteitenmatrix vergunningverlening
In deze paragraaf wordt het algemene uitgangspunt van risicogestuurd werken, zoals toegelicht in het beleid, uitgewerkt. De vertaling van beleid naar uitvoering bepaalt de gemeente aan de hand van risico’s. Daar waar de grootste risico’s liggen, worden vergunningaanvragen het meest intensief getoetst.
Indien aan de activiteiten waarop de vergunningaanvraag ziet grote risico’s kleven, wordt die aanvraag met meer diepgang beoordeeld dan te vergunnen activiteiten die minder risico’s met zich meebrengen. Dit hoeven niet altijd fysieke (veiligheids)risico’s te zijn. Ook belangen van natuur en milieu evenals rechtszekerheid en bestuurlijke risico’s worden hierin meegewogen. Uiteindelijk resulteert vergunningverlening in een goed afgewogen besluit dat handhaafbaar is en waarbij alle relevante aspecten in de besluitvorming zijn betrokken.
De uitkomst van deze risico-analyse dient als richtlijn gebruikt worden om voor een gehele vergunningscategorie te bepalen hoe intensief deze in relatie tot alle andere vergunningen getoetst dient te worden. Binnen ieder van deze vergunningscategorieën behoort vervolgens voor individuele vergunningen aan de hand van een inschatting van de technisch-inhoudelijke complexiteit en de sociaal-maatschappelijke complexiteit beoordeeld te worden tot welke van de volgende 4 categorieën de concrete aanvraag toebehoort om de uiteindelijke diepgang van toetsing en aandacht voor maatwerk te duiden:
3.3. Prestatiedoelstellingen en toetsingsprotocol bouwen, sloop en ruimtelijke ordening
In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening bouw een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen:
3.4. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten
|
Prioriteiten en prestatiedoelstellingen vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten 2026 |
|
|
|
|
|
|
|
|
In het volgende overzicht wordt per taak van het team vergunningverlening APV / VFL en bijzondere wetten een inschatting gemaakt van de hoeveelheid tijd die er in 2026 nodig is om deze werkzaamheden (gelet op de te verwachten aantallen vergunningaanvragen) naar behoren te kunnen vervullen.
Evenementen zijn belangrijk in de gemeente Bergen. Deze dragen bij aan de saamhorigheid en vergroten de maatschappelijke cohesie. In het in 2022 vastgestelde gemeentelijke evenementenbeleid zijn kaders vastgelegd die duidelijkheid verschaffen voor welke activiteiten en op welke wijze een evenementenvergunning aangevraagd dient te worden. Daarnaast bevat het nieuwe beleid ook kaders die aangeven op welke wijze evenementen prettig, beheersbaar en vooral veilig moeten verlopen. Het vergunningentraject is een belangrijke schakel in het gehele proces. Het is daarbij van belang dat organisatoren een vergunningaanvraag tijdig indienen. Bij een niet tijdige indiening spreken we de organisatoren daarop aan en wijzen hen op het belang van tijdig indienen en hun eigen verantwoordelijkheid hierin. Afhankelijk van het soort evenement en de complexiteit maken we een afweging of de vergunningaanvraag alsnog kan worden behandeld. Indien een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld of als er om moverende redenen een voornemen tot weigeren is, wordt altijd vooraf de burgemeester geïnformeerd.
Het bestand van drank- en horecabedrijven is nog niet volledig geïnventariseerd en geactualiseerd. Niet alle horecaondernemers beschikken over een adequate Alcoholwet-vergunning. Hier dient in 2025 actie op ondernomen te worden, zodat alle ondernemers over adequate en actuele vergunningen komen te beschikken.
Er wordt ingeschat dat er in 2025 feitelijk zo’n 1400 uur (inclusief 200 uur van de administratieve medewerker) beschikbaar is voor het uitvoeren van voornoemde taken, en hier ook ongeveer 1400 uur voor beschikbaar is.
3.5. Prioriteiten en prestatiedoelstellingen omgevingsvergunningen milieubelastende activiteiten
Inschatting van aantallen benodigde uren voor het behandelen van aanvragen en meldingen op het vlak van milieu.
