Gemeenteblad van Kerkrade
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 99284 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Kerkrade | Gemeenteblad 2026, 99284 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Huisvestingsverordening gemeente Kerkrade 2026
Besluit van de raad van de gemeente Kerkrade tot vaststelling van de huisvestingsverordening van de gemeente Kerkrade 2026 (Huisvestingsverordening gemeente Kerkrade 2026)
De raad van de gemeente Kerkrade;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026 en nummer 26n00040;
gelet op artikel 4 van de Huisvestingswet 2014, in samenhang met de artikelen 1, 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, en op de artikelen 149 en 149a van de Gemeentewet;
gezien de aanwijzing van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 februari 2026;
gezien het advies van de commissie Grondgebied en Economische zaken;
besluit vast te stellen de volgende verordening: Huisvestingsverordening gemeente Kerkrade 2026
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. bereidverklaring: schriftelijke verklaring van of namens de eigenaar, dat deze bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik te geven;
b. blijf-van-mijn-lijfhuis: een door of namens de gemeente erkende, beveiligde opvangvoorziening die is bestemd voor personen (en eventueel hun minderjarige kinderen) die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld, eergerelateerd geweld of bedreiging, en die om redenen van veiligheid of bescherming tijdelijk niet in hun eigen woonomgeving kunnen verblijven;
c. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade;
d. directe bemiddeling: rechtstreeks te huur aanbieden van een woning aan een woningzoekende door een woningcorporatie, zonder dat deze woningzoekende gereageerd hoeft te hebben op een aanbod van de woning op een aanbodinstrument;
e. eigenaar: (voor zover niet anders is bepaald) de eigenaar volgens het kadastraal register die bovendien juridisch en economisch bevoegd is tot het in gebruik geven van het kadastraal object.
Naast de eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek wordt hieronder mede verstaan de zakelijk gerechtigde;
f. herhuisvester: een huishouden reeds woonachtig in een woning van een toegelaten instelling binnen de aangewezen gebieden vóór ingang van deze verordening, die de woning van een toegelaten instelling dient te verlaten vanwege herstructurering;
g. huishouden: één persoon die een woning bewoont; of twee of meerdere personen die een woning bewonen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, niet zijnde kamerverhuur;
h. inwoning: bewoning van een deel van een zelfstandige woonruimte die blijkens de Basisregistratie Personen voorafgaand aan de bewoning door de inwonende(n) reeds door een ander huishouden als hoofdverblijf in gebruik is genomen;
i. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
j. particuliere verhuurder: verhuurder niet zijnde een toegelaten instelling of een dochtermaatschappij als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een toegelaten instelling;
k. statushouder: vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet;
l. student: ingeschrevene aan een opleiding voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs in Nederland of StädteRegion Aachen;
m. toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
n. verhuurder: degene die woonruimte in gebruik geeft of wenst te geven;
o. wet: Huisvestingswet 2014, tenzij anders is aangegeven;
p. woningmarktregio: de Regio Parkstad Limburg;
q. woningzoekende: huishouden dat woonruimte zoekt in de gemeente Kerkrade;
r. Zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte.
Hoofdstuk 2: Bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek
Dit hoofdstuk is van toepassing op alle zelfstandige en onzelfstandige huurwoningen die in gebruik worden genomen of gegeven binnen het gebied zoals omschreven in bijlage I van deze verordening.
Artikel 4. Aanvraag en beslissing huisvestingsvergunning
De aanvraag van een huisvestingsvergunning wordt door of namens een woningzoekend huishouden die een woonruimte in gebruik wil nemen ingediend bij het college via het vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden:
b. voor- en achternaam, geboortedatum en -plaats, adres, woonplaats, en, voor zover de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, bewijs dat aanvrager op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, dan wel vreemdeling is en rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000 van de aanvrager en de personen van 16 jaar en ouder die met de aanvrager de woning willen betrekken;
c. de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken;
d. het adres van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;
e. een bereidverklaring van of namens de eigenaar van de woonruimte, waarin staat dat deze bereid is de woonruimte vanaf een bepaalde datum in gebruik te geven aan de aanvrager van de vergunning;
f. beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;
g. een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft;
h. meest recente inkomensgegevens van de woningzoekende, verstrekt door diens werkgever, uitkeringsinstantie of pensioeninstantie dan wel de meest recente aanslag inkomstenbelasting of een accountantsverklaring indien aanvrager zelfstandig werkzaam is.
