Gemeenteblad van Pijnacker-Nootdorp
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2026, 99427 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Pijnacker-Nootdorp | Gemeenteblad 2026, 99427 | beleidsregel |
Beleidsregel Bibob gemeente Pijnacker-Nootdorp 2026
Het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp;
gezien het advies van het Domein Samenleving van 13 januari 2026;
Het doel van de Wet Bibob is om te voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld (onbewust) mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie aan te gaan. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Meer informatie over hoe de gemeente de Wet Bibob toepast staat beschreven in bijlage 2. Heeft u na het lezen van de beleidsregel vragen over de manier waarop de gemeente de Wet Bibob toepast? Neem dan contact op met de gemeente door een mail te sturen naar bibob@pijnacker-nootdorp.nl of door telefonisch contact op te nemen via 14015.
In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder leest u wat die begrippen betekenen.
Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp) of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om iets te doen.
Artikel 1.2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Pijnacker-Nootdorp omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Artikel 1.3 Tijdelijke afwijking van deze beleidsregel
De tijdelijke afwijking wordt voor beëindiging geëvalueerd. Indien de evaluatie leidt tot aanpassing van deze beleidsregel in overeenstemming met de wijze waarop de tijdelijke afwijking is uitgevoerd, kan het college of de burgemeester, uiterlijk vóór het verstrijken van de maximale tijdsduur besluiten om met maximaal een jaar te verlengen.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
Artikel 2.1 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand een vergunning aanvraagt?
De gemeente voert meestal geen eigen onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die onder de Woningwet vallen.
Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen onderzoek uitvoeren als één van de situaties uit lid 3 van dit artikel voorkomen.
Artikel 2.2 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand al een vergunning heeft (verleende vergunning)?
De gemeente zal een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als beide situaties hieronder voorkomen:
Eén of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
Artikel 2.3 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe bij subsidies?
De gemeente zal een eigen onderzoek starten bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels) goedgekeurde subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening als:
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties, zoals vastgoedtransacties en/of overheidsopdrachten.
Artikel 3.1 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie aan gaat, zoals het aankopen of verkopen van onroerende zaken (waaronder gebouwen en/of percelen grond), het vestigen van zakelijke rechten dan wel het aangaan van huurovereenkomsten. De gemeente moet de betrokkene laten weten wanneer het een Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in de verkoopleidraad (selectieleidraad/aanbestedingsleidraad) en/of vertelt dit bij aanvang van de onderhandelingen, teneinde transparantie te waarborgen en de wederpartij in staat te stellen hiermee rekening te houden in het verdere proces.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder de overeenkomst kan ontbinden als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de wederpartij niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.
Artikel 3.2 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst aan willen gaan met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in de (aanbestedings)documenten. De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst. Daarin staat dat de gemeente de overeenkomst kan ontbinden als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
Artikel 3.3 Wat gebeurt er als iemand weigert mee te werken aan het Bibob-onderzoek?
Als de betrokkene weigert om de Bibob-vragenformulieren (volledig en naar waarheid) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht aan te gaan met die persoon. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente heeft informatie hierover opgenomen in de documentatie met betrekking tot de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht.
Artikel 4.1 De oude beleidsregel wordt ingetrokken
De “Beleidslijn 2012 voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in de gemeente Pijnacker-Nootdorp” van 11 oktober 2012 wordt ingetrokken.
Vastgesteld in de vergadering van 13 januari 2026.
het college van Pijnacker-Nootdorp,
Annelies Kroeskamp
Björn Lugthart
Secretaris
Burgemeester
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Pijnacker-Nootdorp – als dat kan – een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut.
Activiteiten waarvoor in de gemeente Pijnacker-Nootdorp een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Wanneer voert de gemeente een Bibob -onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals het afgeven van een omgevingsvergunning of het aangaan van een vastgoedtransactie. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob .
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er altijd een vergunning nodig.
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob .
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er in sommige gevallen een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
Bijlage 2: Toelichting op het Bibob onderzoek van de gemeente
Deze toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
De gemeente begint met een eigen onderzoek. Als dit onderzoek niet genoeg informatie oplevert om een beslissing te nemen, kan de gemeente ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
Ook kan de gemeente tijdens het onderzoek hulp vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
In de beleidsregel Wet Bibob staat wanneer de gemeente een eigen onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van de politie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Gaat het om een privaatrechtelijke overeenkomst? Dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en de overeenkomsten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
Eigen onderzoek door de gemeente
De gemeente start met een eigen onderzoek. De gemeente voert hiervoor onderstaande stappen uit.
Wanneer de gemeente een eigen onderzoek start, vraagt het de betrokkene in bijna alle gevallen om het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. De betrokkene moet ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als de betrokkene de aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
De gemeente voert daarna de volgende acties uit:
De gemeente kan de volgende extra gegevens opvragen:
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar ook van Bibob-relaties van de betrokkene (met uitzondering van politiegegevens). Daaronder vallen de volgende personen:
Politiegegevens mogen alleen opgevraagd worden van de betrokkene en eventueel de bestuurders of vennoten van de betrokkene. Of wanneer dit voor een andere wet geregeld is (bijvoorbeeld de Alcoholwet), in sommige gevallen ook andere personen zoals leidinggevende.
De betrokkene moet de volgende informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert.
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Op het Bibob-vragenformulier wordt aangegeven welke documenten meegestuurd moeten worden.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan na het uitvoeren van het eigen onderzoek het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan de aanvraag wel altijd intrekken.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te geven, of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht aan te gaan?
De gemeente beoordeelt zelf, of met een advies van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief besluit neemt. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Wet Bibob? Dan kan de gemeente extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing ? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Die extra regels moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie aan te gaan. Of de overeenkomst te ontbinden. De gemeente moet die optie wel in de overeenkomst hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet volledig in te vullen en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene een redelijke termijn heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven. Of de overeenkomst voor deze overheidsopdracht te ontbinden. De gemeente moet de clausule wel in de overeenkomst hebben opgenomen.
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Ook het Landelijk Bureau Bibob moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het Landelijk Bureau Bibob meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Lukt het het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies te geven aan de gemeente? Dan kan het de periode verlengen met maximaal 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob). De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het dit op bij de betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven. Ook de gemeente krijgt deze periode erbij om op de aanvraag te reageren.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om over de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het Landelijk Bureau Bibob geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
De betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheim houden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
Reageren op een negatief besluit naar aanleiding van een Bibob-onderzoek
Komt er een negatief besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Andere rechten en plichten van de gemeente
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf jaar lang gebruiken voor een andere beslissing.
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8 van de Wet Bibob, als:
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-99427.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.