Het is de inschatting dat er 1200 uur nodig is om de alle aanvragen voor vergunningen en meldingen m.b.t. milieubelastende activiteiten die voor 2026 in de gemeente Bergen verwacht worden te kunnen behandelen. Deze werkzaamheden zullen volledig door de RUD / ODNML worden uitgevoerd in 2026. Indien blijken mocht dat men na de oprichting van de ODNML niet de personele capaciteit heeft op deze werkzaamheden binnen een redelijke termijn uit te voeren dan is de gemeente – anders dan in 2025 – niet meer aan zet om voor externe inhuur te zorgen. Deze verantwoordelijkheid komt dan bij de ODNML te liggen.
Hoofdstuk 4: Programma toezicht en handhaving
4.1. Organisatorische en operationele uitgangspunten en doelstellingen
4.2. Doelstellingen toezichttaken
4.2.1 Toezichttaken paars kleurspoor
B. Benodigde en beschikbare toezichtcapaciteit
Om structureel toezicht uit te kunnen oefenen op de taken die op het vlak van het paarse kleurspoor in de hoge risicoklasse zijn ingeschaald en ook excessen met betrekking tot de taken die ingeschaald zijn in een gemiddelde risicoklasse, wordt ingeschat dat de volgende toezichtcapaciteit benodigd zal zijn.
De inschatting is dat er voor adequaat toezicht op al de voornoemde taken van het paarse kleurspoor 1400 uur benodigd zijn. Verdeeld over drie van de eigen medewerkers is er in de praktijk ook ongeveer 1400 uur aan toezichthoudende capaciteit beschikbaar.
De afgelopen jaren was er minstens 1200 uur nodig voor het uitvoeren van stelselmatige controles op de nalevering van vergunningen en ontheffingen (onderdeel A van bovengenoemd schema).
C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?
4.2.2. Geel kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van milieu belastende activiteiten
Voor het grootste deel van 2026 staan toezichthouders van de gemeentelijke organisatie niet zelf meer aan de lat voor het uitvoeren van milieucontroles. In 2026 dient met de collega’s van de ODNML afgesproken worden hoe noodzakelijk geachte ad hoc milieucontroles buiten de planning om praktisch vormgegeven kunnen worden (zoals geluidscontroles na klachten en vermeende milieu-overtredingen al dan niet buiten inrichtingen die door gemeentelijke toezichthouders worden gesignaleerd.
4.2.3. Rood kleurspoor: Stelselmatige controles op de naleving van brandveiligheidsregelgeving
B. Beschikbare toezichtcapaciteit
Bij de Veiligheidsregio Limburg Noord – Brandweerdistrict Venray is zo’n 300 uur beschikbaar om toezicht te houden op de bovenstaande taken. De systematiek van controleren die door de VRLN aangehouden wordt is beschreven in UP 2024 – 2027 van het Uitvoeringsprogramma 2024-2027.
C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?
D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?
4.2.4. Blauw kleurspoor: Toezichttaken van BOA Domein I (Blauwe BOA)
De primaire functie van de Blauwe BOA is om uitvoering te geven aan de ambitie om gebiedsgericht programmatisch toezicht op de regels van het Omgevingsrecht plaats te kunnen laten vinden. De Blauwe BOA heeft de volgende standaard aandachtspunten:
Daarnaast wordt de blauwe BOA ingezet bij het sluiten van panden waar Opiumwet delicten zijn begaan en tijdens evenementen voor het toezien op de naleving van de verleende evenementenvergunning en/of ontheffing en vervullen zij een rol bij de aanpak van ondermijning en jeugdoverlast. Zij leveren daarmee (net als de bouwtoezichthouders) een bijdrage aan de veiligheidsaanpak.
Ook zorgt de blauwe BOA voor (her)controles met betrekking tot handhavingszaken die geen specialistische kennis op het gebied van bouw-, brandveiligheid- of milieuregelgeving vergen.