Artikel 5. Bekendmaking aanbod van woonruimte
Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt door de verhuurder bekendgemaakt op het door het college aangewezen aanbodinstrument. Zolang dit aanbodinstrument nog niet aangewezen is wordt het aanbod bekend gemaakt door publicatie op een kosteloos toegankelijk digitaal platform dat plaatselijk algemeen bekend is, of door middel van een advertentie in een plaatselijk algemeen bekend nieuwsblad.
De bekendmaking bevat in ieder geval:
a. het adres en de huurprijs van de woonruimte, de oppervlakte, het aantal kamers en de mededeling of sprake is van zelfstandige of onzelfstandige woonruimte;
b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik gegeven of genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend, en
c. de criteria en voorrangsregels als bedoeld in artikelen 6, 7 en 8.
De aanvrager die minder dan zes jaar voorafgaand aan de aanvraag van een huisvestingsvergunning onafgebroken ingezetene is van de woningmarktregio, komt slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien deze beschikt over:
a. een inkomen op grond van het in dienstbetrekking verrichten van arbeid;
b. een inkomen uit zelfstandig beroep of bedrijf;
c. een inkomen op grond van een regeling voor vrijwillig vervroegd uittreden;
d. een ouderdomspensioen als bedoeld in de Algemene Ouderdomswet;
e. een ouderdoms- of nabestaandenpensioen als bedoeling de Wet op de loonbelasting 1964;
f. een aanspraak op studiefinanciering als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000.
Artikel 7. Voorrang op basis van sociaal-economische kenmerken
Onverminderd de criteria van dit hoofdstuk komt een aanvrager van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte gelegen in een gebied als bedoeld in bijlage I met voorrang in aanmerking voor vergunningverlening indien deze werkzaam is in één van de volgende maatschappelijke sectoren:
c. openbare orde en veiligheid;
e. techniek en informatie- en communicatietechnologie;
Artikel 8. Onderzoek op basis van politiegegevens
De aanvrager komt slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning indien op grond van het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, blijkt dat er geen gegrond vermoeden is, dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in dat complex, die straat of dat gebied.
Een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wil huisvesten, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt slechts verleend, indien op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt, dat er geen gegrond vermoeden is dat zijn huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in het complex, de straat of het gebied waarin de woonruimte van de houder van de huisvestingsvergunning is gelegen.
Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid kan uitsluitend rekening worden gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens:
a. het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door:
ii. Het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen;
iii. Het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid;
iv. Vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of directe omgeving ervan;
b. Onrechtmatig gebruik van de woning;
c. Gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers;
d. Gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers;
e. Activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning;
f. Openbare dronkenschap in de omgeving van de woning;
g. Het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving;
h. Brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning;
i. Radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht.
Een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Indien de in dat artikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd.
Indien aan de in het vorige lid bedoelde woonverklaring voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften opgenomen in de huisvestingsvergunning. Het college kan bij overtreding van deze voorschriften een bestuurlijke boete opleggen of met behulp van bestuursdwang de overtreding (laten) beëindigen.
Artikel 9. Weigering van de huisvestingsvergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de wet wordt een huisvestingsvergunning geweigerd indien:
a. de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de wet;
b. niet tenminste één lid van het huishouden van de aanvrager meerderjarig is als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; of
c. de aanvrager niet voldoet aan de criteria die worden gesteld in dit hoofdstuk.
Onverminderd het bepaalde in artikel 15 van de wet kan een huisvestingsvergunning worden geweigerd indien:
a. het aanbod van de woonruimte niet overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 5 van deze verordening heeft plaatsgevonden;
b. voor de woonruimte reeds een huisvestingsvergunning van kracht is;
c. de woonruimte niet in overeenstemming is met de regels van het omgevingsplan van de gemeente Kerkrade.
Artikel 10. Intrekken of vervallen van de vergunning
De huisvestingsvergunning kan worden ingetrokken indien:
a. de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt;
c. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de vergunning niet zou zijn verstrekt op basis van die gegevens indien deze bij de beoordeling van de aanvraag bekend waren;
De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder binnen een termijn van 26 weken na verlening van de vergunning:
a. de in de vergunning vermelde woonruimte niet in gebruik heeft genomen, of
b. de in de vergunning vermelde personen niet heeft ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het in de vergunning vermelde adres.
Hoofdstuk 3. Overige bepalingen
De boete op grond van het eerste lid bedraagt voor het in gebruik geven of verhuren als bedoeld in artikel 3:
a. voor de eerste overtreding binnen een periode van 24 maanden: € 3.000,--;
b. voor de tweede overtreding binnen een periode van 24 maanden: € 6.000,--;
c. voor de derde en elke volgende overtreding binnen een periode van 24 maanden € 12.000,--.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering van 25 februari 2025.
De voorzitter van de raad, De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen. mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
Bijlage I. Aangewezen buurten en straten als bedoeld in hoofdstuk 2
In de volgende gebieden is hoofdstuk 2 van deze verordening van toepassing .
Artikel 2 Straten, gelegen in andere buurten dan artikel 1
Buurt Heilust : betreft alle adressen behorende bij postcode
Buurt Kaalheide : betreft alle adressen behorende bij postcode
Buurt Erenstein : betreft alle adressen behorende bij postcode
Buurt Rolduckerveld : betreft alle adressen behorende bij postcode
Buurt Bleijerheide: betreft alle adressen behorende bij postcode
Buurt Nulland : betreft alle adressen behorende bij postcode
Toelichting Huisvestingsverordening gemeente Kerkrade 2026
Met het vaststellen van de Huisvestingsverordening gemeente Kerkrade 2026 wordt uitvoering gegeven aan de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp). Deze verordening heeft tot doel om op basis van de Wbmgp woningen selectief toe te wijzen in een aantal aangewezen gebieden, teneinde een concentratie van problematiek tegen te gaan en een evenwichtige en leefbare samenstelling van wijken en buurten te bevorderen. Er is vastgesteld dat in bepaalde gebieden sprake is van een opeenstapeling van sociale en economische problemen, waaronder overlast, criminaliteit en een kwetsbare woningmarkt. Door toepassing van de Wbmgp kan gestuurd worden op de instroom van nieuwe bewoners in deze gebieden en daarmee bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid.
Selectieve woningtoewijzing op basis van de Wbmgp
De gemeente Kerkrade werkt aan het behoud en versterken van de leefbaarheid en veiligheid van buurten en wijken. Al langere tijd wordt geïnvesteerd in maatregelen die bijdragen aan een gezonde woningmarkt en een sterke leefomgeving. Samen met regionale en lokale partners zet de gemeente in op vitale woonwijken en een kansrijke samenleving, waarin bewoners zich kunnen ontwikkelen. De aanpak is integraal en wijkgericht, met gerichte ingrepen in de woningvoorraad (zoals renovatie, sloop en nieuwbouw) en een sterke focus op sociale en fysieke transitie.
Via een aantal sporen is Kerkrade bezig om de uitdagingen aan te pakken. Kerkrade heeft daarnaast al een aantal juridische instrumenten ingezet om de woningmarkt en leefbaarheid te verbeteren. Het toepassen van selectieve woningtoewijzing draagt bij aan het aanpakken van deze uitdagingen. Selectieve woningtoewijzing op basis van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek vormt een inperking van de vrijheid van vestiging en het recht op privacy. Het inzetten van het instrument is dan ook zorgvuldig afgewogen. De toepassing is bij wet aan een aantal vereisten en waarborgen gebonden.