Bij uitzondering kan de blauwe BOA na goedkeuring van de coördinator VTH ingezet worden bij het uitoefenen van adequaat toezicht op de juistheid van de adresgegevens na een daartoe strekkend verzoek van het team Burgerzaken. Wanneer er twijfel bestaat over de juistheid van het adres wordt een adresonderzoek opgestart. Dit kan zowel een administratieve controle als een fysieke adrescontrole zijn. Het doel van het adresonderzoek is om de feitelijke bewoningssituatie op een adres vast te stellen en deze, voor zover de aangetroffen personen langer dan 4 maanden in Nederland (gaan) verblijven, in de BRP te registreren. Veelal is een schriftelijk uitgevoerd adresonderzoek toereikend om te komen tot een juiste BRP- registratie. Indien dit niet het geval is volgt een fysieke adrescontrole.
Tenslotte zal de blauwe BOA in 2026 nadrukkelijk de aandacht hebben voor het opsporen van nieuwe gevallen van onrechtmatige huisvesting van internationale werknemers. Onderdeel van deze controles is tevens een marginale toets op aanwijzingen van mensenhandel en de betaling van buitensporig hoge huurbedragen met het oog de naleving van de regels van de Wet goed verhuurderschap.
B. Beschikbare en benodigde toezichtscapaciteit
Er wordt ingeschat dat er ongeveer 1150 uur aan beschikbare toezichthoudende capaciteit voorhanden is in 2026 en dat al deze uren benodigd zijn voor het uitvoeren van de hierna genoemde taken en ambities. Ook zullen er 50 uren van de gemeentelijke BOA Domein I dienen worden besteed aan toezicht op de naleving van de regels van de Alcoholwet en op basis hiervan verleende vergunningen (grijze kleurspoor).
C. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?
4.2.5. Grijskleurspoor: Inspectietaken Alcoholwet en exploitatievergunningen horeca
4.2.6. Groen kleurspoor: Inspectieprofielen gebiedsgericht toezicht BOA’s Domein II (Groene BOA’s)
Op basis van de dataset van het SSIL zijn hiernaast de meest voorkomende overtredingen in Limburg weergegeven op het vlak waar BOA’s Domein II op controleren.
Bij het opstellen van de inspectieprofielen is rekening gehouden met deze ervaringsgegevens.
In 2023 en 2024 werd vastgesteld dat we aanzienlijk minder aanvragen voor kapvergunningen ontvangen hebben als gemiddeld genomen over de afgelopen 5 jaar het geval was. Het vermoeden bestaat dat deze afname verband houdt met het feit dat de legeskosten voor de behandeling van deze aanvragen in 2023 aanzienlijk zijn verhoogd om beter aan te sluiten bij de daadwerkelijke behandelkosten. Dit zou dan impliceren dat er vanaf 2023 meer illegaal gekapt is. Voor 2025 is het daarom ook nadrukkelijk de bedoeling om scherp te letten op sporen van niet vergunde kapactiviteiten in de gemeente.
B. Beschikbare toezichtcapaciteit
Er is naar verwachting 2400 uur aan Groene BOA-capaciteit voorhanden in 2026. Geheel 2026 heeft de gemeente de beschikking over 2 Fulltime groene BOA’s (Domein II) die hun noodzakelijke diploma’s behaald hebben en bevoegdelijk uitgerust zijn met handboeien en een wapenstok.
C. Hoe verdelen we de beschikbare toezichtcapaciteit over de diverse taken met prioriteit?
D. Welke doelstellingen en kwaliteitseisen worden gesteld?
4.3. Juridische handhavingstaken
Het is de primaire insteek van het handhavingsbeleid om te bezien of er in onderling overleg goede structurele oplossingen gevonden kunnen worden voor activiteiten die overtredingen opleveren. Voor die zaken die niet in goed overleg opgelost kunnen worden en waar een handhavingsprocedure voor gestart worden, geldt het volgende. Indien er sprake is van een werkvoorraad van nieuwe handhavingszaken dienen de zaken die op basis van de het onderstaande schema de hoogste score hebben gekregen het eerste opgepakt te worden.