Selectieve woningtoewijzing kan slechts in een daartoe op verzoek van de gemeenteraad door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen gebieden. De gemeenteraad heeft op 17 december 2025 besloten een aanvraag voor een gebiedsaanwijzing bij de Minister in te dienen. Een volledige onderbouwing en beschrijving van de gebieden waar de selectieve woningtoewijzing van toepassing is, is terug te vinden in het betreffende raadsvoorstel. Tevens verwijzen wij naar het raadsvoorstel voor een uitgebreid overzicht van de reeds genomen maatregelen zoals hiervoor benoemd.
De gemeente Kerkrade is al sinds lange tijd middels een samenhangend pakket van maatregelen (beleidsmatig, sturingsinstrumenten en uitvoering) aan de slag om regie te nemen op een verstoord woonklimaat door misstanden te bestrijden, een gezonde woonmix te bevorderen, woonoverlast te beperken, malafide actoren de pas af te snijden, spreiding van doelgroepen te bevorderen en diversificatie van de woningvoorraad te stimuleren. Daarnaast spelen tal van interventies in de leefomgeving, het woningprogramma en de sociale aanpak. Desalniettemin wordt het wenselijk geacht om in deze geselecteerde buurten en straten/complexen, specifiek met het oog op de leefbaarheid, nog stringenter te kunnen sturen op de toewijzing van woonruimte via de mogelijkheden die door artikel 8, 9 en 10 Wbmgp worden geboden.
De inzet van artikel 8 (selectie op basis van de aard van het inkomen) van de Wbmgp geeft de gemeente de bevoegdheid om in de aangewezen gebieden de toewijzing van huurwoningen te baseren op de aard van het inkomen. Dit betekent dat de gemeente kan eisen dat potentiële huurders een bepaald type inkomen hebben, zoals inkomen uit arbeid, bedrijf of bepaalde uitkeringen, om in aanmerking te komen voor een woning in dat gebied. Dit heeft tot doel de concentratie van het aantal en aandeel van financieel kwetsbare bewoners te verminderen en zo de sociaal-economische structuur van de buurt te versterken en het draagvermogen van de wijk te vergroten.
De inzet van artikel 9 (voorrang op basis van sociaal-economische kenmerken) van de Wbmgp heeft tot doel te sturen op evenwichtige en draagkrachtige woonwijken. Door toepassing van artikel 9 kunnen woningzoekenden met bepaalde kenmerken een bevoordeelde positie geven bij het verkrijgen van een huurwoning teneinde meer gemengde, leefbare wijken te creëren door een gemengde samenstelling van achtergronden en inkomens te bevorderen.
De inzet van artikel 10 (selectie ter beperking van overlast gevend en crimineel gedrag) van de Wbmgp geeft de gemeente de bevoegdheid om in de aangewezen gebieden selectieve woningtoewijzing toe te passen door bij de toewijzing rekening te houden met een verleden van (woon)overlast en/of crimineel gedrag. In combinatie met andere maatregelen draagt dit bij aan het leef- en woonklimaat in de aangewezen kwetsbare buurten.
Een huisvestingsvergunning, of de beslissing tot weigering of intrekking daarvan, is een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen een besluit kan een belanghebbende (in ieder geval: de aanvrager maar ook een woningzoekende die meent ten onrechte de huisvestingsvergunning niet gekregen te hebben ) bestuursrechtelijke rechtsmiddelen aanwenden. Deze rechtsmiddelen zijn: bezwaar, beroep, hoger beroep en, parallel aan bezwaar, beroep of hoger beroep, de indiening van een verzoek om een voorlopige voorziening.
In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven behandeld.
Het aantal definities van artikel 1 is beperkt aangezien de wet (in artikel 1) al een flink aantal definities kent die ook bindend zijn voor deze verordening.
Directe bemiddeling: Bij directe bemiddeling biedt de corporatie een huurwoning rechtstreeks aan een woningzoekende te huur aan, zonder dat deze woningzoekende gereageerd hoeft te hebben op een aanbod van de woning op een aanbodinstrument. Vaak wordt in dat geval een woning niet eens aangeboden op een aanbodinstrument. Bij directe bemiddeling binnen een aangewezen gebied geldt de
vergunningsvereiste van artikel 3 van deze verordening onverkort, zodat ook bij directe bemiddeling getoetst dient te worden aan alle geldende artikelen.
Herhuisvester: dit betreft alleen huurders die huren bij een woningcorportie en op basis van het sociaal statuut van een woningcorporatie kan verhuizen naar een andere huurwoning via bemiddeling door diezelfde woningcorporatie. Huurders van particuliere woningen of huurders via een leegstandsbeheer (bijvoorbeeld via Maximus of Ad hoc) worden niet gezien als herhuisvester.
Dit artikel bepaalt dat de regels uit dit hoofdstuk uitsluitend gelden voor woonruimten in de aangewezen gebieden (bijlage I). De toepassing van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) wordt daarmee geografisch begrensd. Buiten de aangewezen gebieden gelden deze regels niet.
Daarnaast bepaalt het artikel dat de regels gelden voor het in gebruik geven of nemen van deze huurwoonruimten.
In de aangewezen gebieden mag een huurwoning alleen worden betrokken met een huisvestingsvergunning. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om vooraf te toetsen of een huishouden voldoet aan de geldende criteria. Als een huurder zonder huisvestingsvergunning een woning betrekt, zijn zowel de huurder als de verhuurder in overtreding.
Er zijn twee uitzonderingen gemaakt op de verbodsbepalingen. Als eerste gelden de verboden niet voor blijf-van-mijn-lijfhuis. Het doel van verblijven in en blijf-van-mijn-lijfhuis is ontsnappen uit een geweldssituatie of ontsnappen aan ernstige bedreiging door middel van een anonieme plaatsing.
Registratie in systemen en de daarbij behorende gegevensverwerking terwijl deze personen zo anoniem mogelijk geplaatst dienen te worden is daarbij niet wenselijk.
Daarnaast is ook een uitzondering opgenomen voor herhuisvesters, waarbij het uitdrukkelijk enkel gaat om gevallen waarin bewoners reeds woonachtig waren in een woning van een toegelaten instelling binnen een aangewezen gebied vóór inwerkingtreding van deze verordening. Binnen Kerkrade zijn er veel woningbouwprojecten, waar de gemeente samen met projectontwikkelaars en woningcorporaties werkt aan gebiedsontwikkeling en herstructurering van het woningaanbod. Door deze herstructurering worden woningen gesloopt, waardoor bewoners herplaatst dienen te worden. Enkel voor de bewoners van deze woningen die reeds vóór inwerkingtreding van deze verordening hun hoofdverblijf in deze woning hebben en door de herstructurering gedwongen moeten verhuizen wordt éénmalig uitgezonderd worden van de vergunningplicht. Bij een eventuele nieuwe verhuizing nadien gelden de verbodsbepalingen onverkort. Deze uitzondering geldt niet voor bewoners van woningen in het kader van leegstandsbeheer.
Artikel 4. Aanvraag en beslissing
Naast de reguliere gegevens worden aanvullende bescheiden gevraagd, zoals inkomensgegevens en een bereidverklaring van de eigenaar. Deze gegevens zijn nodig om te beoordelen of de aanvrager beschikt over voldoende bestaanszekerheid en of de verhuurder instemt met de toewijzing. Indien namens het
woningzoekend huishouden een aanvraag wordt ingediend kan dit enkel worden gedaan door degene die daartoe schriftelijk is gemachtigd.
Artikel 5. Bekendmaking aanbod
Het aanbod van woningen in de aangewezen gebieden moet transparant worden gepubliceerd. Dit waarborgt dat woningzoekenden gelijke toegang hebben tot beschikbare woonruimte en dat de selectieprocedure controleerbaar is.