B. Benodigde en beschikbare personele capaciteit
Hoofdstuk 5: Programma Veiligheid
In totaal zijn er naar verwachting 1892 uur beschikbaar voor voornoemde te verrichten werkzaamheden (inclusief beoordeling van vergunningaanvragen in het kader van de Wet BIBOB). Deze uren zijn verdeeld over een adviseur openbare veiligheid en een medewerker openbare veiligheid. Bij de planning voor 2026 is ervan uitgegaan dat externe inhuur gevonden kan worden om volledig te compenseren voor het te verwachten verlies aan uren bij een van deze medewerkers wegens zwangerschapsverlof.
Hoofdstuk 6: Wijze van uitvoering controles
6.2 Hoe wordt inhoud gegeven aan efficiënte en effectieve toetsing door integraal te werken?
6.3 Samenwerking met andere bestuursorganen, organisaties en dienstverleners
Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUDLN) / Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML)
Met ingang van 1 januari 2015 heeft de gemeente Bergen alle milieutaken onder de RUD-paraplu gebracht. Het betreft alle vergunningverlening, toezicht, handhaving en specialistische taken op het gebied van milieu. Daarnaast is het specialisme ‘constructieve veiligheid’ onder de RUD-paraplu gebracht. De situatie is momenteel zo dat het milieutoezicht bij agrarische bedrijven in de gemeente Bergen in de praktijk via de RUD Limburg-Noord uitgevoerd wordt. Het milieutoezicht bij de overige bedrijven in onze gemeente wordt in principe uitgevoerd door de eigen gemeentelijke toezichthouder milieu. In 2016 is de gemeentelijke Kwaliteitsverordening vastgesteld waarin bepaald is op welke wijze we aan de regionale kwaliteitseisen op het gebied van de uitvoering van WABO-taken willen voldoen. Deze is eind 2023 aangepast voor de introductie van de Omgevingswet. Sinds oktober 2017 geldt een Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN). Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-61521.html
In 2025 is bepaald dat de ODNML een uniform takenpakket voor alle 15 deelnemende gemeentes zal uitvoeren. Ten opzichte van eerdere afspraken zijn BRIKS-taken niet langer in dit pakket opgenomen (de gemeente Bergen had deze ook niet aan de RUD uitbesteed, maar sommige andere gemeenten wel), maar daarentegen zijn er wel enkele BOA Domein II taken op milieutoezichthoudersvlak in dit takenpakket opgenomen evenals wat toetsingstaken met betrekking tot ruimtelijke plannen (de natuurtoets en soortenbescherschermingstoets bij ruimtelijke plannen blijft wel bij gemeenten). In 2026 dienen vóór en na de oprichting van de ODNML praktische werkafspraken met de ODNML-medewerkers gemaakt te worden hoe de samenwerking zo praktisch en goed mogelijk vormgegeven kan worden.
Samenwerking met politie en justitie
In de Sanctie- en gedoogstrategie Limburg die ook door de gemeente Bergen gevolgd wordt is bepaald in welke gevallen politie en justitie bij handhavingszaken betrokken worden. Ten aanzien van milieugerelateerde overtredingen wordt de overtreding van de zogenaamde ‘gekwalificeerde kernbepalingen’ ook aan de politie gemeld opdat deze ook strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Daarnaast worden overtredingen van de regels van het omgevingsrecht die niet via bestuursrechtelijke maatregelen hersteld kunnen worden en een overtreding van de Wet economische delicten of andere strafrechtelijke wetsartikelen opleveren bij de politie gemeld.
Daarnaast wordt de politie om assistentie gevraagd in handhavingszaken waar de gemoederen hoog op kunnen lopen en toezichthouders zich bedreigd kunnen voelen of bij het verrichten van hun taken onrechtmatig gehinderd worden door de overtreders of andere belanghebbenden. In 2025 is er tussen de gemeente en de politie / het OM een Handhavingsarrangement vastgesteld waarin voor alle type overtredingen waar BOA’s en de politie een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen bepaald welke rol en verantwoordelijkheid iedere partij heeft en hoe de samenwerking feitelijk vorm wordt gegeven.
Samenwerking met BOA’s van Het Limburgs landschap, de provincie Limburg en het waterschap
Momenteel zijn er van verschillende instanties buitengewone opsporingsambtenaren en toezichthouders actief op het grondgebied van de gemeente Bergen. Tot deze instanties behoren onder andere: Natuurmonumenten, sportvisserij Limburg, Staatsbosbeheer, Provincie Limburg, de politie en het Limburgs Landschap.
Ieder van deze opsporingsambtenaren en toezichthouders doet waarnemingen op Bergens grondgebied die ook van waarde voor andere instanties kunnen zijn. Een betere onderlinge communicatie, afstemming en gecoördineerde inzet met betrekking tot bepaalde issues (zoals de aanpak van afval- en asbestdumpingen, crosspraktijken en stroperij) kan een grote meerwaarde voor de gemeente hebben. In januari 2019 heeft de gemeente Bergen ingestemd met het bevoegdheidsconvenant ‘Handhaving in de natuur in de provincie Limburg’.
Dit convenant beoogt een goede samenwerking te bewerkstelligen op het gebied van de informatiewisseling en maakt het tevens mogelijk dat de buitengewoon opsporingsambtenaren van de deelnemende partijen op elkaars grondgebied (werkgebied) van hun bevoegdheden gebruik kunnen maken.
Het grote voordeel van deze convenant-constructie is dat we te allen tijde zelf bepalen kunnen of we assistentie aan andere instanties verlenen en dat we naar believen hulp kunnen vragen aan andere instanties. De coördinatie van oproepen voor gezamenlijke acties ligt bij de Provincie en politie, dus er komt voor de gemeente geen extra coördinerend werk bij, terwijl we er wel voordelen van hebben.
Samenwerking met douane, belastingdienst, NVWA, GGD en arbeidsinspectie
Deze samenwerking is beperkt tot themagerichte integrale handhavingsacties. Wanneer het vermoeden bestaat dat zich op een bepaalde locatie een groot aantal tekortkomingen voordoet die (ook) voor de douane, belastingdienst, voedsel- en warenautoriteit, GGD en/of arbeidsinspectie relevant kunnen zijn worden deze instanties ook voor het uitvoeren van de controle verzocht om aan te geven of zij behoefte hebben deel te nemen aan een onaangekondigde controle op de locatie waar de overtredingen vermoed worden. In het verleden heeft de gemeente Bergen een dergelijke integrale controle op verschillende kampeerterreinen in de gemeente plaats laten vinden.
Inschakelen van professionele rechtshulp (advocaten)
In sommige gevallen kan een bepaald resultaat (herstel in rechtmatige toestand) zowel bereikt worden door een publiekrechtelijk handhavingstraject te volgen als in te steken op een civielrechtelijk handhavingstraject (normaal gesproken is het volgen van het civielrechtelijke traject echter op basis van de zogenaamde ‘Tweewegen-leer’ uitgesloten wanneer een publiekrechtelijk traject gevolgd kan worden). In deze situaties heeft het de voorkeur in te steken op het volgen van een publiekrechtelijk handhavingstraject. Voor het initiëren van civielrechtelijke procedures geldt namelijk vaak verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat wat de gemeente veel geld kan kosten. Met het oog op het beperken van de met handhavingprocedures gemoeide kosten dient er zo spaarzaam mogelijk gebruik gemaakt te worden van de inschakeling van professionele rechtshulp.
Indien de gemeente zelf aansprakelijk wordt gesteld in een civiele procedure bestaat er echter vaak de mogelijkheid om deze kwestie door de verzekeraar te laten behandelen omdat de gemeente hiervoor verzekerd is.
Regionaal uitvoeringsteam (ACT!) en het Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT)
Ondermijnende criminaliteit uit zich in tal van vormen en zorgt voor complexe problemen. Om ondermijnende criminaliteit tegen te gaan werd het ACT! interventieteam in 2021 opgericht in Noord-Limburg. De basis van de ACT!-teams is de intergemeentelijke samenwerking van BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren) en toezichthouders. Het ACT! Interventieteam voert regelmatig gemeentelijke controles uit om zo criminele netwerken te verstoren en onze samenleving leefbaar en veilig te houden. Zij komen in actie bij drugscriminaliteit, prostitutie, witwassen, illegale bewoning, vergunningen, uitkeringsfraude, arbeidsuitbuiting, brandveiligheid en milieudelicten.