Op basis van dit artikel worden eisen gesteld aan de aard van het inkomen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Ligt een woning in een aangewezen gebied, dan dient de kandidaat-huurder die thans buiten de regio Parkstad Limburg woont dan wel korter dan zes jaar binnen de regio Parkstad Limburg woont, aan te tonen dat deze beschikt over een inkomen conform dit artikel. Hiermee wordt beoogd dat nieuwe bewoners beschikken over een stabiele inkomenspositie, wat bijdraagt aan de sociaaleconomische stabiliteit van de wijk.
Artikel 7. Voorrang op basis van sociaal-economische kenmerken
Woningzoekenden die werkzaam zijn in vitale beroepsgroepen krijgen voorrang. Hiermee wordt beoogd om in deze gebieden ‘sterke schouders’ toe te voegen om de veerkracht in de buurt een impuls te geven.
Artikel 8. Onderzoek op basis van politiegegevens
Dit artikel biedt de mogelijkheid om een huisvestingsvergunning van kandidaat-huurders te weigeren als na een screening blijkt dat er een verleden met (woon)overlast en/of crimineel gedrag is. De burgemeester kan op basis van politiegegevens beoordelen of er een gegrond vermoeden bestaat dat huisvesting zal leiden tot overlast of criminaliteit. De beoordeling wordt gemaakt op basis van de in artikel 10b van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek genoemde criteria en naar aanleiding van deze beoordeling geeft de burgemeester een woonverklaring af, waaraan voorschriften verbonden kunnen worden. Indien de woonverklaring daar aanleiding toe geeft, wordt de vergunning geweigerd. Deze maatregel geldt in de aangewezen gebieden voor zowel woningzoekenden uit de regio als voor woningzoekenden van buiten de regio.
Artikel 9. Weigering van de vergunning
Dit artikel somt de gronden op waarop een vergunning moet of kan worden geweigerd. Het college kan in uitzonderlijke gevallen toch een vergunning verlenen indien weigering tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.
Artikel 10. Intrekken van vergunning
De intrekkingsgronden zorgen ervoor dat een vergunning kan worden beëindigd indien deze niet correct wordt gebruikt of is verkregen. Het intrekken van een vergunning is een besluit in de zin van de Awb.
Artikel 11. Bestuurlijke boete
Naast het bepalen dat de bestuurlijke boete kan worden opgelegd, bepaalt de raad in de verordening ook de hoogte van de boete bij verschillende overtredingen. De hoogte van de boete dient evenredig te zijn aan de ernst van de overtreding. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het daadwerkelijk opleggen van een bestuurlijke boete. De wet geeft alleen bestuursrechtelijke handhavingsmogelijkheden. Het gewone strafrecht geldt daarnaast bij overtreding van de bepalingen in het Wetboek van Strafrecht (bijvoorbeeld in geval van valsheid in geschrifte of bedreiging). Het opnemen van de bepaling biedt het college de mogelijkheid om op te treden tegen maatschappelijk onaanvaardbare activiteiten en uitwassen tegen te gaan. De vaststelling dat sprake is van een overtreding moet gedaan worden door een daarvoor door het college aangewezen toezichthouder als bedoeld in hoofdstuk 5, titel 2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Onder zeer bijzondere omstandigheden mag het college van burgemeester en wethouders ten gunste van de aanvrager afwijken van deze verordening. Indien zij van oordeel zijn dat toepassing van de verordening tot een bijzondere hardheid leidt. Het moge duidelijk zijn dat van dit artikel slechts bij hoge uitzondering gebruik zal worden gemaakt. Het is niet opgenomen om de weigeringsgronden te omzeilen en ook niet om verwijtbaar handelen van de aanvrager, bijvoorbeeld het reeds op voorhand aangaan van contractuele verplichtingen met derden zonder in het bezit te zijn van een vergunning, te rechtvaardigen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-99284.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.