Voor een effectieve aanpak is samenwerking cruciaal. Bij de aanpak van ondermijning schakelen de regionale ACT!-teams met andere overheidspartners. Denk aan politie, belastingdienst en andere belangrijke organisaties. De bestuurlijke handhaving is in Noord-Limburg succesvol gebleken en heeft ertoe geleid dat er in het voorjaar van 2024 in heel Limburg dergelijke teams zijn opgericht.
In 2021 is er ook een Flexibel regionaal uitvoeringsteam (FRIT). Dit team heeft ten doel overtredingen met betrekking tot de huisvesting van arbeidsmigranten tegen te gaan. Door deze samenwerking wordt beoogd om belasting-, premie-, uitkeringsfraude terug te dringen, misbruik en oneigenlijk gebruik van toeslagen. In het FRIT werken 8 landelijke ketenpartners (waaronder de belastingdienst, de Immigratie- en naturalisatiedienst, het UWV, de SVB en de inspectie SZW) samen. Om onderling relevante gegevens uit te kunnen wisselen en samen te kunnen werken is begin 2021 een convenant tussen partijen gesloten en heeft de gemeente Bergen ook de “Samenwerkingsovereenkomst voor Interventieteams 2017 (LSI)”.
Samenwerking met Veiligheidsregio Limburg Noord
De VRLN beoordeeld de risico’s van branden, rampen en crises en gaat in op de mogelijkheden deze incidenten te voorkomen, te beperken, de zelfredzaamheid te versterken en de maatregelen om het brandweeroptreden zo goed en veilig mogelijk te kunnen laten plaatsvinden. Hiervoor adviseert de VRLN de gemeente Bergen risicogericht in het kader van de vergunningverlening op het gebied van omgevings- en brandveiligheid. Ook voert de VRLN op dit gebied het toezicht uit en adviseert het de gemeente Bergen in het kader van handhaving. De VRLN rapporteert per kwartaal jaarlijks over de uitgevoerde werkzaamheden en de communicatielijnen zijn kort en goed. Wekelijks neemt een medewerker van de Veiligheidsregio deel aan het gemeentelijke initiatievenoverleg, waarbij alle nieuwe aanvragen die de gemeente dient te beoordelen besproken worden.
Hoofdstuk 7: Vormgeving juridisch handhavingstraject (aanschrijvingstraject)
Na het constateren van een overtreding wordt de sanctiestrategie gehanteerd volgens standaard het driestappentraject. Binnen de gemeentelijke organisatie zal de sanctiestrategie zoveel mogelijk uniform toegepast worden. Een op te leggen sanctie kan zijn: een last onder dwangsom, bestuursdwang of het intrekken van een vergunning/ontheffing.
De keuze voor drie stappen is ingegeven door het inzicht dat enerzijds een overtreder de ruimte dient te krijgen zijn gedrag aan te passen en maatregelen moet kunnen nemen. Anderzijds mag het handhavingstraject niet onevenredig lang worden met het gevaar dat er onvoldoende zicht is op het beëindigen van de illegale situatie.
1. Mondeling contact en eerste aanschrijving (sommatiebrief)
De overtreder wordt door middel van een brief op de overtreding gewezen en krijgt de mogelijkheid om binnen een gestelde termijn de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. In alle gevallen waarin dit (redelijkerwijs) mogelijk is dient vóór het versturen van de eerste brief mondeling contact gezocht te worden om de overtreder in kennis te stellen van de actie die vanuit de gemeente geïnitieerd zal worden naar aanleiding van de bevindingen. Wanneer tijdens dit mondelinge contact goede afspraken gemaakt kunnen worden over de beëindiging van de overtreding kan ervoor gekozen worden om het versturen van de sommatiebrief achterwege te laten. Het achterwege laten van de sommatiebrief dient echter uitzondering te vormen om vertragingstactieken de kop in te drukken en geen misverstanden te laten bestaan over datgeen wat concreet gevorderd wordt.1 Mondelinge afspraken worden schriftelijk (per mail of per brief) bevestigd aan de (mogelijke) overtreder. Bij de overtreding van een kernvoorschrift in de milieuvergunning volgt direct een brief naar het Openbaar Ministerie.
2. Hercontrole en vooraanschrijving zienswijze
Als geconstateerd wordt dat aan het eerste schrijven geen gehoor is gegeven, wordt naar de overtreder een bestuurlijke waarschuwing verstuurd met een nieuwe termijn. Daarbij wordt duidelijk gemaakt welke sancties de gemeente open staan om de overtreding te beëindigen en eventuele schade te herstellen. De politie (het Openbaar Ministerie) heeft hierbij de mogelijkheid om ook strafrechtelijk op te treden. De keuze om wel of niet strafrechtelijk op te treden is volledig aan het Openbaar Ministerie te bepalen. Strafrechtelijk optreden is hier wel als uitgangspunt gehanteerd.
3. Oplegging en uitvoering bestuursrechtelijke beschikking
Als ook de bestuurlijke waarschuwing niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, legt de gemeente conform de procedure van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb-procedure) een handhavingsbeschikking op. Na het verstrijken van de termijn in deze beschikking worden de aangekondigde sancties geëffectueerd.
Van het 3-stappentraject kan in de volgende situaties worden afgeweken:
In dat geval zijn dit de twee stappen:
In voorkomende acute gevallen of onomkeerbare situaties kan bestuursdwang mondeling worden aangezegd en meteen worden geëffectueerd. Naderhand dient de bestuursdwang alsnog op schrift te worden gesteld en bekend te worden gemaakt. Hieronder staan enkele voorbeelden:
In dat geval is dit de enige stap:
Wanneer bestuursrechtelijk optreden geen oplossing biedt, bijvoorbeeld omdat er sprake is van onherstelbare schade, vindt overleg met de politie plaats om tot een strafrechtelijke vervolging te komen.
Hoofdstuk 8: Waarborging middelen en inzet personele capaciteit
8.1 Benodigde en beschikbare capaciteit vergunningverleningstaken
* Deze toetsingscapaciteit wordt door een medewerker buiten het VTH-team geleverd.
** Een probleem ontstaat wanneer het om meer uren gaat of gaat over vergunning gerelateerde zaken waar ook een handhavingstraject speelt. In dat geval zal bezien worden wat de meest geschikte andere collega is die deze zaak kan behartigen.
In de eind 2025 gepresenteerde gewijzigde begroting van de RUD is te lezen dat men inschat dat de ODNML over 2026 een deelnemersbijdrage van de gemeente Bergen zal verlangen van in totaal € 345.000,- (incidenteel 32.000,- en structureel 313.000,-). Ten opzichte van het begrote totale budget voor de RUD / ODNML van ongeveer € 297.000,- (waarvan gedurende 2026 nog € 92.000,- van het HRM-budget naar het VTH milieubudget overgeheveld moeten worden) betekent dit een tekort is van ongeveer € 48.000,-.
In het oprichtingsjaar van de ODNML is het echter niet te verwachten dat de daadwerkelijke rekening die eind 2026 zal worden gefactureerd voor het werk dat de ODNML heeft gedaan daadwerkelijk zo hoog zal zijn als waar de RUD momenteel rekening mee houdt. Deze berekening gaat er immers vanuit dat de totale bezetting die men wenst te realiseren in het oprichtingsjaar op meer dan 60% van de omvang zal zijn waarnaar gestreefd wordt. Bovendien is het boekjaar in april 2026 wanneer de ODNML begint al 1 kwartaal korter dan gebruikelijk en lijkt het niet onwaarschijnlijk dat de ODNML ervaren medewerkers van de gemeente Bergen die niet meegaan en nu wel al jaren RUD-werkzaamheden uitvoeren in 2026 nog zal verzoeken om tijdelijk detacheringswerk voor de ODNML uit te voeren (waar inkomsten tegenover staan waar nu nog geen rekening mee gehouden is). In de loop van 2026 en na de oprichting en inwerkingtreding van de ODNML zal moeten worden geëvalueerd of het echt waarschijnlijk is dat nog meer budget gereserveerd moet worden voor de ODNML.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-99490.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.